Belgische Energie- en Milieuprijs 2010 (EEAwards)
Oproep Architectuurpublicatie Leuven 2010
Kapellen verheugd over bescherming woningen Jo Crepain
BVA blij met omzendbrief brandpreventieverslag
Woonhuis Stijn Streuvels wordt gerestaureerd
Olivier Bastin eerste Bouwmeester van Brussel
5de editie van de Belgische Energie en Mileuprijs
5 ontwerpbureaus bekend
voor Open Oproep Waalse Krook (Gent)
Belgische Prijs voor Architectuur & Energie 2009
Drie Belgische laureaten bij DME Awards
Jesse Brouns nieuwe curator Interieur Kortrijk
Internationale steun voor één van de meest bedreigde gebouwen ter wereld
Groep Jan Stallaert wil lelijkste gebouw van België slopen
Ondernemingsloketten flexibeler open
Dag van de Architectuur op 11 oktober
Grote Architectuur- & Kunstquiz 2009
Brugse Campus KHBO genomineerd voor WAF-award in Barcelona
Mandatarissen kiezen voor een autonome Vlaamse Orde
Dynamo 2009 Belgian Young Design Awards voor Amandine Senny
Designstoelen in de Sint-Baafskathedraal in Gent
Victor Hunt – Open Storage (Designed in Brussels)
Van de voorde-piffet.architecten
winnen architectuurwedstrijd DERBIGUM
Gevelkunstwerk van Enrico David aan MuHKA
Rensongebouw van Jo Crepain wint ‘Green Good DesignTM’ award 2009
BAM roept op tot samenwerking over de projectgrenzen heen
Dynamo Belgian Young Design Awards 2009
Stem op uw favoriete handelszaak!
Rentel bouwt 48 windturbines 30 kilometer op zee
Godecharle Prijs 2009 voor beeldhouw- en schilderkunst en architectuur
Magritte Museum open voor publiek
Meesterlijk viaduct van Millau uit de doeken gedaan op BATIBOUW Building Lunch
Staat er op uw dak ook een gek?
Belgische Prijs voor Architectuur & Energie 2009
Paul Renson stelt zijn Healthy Building Concept voor aan Koning Albert II
Brusselse haven krijgt eerste passieve hotelboot
Architecten zetten voor de 10de keer de deuren
Nieuwe wetgeving voor toegankelijkheid gebouwen
Grontmij wint prijs 'Publieke Ruimte 2009'
BRAL wil echte bruisende Europawijk
Uitreiking Belgian Building Awards op BATIBOUW
Ecofolie wil straatgevels isoleren
Toparchitect Santiago Calatrava op bezoek
CONIX TEAM wint Archigoldcup BVA 2009
Competitie Havenhuis Antwerpen wordt betwist
Gouden Baksteen voor Vlaamse Regering
Architectenjury bekroont Zero als meest innovatieve product 2009
Nedda El-Asmar krijgt cultuurprijs voor vormgeving
Voetballende architecten: Archigoldcup BVA 2009 halfweg
Solidaire architecten naar Gaza
Jagerskampen en woningen uit het Interbellum…
Verkiezingen bij de Orde van Architecten: “een breuk met het verleden”
500 energiebewuste architecten
Pointillisme op Brusselse Grote Markt
Architectuur voor “nostalgische liefhebbers van de schoonheid uit het verleden”
Architecten vragen overheid beter (voor)overleg voor vlottere bouwaanvraag
Belg wil energiezuiniger wonen
Gouden Regels van de Stedenbouw
Ook Brussel schrapt bouwvergunning zonnepanelen
Winnaar Vlaamse Monumentenprijs 2008
Beschermd 13de eeuws kasteel in Corroy wordt museum van Wim Delvoye
Dossier Notaris Cornelis: sloop van illegale uitbreidingen een feit
(1.2.2010) Sinds 2006 hebben de “Belgische Energie- en Milieuprijzen” hulde gebracht aan meer dan 600 Belgen die alleen of via hun organisaties op een uitzonderlijke manier hebben bijgedragen aan het uitwerken van een duurzame toekomst op lokaal, regionaal en nationaal niveau.
Deze prijzen willen focussen op een groot aantal initiatieven waarbij milieu, energie en klimaatsverandering centraal staan. Burgers, ondernemingen, verenigingen, scholen, overheidsdiensten, onderzoekscentra, gemeenten en andere instanties komen in aanmerking voor deze prijzen die uitmuntendheid willen belonen.
Ze hebben allemaal een ding gemeen: engagement voor duurzame ontwikkeling
De Awards worden uitgereikt tijdens een prestigieuze ceremonie die wordt opgeluisterd door de premier en de federale minister van Duurzame Ontwikkeling, Energie en Klimaat, en in aanwezigheid van de gemeenschapsministers van Energie en Milieu. Deze prijsuitreiking gebeurt op 4 juni 2010 en valt samen met Wereldmilieudag georganiseerd door de Verenigde Naties. Er zal een VN-vertegenwoordiger aanwezig zijn tijdens de ceremonie als blijk van appreciatie en steun voor die Belgen die hun steentje bijdragen aan het bouwen van een gemeenschappelijke toekomst.
Deze prijzen werden in het leven geroepen dankzij de waardevolle steun van zowel industriële als institutionele partners en van de International Polar Foundation. Verder worden de prijzen dan nog gesteund door meer dan tachtig organisaties die hun leden warm maken voor dit event.
Deskundigen afkomstig van de grote universiteiten uit ons land hebben hun tijd en kennis ter beschikking gesteld om de jury te helpen bij de gedetailleerde analyse van de vele kandidaturen.
Kortom, de Belgische Prijs kan het hele jaar door op belangstelling rekenen binnen en buiten de media (federaties, verenigingen, overheidsdiensten).
Meer dan ooit is de editie 2010 de gelegenheid om op uw beurt te reageren.
U kunt projecten indienen tot uiterlijk 2 april 2010. De prijsuitreiking vindt plaats op 4 juni 2010. Meer info en inschrijvingen via www.eeawards.be.
(25.1.2010) In het najaar van 2010 lanceert vzw Stad en Architectuur in opdracht van de stad Leuven de vierjaarlijkse Architectuurpublicatie Leuven. De stad wil kwalitatieve hedendaagse architectuur onder de aandacht brengen en gaat op zoek naar projecten die kwaliteit uitstralen door hun architecturale vormgeving, hun relatie tot de omgeving, hun bijdrage tot het straat- en stadsbeeld. Architecten en bouwheren kunnen tot 15 februari projecten indienen.
Welke projecten komen in aanmerking?
projecten gerealiseerd op het grondgebied Leuven (pc 3000, 3001, 3010, 3012 en 3018)
met een oplevering tussen 15 februari 2008 en 15 februari 2010 en
uit de disciplines architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur, zowel nieuwbouw als renovatie.
Het dossier, in het Nederlands opgesteld, moet samengesteld zijn uit :
het inschrijvingsformulier,
een technisch dossier, in digitale vorm, bestaande uit alle relevante tekeningen van het project, 10 afbeeldingen van de realisatie en een toelichting bij het project.
Daarnaast dient de bouwheer akkoord te gaan met de deelname.
Selectie
Na een eerste interne selectie zal een redactieraad bepalen welke projecten gepubliceerd zullen worden en welke thema’s hierbij worden besproken.
Publicatie
De publicatie zal verschijnen in het najaar van 2010. Stad en Architectuur zal dit op tijd aan alle deelnemers bekend maken.
Het volledige reglement, inschrijvingsformulier en bijkomende informatie kunt u downloaden via de website www.stadenarchitectuur.be of contacteer de vzw Stad en Architectuur, Petra Griefing (petra.griefing@stadenarchitectuur.be, tel. 016/22.22.39).
Uiterlijke inzenddatum: 15 februari 2010
(19.1.2010) Recent werd een beschermingsprocedure opgestart voor vijf gebouwen – vier woningen en één appartement - van de hand van Jo Crepain (1950-2008) in Kapellen. Normaal gezien zullen de gebouwen binnen het jaar definitief beschermd zijn.
Het gaat onder meer om zijn allereerste ontwerp, een kapperszaak, dat dateert uit zijn studentenperiode. Ook een driegroepswoning en een appartementsgebouw uit de jaren zeventig behoren tot het lijstje. Deze ontwerpen leverden Crepain eerder al een aantal prijzen op, waaronder de Baksteenprijs in 1981 en de Prijs Robert Maskens in 1974, toen een toonaangevende Belgische architectuurprijs.
Jo Crepain wordt terecht beschouwd als een van de belangrijkste architecten van de afgelopen decennia. Hij woonde veertig jaar in Kapellen, voor hij met zijn bureau naar Antwerpen trok. In de gemeente staan dan ook zijn vroegste realisaties.
Naar aanleiding van de Open Monumentendag 2008 stond het oeuvre van Jo Crepain centraal in het programma van de gemeente met een fietstocht langs zijn belangrijkste verwezenlijkingen en met de organisatie van een schitterende tentoonstelling. Toen reeds werd geopperd dat het oeuvre van Jo Crepain bescherming verdiende en dat daar best niet mee kon gewacht worden. In het verleden zagen verschillende architecten soms nog tijdens hun leven hun magnum opus met lede ogen verdwijnen.
(8.12.2009) De Bond Vlaamse Architecten hecht veel belang aan een omzendbrief die Minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom recent heeft ondertekend in verband met het brandpreventieverslag. De beroepsorganisatie is van mening dat de inhoud van de brief voor architecten zeer belangrijk is.
BVA: “Wij wensen in het bijzonder de aandacht te vestigen op punt 6: Draagwijdte van het advies van de brandweer (blz 5) waar wij kunnen lezen dat de brandweer haar verantwoordelijkheid niet kan afschuiven door bijvoorbeeld aan de bouwheer en/of architect een ondertekend document te vragen waarin staat dat aan de toepasselijke reglementering is voldaan en dat de brandweer geen hogere eisen mag stellen dan wat bepaald werd in de reglementering. Hierover is in het verleden nogal wat te doen geweest en veel confraters zullen heel gelukkig zijn dit te lezen.”
(8.12.2009) Het AiNB reikte voor de tweede keer de Fidias-Awards uit aan verdienstelijke interieurarchitecten en studenten interieurarchitectuur. De wedstrijd stond dit jaar open voor studenten (afgestudeerd in het academiejaar 2008-2009) en voor professionele interieurarchitecten.
De professionele interieurarchitecten konden inschrijven voor vijf categorieën: projectmarkt, privé, meubelontwerp, concepten en bijzondere realisatie. De kwaliteit van de inzendingen in de verschillende categorieën lag opmerkelijk hoog.
Laureaten
Projectmarkt:
Makelaardij Van De Water – Stefan Dherdt & Gert van Putte
Privé-markt: Woning Lommens - Archiblau
Retail: Bar à bas - Filip Tack
Meubelontwerp: Curva – Leo Aerts
Concepten: Outdoor Living - Mich Veraghtert
Bijzondere realisatie: Zoersel House - Arjaan De Feyter
Studenten
De studenten werden geselecteerd en voorgedragen door de verschillende onderwijsinstituten. Voor hen waren twee categorieën opengesteld: meubelontwerp en interieurontwerp.
Meubelontwerp: Tanuki - Charlotte Loquet
Interieurontwerp: Een tijdelijk vluchtoord - Frederik Berte
Lifetime achievement award
Naast het in de bloemetjes zetten van het aanstormend en huidig talent, wilde het AinB dit jaar ook ontwerpers belonen voor hun prestaties doorheen hun hele carrière. Die eer valt dit jaar het ontwerperskoppel Bataille & Ibens te beurt. Claire Bataille (1940) en Paul ibens (1939) richtten in 1968 samen het studiebureau Claire Bataille & Paul ibens Design op, maar waren ervoor al een hechte interieurtandem. In hun meer dan 40 jaar lange carrière zijn deze pioniers van de interieurarchitectuur steeds trouw gebleven aan hun uitgangspunt: streven naar de grootst mogelijke eenvoud zonder afbreuk te doen aan de functionaliteit. Hun ontwerpen zijn ontdaan van elke ballast. Vormen en lijnen zijn uitgezuiverd tot enkel de essentie overblijft. De strakke geometrie die zo ontstaat, wordt dan ingevuld met intelligent gekozen, veelal natuurlijke materialen die een ongekende warmte aan hun realisaties geven.
In een wereld met een overvloed aan beelden pleiten Bataille & ibens voor een terugkeer naar een benadering waarbij stilte en ingetogenheid hun plaats opeisen. Hun werk als minimalisme omschrijven doet afbreuk aan de essentie van hun oeuvre. Van een ontwerper verwacht men meer en meer dat hij flitsende beelden produceert voor vlugge consumptie. Tegen die drang naar exhibitionisme verzetten Bataille & ibens zich in hun werk. In hun oeuvre willen zij ons laten zien dat vormgeven een geduldig proces is waarbij tactiele en ruimtelijke ervaringen voorrang moeten krijgen.
De interieurs en meubelontwerpen van Claire Bataille en Paul Ibens worden internationaal gepubliceerd en gewaardeerd. Beide ontwerpers worden beschouwd als boegbeeld voor heel wat jongere generaties interieurarchitecten. Veel van hun projecten zullen dan ook voor altijd in het collectieve geheugen gegrift staan, waaronder het bekende Villa Corthout in Schilde uit 1974. Daarnaast is hun gezamenlijk curriculum vitae doorspekt met prestigieuze, tijdloze referenties zoals burelen, showrooms, kunstgalerieën, business clubs, restauratieprojecten, restaurants, privéwoningen, boetieks en winkels, designontwerpen, universiteiten en tentoonstellingen.
(8.12.2009) Vanaf 1 januari 2010 wordt de energieprestatieregelgeving ambitieuzer. Woningen die vanaf 2010 worden gebouwd zullen energiezuiniger moeten zijn. Uit een evalutie door het Vlaams Energie Agentschap blijkt dat energiezuinig(er) bouwen al redelijk ingeburgerd is.
Met deze verstrenging draagt Vlaanderen bij aan de klimaatdoelstellingen in de strijd tegen de opwarming van de Aarde. De voornaamste wijziging is dat het maximum E-peil vanaf 1 januari 2010 voor woongebouwen wordt verlaagd van E100 naar E80. Daarnaast zijn er nog enkele andere wijzigingen, waaronder het verstrengen van de isolatie-eis voor buitenmuren en daken van alle types gebouwen die worden gebouwd of verbouwd.Uit een bevraging van 400 architecten is volgens het Vlaams Energie Agentschap (VEA) te besluiten dat de architecten die verstrenging haalbaar vinden en dat ze de Vlaamse energieprestatieregelgeving al goed beheersen.
De energieprestatieregelgeving heeft ook een duidelijk effect op de bouwpraktijk. Resultaten uit werfbezoeken tonen dat er in Vlaanderen veel energiezuiniger wordt gebouwd dan enkele jaren geleden.
De evaluatie van het Vlaams Energieagentschap toonde aan dat het economisch haalbaar is om de EPB-eisen ambitieuzer te maken. De meerinvesteringen om aan strengere EPB-eisen te voldoen, verdienen zich op een aanvaardbare termijn terug door een lagere energiefactuur.
Het maximum E-peil E80 is dan ook geen einddoel, maar slechts een tussenstap naar nog energiezuinigere woningen. In het regeerakkoord van de Vlaamse Regering is de ambitie opgenomen om de energieprestatie-eisen voor gebouwen stapsgewijs verder te verstrengen waarbij een eerste stap de verstrenging naar E60 in 2012 is, wanneer uit onderzoek blijkt dat dit haalbaar is. Bij dit onderzoek zal rekening worden gehouden met de investeringskosten en de te realiseren energiebesparing.
Het Vlaams Energieagentschap polste bij de architecten naar hun bevindingen na bijna vier jaar toepassing van de energieprestatieregelgeving. Het VEA liet in september 2009 een onderzoek uitvoeren bij een representatief staal van 400 Vlaamse architectenbureaus. Die telefonische bevraging werd ook in 2007 uitgevoerd, waardoor het mogelijk is om de evolutie te bekijken.
Enkele conclusies:
- 67 % van de architecten is overtuigd van de korte terugverdientermijn voor woningen die voldoen aan de huidige EPB-eisen. Ten opzichte van 60% in 2007 zijn de architecten zich dus meer bewust van het nut van energiebesparend bouwen en het positieve effect ervan op de energiefactuur.
- 89% van de bevraagde architecten is op de hoogte van de strengere EPB-eisen die gelden voor gebouwen met een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning vanaf 1 januari 2010. Voor 79% van de architecten zijn er aan hun ontwerpen van woongebouwen geen of slechts kleine aanpassingen nodig om de nieuwe maximumeis van E80 te behalen. Daaruit kan het VEA concluderen dat E80 in hun ogen zeker haalbaar is.
- 77% van de architecten is van oordeel dat de energieprestatieregelgeving de bouwheren motiveert om meer aandacht te besteden aan de energieprestatie van hun nieuwbouw of verbouwing.
Uit de bevraging is te besluiten dat niet enkel de architecten, maar ook de bouwheren zich steeds meer bewust zijn van het belang van energiezuinig bouwen en verbouwen.
En wat met de bouwpraktijk?
Dat de bouwheren meer en meer overtuigd zijn van het belang van energiezuinig bouwen en vooral van het nut van thermisch isoleren, wordt bevestigd door cijfermateriaal van Buildsight/Extra Muros, marketingbureau voor de bouwsector, dat het Vlaams Energieagentschap heeft opgevraagd. Die cijfers werden verzameld tijdens werfbezoeken tussen juni 2008 en juni 2009, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Ook in 2007 en 2004 werd een gelijkaardig onderzoek verricht. Dat maakt het mogelijk om de evolutie te bekijken van 2004, naar 2007 en 2009.
De gemiddelde dikte van de buitenmuurisolatie nam in 2009 ten opzichte van 2004 in Vlaanderen toe met 24,9% tot een dikte van 6,68 cm voor minerale wol en met 39,3% tot een dikte van 5,63 cm voor de andere isolatiematerialen. Ten opzichte van 2007 bedroeg de toename van de dikte in 2009 respectievelijk 15,8% en 18,4%.
In de hellende daken nam de gemiddelde dakisolatiedikte in Vlaanderen in 2009 ten opzichte van 2004 toe met 16,5% tot een gemiddelde dikte van 15,00 cm. In vergelijking met 2007 nam de dikte met 12,9% toe. In platte daken is de gemiddelde isolatiedikte in 2009, ten opzichte van 2004, verhoogd met 22,4%. Gemiddeld wordt in platte daken nu 9,32 cm isolatie geplaatst.
Uit de werfbezoeken blijkt dat het aandeel hoogrendementsbeglazing (met een U-waarde kleiner dan 1,2 W/m²K) fel is gestegen. Die beglazing wordt nu bij 90,4% van de nieuwbouw geplaatst, in vergelijking met 42,8% in 2004 en 57,3% in 2007. (De U-waarde drukt de hoeveelheid warmte uit die per seconde, per 1 m² en per graad temperatuurverschil tussen de ene en de andere zijde van een constructie wordt doorgelaten. De waarde geeft de mate van isolatie van de constructie aan: een hoge U-waarde betekent een slecht geïsoleerd constructiedeel.)
Het Vlaams Energieagentschap besluit uit die onderzoeksresultaten dat de Vlaamse energieprestatieregelgeving op vrij korte termijn al heeft geleid tot zeer positieve resultaten. Er is evenwel nog een belangrijke verbeteringsmarge. Het VEA verwacht dat de verstrenging van de energieprestatie-eisen vanaf 1 januari 2010 de nieuwbouwwoningen nog energiezuiniger en comfortabeler zal maken.
(2.12.2009) Goed een jaar na de verplichting om bij verkoop of verhuur van een woning een energieprestatiecertificaat (EPC) af te leveren, blijkt dat eigenaars, verhuurders en vastgoedmakelaars nog niet voldoende op de hoogte zijn van de EPC-regelgeving.
Na het opstartjaar 2009, zal in 2010 strenger toegekeken worden op de naleving ervan. In opdracht van Vlaams minister van Energie Freya Van den Bossche start het Vlaams Energieagentschap (VEA) een campagne over de regelgeving rond de energieprestatiecertificaten.
Sinds 1 november 2008 is het EPC verplicht bij de verkoop van woongebouwen, bij verhuring is het verplicht sinds 1 januari 2009. Het EPC is een energetische score die potentiële kopers en huurders informeert over de energiezuinigheid van de woning. Daarnaast bevat het ook aanbevelingen die een leidraad kunnen zijn voor toekomstige energiebesparende investeringen.
Op een jaar tijd werden iets meer dan 140.000 energieprestatiecertificaten opgemaakt. Zij werden opgemaakt door ongeveer 3.000 erkende energiedeskundigen voor een gemiddelde prijs die tussen 200 en 350 euro ligt voor open- en halfopen woningen, en tussen 100 en 250 euro voor appartementen en rijwoningen.
Uit de controles van het VEA blijkt dat een EPC vaak te laat wordt opgemaakt. Het EPC moet immers voorgelegd kunnen worden vanaf het moment dat een woning te koop of te huur wordt aangeboden. Bij ruim de helft van de transacties was dat niet het geval. In dat geval krijgen eigenaars een uitnodiging voor een hoorzitting. Inmiddels werden 270 dossiers effectief op een hoorzitting behandeld waarvan er 46 tot een boete van 500 euro geleid hebben. Omdat 2009 een opstartjaar was, werd een evenwicht gezocht tussen handhaving en sensibilisering. In 2010 zal de nadruk meer op handhaving komen te liggen.
Momenteel heeft 61% van de particuliere eigenaars al van het EPC gehoord, maar de kennis over de regelgeving is beperkt. Bij de vastgoedmakelaars kan 1 op 3 geen correct antwoord geven op de vraag wat een EPC is en wanneer het beschikbaar moet zijn. Het Vlaams Energieagentschap wil de bekendheid van de EPC-regelgeving bij particulieren opkrikken met een advertentiecampagne in de immo-rubrieken van de kranten. In samenwerking met CIB-Vlaanderen, de Confederatie van Immobiliëngroepen, zal tevens een folder verspreid worden bij de vastgoedmakelaars.
Deze sensibiliseringsactie moet ook gezien worden in het licht van een revisie van de Europese richtlijn inzake energieprestaties van gebouwen waarover vorige week een akkoord werd bereikt. De gewijzigde richtlijn benadrukt de sensibiliserende rol van de energieprestatiecertificaten en legt de lidstaten op een strikt handhavingskader in te voeren.
Meer info over het Energieprestatiecertificaat:
www.energiesparen.be/epc of bel gratis 1700
Bron: Vlaams Energieagentschap
(2.12.2009) De West-Vlaamse provincieraad heeft de restauratie van Het Lijsternest in Ingooigem goedgekeurd. Dat was het woonhuis van Stijn Streuvels tussen 1905 en zijn overlijden in 1969. Het gebouw werd sindsdien uitgebaat als museum. Sinds 2008 is het gebouw ontruimd. Als de Vlaamse overheid de subsidies voor de restauratie goedkeurt, kunnen de werken starten.
Het Lijsternest aan de Stijn Streuvelsstraat in Ingooigem (Anzegem) is het voormalige woonhuis van schrijver Stijn Streuvels. De villa uit 1905 werd ontworpen door de Brugse architect Jozef Viérin en werd gebouwd in verschillende fasen. Het Lijsternest werd in 2004, met inbegrip van de bibliotheek en de inboedel, beschermd als monument. Tegenwoordig is er een provinciaal museum gevestigd, maar sinds 2008 is dit gesloten voor veranderingswerken.
De restauratie kan op korte termijn worden opgestart. Het West-Vlaamse provinciebestuur is klaar met het dossier. De restauratie van de hele site zal 1,36 miljoen euro kosten. Het architectenbureau Van Acker & Partners uit Gent heeft de plannen opgemaakt. De restauratie van het woonhuis zelf is voor 60 procent subsidieerbaar door de Vlaamse overheid. Als dit budget vrijkomt, kunnen de werken starten. De restauratie zal 550 werkdagen duren.
In een eerste fase zijn stabiliteitswerken voorzien. Verschillende muren en plafonds vertonen barsten. De restauratie zal teruggrijpen naar 1969, de periode van het overlijden van de West-Vlaamse schrijver.
Tijdens de restauratie zal de collectie gedetailleerd worden geregistreerd en zal bijkomend onderzoek plaatsvinden naar een restauratieprogramma voor de collectie. Het is de bedoeling de interieurelementen terug in orde te brengen. Tegelijk wordt ook de wetenschappelijke basis gelegd voor een toekomstige museale werking. (Bronnen: Belga via www.focus-wtv-kw.rnews.be en www.flickr.com)
(23.11.2009) Vorige week hebben Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet en Vlaams Bouwmeester Marcel Smets samen Basisschool ‘Dender’ in Geraardsbergen bezocht. Met dit bezoek willen ze opnieuw aandacht vragen voor de inhaalbeweging scholenbouw en het feit dat inspirerend onderwijs nood heeft aan een goed schoolgebouw. De Vlaams Bouwmeester stelde tijdens het bezoek het Dossier Scholenbouw voor: een uitgave waarin scholen en architecten advies en concrete voorbeelden aangereikt krijgen voor inspirerende scholenbouw in Vlaanderen.
De voorbije decennia heeft Vlaanderen achterstand opgelopen op het vlak van schoolgebouwen. Om hieraan te verhelpen, werd in 2006 de inhaalbeweging scholenbouw ingezet. De juridische en financiële organisatie van deze bouwcampagne staat nu op punt en de contractsluiting met de private partner is in een eindfase.
Vanuit zijn rol als de bewaker van de architecturale kwaliteit in Vlaanderen vraagt de Vlaamse Bouwmeester geregeld aandacht voor de kwaliteit in de scholenbouw. De visie dat een school veel meer is dan een onderwijsinstelling, staat hierbij centraal. De basisidee is dat het ontwerpen, bouwen of verbouwen van een school moet bekeken worden vanuit een geïntegreerde aanpak waarbij rekening gehouden wordt met een toekomstvisie op de school, de organisatie van de schoolsite en de inplanting van het gebouw in zijn omgeving, de mobiliteit rond de school, de duurzaamheid in zijn globale benadering, etc...
De Vlaamse Bouwmeester en zijn team ondernemen tal van initiatieven om scholen en architecten te stimuleren om na te denken over het schoolgebouw en hen aan te zetten om vanuit een geïntegreerde visie te werken. De lancering van het Dossier Scholenbouw en het bezoek met minister Smet en schooldirecties aan de basisschool Dender zijn twee voorbeelden van zulke initiatieven.
Het Dossier Scholenbouw
Het Dossier Scholenbouw is de eerste van een reeks uitgaven waarin thema’s die de Vlaamse Bouwmeester nauw aan het hart liggen, belicht worden. In dit eerste dossier, dat volledig aan scholenbouw gewijd is, wordt vanuit een maatschappelijke beschouwing naar scholen en schoolgebouwen gekeken en erover gereflecteerd. Daarnaast reikt de Vlaamse Bouwmeester in het dossier concrete voorbeelden van inspirerende en goede architecturale scholenbouw aan. Bovendien laat het enkele betrokkenen aan het woord in verband met hun nieuw schoolgebouw of hun op stapel staande schoolproject.
“Basisschool Dender in Geraardsbergen is een goed voorbeeld van wat architecturale kwaliteit concreet kan betekenen en hoe goede ontwerpers het verschil kunnen maken. Bij de recente uitbreiding van de school is – door het slim inzetten van middelen en creatief omspringen met de bestaande ruimte – een inspirerend en architecturaal geïntegreerd schoolgebouw ontstaan. Dit toont perfect aan hoe ontwerpers en directies een architecturaal waardevol patrimonium tot stand kunnen brengen.”
Het Dossier Scholenbouw wordt verspreid aan de schooldirecties in Vlaanderen, aan de architecten uit de databank van de Vlaamse Bouwmeester en aan de onderwijsgerelateerde overheidsinstanties. Het dossier kan worden aangevraagd via mail naar bouwmeester@vlaanderen.be met vermelding ‘Aanvraag Dossier Scholenbouw’.
(16.11.2009) De Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft de Molenbeekse architect Olivier Bastien aangeduid als eerste Brusselse Bouwmeester.
Zo’n tien jaar na de instelling van de functie in Vlaanderen (huidig Vlaamse bouwmeester is architect Marcel Smets), heeft nu ook de hoofdstad (van België en van Europa) zijn eigen bouwmeester, in het Frans “le bouwmeester”. Wallonië heeft (nog) geen bouwmeester.
De komende vijf jaar zullen alle ontwerpen voor overheidsgebouwen in het Brusselse zijn fiat moeten krijgen, alhoewel zijn taak vooral adviserend is voor alle grote gewestelijke en Beliris-projecten. Private projecten vallen niet onder zijn bevoegdheid. Gemeenten kunnen zijn advies vrijwillig inwinnen. Volgens de krant De Standaard zijn er ondertussen al twijfels over het werkgebied van de nieuwe bouwmeester, want ook puur federale bouwdossiers zoals die van de NMBS zouden buiten zijn bevoegdheid vallen.
Het duurde tot 2004 voor de Brusselse meerderheidspartijen het in het regeerakkoord eens werden over de aanduiding van een bouwmeester. Het idee werd enige tijd daarvoor gelanceerd door Brigitte Grouwels (CD&V) en later overgenomen door SP.A en de groenen.
Pas helemaal op het einde van de regeerperiode werd de selectieprocedure opgestart via een Europese oproep. Een belangrijke voorwaarde voor de aanstelling was een openheid voor Brussel als Europese hoofdstad.
Bastin studeerde in 1983 af aan het ISA Saint Luc in Doornik en geeft les aan La Cambre. Hij runt in de Molenbeekse Scheldestraat – in de Maritiemwijk – het bureau l’Escaut. Binnen het atelier werkt het architectenteam samen met artiesten uit de levende kunsten (acteurs, regisseurs, scenografen en filmmakers). Het team van Bastin ontwierp het Théâtre National aan de Emile Jacqmainlaan, het fotomuseum in Charleroi, de nieuwe cultuurzaal Soignies en het skatepark bij Recyclart. Hij werkte ook mee aan het basisdossier van het wijkcontract van de Maritiemwijk.
Olivier Bastin geeft op 1 december een lezing in het Paleis voor Schone Kunsten. De architect stelt er de realisaties van zijn bureau l’Escaut voor (Paleis voor Schone Kunsten, Zaal M, info en tickets: 02/507.82.00).
(9.11.2009) Op 22 oktober 2009 heeft het College van burgemeester en schepenen 8 architectenbureaus geselecteerd voor een concreet herinrichtingsproject van het Heizelplateau. Van de 28 bureaus die hun kandidatuur na de oproep in juni hadden ingediend, werden er 8 geselecteerd op basis van objectieve criteria zoals bepaald door de transparante procedure die het trio van projectcoördinatoren binnen het college van burgemeester en schepenen – de heren Thielemans, Ceux en Close – in het leven hebben geroepen.
De geselecteerde architecten zullen hun concrete ideeën over de herinrichting uitwerken om van de Heizel een internationale trekpleister in Brussel te maken. Het Internationaal ontwikkelingsplan van het BHG, goedgekeurd door de Brusselse regering op 21 december 2007, voorziet dat op deze site een deel van de infrastructuur bestemd is voor de consolidatie van het internationaal statuut van Brussel.
Burgemeester Freddy Thielemans van de Stad Brussel streeft naar een ontwikkeling en herinrichting van de strategische Noord-Heizel-pool. Deze herinrichting vereist de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur op de site en zal betekenen dat sommige bestaande functies een nieuwe locatie en bestemming krijgen. De fundamentele elementen van deze herinrichting omvatten een congrescentrum met een internationale dimensie, een belangrijk handelscentrum, een evenementenzaal met 15.000 plaatsen en een vrijetijdspool om de site aantrekkelijker te maken.
Het college van burgemeester en schepenen van de Stad Brussel wil van dit herinrichtingsproject een toonbeeld van transparant en goed bestuur maken. “De actieve betrokkenheid van de omwonenden is dus essentieel en de politieke wereld treedt als nooit tevoren op de achtergrond, om experts het laatste woord te geven”, aldus het perscommuniqué. “We willen bewijzen dat een andere aanpak mogelijk is, dat Brussel klaar is voor een stedenbouwkundig project, zijn hoofdstedelijke status op vele vlakken waardig, en dat de politiek de nodige nederigheid aan de dag kan leggen zodat experts hun werk kunnen doen”, legt Freddy Thielemans uit.
Het project, zoals het in mei 2009 aan de gemeenteraadsleden, de pers en de omwonenden werd voorgesteld, kreeg de naam NEO. Er werd een charter met de belangrijkste principes in het leven geroepen, die zullen waken over het complete proces.
Voor de stedenbouwkundige wedstrijd werden volgende architectuurbureaus geselecteerd: Het gaat, in alfabetische volgorde, om de volgende bureaus:
De Stad Brussel wil expliciet aandacht besteden aan “duurzame ontwikkeling” bij het ontwerp van de site: het behoud van groene plekken, de vermindering van overlast voor de omwonenden en realistische financiering bij de keuze van projecten. Deze idealen vormen de krijtlijnen voor de evaluatiecriteria tijdens de wedstrijd.
De 5de editie van de Belgische Energie en Milieuprijs is officieel van start gegaan. De prijzen worden uitgereikt op 4 juni aanstaande. Ondertussen kan iedereen met een project of een verwezenlijking voor het behoud van de planeet zich inschrijven.
De Belgische Energie en Milieuprijs eert allen die op een innoverende manier actief zijn op het vlak van energie en milieu. In zijn vijfjarig bestaan heeft deze prijs al een hele weg afgelegd. Burgers, vzw’s, zelfstandigen, kmo’s, scholen, steden of gemeenten, ngo’s of architecten die een milieu of energierealisatie willen promoten, kunnen deelnemen aan die Belgische Energie en Milieuprijs.
Op 4 juni 2010 worden de prijzen worden overhandigd. Er zullen 13 trofeeën worden toegekend, verdeeld in drie grote categorieën.
Deze plechtigheid valt samen met Wereldmilieudag georganiseerd door de Verenigde Naties.
Een kans om te communiceren
Met de uitgebreide promotiecampagne en de prijsuitreikingavond vertegenwoordigt de Belgische Energie en Milieuprijs een media-evenement van hoog niveau dat de kandidaten een buitengewone zichtbaarheid biedt. "De plechtigheid, die ruime aandacht in de media krijgt, is een uitstekende gelegenheid om te communiceren en aan networking te doen", aldus Anne-Julie Lambion, coördinatrice van de Belgische Energie en Milieuprijs.
Inschrijven kan via www.eeaward.be tot 2 april 2010.
(26.10.2009) Voor het stadsontwikkelingsproject Waalse Krook in Gent werden de vijf architectuurbureaus bekendgemaakt die effectief zullen deelnemen aan de Open Oproep, die deze zomer door de Vlaams Bouwmeester werd uitgeschreven. Bij de kandidaten zijn bureaus uit Groot-Brittannië, Nederland, Japan, Spanje en België.
Op 17 juli 2009 schreef de Vlaams Bouwmeester de open oproep tot kandidatuurstelling voor de Waalse Krook1 in Gent uit. De stadswijk Waalse Krook in Gent situeert zich tussen de Walpoortbrug, de Ketelvaart, de Nederschelde, de Marcelisbrug, de Lammerstraat, de Sint-Pietersnieuwstraat en de Walpoortstraat. Binnen de eigenlijke projectzone wil men een ambitieuze nieuwbouw realiseren voor de Bibliotheek van de toekomst en een Centrum voor Nieuwe Meda, het voormalig Wintercircus renoveren en herbestemmen en het openbaar domein herinrichten, met speciale aandacht voor de stedenbouwkundige context en de architecturale kwaliteit.
Precies 100 ontwerpbureaus dienden een ontvankelijke kandidatuurstelling in. De procedure voorziet dat een onafhankelijke selectiecommissie 5 ontwerpbureaus selecteert die effectief deelnemen aan de open oproep. Deze selectiecommissie kwam onder het voorzitterschap van de Vlaams Bouwmeester op 21 oktober 2009 tot een eensgezinde keuze. Hun voorstel werd op 23 oktober 2009 unaniem goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de CVBA Waalse Krook.
Volgende bureaus werden geselecteerd:
1. Schmidt Hammer Lassen Architects, London/UK.
Schmidt Hammer Lassen Architects heeft een uitgebreide ervaring met het ontwerpen van bibliotheken en ‘learning spaces’. Ze realiseerde reeds verschillende bibliotheken waaronder de uitbreiding van de Koninklijke bibliotheek van Kopenhagen, de ‘Växjo’ bibliotheek in Zweden en de ‘Halmstad’ bibliotheek in Zweden.
www.shl.dk
2. Van Berkel en Bos UNStudio, Amsterdam, NL.
Van Berkel en Bos UNSTudio heeft sinds 1989 een brede ontwerpervaring opgedaan op diverse schaalniveaus, met het bouwen van landmark architectuur in een historische context en met het ontwerpen van kennis- en cultuurcentra. Ze hebben ervaring met de herontwikkeling van verouderde stedelijke gebieden, bijvoorbeeld met het ontwerp van de Erasmusbrug in Rotterdam, de Ponte Parodi in de historische haven van Genua en het masterplan Lighthousein Aarhus in Denemarken.
www.unstudio.com
3. Toyo Ito & Associates,Architects, Tokyo/Japan.
Toyo Ito & Associates, Architects heeft meer dan 30 jaar ervaring met het ontwerpen van publieke architecturale projecten. Hun constant vernieuwende aanpak genereert onconventionele ruimtes die mensen vrij en comfortabel kunnen beleven. De Sendai Mediatheek in Miyagi /Japan als bibliotheek, podium en ontmoetingsruimte is vergelijkbaar met de herontwikkeling van de site in Gent.
www.toyo-ito.com
4. TV Aranda Pigem Vilalta arquitectes en Coussee & Goris architectenvennootschap BVBA, Girona/Spanje – Gent/België.
De vriendschappelijke relatie tussen Aranda Pigem Vilalta arquitectes en Coussee & Goris bestaat sinds 1995 (speciale prijs in de Euro-Belgian Awards). Architecturaal werk van beide teams is gegroeid vanuit de interesse voor het openbaar domein, waarbij de relatie mens-kunst, mens-stad en mens-natuur sterk aanwezig zijn. Aranda Pigem Vialta arquitectes werd recentelijk laureaat in de Mies van de Rohe prijs met een stadsbibliotheek te Barcelona, Coussee & Goris ontwierpen een multimediabibliotheek voor Aalter.
www.rcrarquitectes.es
www.coussee-goris.com
5. THV Mateus Beel, Gent.
THV Mateus Beel bestaat uit twee partners. De kwaliteit van de ontwerpen van Aires Mateus studio (1998) vloeit voort uit het doorgedreven uitzuiveren van projecten en resulteert in plannen waarin abstractie heerst, ondersteund door geometrie. Zij ontwierpen o.a. het kunst- en cultuurcentrum in Sines en de nieuwe hoofdbibliotheek van Lissabon, beide in Portugal. Stephane Beel architecten streeft naar een kwalitatieve leef- en werkomgeving en geeft dit vorm door middel van een praktische doch poëtische architectuur. Zij ontwierpen o.a. het gerechtsgebouw in Gent, een aantal gebouwen voor UGent en de Museumsite in Leuven.
www.airesmateus.com
www.stephanebeel.com
De leden van de selectiecommissie en de Raad van Bestuur van de CVBA Waalse Krook zijn er van overtuigd dat deze selectie een belangrijke stap is in de ontwikkeling van een hoogwaardig concept voor de Waalse Krook. “Met vijf deelnemende bureaus van dit niveau is een uitzonderlijk resultaat verzekerd. Daarmee wordt ook de ambitie gerealiseerd om een hoogwaardige architectuur en een optimale stedenbouwkundige invulling centraal te stellen bij de ontwikkeling van deze site.” Uiterlijk midden 2010 zal uit deze vijf bureaus een laureaat gekozen worden.
(26.10.2009) De Koninklijke Federatie van Architectenverenigingen van België (FAB) en Electrabel GDF-Suez organiseren tweejaarlijks de Belgische Architectuur & Energie Prijs (vroegere Awards van de Belgische Architectuur & Energie).
De uitreiking van de editie 2009 had plaats op woensdag 28 oktober 2009 in Bozar te Brussel. Drie laureaten ontvingen een Architectuurprijs en twee een Energieprijs met een daaraan verbonden prijzengeld van 5 000 euro. Er werden ook 4 speciale vermeldingen en 3 nevenprijzen toegekend.
Belgische Architectuurprijs
De jury voor de eerste selectieronde werd gevormd door de architecten Kristiaan Borret, Arnaud Hendrickx, Francesca de Fonseca, Daniël Dethier, Benoit Moritz en Chantal Vincent. De eindjury werd bevolkt door Roger Diener (Diener & Diener) uit Zwitserland, Jan Sondergaard (KHR) uit Denemarken, Christian Rapp (Rapp + Rapp) uit Nederland, Kristiaan Borret, Arnaud Hendrickx en Chantal Vincent.
In de categorie Eengezinswoningen aan architect Gert Somers van ONO architectuur uit Antwerpen voor de verbouwing van een rijwoning in Sint-Niklaas.
Coussée & Goris architecten uit Gent ontvingen in de categorie niet-residentiële gebouwen voor de realisatie van het Jeugd- en Recreatiedomein De Boerekreek in Sint-Jan in Eremo.
In de categorie Publieke Ruimte werd de Belgische Architectuurprijs uitgereikt aan architectenbureau Office Kersten Geers David Van Severen i.s.m. Util uit Brussel voor de brug van de Handelsbeurs te Gent.
In de categorie Groepswoningbouw werd geen Belgische Prijs uitgereikt maar kregen de vier genomineerden een “Speciale Vermelding” en elk één vierde van het prijzengeld:
• Mys&Bomans Architectuurkantoor uit Antwerpen voor een hoekgebouw met drie
woningen en een commercieel gelijkvloers in Antwerpen
• Architecten Jonas Beckers & Matthias Verhulst uit Oostende voor een transithuis in
Oostende
• Tomas Nollet en Hilde Huyghe architecten uit Brugge voor een woningcomplex op
ondergrondse parking “Ramen” in Gent
• Atelier d'architecture Georges-Eric Lantair uit Luik voor sociale appartementen in Luik
Belgische Energieprijs
Deze jury was samengesteld uit voorzitter Ir.Arch. Rik Van Rossen (FAB), Ir.Arch. Marc Muylle (Electrabel-GDF Suez), Arch. Eddy Vanzieleghem (FAB), Dr.Sc. Georges Timmermans (Directeur CIR), Ir.arch. Donald Desmet (Technum), Prof.Dr.Ir. Jean-Marie Hauglustaine (Université Liège) en Ir. André Depreter (Laborelec).
In de categorie Eengezinswoningen mochten twee laureaten (exaequo) hun Energieprijs in ontvangst nemen :
• Architecte Ines Camacho uit Brussel voor een dubbelwoonst te Schaerbeek
• Blaf Architecten (Barbara Oelbrandt) uit Lokeren voor een vrijstaande woning te Asse
De Belgische Energieprijs voor niet-residentiële gebouwen ging naar Schellen Architecten uit Bonheiden voor het kantoorgebouw van Bayer in Diegem.
In de categorie Groepswoningbouw met collectieve verwarming was het aanbod van inzendingen die beantwoorden aan het wedstrijdreglement te beperkt waardoor de jury besliste geen nominaties toe te kennen.
Bijkomende prijzen
De “Baksteenprijs” ging naar Verdickt & Verdickt architecten uit Antwerpen voor de herbestemming van een steenbakkerij tot woning in Boom. De “Renovatieprijs” is voor de geslaagde renovatie van het Stadhuis van Menen, de “Isolatieprijs” voor Nanette Huysmans uit Geel voor het bouwen van een eengezinswoning in Geel.
Informatie
Het architectuurtijdschrift A+ stond in voor de opmaak van de catalogus met een overzicht van alle laureaten en genomineerden met bijhorende beschrijven, afbeeldingen en jurycommentaren. Alle geselecteerde realisaties zijn vanaf nu te bezichtigen op de sites www.fab-arch.be en www.a-plus.be
Info: fabawards@fab-arch.be en www.fab-arch.be
(19.10.2009) De Interieur Foundation heeft de heer Jesse Brouns aangeduid als curator van de Internationale Design Biënnale INTERIEUR 2010.

Jesse Brouns, 38, begon zijn carrière in de journalistiek. Hij schreef onder meer over design en mode, voor kranten en tijdschriften als Weekend Knack, Wallpaper, De Morgen en De Standaard. Hij werkte ook als creatief consultant. Hij groeide op in Brussel, en is gebaseerd in Parijs. Jesse Brouns werd aangetrokken door de Interieur Foundation op basis van zijn geïnspireerde kritiek op de biënnale en zijn prospectieve visie op de nabije toekomst van design.
INTERIEUR werd opgericht in 1967 en startte in 1968 als een van de eerste internationale designevenementen in Europa. Het was op dat moment de enige beurs voor eigentijdse wooncreativiteit met een unieke focus op hedendaags design en een ambitieus cultureel nevenprogramma. Interieur Foundation, een not-for-profit organisatie, hecht een uitzonderlijk belang aan nevenevenementen tijdens de Biënnale: tentoonstellingen, een internationale designprijs, lezingen en debatten.
Bij de eregasten van INTERIEUR sinds 1968: Raymond Loewy, Gio Ponti, Philippe Starck, Alessandro Mendini, Dieter Rams, Andrea Branzi, Jasper Morrison, Rolf Fehlbaum, Konstantin Grcic, Alfredo Häberli, en vorig jaar, Jaime Hayon.
De internationale Design Biënnale INTERIEUR 2010 begint over precies een jaar, op 15 oktober 2010, en loopt tot 24 oktober 2010.
(19.10.2009) Op donderdag 22 oktober 2009 werden opnieuw de Design Management Europe Awards (DME Awards) uitgereikt. De ceremonie was één van de blikvangers gedurende de Dutch Design Week. Onder de winnaars zijn er drie Belgische bedrijven: MyMachine, Hoppop en Greenpan werden in Eindhoven bekroond voor hun designmanagement.
De DME Award is geen prijs voor producten maar beloont de wil en inzet van bedrijfsleiders om design als strategisch instrument te hanteren. De award is uniek, want de eerste die het management van een bedrijf of organisatie beloont voor zijn succesvolle implementatie van design en innovatie op verschillende niveaus in de bedrijfsvoering. De winnende bedrijven tonen alle aan dat innovatie, creativiteit en design de basisvoorwaarden zijn voor een gezonde Europese economie. Bijgevolg had de jury ook aandacht voor de harde, kwantificeerbare bedrijfsresultaten. Omzet- en groeicijfer bepaalden mee de uitslag.
Een internationale jury van experts in design management boog zich over 110 kandidaturen. De prijzen worden uitgereikt in 6 categorieën, 4 naar bedrijfsgrootte, aangevuld door de categorieën “non-profit” en “first time design project”. Per categorie wordt 1 (bij uitzondering 2) winnaar aangeduid, aangevuld door enkele eervolle vermeldingen.
MyMachine (winnaar in de categorie “non-profit”)
Hoppop (eervolle vermelding in de categorie “First time design project”)
GreenPan Europe (eervolle vermelding in de categorie “middelgroot bedrijf”)

MyMachine maakt het mogelijk voor kleine (en grote) kinderen om hun eigen droommachine te ontwikkelen. Kinderen uit het lager onderwijs bedenken een ‘machine’ die dan verder wordt uitgewerkt door hogeschoolstudenten om tenslotte te worden gerealiseerd door leerlingen uit het technisch onderwijs. Hoppop ontwikkelt en verkoopt originele babyproducten. Greenpan produceert ecologische kookpotten en pannen met een milieuvriendelijke antiaanbaklaag.
Meer informatie en contactgegevens zijn te vinden op hun respectieve websites:
www.mymachine.be
www.hoppop.eu
www.green-pan.com
De winnende bedrijven en instellingen geven blijk van uitstekend design management en kunnen gelden als navolgenswaardig voorbeeld voor Europese bedrijven.
De DME Award is een initiatief van het Design Management Europe Network (www.designmanagementeurope.com). Dat is een Europees onderzoeksproject dat een leidraad wil opstellen voor het gebruik van design in Europese KMO’s. Design Vlaanderen en Designregio Kortrijk zijn de Belgische promotoren in het DME Network en jaarlijks begeleiden ze de kandidaten in hun deelname aan de DME Award.

(12.10.2009) Het sanatorium Joseph Lemaire in Tombeek, "One of the 100 most endangered sites in the world", kan rekenen op internationale steun. Meer dan 1000 ondertekenaars uit 50 verschillende landen zetten mee kracht onder het internationaal verzoekschrift van de actiegroep "RedHetSanatorium". Na meer dan 20 jaar verwaarlozing moet een herbestemming gerealiseerd worden om het beschermde monument van zijn ondergang te redden.
De opname in de lijst van de `100 meest bedreigde sites ter wereld´ en de ondersteuning van het verzoekschrift door de internationale architectuur- en kunstwereld benadrukken hoe belangrijk het sanatorium op wereldvlak is. Ondertekenaars van gerenommeerde universiteiten, instituten en organisaties betuigen hun steun, onder wie afgevaardigden van nationale en internationale organisaties zoals het VAI, Docomomo, NAI, ICOMOS en Europa Nostra en verschillende vooraanstaande architecten onder wie de Vlaams Bouwmeester Marcel Smets, de Nederlander Herman Hertzberger en het architectenduo Paul Robrecht en Hilde Daem.
In het verzoekschrift ijvert RedHetSanatorium voor een duurzame herbestemming, die het omliggende natuurgebied respecteert en de waarde van het monument op sociaal, cultureel, architecturaal en historisch vlak bewaart. Ook het gedeeltelijk publieke karakter moet behouden blijven. Daarnaast wil RedHetSanatorium alle betrokken partijen stimuleren tot een proactieve samenwerking.
Een redding is er nog niet, wel hoop op een betere toekomst. Al enkele maanden werkt een projectontwikkelaar aan een herbestemming. Na vele jaren van getouwtrek en een stroeve communicatie tussen de verschillende partijen, lijkt het de goede richting uit te gaan. Toch zijn er heel wat problemen: de meer dan 20 jaar durende leegstand en de verschillende brandstichtingen hebben het gebouw in een alarmerende toestand gebracht. Een duurzame herbestemming dringt zich op, voordat het verval onomkeerbaar wordt.
Het sanatorium Lemaire van de architect Maxime Brunfaut opent onder internationale belangstelling in 1937. In 1987 sluit het zijn deuren, al snel volgt de bescherming als monument. Verschillende herbestemmingdossiers worden ingediend, maar steeds stuiten ze op verzet. Na 20 jaar van verwaarlozing start in 2007 de actie RedHetSanatorium. De vastgelopen dossiers worden opnieuw onder de aandacht gebracht en verschillende projectontwikkelaars hebben vorig jaar gewerkt aan een herbestemming. De huidige projectontwikkelaar - en nieuwe eigenaar - heeft de voorkeur gekregen van de gemeente en wil het sanatorium omvormen tot een rusthuis gekoppeld aan zorgflats. Een restaurant wordt voorzien om het semipublieke karakter te bewaren. Aanpassingen aan de hedendaagse normen en comforteisen zijn bepalend voor het uitzicht van het sanatorium. Ook een uitbreiding dringt zich op; hoe die zal worden uitgevoerd, staat nog ter discussie.
De herbestemming kost veel moed en inzet, maar in binnen- en buitenland is aangetoond dat zo’n project niet onmogelijk is.
info@redhetsanatorium.be - www.redhetsanatorium.be
(12.10.2009) Architectuurprijzen voor mooie gebouwen zijn er in overvloed, hoog tijd om het lelijkste gebouw te nomineren en af te breken. Via www.hetlelijkstegebouw.be kan u het lelijkste gebouw van België kiezen. De initiatiefnemer, afbraakspecialist Stallaert, biedt de eigenaar van het winnende gebouw de mogelijkheid om het met de grond gelijk te maken.
Het lelijkste land ter wereld
Veertig jaar nadat architect Renaat Braem in zijn pamflet Het lelijkste land ter wereld België omschreeft “als een door een krankzinnige bijeengenaaid lappendeken” en voor een “totale afbraak van de architecturale wildgroei” pleitte, voegt Groep Stallaert de daad bij het woord en roept elke Belg op om het lelijkste gebouw van het land te nomineren.
Nog tot 6 november 2009 kan iedereen een gebouw nomineren of op een reeds genomineerd gebouw stemmen. Stallaert biedt de eigenaar van het winnende gebouw de mogelijkheid om het door haar slopers te laten afbreken.
“Extra stimulans: het slopen en ontmantelen van leegstaande of verpauperde gebouwen wordt door de overheid fiscaal aangemoedigd”, aldus Sylvie De Maegd van Groep Jan Stallaert. “Veel gebouwen zijn vandaag aan het einde van hun levenscyclus omdat ze functioneel niet meer voldoen. Afbreken om beter te heropbouwen is de boodschap.”
Dat de lelijkste moge winnen
Elk gebouw kan meedingen naar de titel “Het lelijkste gebouw van België” : een typisch Vlaamse rijhuis, een Spaanse villa, een Zwitserse chalet, een strakke hypermoderne « blokkendoos », een fastfoodtent, een fermette, een minikasteeltje uit de chiquere buurt of een modernistische appartementsblok, een betonnen overheidsgebouw, een glazen kantoorgebouw, een barok herenhuis…

(5.10.2009) Vanaf 1 oktober 2009 zijn de erkende ondernemingsloketten flexibeler open en dus beter afgestemd op het leven van zelfstandigen. Minister van KMO’s en Zelfstandigen Sabine Laruelle ondertekende daarvoor een koninklijk besluit uit tot bepaling van de openingsuren van de erkende ondernemingsloketten.
Het besluit bepaalt dat:
erkende ondernemingsloketten minstens elke werkdag van 9 tot 12 uur open zijn voor het publiek;
erkende ondernemingsloketten minstens 30 uur per week open zijn voor bezoeken na afspraak;
erkende ondernemingsloketten voor een telefonische permanentie zorgen;
erkende ondernemingsloketten minstens een dag per week na afspraak open zijn tot 17 uur;
minstens de helft van de kantoren van de ondernemingsloketten ten minste één dag per week na afspraak open is tot 19 uur.
Met deze flexibeler openingsuren wil minister Laruelle ervoor zorgen dat ondernemingen en zelfstandigen gemakkelijker gebruik kunnen maken van de diensten die ondernemingsloketten aanbieden. Ze moeten ook de stap naar ondernemerschap vereenvoudigen en versnellen.
Een ondernemingsloket is een aanspreekpunt voor ondernemingen. Het voert taken uit waarvoor ondernemers vroeger met verschillende instanties contact moesten opnemen. Het loket vereenvoudigt dus het werk van bestaande ondernemers en maakt het voor beginnende ondernemers gemakkelijker om een activiteit te starten.
(5.10.2009) Op zondag 11 oktober 2009 organiseert het Vlaams Architectuurinstituut voor de vierde keer de Dag van de architectuur. Deze dag staat volledig in het teken van eigentijdse architectuur.
Onder het motto ‘Van uitzicht tot inzicht…. ‘ wil de Dag van de architectuur prikkelen om na te denken over de ‘meerwaarde’ van architectuur. Het is een uitnodiging om verder te gaan dan een eerste blik, om nieuwe inzichten te verwerven. Meerwaarde ontstaat wanneer de architectuur van het gebouw zijn omgeving opkrikt, de mensen in de buurt samenbrengt, een unieke ruimtelijke of esthetische ervaring ontstaat, een mijlpaal is in onze cultuurgeschiedenis, de ecologische voetafdruk reduceert…De bezoeker krijgt de kans om architectuur te ervaren, te bekijken en hierover van gedachten te wisselen.
Daarom worden er meer dan 75 gebouwen opengesteld, die het publiek vrij kan bezoeken van 10u tot 18u. In de namiddag is er elk uur een rondleiding in de opengestelde gebouwen. Daarnaast zijn er meer dan 25 stadsrondleidingen te voet, per fiets of bus die je op sleeptouw nemen langs markante architectuur of je de ambitieuze toekomstplannen van stadprojecten ontvouwen. Tal van randactiviteiten als lezingen, tentoonstellingen, debatten staan op het programma. Niet enkel op de dag zelf, maar ook tijdens de weken vóór of na vinden activiteiten rond hedendaagse architectuur plaats.
Meer info over het programma en alle praktische informatie: www.dagvandearchitectuur.be.
(28.9.2009) Voor de vierde keer op rij reikten Vlaams minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois en Vlaams Bouwmeester Marcel Smets de Prijs Bouwheer uit. De winnaars van deze editie zijn: Park Spoor Noord Antwerpen (initiatief van de stad Antwerpen), Sportcentrum De Boerekreek in Sint-Laureins (initiatief van de provincie Oost-Vlaanderen), de reconversie van de Picanolsite in Ieper (initiatief van de stad Ieper) – zie ook verder in deze niewsbrief “BURO II valt twee keer in de prijzen), de zevensprong in Nieuwkapelle (initiatief van de stad Diksmuide) en het restpaviljoen in het domein van het psychiatrisch ziekenhuis Sint-Norbertus in Duffel.
Met de prijs beloont de Vlaamse overheid opdrachtgevers van stedenbouwkundige, landschappelijke en architecturale projecten die via een geïntegreerde aanpak duurzame projecten tot stand brengen en die blijk geven van inspirerend opdrachtgeverschap.
In elk van de categorieën werden eveneens een aantal projecten genomineerd. In de categorie ‘Nieuwbouw’ viel die eer te beurt aan het cultuurcentrum Jonkershove van de gemeente Houthulst en het administratief centrum van het district Hoboken. In de categorie ‘Hergebruik en herbestemming’ erkende de jury ook de waarde van de twee genomineerden: het gerenoveerde stadhuis van de stad Menen en het administratief en cultureel centrum van de gemeente Zoersel.
De fiets- en voetgangersbrug in Knokke-Heist (een project van de Maritieme Dienstverlening en Kust) werd genomineerd in de categorie ‘Publieke ruimte’. De projecten die in de categorie ‘Kunst in opdracht’ werden genomineerd zijn: de integratie van kunstwerken bij de renovatie van het stadhuis door de stad Menen en de fontein ‘De’ Omwenteling op het marktplein van Ruddervoorde, ingediend door de gemeente Oostkamp.
Alle genomineerden en laureaten ontvangen een speciaal voor deze gelegenheid ontworpen kunstwerk van Johan De Wilde en een driedaagse buitenlandse studiereis naar Madrid in het voorjaar van 2010. Het logo PRIJS BOUWHEER 2009 kunnen zij gebruiken als keurmerk en herkenningsteken voor hun project. Bovendien worden alle genomineerde projecten voorgesteld in een speciale publicatie.
De Prijs stopt echter niet met de bekroning. De Vlaams Bouwmeester wil samen met de ‘bekroonde bouwheren’ (genomineerden en laureaten) een gemotiveerd team van ervaringsdeskundigen vormen, die het kwaliteitsbeleid mee uitstippelen en activiteiten organiseren waarbij ze hun knowhow publiek maken en delen met anderen.
“Dit jaar werden voor de Prijs Bouwheer 55 projecten ingediend, waarbij eenzelfde project voor verschillende categorieën in aanmerking kon komen”, aldus Vlaams Bouwmeester Marcel Smets. “Laureaten als Ieper en Diksmuide tonen aan dat het niet langer enkel grote steden zijn die kwaliteitsvolle, duurzame en geïntegreerde projecten realiseren. Dat is een evolutie die mij zeer optimistisch stemt”.
Het merendeel van de kandidaturen kwam uit de provincies Oost- en West-Vlaanderen en Antwerpen. De provincies Limburg en Vlaams-Brabant bleven wat achter qua inschrijvingen en vielen ook niet in de prijzen. Om een beter geografisch evenwicht in de kandidaturen te promoten adviseert de jury om in de toekomst specifieke dossiers op te vragen indien blijkt dat een aantal toonaangevende projecten uit Vlaanderen ontbreken.
(28.9.2009) Zowel de projecten ‘Picanolsite’ in Ieper, als het vakantieresort Mero Beach op één van de Carraïbische eilanden Dominica, vallen in september in de prijzen. De Picanolsite werd op de prijsuitreiking van de Prijs Bouwheer 2009 uitgeroepen tot laureaat in de categorie ‘hergebruik/herbestemming’ (zie ook elders in deze nieuwsbrief). De Prijs Bouwheer gaat uit van de Vlaamse overheid waarbij de Vlaamse Bouwmeester publieke opdrachtgevers wil begeleiden naar een hoogstaand stedenbouwkundig, landschappelijk en architecturaal kwaliteitsbeleid.
Picanolsite ‘Neerstad’ Ieper : weefgetouwenfabriek wordt cultuurfabriek
Mero Beach project, Dominica
Een ecologisch vakantieresort op Mero Beach in Dominica, naar een ontwerp van Salvatore Bono, Chief Design Officer bij BURO II. Het vakantieoord van 22.000m² is gesitueerd langs de Mero Beach op de westkust van Dominica. Mero Beach is één van de belangrijkste kusten op het eiland en heeft belangrijke sociale en ecologische
eigenschappen. Het nieuwe vakantieoord stelt een duurzame benadering van het project voorop. Het doel van het project is een dialoog te creëren met de bestaande natuur en het dorp.
(28.9.2009) De gids Design in Belgium 2010 bevat dit jaar 432 adressen in heel België die de hedendaagse en vintage design in de schijnwerpers plaatsen. Winkels die gespecialiseerd zijn in meubilair, accessoires en hedendaagse lampen vormen uiteraard de onontkoombare basis, maar de gids bevat eveneens boetieks, bars, restaurants, hotels en andere bijzondere plaatsen waar creativiteit en vernieuwing gestalte krijgen doorheen de vormgeving, het decor of het concept op zich. Bij wijze van inleiding heeft de redactie een selectie producten van Belgische ontwerpers uitgelicht die in het afgelopen jaar van zich lieten horen in de pers, beurzen of ateliers.
Auteur : Marie Pok - talen : Fr/Nl/Eng (1 editie) - formaat : 148,5 x 210 mm – 300 pagina’s prijs: € 9 (dagblad- en boekenwinkels in België) - www.designinbelgium.be
(22.9.2009) Nog niet zo lang geleden richtten enkele enthousiaste jonge ontwerpers, uit verschillende Antwerpse architectenbureaus, Antwerp Architects vzw op. Deze vereniging heeft als doel het promoten van de Antwerpse architectuurscene. Openingsactiviteit is een architectuur- en kunstkwis.
Op termijn hopen de Antwerp Architects door het organiseren van evenementen-lezingen-tentoonstellingen-wandelingen-trips-workshops-nocturnes een ruim forum te creëren voor iedereen die in de ruimste zin geïnteresseerd is in architectuur.
Openingsactiviteit
Op vrijdag 23 oktober vindt ‘De Grote Architectuur- en Kunstquiz 2009’ plaats, de allereerste architectuurquiz in België. Voor deze activiteit zal een bijzondere locatie helemaal voor de gelegenheid ingericht worden: een kerk in de Provinciestraat in Antwerpen. Enerzijds een meer ludieke gebeurtenis om voor de eerste keer kennis te maken met het publiek. Anderzijds willen de Antwerp Architects deze prachtige kerk met kloostertuin in hartje Antwerpen, die met afbraak bedreigd is, meer bekendheid geven.
Bart Mermans van Antwerp Architects: “Het wordt geen kwis waar we op drieste wijze naar de encyclopedische kennis van de kwissers peilen. Het moet interessante weetjes opleveren en vooral een gezellige avond worden. We laten niets aan het toeval over. We zorgen voor een aangename infrastructuur en een sfeervolle verlichting. Het moet naar meer smaken….”
Een tweede activiteit van de Antwerp Architects ligt nog niet concreet vast. Daar wordt volop aan gewerkt.
Praktisch: de Grote Architectuur- & Kunstquiz 2009 - 1ste prijs: boekenbon ter waarde van € 250 - gepresenteerd door Piet Lombaerde - vrijdag 23 oktober 2009 - Kerk, Provinciestraat 112, Antwerpen - ontvangst vanaf 19u / start quiz om 20u - inschrijving : € 25
€ per ploeg (max.5 deelnemers per ploeg) - mail naar david@antwerparchitects.be voor inschrijvingen – parking (betalend) vlakbij - www.antwerparchitects.be.

(22.9.2009) Architecten Johan Bosschem (S.A.R. architecten, Gent) en Jan De Vloed (Architektenburo De Vloed, Destelbergen) werden met hun realisatie van de hogeschoolcampus KHBO Campus Brugge genomineerd voor het World Architecture Festival Award 2009 (WAF) in de categorie “Learning”. In een andere categorie “Office (mixed use)” staat als enige Vlaamse project het VDAB-gebouw in Sint-Niklaas door BOB361 op de shortlist.
Vanuit 81 verschillende landen werden meer dan 630 gebouwen en projecten ingezonden in verschillende categorieën. De internationale jury nomineerde de KHBO Campus Brugge voor de WAF award shortlist in de categorie ‘Learning’. In deze omvangrijke categorie is de KHBO-campus het enige Belgisch project. Op 6 november kiest een internationale jury op het World Architecture Festival te Barcelona de winnaar.
Met de realisatie van de nieuwe Campus Brugge centraliseerde de KHBO haar onderwijsactiviteiten die verspreid waren over Brugs grondgebied: de departementen Lerarenopleiding, Gezondheidszorg en Handelswetenschappen & Bedrijfskunde, en de algemene directie en centrale diensten.
Het centrale atrium met grote onthaalruimte is dé ontmoetingsplaats voor studenten en personeel, met ruime trappen en open gaanderijen waarin deels afgescheiden studie-eilanden zijn geïntegreerd. Dit laatste moet de ontmoetingsfunctie en het ruimtegebruik maximaliseren.
De grote bibliotheek met studielandschap en Spellenarchief beslaat twee verdiepingen en kan nog uitgebreid worden met een derde verdieping. Het is het centrum van kennis en competentie en is heel wat ruimer opgevat dan de klassieke bibliotheek. Door de opvallende glaspartij, kant Expresweg, is dit meteen ook het architecturale uitstalraam van de nieuwe campus.
Daarnaast zijn er drie auditoria met resp. 350 en tweemaal 150 zitplaatsen, van elkaar gescheiden met verplaatsbare akoestische wanden. Wanneer deze wanden weggeschoven worden, ontstaat er één indrukwekkend groot auditorium met 650 zitplaatsen, meteen een belangrijke aanwinst voor de congresinfrastructuur in Brugge .
De cafetaria met een capaciteit voor 500 plaatsen, uitgevend op een terras, kan bovendien worden gebruikt als receptieruimte. De auditoria met cafetaria kunnen helemaal worden afgesloten van de rest van de campus zodat het gemakkelijk door derden kan worden gebruikt. Daarmee speelt de KHBO meteen ook in op de nood aan congresruimte in Brugge. De hele buitenruimte is trouwens opgevat als een grote ontmoetingsplaats, vandaar dat er veel aandacht wordt besteed aan de aanleg van groen en zitblokken.
bron: KHBO, Brugge
www.worldarchitecturefestival.com

(22.9.2009) De Vlaamse mandatarissen van de Orde van Architecten kozen op hun Algemene Vergadering in Leuven met een overdonderende meerderheid voor de oprichting van een autonome Vlaamse Orde. Ze willen daarbij het nationaal model verlaten met het oog op een efficiëntere werking (88% stemmen voor, slechts 6% tegen). Een overgrote meerderheid wil een Vlaamse Orde die valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap, in plaats van onder de federale minister van Middenstand. Dit heeft te maken met het feit dat een aantal thema’s zoals ruimtelijke ordening, onderwijs, cultuur ook al een tijd een Vlaamse aangelegenheid zijn. Op die manier zouden het beleid en de werking van een (Vlaamse) Orde van Architecten beter op elkaar afgestemd worden.
Voor nationale en internationale aangelegenheden is men wel vragende partij om met de Frans-/Duitstalige Gemeenschap overlegprocedures vast te leggen. Helemaal in tegenstelling met deze wending vragen de Waalse architecten dan weer om een aantal bevoegdheden – o.m. de communicatiestructuren - van de orde die eerder al opgesplitst waren, opnieuw federaal te maken. Volgens de Vlaamse kant van de Orde kan daarvan geen sprake zijn. Hun stelling is dat de Nationale Orde geen beslissingen meer kan nemen zonder een akkoord van de Vlaamse Raad.
(22.9.2009) De Dynamo Award 2009 werd vorige week uitgereikt aan Amandine Senny, na een beslissing van de jury voorgezeten door Olivier Gilson. “De algemene opinie is dat Dynamo 2009 een zeer sterke editie was”.
Dynamo is gewijd aan jonge Belgische creaties van meubels en voorwerpen, en is een organisatie van de vzw "Designed in Brussels" en haar oprichter Olivier Gilson. Deze nationale wedstrijd wil designers onder de 35 jaar die Belg zijn of minstens 4 jaar in België werken in de bloemetjes zetten vanwege hun creatieve aanpak. Ze staat open voor designers van voorwerpen en meubels, maar ook voor industriële designers. Op die manier kon Dynamo al vijftigtal talentvolle designers in de kijker zetten, zoals Lucile Soufflet, Bram Boo, Elric Petit, Sylvain Willenz, Benoit Deneufbourg, Marina Bauthier, Nathalie Dewez, Olivier Berghmans, Christiane Högner, Charlotte Lancelot, Gauthier Poulain, Maarten De Ceulaer.
Nog tot 4 oktober 2009 - Architectuurmuseum De Loge - Kluisstraat 86 - 1050 Brussel - www.aam.be - www.dynamodesign.be - open van dinsdag tot zondag van 12u tot 18u, woensdag tot 21u.
(15.9.2009) De Gentse Sint-Baafskathedraal heeft met de aankoop van 800 exemplaren van de .03 stoel ontworpen door Maarten Van Severen blijkbaar een controversiële zet gedaan. De parochie is niet verdeeld gelukkig omwille van de hoge kostprijs van de stoelen. De 200 000 euro die de investering heeft gekost zijn een beetje van het goede te veel, vinden een aantal kerkgangers. Ze menen dat het geld beter zou besteed worden aan goede doelen.
Dat is echter niet de mening van de rector van de Sint-Baafs-Kathedraal, Ludo Collin. Die vindt de aankoop meer dan verantwoord, gezien de reputatie van de Sint-Baafskathedraal, waarin kunstwerken als Het Lam Gods en andere toppers bewaard worden, wat de kathedraal tot een belangrijke toeristische trekpleister maakt. Bovendien wordt de kathedraal vaak gebruikt als concertzaal, onder meer voor concerten in het kader van het Festival van Vlaanderen.
Nieuw kost de stoel .03 421 euro, maar door de gezamenlijke aankoop kreeg de Sint-Baafs een fikse korting, waardoor de prijs per stoel zakte naar 250 euro. “De stoelen moeten dan ook veertig jaar meegaan en stapelbaar zijn,” aldus nog de rector, die ook veel belang hecht aan het zitcomfort. De oude kerkstoelen uit 1967 waren tot op de draad versleten. Voorstanders zijn dan weer blij met het hedendaagse, maar vrij neutrale design van de stoelen, waardoor ze goed in de kathedraal passen.
Bron: De Gentenaar (Ann Braeckman en Karel Van Keymeulen)
(15.9.2009) Victor Hunt is de merkpersoonlijkheid van Alexis Ryngaert, een jonge Belgische designverzamelaar die de meest vooraanstaande en zeldzame 21ste-eeuwse afstudeerprojecten, prototypes en werken met beperkte oplage van opkomende jonge designers uit de hele wereld opspoort en verzamelt en ze bekendmaakt bij het publiek.
Bij het opstellen van zijn definitieve collectie bouwt Ryngaert ook aan een nieuw concept van een winkelservice voor designmeubels dat steunt op het idee van guerrillagalerieën. Dit wil zeggen dat de gekozen werken op aparte en originele locaties worden tentoongesteld om de aandacht van het publiek te trekken. Het uiteindelijke doel van Victor Hunt is de uitbreidende evolutie van meubeldesign weer te geven. Zijn collectie werd in de loop van 2008 samengesteld en wordt vanaf 2009 tentoongesteld aan het publiek, binnen het hierboven genoemde concept van guerrilla-galerie en sociale netwerken.
The Hunt Storage, Rotterdamsestraat 61, 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Brussel. Dagelijks open van 17u tot 19u tussen 20 en 30 september –
www.victor-hunt.com
(9.9.09) Een oude werkmanswoning in Affligem, uitgebreid met een zwevende stalen constructie met ingenieus plat dak werd uitgeroepen tot winnend project in een architectuurwedstrijd uitgeschreven door platdakspecialist Derbigum. De jury was meteen gewonnen voor het project van architectenbureau van de voorde-piffet.architecten uit Elingen. Zij wonnen de architectuurwedstrijd die Derbigum uitschreef om innovatieve platte daken in de kijker te zetten. Ze kregen een cheque van 2 000 euro overhandigd én de legendarische Egg Chair van Arne Jacobsen.
Naar aanleiding van de nieuwe dakbedekking Derbibrite nt® – een wit, energiebesparend warmteschild – schreef Derbigum een architectuurwedstrijd uit die in april 2009 afliep. Met hun project in Affligem wist het bureau van de voorde-piffet.architecten de jury unaniem te overtuigen. Ze breidden een oude werkmanswoning met klassieke indeling uit. Aan de woning waren verschillende bijgebouwen gekoppeld, maar de slechte staat ervan maakte het niet mogelijk om verder te bouwen op deze structuur. Roland Piffet: “We hebben gekozen om een
nieuw volume te plaatsen naast de woning. De aparte leefruimte van 50 m² kent geen indeling en vormt één open ruimte. Een zwevende stalen constructie waarvan de kopse zijden dragend en volledig gesloten zijn, vormt de eigenlijke uitbreiding. Door met het daksysteem in de lange richting te werken – in plaats van de korte richting zoals gebruikelijk – krijg je twee gevels die helemaal vrij zijn van structuren. Deze twee glazen gevels zorgen voor een weids uitzicht. Anderzijds zijn de profielplaten atypisch gebruikt. De acht meter lange dakplaat is opgebouwd uit standaardprofielplaten die ruggelings aan elkaar gerivetteerd zijn om zo lange, zelfdragende kokers te vormen.”
Een idee dat de jury meteen aansprak. Jurylid en architect Edilbert Haentjens: “Via een ingenieuze dakconstructie met geplooide dakprofielplaten is men erin geslaagd om visueel een minimale dakdikte te creëren. Het lijkt alsof het dak niet meer is dan een glasplaat. Anderzijds was de jury te vinden voor de combinatie van een nieuwe, gedurfde architectuur versus de oude werkmanswoning.”
De professionele jury bestond uit Edilbert Haentjens (deskundig architect CIEA), Gunther Guinée (hoofdredacteur Roof Belgium) en Maurizio Cohen (architect, professor Universiteit Gent). De winnaar werd gekozen onder toezicht van gerechtsdeurwaarder Frank Spruyt.
(9.9.09) Op zondag 13 september wordt voor de 21ste keer Open Monumentendag georganiseerd. De schijnwerpers zijn tijdens deze editie gericht op het zorgpatrimonium en het thema brengt ook dit jaar heel wat grote en kleine verrassingen met zich mee. Soms wordt slechts een tipje van de sluier gelicht, soms geeft het monument al zijn geheimen prijs.
Zorg voor zieken, armen, kinderen en ouderen is van alle tijden en toont zich in uiteenlopende dimensies. Het programma varieert van piepkleine kapelletjes op plaatsen waar volgens de overlevering lang geleden miraculeuze genezingen geschiedden tot statige hospitalen waar eeuwenlang mensen kwamen en gingen. De zowat 550 monumenten in het programma zijn de stille archeologische, bouwkundige en landschappelijke getuigen van de zorg voor mens en maatschappij door de eeuwen heen. Bijna evenveel activiteiten laten jong en oud op een leuke manier kennismaken met onze zorgmonumenten.
Monument in de actualiteit
Omdat Open Monumentendag, als groots onroerend erfgoedfeest, het uitgelezen moment is om monumentenzorg te belichten, is sinds 2007 de categorie ‘Monument in de actualiteit’ in het leven geroepen. Dit zijn monumenten, archeologische sites of landschappen die bedreigd, recent gerestaureerd, recent herbestemd, recent opgegraven, in restauratie of voor het laatst te bezoeken zijn voor restauratie en niet meteen aansluiting vinden bij het thema. In het Monumentenmagazine kan men deze gemakkelijk terugvinden aan de hand van het roze label.
Jongeren
Dit jaar is Open Monumentendag er meer dan ooit ook voor jongeren. In het Monumentenmagazine is een jongerenbijlage opgenomen met spelletjes en weetjes over de jongerenprojecten van Open Monumentendag (Erfgoed Leeft!, OMDjunior en JEFmoNUment). Op Open Monumentendag zelf worden al heel wat activiteiten op maat van kinderen en gezinnen georganiseerd. Daarnaast lopen nog drie andere jongerenprojecten: JEFmoNument is een fotoproject in samenwerking met FotoMuseum Provincie Antwerpen waarbij fotografie en erfgoedbeleving op een boeiende manier worden gekoppeld. Jongeren en kinderen worden aangemoedigd om monumenten te fotograferen en deel te nemen aan de fotowedstrijd. Ze staan er niet alleen voor: tips & tricks helpen hen verder en op Open Monumentendag zelf wordt in het fotomuseum een workshop georganiseerd.
OMDjunior is een vaste waarde in veel schoolagenda’s. De week na Open Monumentendag stellen een heleboel monumenten nogmaals hun deuren open en organiseren de Lokale Comités er activiteiten op maat van de klas. Erfgoed Leeft! is een lessenpakket, ontwikkeld door Europa Nostra Belgium in samenwerking met Open Monumentendag Vlaanderen en het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE), om kinderen van de laatste graad van het lager onderwijs in te wijden in de wereld van het erfgoed. Aan de hand van opdrachten leren de kinderen kijken, begrijpen en appreciëren. Het lessenpakket biedt tien kantenklare lessen en is gebaseerd op het boekje ‘Zal het atomium er nog staan als ik groot ben?’.
Praktisch
Het Monumentenmagazine met daarin het hele programma ligt ter beschikking in de Toeristische Diensten, de VVV’s, openbare bibliotheken, Fnac-filialen, Standaard Boekhandels, Lijnwinkels en KBC-kantoren. Online vindt u het volledige programma mét updates op www.openmonumenten.be. Op deze website kunnen Open Monumentendag-bezoekers ook terecht voor de nieuwe ‘OMD in jouw buurt’-zoekfunctionaliteit waarbij alle monumenten en activiteiten worden aangegeven binnen een straal van 10 kilometer van een plaats naar keuze.
(24.8.2009) Het MuHKA nodigt kunstenaar Enrico David uit om een werk te creëren voor de buitengevel van het museum. Enrico David (°1966, Ancona, Italië) woont en werkt in Londen en is één van de vier genomineerden voor de prestigieuze Turner Prize 2009. De kunstenaar beperkt zich niet tot één medium. Zijn werk bestaat uit tekeningen, gouaches, schilderijen, sculpturen en installaties. David maakt vaak gebruik van materialen en motieven die associaties oproepen met traditioneel handwerk, het modernistische design van de jaren ’20 en ’30, de commedia dell’arte en andere kunsthistorische bronnen. Vooral bekend zijn gestileerde, theatrale, extravagante figuren die optreden in erotisch en tragikomisch aandoende scènes.
Enrico David studeerde schone kunsten aan Central St. Martins in London. Zijn werk was internationaal al veelvuldig te zien: onder andere tijdens de Biënnale van Venetië in 2003, in galerij Wieland te Berlijn, in het Wattis Institute for Contemporary Arts te San Francisco en in het Kunstverein te Braunschweig. In 2005 creëerde David een belangrijk werk Chicken Man Gong voor de Art Now reeks van Tate Britain. Het werk is zowel een openbaar kunstwerk, als een ritueel instrument. In 2007 vindt een solotentoonstelling van hem plaats in Institute of Contemporary Arts te Londen.
Op 10 september 2009 wordt het kunstwerk op de gevel van het MuHKA feestelijk onthuld.
Andere evenementen t.g.v. de seizoens-heropening op 10 september zijn de collectie XXIV Europalia.China (10.9.2009-21.02.2010) en TEXTILES - Kunst en het sociale weefsel (10.9.2009 – 3.1.2010).
Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen - Waalsekaai 47, 2000 Antwerpen, België - 03/260 99 99 - info@muhka.be - www.muhka.be
(24.8.2009) Isoterra organiseert een onderzoek naar het energieverbruik en de CO2-uitstoot van alle Belgische woningen via een enquête op haar website. De Grote Doorlichting staat nu online op www.isoterra.be. Onder de correct ingevulde enquêtes worden 50 woningen nader onderzocht en onderworpen aan een energieaudit ter waarde van €500. Als vervolg op de CO2-studie “Opties voor reductie van de CO2-uitstoot in de woningsector”, lanceert Isoterra nu een nieuw initiatief. In samenwerking met de Provinciale Hogeschool Limburg en 3E, een expert in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, is de Grote Doorlichting ontwikkeld. Deze enquête op basis van de vragenlijst van het Energie Prestatie Certificaat (EPC) verzamelt informatie over het energieverbruik van het Belgisch woningbestand. Daarnaast geeft die informatie inzicht in de totale CO2-uitstoot van alle Belgische woningen. De resultaten van dit brede onderzoek worden later dit jaar gepubliceerd. Wordt dus vervolgd.
Hoe werkt het?
De Grote Doorlichting is te vinden op de website van Isoterra (www.isoterra.be). Door alle vragen te beantwoorden, behaalt de deelnemer een score die aangeeft hoe energiezuinig de woning is. Maar er is meer, want op basis van de informatie die Isoterra ontvangt, worden een aantal woningen aan een verder onderzoek onderworpen, en de eigenaar van de woning in kwestie ontvangt een kopie van het auditverslag.
Er zullen in totaal 50 energieaudits worden uitgevoerd op kosten van Isoterra, evenwichtig gespreid over de verschillende regio’s en types woningen. Ze worden uitgevoerd door een erkende energieadviseur op basis van de energieadviesprocedure (EAP), die aangeeft waar, hoeveel en op welke manier er energie in een woning bespaard kan worden. Dubbele winst dus!
Over Isoterra
ISOTERRA werd voor het eerst aan het grote publiek voorgesteld tijdens Batibouw 2006. Het is een gezamenlijk initiatief van een aantal prominente ondernemingen in de bouwsector die zich bewust zijn van de noodzaak om een inspanning te leveren om de CO2-uitstoot van woningen te verminderen. ISOTERRA wil informatie verschaffen aan het publiek, maar ook de overheid bijstaan op dit terrein, bijdragen tot doelgerichte subsidieprogramma’s, meewerken aan de aanpassing van de bouwnormen en het onderzoek aanmoedigen.
(24.8.2009) De hoofdzetel van het bedrijf Renson in Waregem (België), een ontwerp van Jo Crepain, kreeg de ‘Green Good DesignTM’ award 2009 in de categorie architectuur. Het European Centre for Architecture Art Design and Urban Studies en het Chicago Athenaeum – Museum of Architecture and Design kozen het innovatieve gebouw voor zijn gezond en milieubewust ontwerp. Het gebouw werd ontwikkeld door architect Jo Crepain en studiebureau VK Engineering. Dit elegante kantoorpand op stelten langs de autoweg Gent-Kortrijk combineert een innovatieve bedrijfsarchitectuur met milieuvriendelijke hedendaagse technologie en met aandacht voor de gezondheid van de werknemers. Renson bouwde zijn landschapskantoor volgens het Healthy Building Concept, dat er in bestaat het gebouw op een 100 % natuurlijke wijze te ventileren en te koelen: energiezuinig en milieubewust. Dit energiezuinige concept streeft naar een comfortabel en zuurstofrijk binnenklimaat in conformiteit met het Kyoto protocol en biedt een alternatief voor de airco die de energiefactuur gevoelig laat stijgen en bovendien vaak tot gezondheidsklachten leidt.
De combinatie van natuurlijke basisventilatie, Night Cooling en buitenzonwering resulteren in een stijging van de productiviteit en het rendement van de mensen die in het gebouw leven en werken en een energiebesparing van 50% in vergelijking met andere soortgelijke gebouwen zonder het Healthy Building Concept.
De ‘Green Good DesignTM’ awards zijn bedoeld om het Modernisme te promoten aan een breed publiek. Ze zetten o.a. bedrijven, instanties en mensen in de kijker die constant streven naar innovatie en superieur design, maar ook oog hebben voor het milieu - energiebesparing, vermindering van giftig afval en de gezondheid van de mens. Andere winnaars zijn Mercedes Benz (F700 Concept Car), Whirlpool (Duet Washer & Dryer), het hoofdkwartier van het World Wildlife Fund, …
Het ontwerp van Jo Crepain is in het verleden al vaker in de architectuur- en energieprijzen gevallen, waaronder de Aluminium Award (Nederland) en de Electrabel Energy Award (België). Bekijk ook de andere winnaars van een ‘Green Good DesignTM’ award op www.europeanarch.eu. Voor meer informatie omtrent het ‘Green Good DesignTM’ programma: www.chi-athenaeum.org.
(17.8.2009) De Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel, BAM, lanceerde eind juli een persbericht waarin ze oproept tot een geïntegreerde aanpak van de ruimtelijke ontwikkeling rond Antwerpen. “Het hoge niveau van geïntegreerde ruimtelijke ontwikkeling waarmee de Oosterweelverbinding uitpakt zowel op Linker- als Rechteroever moet kunnen doorgetrokken worden over de grenzen van het project. Alleen zo maken we kans om bestaande barrières weg te werken. Een nieuwe uitdaging die BAM samen met de stad Antwerpen wil aangaan.”

“In de weekendkrant van De Standaard van 27 juni ll. komen de architecten van de Oosterweelverbinding opnieuw in beeld. Gedurende jaren hebben zij met hart en ziel gewerkt aan het ontwerp voor het rondmaken van de Antwerpse ring om het geheel succesvol te kunnen integreren in de bestaande situatie, zowel in natuurgebied als in stedelijk weefsel. ‘Eigenlijk gaat het erom hoe je de uitdaging van zo'n infrastructuurwerk ombouwt tot een kans,' zegt Chris Poulissen in het interview.
En dat dit project kansen creëert, daar zijn de architecten het volmondig over eens. Zowel de nieuwe groene ruimtes op Linkeroever, als de vorm en positionering van de brug op Rechteroever zijn een voorbeeld van geïntegreerde ruimtelijke ontwikkeling van het hele gebied, waar iedereen wel bij vaart. Diezelfde ambitie en datzelfde hoge niveau moeten we kunnen doortrekken buiten de krijtlijnen van het Oosterweelproject.
BAM volgt deze redenering ten volle en doet een oproep om samen met de Stad te werken aan een integrale oplossing voor de zone rond het viaduct ter hoogte van Deurne en Merksem. De ontwerpers van Noriant hebben met hun zogenaamde Dokkensingel reeds een eerste aanzet gegeven. 'Laat ons daarom opnieuw rond de tafel gaan zitten en nagaan hoe we kansen kunnen creëren voor de ruimtelijke ontwikkeling van het hele gebied', zegt Jan Van Rensbergen, Algemeen Manager van BAM. ' Dit sluit naadloos aan bij de plannen voor de strategische ruimte 'Groene Singel', waar BAM en Stad reeds op 9 juni een samenwerkingsovereenkomst voor ondertekenden. Eenmaal de Stad op 8 juli kennis heeft genomen van de nieuwe studie van ARUP-SUM en de voor- en nadelen heeft kunnen afwegen, is het tijd om de koppen opnieuw bij elkaar te steken.'
BAM blijft er meer dan ooit van overtuigd dat zij de meest optimale oplossing aanbiedt om de mobiliteitsknoop te ontwarren en de stedelijke leefbaarheid te verhogen. “Laat ons er nu samen werk van maken om dit ambitieniveau door te trekken over de projectgrenzen heen en een totaaloplossing te bieden voor Antwerpen.”
Voor meer informatie over BAM is er de webstek www.bamnv.be. Voor info over de projecten van het Masterplan Antwerpen kan men gratis bellen 1700 (elke werkdag van 9 tot 19 uur) of kan men de webstek www.antwerken.be raadplegen.
(23.6.2009) De Dynamo Belgian Young Design Awards is een initiatief van Olivier Gilson in samenwerking met de vzw Designed in Brussels. Designers kunnen zich tot 15 juli 2009 inschrijven. Op 16 september worden de winnaars bekend gemaakt. Hun werken worden tentoongesteld en de winnende designer krijgt een stage bij Boisbuchet aangeboden door Vitra en in samenwerking met het Centre Georges Pompidou.
Sinds 2001 kon dankzij deze prijs, die helemaal in het teken staat van jong Belgisch ontwerptalent voor meubels en objecten, een zestigtal designers op de voorgrond treden.
De Dynamoprijs wil een springplank zijn voor de deelnemers van deze wedstrijd en een podium bieden voor de creativiteit, de knowhow en het potentieel van de nieuwe generatie Belgische designers.
Op middellange termijn wil de Dynamo Belgian Young Design Awards een Europese referentie worden én een dynamiek tussen verschillende landen op gang trekken. De tentoonstelling van de laureaten moet kunnen worden geëxporteerd naar andere plaatsen waar de Europese creativiteit wordt gepromoot, en laureaten van andere Europese ontwerpprijzen inspireren.
De Dynamo Belgian Young Design Awards is een unieke gelegenheid voor elke deelnemende designer:
De kandidaat moet zijn deelnemingsdossier opsturen naar Designed in Brussels, Lakenstraat 99, 1000 Brussel, uiterlijk op 15 juli 2009, waarbij de postzegel als bewijs geldt. Prijsuitreiking en vernissage op 16 september 2009 in het architectuurmuseum De Loge, Kluisstraat 86, 1050 Brussel. Expositie van 16 september t.e.m. 4 oktober 2009. De winnaar krijgt een stage bij Boisbuchet aangeboden door Vitra en in samenwerking met het Centre Georges Pompidou.
Info: Olivier Gilson 0477/37.95.80 of via info@designedinbrussels.be
Negen handelszaken in Brussel wonnen de Commerce Design Brussels Award 2009. 1 Van hen is uw favoriet. Laat ons weten wie en win....
Commerce Design Brussels is een wedstrijd die uitzonderlijk design van het interieur en de buitenkant van handelszaken wil belonen. Daarnaast wil Commerce Design Brussels het talent van designers, architecten en interieurarchitecten die actief zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de bloemen zetten.
Stem online tot 31/07/2009 via www.commercedesignbrussels.be.
(6.6.2009) Het bedrijf Rentel, een samenwerking tussen energieproducent Electrawinds uit Oostende en Rent-A-Port uit Antwerpen gaat ten zuidwesten van de zandbank Schaar in een gebied van 18,4 vierkante kilometer 48 windturbines installeren.
Het heeft daarvoor een concessievergunning over 30 jaar ontvangen van de federale overheid. Het nieuwe turbinepark komt tussen de reeds vergunde projecten van C-Power en Eldepasco. De nieuwe concessie ligt 31 kilometer voor de kust. Het is een gebied tussen twee zandbanken.
Volgens de studies van Rentel zijn 48 turbines mogelijk. Ze zullen een individueel vermogen hebben van minstens 6 Megawatt. Het totaal geïnstalleerde vermogen wordt op 288 Megawatt vastgelegd. 37 MW is additioneel voorzien voor andere vormen van duurzame energieproductie. Concreet wordt gedacht aan energie afkomstig uit de stroming.
Bron: De Morgen
(6.6.2009) De Godecharle Prijs lauwert drie kunstenaars, voor beeldhouwkunst, schilderkunst en architectuur. In de categorie architectuur werd Chloé De Wolf met het project “De Droom-o-theek” de winnaar. De twee andere kandidaten in deze categorie waren Jeroen Beerten en Denis Glauden. Zij kregen als opdracht “Heterotopias: een uitdaging voor de echte én de mythische ruimte waarin wij leven.”
De jury bestond uit voorzitter Eric Philippe (Genval Architecture), Li Mei Tsien (Société Centrale d’Architecture de Belgique – doelgroep jongeren), Serge Roose (voorzitter Société Centrale d’Architecture de Belgique), David Van Severen (Office) et Marnix Verstraeten.
De twee andere laureaten van de editie 2009 zijn Steve Dehoux uit Brussel voor zijn beeldhouwwerken getiteld “Cube Tree” en “Urban Tree” en Anna-Maija Rissanen (Brussel) voor de schilderijen “De Eb”, “Herinnering aan Bretagne” en “Berg”. Elke laureaat krijgt een geldbedrag van 5 000 euro.
De Droom-o-theek
Chloé De Wolf: “De Droom-o-theek is een oord dat mogelijkheden kan doen ontstaan door een stelsel van droomuitwisseling en netverbinding tussen personen. Door zijn strategische ligging midden in de Bosporus van Istanboel, op de grens tussen Azië en Europa, en door zijn eeuwenoude geschiedenis is het een plaats met een sterke symbolische en relationele betekenis. De Droom-o-theek wil een forum zijn waar individuen elkaar kunnen ontmoeten in een sfeer van openheid. Net daarom is dat oord enkel toegankelijk via twee lange hang-loopbruggen voor fietsers en voetgangers. Het zijn lichte bruggen die het oord met de oevers van beide continenten verbinden. De Droom-o-theek is een luchtbel, los van alle grens- en cultuurkwesties. De inhoud ervan wil een mooi geschenk zijn voor de komende generaties.
De Droom-o-theek moet een krachtig symbool zijn door een poëtische en meeslepende architectuur. Het komt tot stand door toedoen van de voorbijgangers, die ertoe uitgenodigd worden hun dromen neer te schrijven (registreren) via een daartoe bestemde geïnformatiseerde ruimte die ze automatisch in verschillende talen vertaalt. De collectie dromen kan overigens zowel ter plekke als per internet ingekeken worden. De Droom-o-theek bestaat uit een reusachtige hal waarop de zinnen wisselvallig en in verschillende talen worden geprojecteerd zodat daardoor dit kruispunt van culturen en mensen in het licht wordt gesteld. In die hal hangen ook, aan zeer hoge touwen, een reeks schommels die onvermijdelijk een vrolijke en speelse toets geven om nog meer uitwisseling tot stand te brengen.
De Droom-o-theek is tegelijk een poëtische en bouwkundige actie in een heden dat dringend op zoek is naar verbeelding en mens en milieu met elkaar in verbinding brengt. Het wordt niet enkel maar “ding” maar “verhouding”. Het is een architectuur van bevrijding. Mijn opzet is poëtisch, positief en politiek. Frisse lucht geven aan de toekomst.”
Organisatie: Commissie voor Studiebeurzenstichtingen van Brabant – www.godecharle.be
(6.6.2009) Het Musée Magritte Museum aan het Koningsplein in Brussel is sinds begin juni open voor publiek. Het is het eerste museum van een dergelijke omvang dat aan één van de beroemdste kunstenaars van de 20ste eeuw is gewijd, en tevens de plaats waar ’s werelds grootste collectie van Magritte voor het eerst zal worden getoond.
Deze nieuwe culturele en toeristische trekpleister van België kwam tot stand in een partnerschap van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) met de Stichting Magritte, de Regie der Gebouwen, het Federaal Wetenschapsbeleid en de GDF SUEZ Groep die het museum realiseerde dankzij een onuitgegeven competentiemecenaat in België.
Een prestigieus eerbetoon aan Magritte
Het project werd in minder dan één jaar uitgevoerd door de teams van GDF SUEZ, in samenwerking met de Regie der Gebouwen. Het werd gesymboliseerd door een reusachtig gevelzeil, geïnspireerd op ‘Het rijk der lichten’. Het hotel Altenloh, een neoclassistisch gebouw aan het Koningsplein, werd tot een hedendaags referentiemuseum omgebouwd. In een moderne en pedagogisch verantwoorde museografie onthullen de KMSKB en de Magritte Stichting ’s werelds grootste Magritte-collectie op een oppervlakte van 2 500 m² en verspreid over 5 niveaus. 250 werken en uitzonderlijke archieven worden voor het eerst als één geheel aan het publiek getoond. Ze worden met elkaar in verband gebracht via verschillende niveaus van chronologische en thematische lezingen.
Bron: www.musee-magritte-museum.be
Op donderdag 28 mei bracht FISA partners, exposanten, vakgenoten en leden van de pers uit de bouwsector bijeen op de BATIBOUW Building Lunch. Deze lunches worden tweemaal per jaar georganiseerd met de doelstelling om van BATIBOUW een permanent forum voor de bouwindustrie te maken.
In zijn openingsspeech prees Algemeen Directeur van FISA Geert Maes gastspreker Jean-Yves Del Forno, verantwoordelijke van de cel kunstwerken van het Luikse studiebureau Greisch, voor het fantastische werk dat zijn bureau in de afgelopen jaren heeft geleverd. “Het bedrijf is in een twintigtal jaar een mondiale referentie geworden voor tal van specifieke en onmisbare disciplines in de bouwsector. Het is dan ook niet voor niets dat Greisch tijdens de uitreiking van de Belgian Building Awards met de Internationale Award werd beloond.” Deze prijs symboliseert de terechte fierheid voor de buitengewone verwezenlijkingen van een Belgische onderneming op nationaal, Europees en wereldniveau.
Grote trots van het bureau Greisch is het viaduct van Millau. De kabelbrug overspant de vallei van de Tarn in het zuiden van Frankrijk en is de hoogste brug ter wereld. Op zijn hoogste punt piekt de brug 367m boven het rivierpeil, hetgeen 50m hoger is dan de Eiffeltoren in Parijs. Daarnaast heeft het viaduct met acht overspanningen en zeven pijlers ook het record doen sneuvelen van de langste brug ter wereld die door middel van de “duwmethode” (lançage) werd gebouwd, evenals het wereldrecord van de hoogste tijdelijke steunpunten.
Tijdens de bouw van de brug moesten extreme omstandigheden worden overwonnen: diep gegraven vallei, sterke temperatuurverschillen en hevige winden. Het brugdek moest zo flexibel worden gebouwd dat het voldoende bestand zou zijn tegen het uitzetten en inkrimpen van het materiaal (tot wel 2m verschil) ten gevolge van grote temperatuurschommelingen. Daarnaast werd tijdens de constructie ook heel goed met de wind rekening gehouden: er kon enkel aan de brug worden gewerkt indien de voorspelde windsnelheid gedurende drie dagen lang lager was dan 72 km/h.
Door middel van de gepatenteerde “lançage”-methode werden de delen van het brugdek – ondersteund door vaste en tijdelijke pilaren – langs weerszijden naar het midden geduwd. De masten en kabels werden daarna ter plaatse opgetrokken. Behalve met de klimatologische omstandigheden, moest ook rekening worden gehouden met praktische aspecten, zoals het transport van de brugonderdelen – telkens wel enkele honderden tonnen zwaar – in het heuvelachtige gebied.
Bron: Batibouw
tot 1 juli 2009 – Designcenter De Winkelhaak – Antwerpen
(1.6.2009) De Barcelona Chair van Mies van der Rohe, wordt 80. Mies van der Rohe ontwierp de stoel voor het Duitse paviljoen op de wereldtentoonstelling in Barcelona in 1929. Designcentrum De Winkelhaak in Antwerpen viert dat met een tentoonstelling tot 1 juli 2009.
Ludwig Mies van der Rohe (Aken, 1886 - Chicago, 1969) was een Duits-Amerikaans architect en meubelontwerper die grote invloed heeft uitgeoefend op de ontwikkeling van de 20ste-eeuwse architectuur. Voor de wereldtentoonstelling van Barcelona van 1929 ontwierp hij het Duitse paviljoen: een compositie van strakke rechte vlakken in glas, beton en marmer met bijhorend meubilair zoals de befaamde Barcelona chair. Die was ontworpen als rustbankje voor koning Alonso XIII en zijn echtgenote tijdens het bezoek aan de wereldtentoonstelling. Het paviljoen werd afgebroken en in 1986 na een zorgvuldige studie gereconstrueerd.
Vandaag is de stoel nog steeds in productie en behoort tot de "moderne klassieken". Hij bestaat uit verchroomde poten in kruisvorm met losse lederen kussen gevuld met PU-schuim. De kwaliteit zit uiteraard in de kwaliteit van de materialen, maar zeker ook in het intensieve handwerk. Minstens 45 werkuren kruipen in het stikken van de kussens. De prijs is dan ook navenant. Voor een gecertificeerd exemplaar moet u minstens 8 000 euro neertellen. Er circuleren veel namaakmodellen op de markt, die soms alleen door kenners herkend worden, maar het grote verschil zit precies in de minder gedetailleerde afwerking van het stikwerk en de knopen.
In 1952 kreeg Kunstwerkstede De Coene uit Kortrijk de licentie voor de Benelux om meubels van Knoll te produceren. De beroemde stoel was daarbij. Het huis Delvaux maakte aanvankelijk de lederen kussens.
De Winkelhaak maakt van de verjaardag gebruik om het auteurschap scherp te stellen. De Barcelona-stoel was een samenwerking tussen Mies van der Rohe en Lilly Reich, de interieurontwerpster met wie de architect een persoonlijke en zakelijke relatie had.
Praktisch: Barcelona Chair - tot 1 juli in Designcenter Winkelhaak – Lange Winkelhaakstraat 26 – 2060 Antwerpen – info@winkelhaak.be - www.winkelhaak.be.
(1.6.2009) Met die vraag wil het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) de Inventaris Onroerend Erfgoed aan u voorstellen. De vraag is minder vreemd dan u misschien denkt. Een gek is immers ook een draaibare kap op een schoorsteen die zich dankzij een windvaan op de wind richt zodat de rook aan de open zijde onbelemmerd kan wegstromen.
De gek is maar één voorbeeld uit de talloze architecturale elementen die de afgelopen decennia werden geïnventariseerd. Al sinds 1972 wordt er vanuit de overheid gewerkt aan een inventaris van het al dan niet beschermde bouwkundige erfgoed. Tot 2005 verscheen die inventaris in boekvorm onder de naam Bouwen door de eeuwen heen. Daarna is de kaart getrokken van de digitale ontsluiting. Om die digitale versie gebruiksvriendelijker te maken én om ook andere inventarissen te kunnen ontsluiten, heeft het VIOE een nieuwe site gecreëerd: inventaris.vioe.be, die vandaag aan het grote publiek wordt voorgesteld.
Niet alleen voor de traditionele gebruikers van de inventaris (beleidsmakers, ambtenaren, planners en onderzoekers) is de nieuwe website zeer nuttig. Steeds vaker willen mensen in de inventaris hun eigen woning of een gebouw uit de buurt opzoeken. En omdat erfgoed altijd evolueert en ook de inventarissen constant geactualiseerd en aangevuld worden, biedt de inventaris een waardevolle bron van erfgoedgegevens. Dankzij de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van de nieuwe site zal het grote publiek nog beter zijn weg vinden naar en in de inventaris.
Momenteel zijn de Inventaris Bouwkundig Erfgoed en de Inventaris Wereldoorlogerfgoed op die site beschikbaar. Later zullen ook inventarissen van archeologisch erfgoed en van landschappelijk erfgoed ontsloten worden. Door verschillende inventarissen op dezelfde website te ontsluiten wordt het erfgoed in een ruimer perspectief geplaatst.
Hieronder vindt u enkele cijfergegevens over de omvang van de ontsloten inhoud.
De Inventaris Bouwkundig Erfgoed omvat op dit moment zo'n 75.000 items, voornamelijk gebouwen maar ook straatbeschrijvingen en beschrijvingen van gehelen (gehuchten, stadswijken ...). Ongeveer 21.000 gebouwen zijn op dit moment geïllustreerd met een of meer foto's. Een link naar de beschermingsdossiers is opgenomen. De gebouwen zijn ook gekoppeld aan een locatie op een GIS-laag (Geografisch Informatiesysteem). De databank van de Inventaris Bouwkundig Erfgoed zal in de komende jaren verder aangevuld worden met nieuwe en extra gegevens, zoals de resultaten van de thematisch-typologische inventarissen.
De Inventaris Wereldoorlogerfgoed omvat op dit ogenblik de resultaten van het inventarisatieproject van oorlogserfgoed in de Westhoek, dat in 2002-2005 werd uitgevoerd in opdracht van het VIOE en in samenwerking met de provincie West-Vlaanderen. De databank bevat 1300 items die voornamelijk uit de Eerste Wereldoorlog dateren, gaande van bunkers, over begraafplaatsen, gedenktekens en spoorweginfrastructuur, tot glasramen en klokken. Ook deze inventaris zal in de toekomst worden aangevuld met gegevens van de andere provincies.
Vrijwilligers, verenigingen, lokale besturen en andere actoren nemen steeds vaker initiatieven om vanuit hun interesse of werkingsgebied een eigen inventaris van relicten op te stellen. Het VIOE volgt die inspanningen (vanuit het brede veld van de erfgoedzorg) met interesse en werkt momenteel aan een handleiding voor die initiatiefnemers.
Meer informatie vindt u binnenkort op www.inventaris.vioe.be.
De organisatie van de “Belgische Prijs voor Architectuur & Energie 2009” door de Federatie van Architectenverenigingen van België (FAB) en Electrabel GDF-SUEZ is op kruissnelheid. Na een oproep aan alle Belgische architecten via een persoonlijke uitnodiging en advertenties in vakbladen werden meer dan 280 inzendingen genoteerd die voor zowel een architectuur- als een energiebeoordeling in aanmerking kwamen.
Architectuurprijs
Op de hoofdzetel van de FAB te Brussel maakte de Belgische jury op 25 april een eerste architectuurselectie. De jury, gevormd door de architecten Kristiaan Borret, Arnaud Hendrickx (plaatsvervanger Dag Boutsen), Francesca de Fonseca, Daniel Dethier, Benoit Moritz en Chantal Vincent duidde de inzendingen aan die in aanmerking komen voor de eindjury. Stefan Devoldere en Iwan Strauven waren de waarnemers voor mediapartner A+.
Hieronder een kort overzicht van elke categorie:
Alle geselecteerde projecten zijn te bekijken op www.fab-arch.be.
De auteurs van de 54 weerhouden realisaties werden uitgenodigd om hun inzending op panelen te presenteren voor de eindjury en latere tentoonstellingen. De eindjurering heeft plaats op donderdag 11 juni 2009 in Brussel met drie vertegenwoordigers van de binnenlandse jury aangevuld met de buitenlandse juryleden Christian Rapp (Rapp+Rapp/NL), Kim Herforth Nielsen (3XN Architects/DK) en Roger Diener (Diener & Diener Architekten/CH). Roger Diener zal op de avond na de jury (11 juni) een lezing verzorgen in Bozar in kader van de cyclus BOZAR Architecture.
Energieprijs
Qua energiebeoordeling werden voor het eerst alle ingestuurde projecten onderzocht op energieprestatie. Zodoende wordt vermeden dat gebouwen die op basis van de architectuurkwaliteit geselecteerd worden, niet voldoen aan de minimum eisen qua energieregelgeving.
Met kennis van de beperkte gegevens bij de eerste inzending werden 88 realisaties weerhouden. Een 30-tal ervan werden nu reeds beoordeeld als zeer performant.
Alle geselecteerden dienen voor de eindjury hun project verder toe te lichten in een visietekst die met cijfergegevens objectief wordt onderbouwd. Op donderdag 25 juni zal de eindjury, samengesteld uit ir.arch. Rik Van Rossen, ir.arch. Donald Desmet (Signum+ Architectenvennootschap), prof.dr.ir. Jeam-Marie Hauglustaine (Chargé de cours ULg-FS-DSGE), dr.sc. Georges Timmermans (CIB), ir. André Deprêter (Laborelec) en arch. Marc Muylle (Patrimoniumbeheer Electrabel GDF-SUEZ), voor de Energieprijs de projecten evalueren en de genomineerden en laureaten aanduiden. Stefan Devoldere (A+), Jan Vivijs en Guy Fosté van Electrabel GDF-SUEZ zullen als waarnemer de jurering bijzitten.
Prijsuitreiking en publicatie
De prijsuitreiking gaat door op woensdag 28 oktober 2009 in de Henry Le Boeufzaal van het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) te Brussel. Belgische Architectuurprijzen worden uitgereikt in de categorieën eengezinswoningen, groepswoningbouw, niet-residentiële gebouwen en publieke ruimte. Belgische Energieprijzen bekronen energiezuinige realisaties in de categorieën eengezinswoningen, groepswoningbouw en niet-residentiële gebouwen. Alle winnaars ontvangen een prijs van 5 000 euro. Voor de eerste maal wordt ook een Speciale Prijs voorzien voor de realisatie die voor zowel architectuur als energie het beste resultaat boekt. Daarnaast geven drie sponsors een bijkomende prijs van telkens 2 500 euro: Baksteenprijs (Wienerberger), Renovatieprijs (Renoscripto) en Isolatieprijs (Rockwool).
Mediapartner A+ staat opnieuw in voor de uitgave van de officiële catalogus, waarin alle geselecteerden, genomineerden en laureaten uitgebreid aan bod komen. Deze catalogus wordt verdeeld op de prijsuitreiking en vormt een bijlage van het oktobernummer van A+. Alle geselecteerde projecten worden eveneens opgenomen op de website van de FAB.
De wedstrijd is georganiseerd met de medewerking van de Orde van Architecten, CIVA, VAi, BVA, ARiB en UWA en met de steun van de federale en gewestelijke overheden.

(28.4.2009) Naar aanleiding van zijn bezoek aan de stad Waregem op 2 april ll. nam Koning Albert II ook uitgebreid de tijd om kennis te maken met een aantal bedrijfsleiders en andere prominenten uit de regio, waaronder Renson, de oudste industriële onderneming uit Waregem. Tijdens een receptie presenteerde CEO Paul Renson zijn Healthy Building Concept.
Renson is in Europa trendsetter op het vlak van ventilatie en zonwering. Het vierde generatie familiebedrijf viert in 2009 zijn 100ste verjaardag. Met 100 jaar ervaring in de bouwsector, meer dan 50 jaar in aluminiumbewerking en meer dan 30 jaar in ventilatie beschikt Renson over een technische expertise die generaties ver gaat. Door een intelligente combinatie van ventilatie en zonwering biedt Renson een brede waaier van innovatieve, energiezuinige concepten voor een gezond en comfortabel binnenklimaat in kantoren, woningen, veranda’s, industrie, scholen, gezondheidssector, …
Tijdens een receptie gaf Paul Renson, CEO van de RENSON Groep, een woordje uitleg bij zijn innovatieve, energiezuinige concepten. Het Healthy Building Concept van RENSON combineert continue basisventilatie, Night Cooling en buitenzonwering en garandeert zo een goede luchtkwaliteit en een aangename temperatuur op elk moment.
De gebouwen van Renson in Waregem zijn volgens het Healthy Building Concept gebouwd. Iedere bezoeker kan dus ervaren, dat RENSON geen lucht verkoopt, maar wel een totaalconcept met uiteenlopende voordelen: een goede luchtkwaliteit, een aangename temperatuur, een vermindering van het ziekteverzuim, een stijging van de productiviteit en het rendement van de werknemers en een verlaagd energieverbruik.
(15.4.2009) Er komt binnenkort een drijvend hotel met een zestigtal kamers in het Brusselse Bécodok. Dat heeft de raad van bestuur van de haven van Brussel beslist. De beslissing vloeit voort uit een in 2008 gelanceerde projectoproep voor de ontwikkeling van projecten van culturele, toeristische of recreatieve strekking in het dok. Het Atlantisproject werd, op voorspraak van een jury van experts, door de raad van bestuur gekozen uit zeven inzendingen. De hotelboot zal worden gebouwd volgens de principes van een passiefhuis, wat het energieverbruik en de ecologische voetafdruk moet verminderen. Het vaartuig dat de basis van het hotel vormt, zal 110 meter lang zijn. Het hotel zelf wordt opgebouwd uit hout, beton en glas en zal een zestigtal kamers tellen. Er zullen ook eetgelegenheden en een terras zijn. De promotoren van het project hopen een hotel op mensenmaat te kunnen aanbieden, dat zich vooral richt op zakentoerisme. Met dit project worden 26 banen gecreëerd.
Inschrijvingen 20.4.2009 – 5.6.2009
(7.4.2009) Het open huizen weekend Mijn Huis Mijn Architect maakt zich op voor een nieuwe (10de) editie. Dit jaar opnieuw kunnen toekomstige bouwers en verbouwers woningen bezoeken in Vlaanderen en Brussel en dit in het bijzijn en onder begeleiding van de architect. Op zaterdag 26 en zondag 27 september zetten honderden architecten en hun bouwheren de deuren open van hun meest recente realisaties, telkens van 14 tot 18u.
Mijn Huis Mijn Architect is een initiatief van de Vlaamse Raad van de Orde van Architecten en heeft tot doel het brede publiek in contact te brengen met de mogelijkheden van een vakbekwaam en onafhankelijk architect. De beste manier om de juiste keuze te maken in het (ver)bouwproces is bestaande realisaties te gaan bekijken. Face-to-face communicatie met de architect in de setting van een concreet, gerealiseerd ontwerp is veruit de meest uitgelezen manier om zich te laten inspireren en tips te krijgen.
Naar aanleiding van dit groot publieksevent – dat vorig jaar nog zowat 26.000 bezoekers trok – wordt ook een “ideeënboek” uitgegeven waar alle deelnemende projecten in staan. Het ideale voorbereidingsmiddel voor dit open huizen weekend.
Geïnteresseerde architecten kunnen zich inschrijven vanaf 20 april en dit tot 5 juni. Eind juni wordt bekend gemaakt welke projecten door de vakjury – bestaande uit de provinciale vertegenwoordigers van de Orde van Architecten - Vlaamse raad – werden weerhouden om uiteindelijk deel te nemen aan het open huizen weekend.
Inschrijven en alle informatie: www.mijnhuismijnarchitect.com of via info@mijnhuismijnarchitect.com.
(25.3.2009) Het programma 101% Mode en Design wil Brusselse talenten gedurende een jaar laten deelnemen aan de grootste internationale mode- en designbeurzen om zo hun internationale uitstraling te ontwikkelen en exportmogelijkheden te ondersteunen. De missie van initiatiefnemer Brussel Export bestaat erin om de internationale promotie en expansie van een aantal actieve en opkomende Brusselse ontwerpers uit de mode- en designsector op economisch en commercieel vlak te ondersteunen. Om die taak tot een goed einde te brengen, werkt Bruxelles Export samen met twee Brusselse partners: Modo Bruxellae voor mode en Designed in Brussels voor design.
Deze politiek kadert binnen het perspectief van het toekomstige Brusselse Mode & Design Centrum, dat enerzijds een waar platform voor economische steun zal zijn voor beide sectoren, en anderzijds een aantrekkelijke vitrine van de creatieve en avant-gardistische diversiteit die zal worden voorgesteld in Brussel.
In de loop van het jaar 2009, in het kader van het internationale programma 101 % Designed in Brussels, zullen Brussel Export en Designed in Brussels met een reeks evenementen die in het buitenland plaatsvinden de promotie van 5 designers verzekeren : Nicolas Bovesse (www.nicolasbovesse.com), Maarten De Ceulaer (www.maartendeceulaer.com), Gauthier Poulain (www.gauthier-poulain.com), David Richiuso (www.defact.com) et Sebastien Wierinck (www.os00.com). (Adres : SaloneSatellite, Fiera Milano Rho, Milaan. Paviljoen 22-24, laan D stand 8. Open 9u30 – 18u30) Naar aanleiding van het Salon van Milaan vindt er ook een specifieke focus plaats over Atelier A1. Dit atelier verenigt de volgende designers : Marina Bautier, Benoît Deneufbourg, Nathalie Dewez, Elric Petit, Diane Steverlynck en Sylvain Willenz. (Adres : Galleria Bonaparte. Via Pontaccio 8/10, Milaan, 22-27 april 2009. Open van 11u tot 21u.).
Planning 101 % DESIGNED IN BRUSSELS 2009 :
- van 22 tot 27 april 2009 : Salone internazionale del Mobile in Milaan - Salone Satellite – Persmoment: 23/04/09
- van 16 tot 19 mei 2009 : Design Week New York (Aanwezigheid in ICFF)
- van 24 tot 27 september 2009 Salon 100% Design London
- september 2009 - Dynamo Awards in het kader van Design September : portfolio’s van de Brusselse designers worden voorgesteld aan de internationale contacten die worden uitgenodigd door Brussel Export.
Een gemeenschappelijk geïllustreerd boekje stelt het programma 101% Mode en Design voor. Verkrijgbaar via o.m.: Designed in Brussels – 02/218.01.40 - morgane@designedinbrussels.be - marie@designedinbrussels.be - www.designedinbrussels.be
Op initiatief van het Berlage Institute - Centre for Architectural Research & Development gaat op 23 april een Europees uitwisselingsprogramma van start, dat focust op de ontwikkeling van de middelgrote Europese stad. Het project, City Visions Europe, opgezet in samenwerking met arc en rêve – centre d’architecture (Bordeaux), het Centre for Central European Architecture (Praag), MMMechelen en het Vlaams Architectuurinstituut, daagt architecten, politici, experts en burgers uit mee na te denken over de toekomst van de Europese stad.
Met als studieterrein de middelgrote Europese steden Bordeaux (FR), Kosice (SK), Mechelen (BE) en Plzen (CZ), biedt dit project het kader voor de ontwikkeling van speculatieve architecturale projecten. Acht Europese architectuurbureaus formuleren via prospectief ontwerp een antwoord op de concrete ruimtelijke en architecturale opgaven van twee van de deelnemende steden. De resultaten vormen aanleiding voor debat over de evolutie van deze steden en voor de Europese stad in het algemeen.
De geselecteerde bureaus zijn l’AUC (Parijs, FR), Berger&Berger (Parijs, FR), GGNA (Bratislava, SK), Jan De Vylder architecten (Gent, BE), Office KGDVS (Brussel, BE), Raumbureau (Zürich, CH), RKAW (Praag, CZ) en zerozero+totalstudio (Presov, SK).
Tijdens een reeks van seminaries, lezingen, workshops en tentoonstellingen in samenwerking met lokale overheden en internationale experts, worden het werk en de visies van de geselecteerde architecten aan het publiek van de vier steden voorgesteld. Een tentoonstelling en een Europees congres tijdens het Mechels cultuurfestival Stadsvisioenen vormen de aftrap van City Visions Europe.
Meer info: www.cityvisionseurope.eu
(16.3.2009) De oude wetgeving over de toegankelijkheid van publieke gebouwen wordt vervangen door de Stedenbouwkundige Verordening Toegankelijkheid. Zo wordt de oude regelgeving aangepast aan de nieuwe uitdagingen op het vlak van toegankelijkheid. De nieuwe Verordening Toegankelijkheid werd vorige vrijdag op initiatief van Vlaams minister van Ruimtelijk Ordening Dirk Van Mechelen en Vlaams minister van Gelijke Kansen Kathleen Van Brempt goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De nieuwe regelgeving geldt vanaf 1 januari 2010.
De regelgeving is goed voor mensen met een beperking, niet alleen voor rolstoelgebruikers, maar ook voor ouderen, ouders met een kinderwagen, slechtzienden, iemand wiens arm in het gips zit, grotere personen, enz. "Er bestaat reeds sinds 1975 wetgeving over het toegankelijk maken van gebouwen, maar vaak bleef dit in de realiteit dode letter. Doordat we de regels nu verplichtend opnemen in de voorwaarden van de bouwvergunning, hebben we een praktisch instrument om ze effectief in de praktijk om te zetten." De nieuwe verordening geldt enkel bij nieuwbouw, verbouwingen of uitbreidingen van gebouwen die publiek toegankelijk zijn. Een bouwheer van een gebouw dat opengesteld wordt voor het publiek (denken we aan winkels, banken, overheidsgebouwen), moet ervoor zorgen dat iedereen het gebouw kan betreden. Zo moeten de deuren breed genoeg zijn en in de juiste richting opengaan, gangpaden recht, breed en hoog genoeg zijn.
Bovendien zullen de gemeenten een checklist met de nieuwe regels hebben voor architecten zodat zij op een eenvoudige wijze kunnen vaststellen of het gebouw aan de voorwaarden voldoet. Er wordt een onderscheid gemaakt naargelang de oppervlakte van de toegankelijke ruimtes. Gebouwen met een publiek toegankelijke ruimte die kleiner is dan 150m², zoals bakkerijen, slagerijen, cafés,… hoeven enkel hun toegangsdeur toegankelijk te maken. Wanneer gebouwen die bestaan uit verschillende verdiepingen, tussen 150m² en 400 m², is het alleen verplicht om het gelijkvloers toegankelijk te maken, wanneer die dezelfde functies biedt als de volgende verdiepingen. Gebouwen groter dan 400m² moeten volledig toegankelijk zijn. Tot slot moet er voor gebouwen groter dan 7500 m² advies ingewonnen worden bij een erkend adviesbureau toegankelijkheid, zodat deze constructieve en kostenbesparende tips geven vóór de bouwwerken.
Om de nieuwe regelgeving snel te verspreiden lanceert minister Van Brempt binnenkort het Vlaams Handboek Toegankelijkheid, een website waar architecten en ontwerpers de normen en een reeks voorbeelden kunnen terugvinden.
Deze stedenbouwkundige verordening geldt voor alle nieuwe stedenbouwkundige aanvragen vanaf 1 januari 2010 en enkel wanneer een stedenbouwkundige vergunning vereist is.
(16.3.2009) Het advies-en ingenieursbureau Grontmij heeft de prijs ‘Publieke Ruimte 2009’ ontvangen voor de herinrichting van de dorpskern van Machelen (Zulte). Naar aanleiding van de vakbeurs Dag van de Openbare Ruimte is de prijs ‘Publieke Ruimte 2009’ uitgereikt. Tijdens de slotceremonie op 12 maart jl. mocht burgemeester Henk Heyerick van Zulte de prijs in ontvangst nemen uit handen van Vlaams minister Hilde Crevits.
Machelen bezit veel potentieel om uit te groeien tot een recreatieve aantrekkingspool. In samenspraak met de gemeente heeft Grontmij gezorgd voor het voorbereidende studiewerk, de opmaak van het ontwerp, de aanbesteding en de opvolging van de werken voor de herinrichting van Machelendorp. Hierbij is de integratie van het Leieplein, de afgesloten Leie-arm, de aangrenzende woonstraten en de Dorpsstraat als verbindingsweg inbegrepen. Ook de vroegere losstaande elementen zoals het Raveelmuseum, het wandelpad langs de Leie, de Sint- Corneliuskerk en het Plein van de Nieuwe Visie zijn nu met elkaar verbonden door ondermeer de heraanleg van de openbare ruimte, de organisatie van de parkeergelegenheid en de integratie van fiets- en wandelroutes.
Dankzij het Roger Raveelmuseum en de pittoreske ligging aan een afgesneden Leiearm trekt Machelen heel wat bezoekers aan. De heringerichte publieke ruimte in het dorpscentrum brengt een subtiel evenwicht tot stand tussen het typische karakter van het dorp en de toeristische behoeften.
Machelen is ontstaan aan de oevers van de Leie. Als transportweg speelde de rivier een belangrijke rol in de ontwikkeling van het dorp. Aan de vroegere los- en laadkade, ter hoogte van het Leieplein, getuigen oude bedrijfsgebouwen nog altijd van dit verleden. Maar deze Leiebocht is reeds lang afgesneden van de waterwegen en de verkeersstromen zijn verschoven naar de wat verder gelegen gewestweg Kortrijk-Gent (N43).
Muur van Verbeelding
Machelen dorp is tot een ingetogen rust gekomen, in een kader met veel recreatieve mogelijkheden. De ligging aan de Leiearm is nog altijd heel bijzonder, je kunt er picknicken, hengelen of wandelen. Achter het restaurant De Karper ligt Raveels ‘Muur van Verbeelding’. Machelen-aan-de-Leie heeft de laatste jaren zijn beroemde inwoner in de kijker geplaatst. Het Roger Raveelmuseum, met een collectie van 300 schilderijen en 2500 tekeningen, is de belangrijkste toeristische troef geworden. Een subtiel evenwicht vinden tussen het behoud van het typische karakter en de leefbaarheid van het dorp, en de toeristische behoeften -bereikbaarheid en parkeergelegenheid – was een bijzondere uitdaging bij de heraanleg van het publiek domein in het centrum van Machelen. Het Leieplein en het Dorpsplein zijn weliswaar pittoreske aantrekkingspolen voor bezoekers, ze vormen in de eerste plaats een ontmoetingsruimte voor de bewoners. De dorpskern zelf heeft een aaneengesloten, kleinschalige bebouwing en een nauw stratenpatroon. Ingrepen moesten zeer goed afgewogen worden.
Naar de vrijheidsboom
In de Dorpsstraat, die het centrum met de gewestweg N43 verbindt, zijn veel handelszaken, diensten en ook de basisschool gelegen. Deze lokale verbindingsweg heeft weinig allure als poort naar het dorp. Het vrij rechte en brede profiel komt de veiligheid van de zachte weggebruikers niet ten goede. Bij de heraanleg worden de stoepen verbreed en wordt het parkeren in parkeerhavens ondergebracht. Het clusteren van het parkeren en de aanplant van hoogstammen structureren de weg. Het wegbeeld wordt versmald en gebroken in duidelijke segmenten. Zo heeft de bebouwde kom de nodige breedte voor gemengd verkeer, maar de te brede rijbaan wordt zo weggewerkt. De oversteekbaarheid en de verkeersveiligheid zullen sterk verbeteren. De toegangsweg is georiënteerd op de vrijheidsboom, centraal gelegen op een rotonde. Deze markeert de overgang tussen de toegangsweg (Dorpsstraat) en het centrale verblijfsgebied.
Gedeelde ruimte
In het heringerichte en opnieuw aangelegde centrumgebied komt de publieke ruimte tot uiting als een vormend bestanddeel voor de ruimtelijke samenhang, de belevingswaarde en de sociale cohesie, zowel voor bewoners als voor bezoekers. Een aangepaste materiaalkeuze en het herprofileren van de openbare ruimte, aansluitend bij het lagesnelheidsprofiel, versterken het verblijfskarakter van het dorp. De materialisatie in een uniforme verharding –natuursteen van gevel tot gevel – zorgt voor een eenduidig leesbaar, cultuurhistorisch centrumgebied. Het openbaar domein is als een gedeelde ruimte opgevat. Waar nodig wordt in enkele smalle straten, door middel van een boordsteen, de ruimte voor het plaatselijk wegverkeer aangegeven. Een centrale goot vangt er het water op. Dit lineaire element is ook toegepast op het Dorpsplein, het hart van het sociaal leven. Hier is gekozen voor eenzelfde uniforme verharding in natuursteen. De autovrije ruimte geeft mogelijkheden voor ontmoeten en ontdekken. Er is plaats voor een terrasje en enkele speelse elementen zoals een fontein.
Terras aan het water
(16.3.2009) In de nasleep van de voorstelling van stadsboulevard Wetstraat vragen de Brusselse Raad voor het Leefmilieu (Bral), Inter-Environnement Bruxelles (IEB), Atelier de Recherches et d’Action Urbaines (ARAU) en de wijkcomités AQL, GAQ en Omwonenden Jourdan garanties op extra woningen om leven te pompen in de levensloze Europawijk. Een Wetstraat met minder rijstroken, meer groen en een tram in het midden is een stap in de goede richting maar niet genoeg om de Europawijk te transformeren naar een bruisende stadswijk.
Minder auto’s, stapje dichter bij een bruisende stadswijk
Bij de bekendmaking van het winnend ontwerp van de Wetstraat waren alle schijnwerpers gericht op de hertekende Wetstraat met twee rijstroken, meer groen en plaats voor voetgangers en een tram in het midden. Bral, IEB en ARAU en de wijkcomités van de Europawijk juichen de grote lijnen van het winnend ontwerp toe. “De openbare werken van de jaren zestig en zeventig zadelden Brussel op met een buitenmaats wegennetwerk en met stadsautostrades die tot diep in het hart van Brussel binnendringen. Andere Europese steden zoals Londen, Milaan, Straatsburg of Parijs tonen aan dat minder plaats voor de auto allerminst schade toebrengt aan de bereikbaarheid en de commerciële aantrekkelijkheid en dat het een zege betekent voor de levenskwaliteit in de stad.”
“Brussel heeft er alle belang bij om de capaciteit van haar invalswegen tegen 2016 af te bouwen, het jaar dat het Gewestelijk Expres Net operationeel is. Anders wordt de plaats van autobestuurders die kiezen voor het openbaar vervoer ingenomen door nieuwe autobestuurders die profiteren van de vrijgekomen plaats.”
Extra betaalbare woningen voor een échte bruisende stadswijk
BRAL dringt aan op echte garanties voor extra (en betaalbare) woningen, bijvoorbeeld door deze intenties wettelijk vast te leggen. Ze rekenen hiervoor ook op de Europese Commissie. Het Richtschema voorziet weliswaar de transformatie van leegstaande kantoren naar woningen, maar er heerst bij de bovengenoemde organisaties twijfels of die er écht zullen komen: “Er is sprake van een Bijzonder Bestemmingsplan (BBP) met als perimeter de Wetstraat.” Volgens hen is er een BBP nodig met een ruimere perimeter.
De verenigingen willen geen extra parkeerterreinen. “Die trekken autoverkeer alleen maar aan,” klinkt het. “Bovendien is de Europese wijk één van de best bediende wijken door het openbaar vervoer.”
(5.3.2009) De Belgian Building Awards werden uitgereikt op woensdag 4 maart jl. op Batibouw. Dit evenement, een organisatie van Trends, Top Bouw, de Belgische Architecten, de Confederatie Bouw, Bouwkroniek en Batibouw, lauwert de realisaties van architecten, bouwheren, studiebureaus en aannemingsbedrijven.
De Architectuur Awards 2009
Innovation Award
De Innovatie Award werd, op initiatief van de jury samengesteld met leden van de Confederatie Bouw en het Wetenschappelijk en Technische Centrum van het Bouwbedrijf (WTCB) voor de eerste keer uitgereikt aan twee ondernemingen: Wienerberger voor zijn inspanningen om de akoestiek van woningen te verbeteren met het productengamma Silentbrick, SonicStrip et SonicPin en Metasetech voor zijn nieuwe veiligheidshaak “accrochtoit” om de veiligheid van dakwerkers te waarborgen.
Design Award
Een jury bestaande uit vertegenwoordigers van de Orde van Architecten en AiNB (Associatie van Interieurarchitecten) reikte de Design Award uit aan RBV Robinetterie uit Vorst voor de collectie kranen “Tune”. Het bedrijf heeft op de beurs de nieuwigheid met het meest vooruitstrevende design op de markt gebracht.
Keien van de Bouwkroniek
De Bouwkroniek kent de “Keien” toe aan de Belgische bouwbedrijven die de afgelopen vijf jaar de grootste groei hebben gekend. In de categorie algemene bouwbedrijven en afwerkingsbedrijven wint dit jaar Durabrik en in de categorie van ondernemingen die actief zijn in grondverzet en wegen- en waterbouw, gaat de prijs naar Algrondbo.
De International Award
Met de Internationale Award wordt een Belgisch architectenbureau, bouwfirma of studiebureau met wereldfaam in de bloemetjes gezet. De jury samengesteld uit leden van alle partners van de Belgian Building Awards, kende de internationale prijs dit jaar toe aan het bureau Greisch. Dit Luikse studiebureau is op twintig jaar tijd een mondiale referentie geworden voor tal van specifieke en onmisbare disciplines in de bouwsector. Deze Award symboliseert ook de terechte trots voor de buitengewone verwezenlijkingen van deze Belgische ondernemingen op nationaal, Europees en wereldniveau.
Golden Building Award
(9.3.2009) 333 000 bezoekers vonden de afgelopen dagen hun weg naar Batibouw. Ondanks de crisis sloot ’s lands grootste bouw- en woonbeurs vorige zondag haar deuren na een geslaagde jubileumeditie. Organisator en exposanten zijn in hun sas: zowel wat kwantiteit betreft als qua bezoekersprofielen – er waren veel bezoekers met concrete (ver-)bouwplannen – stak het resultaat ver boven de verwachtingen uit. “Er zijn wel degelijk manieren om de kosten van je droomproject te reduceren. Investeren in je woning blijft lonen: het gaat om een zekere investering op lange termijn,” aldus organisator Geert Maes.
Uitschieter was het thema “betaalbaar wonen”. Exposanten pakten uit met innovatieve en creatieve producten en ideeën om bouwen en renoveren zo betaalbaar of op z’n minst zo rendabel mogelijk te maken.
Ook de maatregelen die de federale en regionale overheden namen om de bouwsector een duwtje in de rug te geven, hebben meegespeeld. Zo was er het verlaagde BTW-tarief (van 21% naar 6%) op een schijf van 50 000 euro, een maatregel die recent werd afgekondigd. Daarnaast zijn er nog steeds tal van premies en fiscale voordelen te rapen voor energiebezuinigende maatregelen. Hierbij kan ook nog eens de buitengewoon lage hypothecaire rente en de uitzonderlijke promoties op materialen worden opgeteld.
Architect Santiago Calatrava zal aanwezig zijn op de uitreiking van de Belgian Building Awards. Tijdens deze feestelijke ceremonie worden de Architectuur Awards, de Innovatie Awards en de International Award uitgereikt. Het uitzonderlijk bezoek van deze befaamde toparchitect kadert binnen de feestelijkheden van de 50ste editie van BATIBOUW.
De internationaal gereputeerde architect werd geboren in 1951 in de regio van Valencia. Hij studeerde in zijn geboortestad architectuur en urbanisme, en vervolledigde dit in Zurich met een opleiding burgelijke bouwkunde. Zijn architectuur is onmiddellijk herkenbaar aan de elegante vormen en de indruk van beweging die het uitstraalt.
Onder zijn belangrijkste werken kunnen worden vermeld: de opera van Valencia, een brug en de vlieghaven in Bilbao, het stadion van Stadelhofen in Zurich, het olympisch stadion van Athene en het station Lyon-Saint-Exupéry.
Het nieuwe HST-station in Luik, een opdracht van NMBS-Holding dochter Euro Liège TGV, is de eerste realisatie van Calatrava in België. Na een internationale architectuurwedstrijd werd het ontwerp van Calatrava gekozen voor de bouw van het nieuwe station. Kenmerkend voor Liège-Guillemins – zoals ook voor de andere stations van Calatrava – is de slanke, transparante overkapping in glas en staal op een organische onderbouw van beton. Van de 65.000 m³ gestort beton bestaat 15.000 m³ uit schoon wit beton.
Het station is ontworpen als een overdekt plein zonder traditionele voor- en achtergevel, wat de band met de stad versterkt. De 170m lange kap van staal en glas overspant evenwijdig de sporen. Het station heeft verschillende niveaus waardoor de stadsdelen aan weerszijden van het station zoveel mogelijk zijn verbonden.
Calatrava is zich zeer bewust van de sociale functie van architectuur. Ook in Luik heeft het nieuwe station nu een directe impact op omgeving. Daar waar de stationsbuurt er vroeger grauw en troosteloos bijlag, is de plaats nu door Calatrava omgevormd tot een groot kunstwerk dat visueel plezier verschaft aan al wie er passeert.
Tegen 2015 zal ook het station Mons (Bergen) worden omgetoverd tot een echte “Calatrava”. Het project zal niet enkel de reconstructie van een treinstation met zich meebrengen, maar ook de creatie van een busstation en de bouw van een conference center.
(20.2.2009) Ecofolie wil een platform zijn voor creatieve en inventieve concepten ter verbetering van het leefmilieu en het ecologisch evenwicht in de meest ruime betekenis. Veel Gentse huizen zijn nog onvoldoende geïsoleerd, vindt het Gentse interactieve forum. “Niet alleen ontbreekt er regelmatig dakisolatie, ook de gevels zijn dikwijls niet ingepakt.”
Probleem is dat dit niet altijd aangepakt kan worden omdat de bijkomende isolatielaag op openbare ruimte zou komen.
Ecofolie, een Gentse milieuvereniging, vraagt een oplossing voor dat probleem. Ze stelt voor om bij elk project, waar straten opnieuw aangelegd worden, de mogelijkheid aan bewoners te geven om hun gevel te isoleren. Ecofolie schreef een brief naar de Gentse burgemeester Daniël Termont en schepenen Tom Balthazar en Martine De Regge. Voorlopig hebben de Gentse beleidsmakers nog niet gereageerd.
(16.2.2009) Twee architecten die meedongen naar de ontwerpopdracht voor de bouw van het nieuwe Havenhuis te Antwerpen Rapp+Rapp uit Rotterdam en Vier Arquitectos uit Coruña (Spanje) hebben twee weken geleden bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing. Boot Advocaten, de vertegenwoordiger van het Nederlandse Rapp+Rapp: “Op 13 januari 2009 besliste het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen tot gunning van de volledige studieopdracht voor het oprichten van het nieuwe Havenhuis aan Zaha Hadid Architects uit Londen. Het Rotterdamse bureau Rapp + Rapp en Vier Arquitectos uit het Spaanse Coruña hebben op 28 januari 2009 een verzoekschrift tot schorsing van de gunningsbeslissing ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De twee architectenbureaus richten hun bezwaren tegen de Open Oproepprocedure die gevoerd zou zijn in strijd met de Europese regels voor de gunning van overheidsopdrachten en de prijsvraagprocedure zoals omschreven in de Overheidsopdrachtenwet. De deskundigenjury onder voorzitterschap van de Vlaams Bouwmeester zou niet op reguliere wijze hebben getoetst aan de gunningscriteria. In plaats daarvan zouden enkele vertegenwoordigers van het Gemeentelijk Havenbedrijf geheel op eigen titel en buiten de reguliere procedure om Zaha Hadid als winnaar hebben aangewezen, zonder deugdelijke motivering. Vervolgens is met Zaha Hadid onderhandeld over aanpassing van de offerte zodat het beschikbare budget van 28 miljoen euro inmiddels met € 3.542.664 is overschreden.
Over enkele dagen zal de rechter besluiten of het Antwerpse Havenbedrijf op deze basis wel verder in zee mag gaan met Zaha Hadid.”
(11.2.2009) In een misschien niet zo spannende, maar dan toch bijzonder sfeervolle finale op 4 februari jl. versloeg het team CONIX (van Conix Architects) het team JEF (van Architektenburo Jef Van Oevelen) met overtuigende 6-1 cijfers. Het team JEF eindigt daarmee voor de derde keer op rij op de tweede plaats en verdient zo de titel van "Poulidor" van de ARCHIGOLDCUP.
De kleine finale, voor de derde en vierde plaats, werd gewonnen door ABV+ van CBA (Crepain Binst Architecture NV) met 8-5. We vermelden ook nog de verdienstelijke 5de plaats voor HVDV (de studenten van het Henri Van de Velde-instituut) en de 6de plaats van SWA (de ambtenaren van de Stad Antwerpen).
De beker voor de fair play ging dit jaar naar het team B-B (Bureau Bouwtechniek) en de prijs voor de meest originele outfit was voor BULK-HUISWERK.
(9.2.2009) Bouwunie, Unie van het KMO-bouwbedrijf, en de Vlaamse Architectenorganisatie NAV reikten vorige vrijdag jl. in De Bijloke in Gent de Gouden Baksteen uit aan de voltallige Vlaamse regering.
Hiermee drukken beide organisaties hun waardering uit voor de prestaties van de regeringsploeg, waarbij vooral de investeringen in infrastructuur en gebouwen door de verschillende departementen in het oog springen, alsook de hoge aandacht voor de renovatie en het energiezuinig maken van woningen, en de inspanningen om de aantrekkingskracht van het technisch (o.a. bouw)onderwijs te verhogen en Vlaanderen schuldenvrij te maken.
De Gouden Baksteen bekroont elk jaar een verdienstelijke politieke persoonlijkheid omwille van zijn of haar positieve impact op de bouwsector. De selectie gebeurt door een vakjury van aannemers, architecten, bouwmaterialenfabrikanten en vertegenwoordigers van de vakpers.
Dit jaar viert de Gouden Baksteen zijn twaalfde verjaardag. Het evenement startte als een jaarlijkse nieuwjaarsreceptie maar is ondertussen uitgegroeid tot het grootste evenement van de Vlaamse bouwsector. In het verleden mochten persoonlijkheden als Vlaams minister-presidenten Patrick Dewael en Kris Peeters en de ministers Leo Peeters, Didier Reynders, Dirk Van Mechelen, Frank Vandenbroucke, Sabine Laruelle en Marino Keulen de trofee in ontvangst nemen. Ook organisaties als de Gezinsbond en Vlaanderen Bouwt vielen al in de prijzen. “Beleidsacties op een positieve manier waarderen” is de filosofie achter het gebeuren.
(9.2.2009) Het Brussels gewest heeft een cel opgericht die bijstand verleent bij het openbaar bouwheerschap en geleid wordt door een bouwmeester. Hij/Zij wordt de komende weken aangesteld.
De bouwmeester zal een erkende en morele autoriteit zijn op het vlak van de architectuur. Hij/Zij heeft een mandaat van vijf jaar. Van zodra hij/zij is aangesteld, zal hij/zij de strategische en praktische actielijnen van deze cel moeten vastleggen. De bouwmeester zal ook rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het beleid ten aanzien van de regering.
Binnen diens takenpakket moet de bouwmeester een architecturale ambitie voor Brussel aan de dag leggen, een culturele visie op openbare architectuur ontwikkelen en verspreiden, het algemeen architecturaal bewustzijn van zowel bouwheren en ambtenaren als het grote publiek prikkelen, prioritaire projecten selecteren, een procedure voor bijstand aan bouwheren uitwerken, aan selectieprocedures voor projecten deelnemen.
De bouwmeester wordt geselecteerd via een Europese oproep. Een aankondiging van opdracht werd onlangs in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen bekendgemaakt. Geïnteresseerden kunnen zich kandidaat stellen tot 10 maart 2009.
In deze legislatuur werden al een reeks initiatieven genomen voor kwaliteitsvolle stedenbouwkundige projecten: de organisatie van een internationale architectuurwedstrijd voor de heraanleg van het Flageyplein en het Rogierplein, de Pyblik-opleiding rond projectbeheer, de opmaak van een vademecum voor aanstellingsprocedures van ontwerpers bij publieke architectuuropdrachten in Brussel.
Info:
kabinet Charles Picqué: France Marage op 0497 599 111
kabinet Pascal Smet: Mieke Van Dessel 0477 74 28 32
kabinet Evelyne Huytebroeck: : Pascal Devos : 0478 342 377
kabinet François Dupuis: Rachid Bargouti : 0499 588 400
(9.2.2009) Elk jaar tijdens de beurs Bouwinnovatie te Hasselt bekroont een architecten-, een pers- en een expertenjury respectievelijk het meest innovatieve product, de mooiste stand en de energieprijs 2009. Deze uitreiking vond plaats op zaterdag 31 januari tijdens het traditionele bouwfeest van Bouwinnovatie. Zero van steenbakkerij Vandersanden ontving van de architectenjury de award voor het meest innovatieve product 2009.
De architectenjury vond na de zoektocht op de beurs in Zero een winnaar die er met kop en schouders boven uitsteekt. Zero is een nieuw baksteentype dat toelaat op de klassieke metselmethode toch een voegloos uitzicht te krijgen.
“Vandersanden heeft met deze aanpassing hét basisproduct uit de bouwwereld vernieuwd. Er waren al heel wat oplossingen op de markt om zonder voegen te werken, bijvoorbeeld het verlijmen. Probleem daarbij is dat de aannemer een nieuwe techniek moet aanleren, moet investeren in nieuwe materialen,… en heel wat aannemers staan daar terughoudend tegenover. Met de Zero kan de aannemer gewoon zijn truweel blijven hanteren. Het product biedt ons ontwerpers een esthetische oplossing die de aannemer op een traditionele manier kan realiseren. Het product is kortom eenvoudig en innoverend,” motiveert de architectenjury.
De prijs van de architectenjury werd toegekend op basis van de bouwkundige kwaliteiten van het product en de promotionele aanpak ervan. Criteria waren o.a. het vernieuwende van het product, de gunstige prijs/kwaliteitsverhouding, de professionele informatie en visuele presentatie.
Vandersanden demonstreert Zero ook op Batibouw te Brussel van 26 februari t/m 8 maart 2009 – paleis 5, stand 417. Info: www.zerobrick.be.
(3.3.2009) Op maandag 2 februari 2009 werden de zesde CultuurPrijzen Vlaanderen uitgereikt in het CC Hasselt. Met deze prijzen bekroont de Vlaamse Gemeenschap organisaties of personen die het voorbije jaar een bijzondere bijdrage leverden aan het cultuurleven in Vlaanderen. Naast onder meer prijzen voor jeugdtheater, strip, muziek en film werd ook een vormgever bekroond : kunstsmid Nedda El-Asmar. De andere genomineerde vormgevers zijn designstudio Achilles Associates en brillenontwerper Patrick Hoet.
El-Asmar kreeg een award ontworpen door Johan Tahon en een geldbedrag van 12 500 euro, net als de andere laureaten.
Een zilveren condoomhouder, een bijzondere picknickmand en ‘Lovespoons’, twee in elkaar passende zilveren lepels die samen een rozenknop vormen: met dit soort van uitgekiende, elegante ontwerpen bewees Nedda El-Asmar (1968, Aalst) reeds als studente dat ze een grote belofte was. Ambachtschap is wezenlijk voor haar werk. Ze beschouwt het als een privilege om met luxehuizen te werken. Niet uit snobisme, maar omdat daar nog echte vakmensen werken, wier metier verloren dreigt te gaan.
Nedda El-Asmar studeerde juweelontwerp en edelsmeedkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en aan het Royal College of Art in Londen. Haar werk werd al vroeg opgemerkt door Puiforcat. Voor dit Frans bedrijf ontwierp ze in roestvrij staal en in zilver bestekken, serviezen en vazen. In opdracht van Hermès tekende ze niet alleen het geglasstraald bestek ‘HTS’, maar ook de reeks ‘Selle’. Deze vazen en kommen werden in één vorm, maar in verschillende materialen - tin, cederhout, Murano-glas - uitgevoerd. Andere opdrachtgevers waren Eternum/Gense, Robbe & Berking, Carl Mertens, Airdiem, Villeroy & Boch en Carrefour.
Nedda El-Asmar is een edelsmid tussen traditie en vernieuwing, die haar prototypes feilloos tot aan de uiteindelijke afwerking begeleidt. Daarbij bewaart ze het evenwicht tussen creatieve vrijheid en industriële eisen. Haar ogenschijnlijk eenvoudige ontwerpen combineren klassieke elegantie met een hedendaagse toets. Ze stralen tederheid en poëzie uit, maar ook humor en fantasie. Haar werk wordt internationaal gewaardeerd en bekroond. In 2007 werd ze Belgische designer van het jaar en in 2008 wijdde het Design Museum van Gent een tentoonstelling aan haar carrière. Info: www.nedda.be.
De andere genomineerde vormgevers zijn Achilles Associates, een designerstudio in 1994 opgericht door Jürgen Oskamp en Koen Elsen (www.achilles.be) en brillenontwerper Patrick Hoet (www.hoet.be).
(23.1.2009) Na vier speeldagen is de zaalvoetbalcompetitie ARCHIGOLDCUP BVA 2009 halfweg. Stilaan wordt duidelijk wie er gaat voor de eindoverwinning en wie er komt voor het plezier van het spel. Al sluit het één het ander natuurlijk niet uit. Wie er al eens bij was, moet het niet meer verteld worden, maar de bijzondere sfeer die er hangt op en naast de sportvelden is zonder meer uniek. U wordt uitgenodigd naar de sporthal op de hoek van de Grote Kauwenbergstraat en de Vekestraat in Antwerpen om deze sfeer zelf te komen opsnuiven. De kalender van de wedstrijden vindt u op de website www.archigoldcupbva.be.
Op woensdag 4 februari wordt de finale gespeeld en zullen we weten welk team van architecten dit jaar de felbegeerde ARCHIGOLDCUP mee naar huis mag nemen.
Hou deze avond in uw agenda alvast vrij want aansluitend aan de finale, wordt er in het cafetaria van de sporthal afgesloten met een spetterende afscheidsdrink die wordt aangeboden door alle sponsors en de BVA.
Naast de Archigoldcup voor de winnaar van het toernooi is er een beker voor de fairplay en een prijs voor de meest originele outfit.
Voor de beide teams die de finale halen heeft iGuzzini illuminazione Benelux nog een bijzondere attentie in petto. Om hun sponsorschap te accentueren schenken zij als extra prijs voor de finalisten per team twee tickets voor een iGuzzini bedrijfsbezoek in Italië. Dit wordt georganiseerd van donderdag 28 mei tot en met zondag 31 mei, met o.a. een bezoek aan het hoofdkantoor in Recanati, aan de fabriek en aan enkele projecten.
Wie lid wil worden van de Bond van Vlaamse Architecten, kan alle info hierover terugvinden op www.bondvlaamsearchitecten.be
(28.1.2009) De Franse stichting Architectes de l’Urgence wil een hulpactie op touw zetten voor de burgers die getroffen zijn door het oorlogsconflict in de Gazastrook in nauwe samenwerking met professionele Palestijnse en Israëlische architectenorganisaties.
Het doel van de samenwerking tussen Palestijnse, Israëlische en Europese architecten is om de getroffen burgerbevolking zo snel mogelijk opnieuw te huisvesten in veilige omstandigheden.
Architectes de l’Urgence wil de beschadigde gebouwen veilig stellen en de inwoners de kans geven naar hun huizen terug te keren door een eerste impuls te geven aan de reconstructie. Voor deze eerste fase is een budget van 500 000 euro nodig.
www.architectes.org of www.emergencyarchitects.com
(23.12.2008) Op 20 december 2008 is de Antwerpse toparchitect Jo Crepain overleden na een slepende ziekte. Tijdens zijn carrière won hij verschillende internationale prijzen. Door hem kreeg Vlaanderen een bouwmeester. Crepain werd 58.
Sinds zijn eerste woning, die hij nog als student had ontworpen, in 1974 met de belangrijkste Belgische architectuurprijs werd gelauwerd, bouwde Jo Crepain een indrukwekkend oeuvre uit in België en later ook in Nederland.
De grote verscheidenheid en onophoudelijke vernieuwing in zijn oeuvre leverde enkele van de meest markante gebouwen uit de recente Belgische architectuurgeschiedenis op. Hij verwierf onder meer internationale faam voor het gebouw 'De Wachter' in 's Gravenwezel. De kantoorgebouwen van Renson in Waregem en Telindus in Heverlee zijn eveneens van zijn hand. Ook het nieuwe Lommelse stadhuis, 'het Huis van de Stad', en de nieuwe vestiging van de Artevelde Hogeschool in Gent is van hem.
Gedurende heel zijn carrière heeft Jo Crepain een oeuvre opgebouwd met een 750-tal referenties en zich daardoor ontwikkeld als een van de meest prominente architecten van België en Nederland.
Hij pleitte ervoor om officiële opdrachten te depolitiseren en de toewijzing aan een wedstrijd te verbinden. Door zijn bijdrage aan het debat werd het mogelijk dat Vlaanderen in 1999 een bouwmeester kreeg. Drie jaar geleden begon Crepain een associatie met Luc Binst (35). Kenmerkend voor Crepains stijl is een uitgesproken helderheid, een ingetogen rust en elegante verhoudingen. Hij was aanhanger van het postmodernisme.
Bouwen is voor hem allereerst een psychisch fenomeen en de woning de laatste plek om een stukje paradijs te heroveren. Niet alleen ten behoeve van de happy few, maar pour le plus grand nombre.
(12.12.2008) Wilt u meer weten over jagerskampen uit de steentijd, woningen uit het interbellum, wrakken op de bodem van de zee of boomgaardlandschappen uit vochtig Haspengouw? Surf dan naar www.onderzoeksbalans.be
Gisteren heeft het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed de Onderzoeksbalans Onroerend Erfgoed voorgesteld. De onderzoeksbalans is een uniek online-document dat een stand van zaken biedt van het onroerend erfgoed-onderzoek in Vlaanderen, van de eerste sporen van menselijke aanwezigheid tot belangrijke aspecten van postmodernistische gebouwen..
In onze dagelijkse leefomgeving worden wij voortdurend - bewust en onbewust - geconfronteerd met erfgoed. Het omringt ons, we komen er dagelijks mee in aanraking, het is een wezenlijk deel van onze identiteit. De kennis van dat erfgoed zorgt ervoor dat we het beter kunnen beleven en beheren. Voor Vlaanderen bestond er echter nog geen stand van zaken van het onderzoek. De onderzoeksbalans brengt daar nu verandering in. Ze bestaat uit drie delen: archeologie, bouwkundig erfgoed en landschap.
Van februari 2007 tot december 2008 hebben onderzoekers van het VIOE, samen met 180 specialisten van universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstellingen van de overheid, overheidsdiensten, verenigingen, musea en zelfstandige erfgoedonderzoekers, meegewerkt aan dit ambitieuze project. De mensen die dagelijks bezig zijn met erfgoed en erfgoedonderzoek, zijn de geknipte personen om hiaten te signaleren en bakens uit te zetten die richtinggevend kunnen zijn voor toekomstig onderzoek. De onderzoeksbalans zal dan ook een belangrijke bijdrage leveren aan de uitbouw van een langetermijnbeleidsvisie van de overheid.
De onderzoeksbalans maakt duidelijk wat, waar en door wie onderzocht wordt en draagt op die manier bij tot de transparantie van het wetenschappelijk onderzoek. De uitwisseling van kennis wordt efficiënter en maakt het mogelijk om complementaire doelen na te streven. Niet alleen voor onderzoekers en studenten is de onderzoeksbalans een belangrijk instrument, ook adviseurs, uitvoerders en beleidsmakers zullen er een beroep op doen. De onderzoeksbalans fungeert als platform voor de uitwisseling van opvattingen en inzichten.
Parallel met de onderzoeksbalans heeft het VIOE ook de Bibliografie Onroerend Erfgoed ontwikkeld, een online zoekmachine waarin momenteel 15 700 bibliografische referenties over onroerend erfgoed in Vlaanderen opgenomen zijn.
De onderzoeksbalans is sinds 11 december voor iedereen beschikbaar. Het is een dynamisch document waar de komende jaren verder aan gewerkt wordt: zoals onderzoek altijd evolueert, moet ook de onderzoeksbalans steeds in ontwikkeling blijven. De voorstelling van deze eerste versie houdt meteen ook een oproep in aan alle geïnteresseerden om suggesties, aanvullingen en nieuwe inzichten door te geven, net zoals dat bijvoorbeeld bij Wikipedia gebeurt.
(15.12.2008) Hootsmans architectuurbureau uit Amsterdam is door de Vlaams Bouwmeester aangewezen als winnaar van de Open Oproep 1401. Het Amsterdamse bureau heeft daarmee de opdracht voor de herbestemming van de beschermde kapel van de jeugdinstelling De Zande Ruiselede. De uitschrijver van de prijsvraag spreekt van een ‘uitzonderlijke’ inzending.
De geschiedenis van de Gemeenschapsinstelling voor Bijzondere Jeugdbijstand ‘De Zande’ gaat terug tot 1849. Toen werd aan de rand van Ruiselede, middenin de polders, een rijksinstelling voor landlopers, wezen en verwaarloosde jongeren opgericht. Tot het strak geordend geheel van gebouwen behoort ook een beschermde kapel.
Sinds de opheffing van de religieuze functie van dit gebouw in 1974, is deze ruimte voornamelijk als opslagplaats gebruikt. De Open Oproep heeft als doel de kapel om te vormen tot een schoolgebouw met een twaalftal kleine klaslokalen voor de lessen algemene vorming.
Deze opgave stelt de ontwerpers voor een dilemma. Om klaslokalen in te richten zullen ze moeten raken aan het interieur van de kapel. Tegelijk wil de opdrachtgever dat de monumentale binnenruimte van de kapel ervaarbaar blijft voor elke bezoeker en gebruiker.
“Het is de verdienste van de Amsterdamse architect Rob Hootsmans dat hij dit dilemma niet probeert te omzeilen, maar juist tot de kern van zijn project maakt. Hij kiest ervoor om de onvermijdelijke fragmentatie van het interieur van de kapel zo ver door te drijven dat er nieuwe kwaliteiten en betekenissen ontstaan”, aldus de Vlaams Bouwmeester.
Met lichte, ruimtehoge wanden deelt Hootsmans de volledige ruimte van het schip van de kapel, en een deel van de zijbeuken, op in klaslokalen. Enkel langs de buitenmuren wordt een smalle zone vrijgehouden die als rondgang en ontsluiting dienst doet. Vervolgens voorziet hij de nieuwe scheidingswanden van perforaties.
Deze ‘gaten in de emmentaler’ lijken willekeurig, maar worden bepaald door de stand van de zon en door mogelijke zichten vanuit de rondgang op fragmenten van het interieur van de kapel. Met deze uitsnijdingen speelt Hootsmans in op de menselijke capaciteit om een onvolledige weergave mentaal te reconstrueren. Het geheel van de binnenruimte van de kapel blijft dus ervaarbaar als subjectief beeld.
Bron: Vlaams Bouwmeester
(5.12.2008) Viceminister-president en minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen liet vorige vrijdag de definitieve versie van het wijzigingsdecreet Ruimtelijke Ordening door de Vlaamse Regering goedkeuren. Drie jaar geleden startte het politieke overleg dat begin dit jaar uitmondde in een beslissing over de grote krachtlijnen. Vervolgens werd een intensieve overlegronde opgestart met diverse adviesorganen, de professionals, vertegenwoordigers van verenigingen en de steden en gemeenten. Finaal werd een omstandig, positief, advies gekregen van de Raad van State.
“Met dit decreet garanderen we meer rechtszekerheid, snellere administratieve procedures en een doeltreffende ruimtelijke ordening”, aldus Dirk Van Mechelen. “Hiermee voeren we een belangrijk luik van het regeerakkoord uit. We kunnen nu de teksten overmaken aan het Vlaams Parlement.” De nieuwe regels moeten in het voorjaar 2009 van kracht worden.
Het ontwerpdecreet ruimtelijke ordening (RO) voert vernieuwingen in op drie belangrijke punten: vergunningen, planologie en handhaving. Die vernieuwingen beogen vooral vereenvoudigde en transparantere procedures en een grotere rechtszekerheid voor burgers en lokale besturen.
Om in te spelen op de vraag vanuit de burger naar meer efficiënte administratieve procedures, wordt een hele batterij maatregelen voorzien die de administratieve lasten fel terugschroeven.
In het kader van de handhaving zullen duidelijke, niet-bediscussieerbare termijnen gelden en krijgt de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid (de opvolger van de Hoge Raad voor Herstelbeleid) meer bevoegdheden. Hierbij wordt bemiddeling expliciet naar voor geschoven.
Er worden ook meerdere maatregelen voorzien die een vereenvoudiging nastreven voren de gemeentelijke overheden. Deze zullen meer dan ooit het eerste aanspreekpunt zijn inzake vergunningen en de regels omtrent ruimtelijke ordening.
Info: www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/nieuws
(8.12.2008) Afgelopen vrijdag 5 december werden de leden van de Communautaire Raden en de Nationale Raad gekozen. Zij zullen het strategisch beleid bepalen voor de komende drie jaar. “Er werd gestemd voor degenen die voor vernieuwing staan in het communautair overleg en hun engagement hebben bewezen ten opzichte van de veranderde bezorgdheden van zowel architecten als consumenten,” meldt de Orde.
“De laatste tijd heeft de Nationale Raad van de Orde van Architecten zich vaker laten horen wat betreft de politieke en strategische hervorming dan wat betreft de verbetering van procedures voor het architectenberoep. Deze tijd is voorbij: de voortrekkers van een constructieve communautarisering gericht op de belangen van de architect hebben hun succes binnengehaald.
In tijden van moeilijke onderhandelingen, hebben een aantal actoren hun goede wil getoond om tot een meer constructieve en discrete benadering van de Orde te komen. Vandaag worden zij beloond voor hun streven naar vooruitgang.”
Vanaf 1 januari 2009 zullen de Raden geleid worden door volgende mandatarissen:
Nationale Raad van de Orde van Architecten
Voorzitter: Michel De Keyser, afgevaardigde van de Raad van Namen
Plaatsvervangend Voorzitter: Jan Van Breedam, afgevaardigde van de Raad van Antwerpen
Secretaris : Philip Adam, afgevaardigde van de Raad van Oost-Vlaanderen
Adjunct-Secretaris : Vincent Dehon, afgevaardigde van de Raad van Brussel Hoofdstad en van Waals-Brabant
Vlaamse Raad van de Orde van Architecten
Voorzitter van rechtswege, de Plaatsvervangend Nationale Voorzitter: Jan Van Breedam
Secretaris van rechtswege : Philip Adam
Vice-Voorzitter : Tuur Ceuppens, Lid benoemd door de Koning die het gemeentelijk bestuur vertegenwoordigt, Stad Antwerpen
Penningmeester : Jan Van Breedam
Franstalige en Duitstalige Raad van de Orde van Architecten
Voorzitter van rechtswege, de nationale Voorzitter : Michel De Keyser
Secretaris van rechtswege, de nationale Adjunct-Secretaris : Vincent Dehon
Vice-voorzitter : Jean Thiry, afgevaardigde van de Raad van Luxemburg
Penningmeester : Nathalie Huygens, door de Koning benoemd Lid die het federale bestuur vertegenwoordigt, Regie der Gebouwen
De nieuwe Voorzitter, Michel De Keyser, benadrukt de kwaliteit van het overleg tussen de verschillende actoren gedurende de 3 laatste jaar bij de Orde: “Het Belgische institutionele landschap zet de Orde aan om verder te evolueren naar een nog grotere autonomie. De vertrouwensbanden die de laatste jaren werden gesmeed stellen ons in staat om in alle sereniteit met dit keerpunt om te gaan en ons te concentreren op de bezorgdheden van de architecten en consumenten.”
(1.12.2008) De verkoop van het kasteel van Corroy-le-Château in Gembloux aan de Vlaamse kunstenaar Wim Delvoye gaat dan toch niet door. Op 22 september jl. kocht Wim Delvoye het kasteel van Corroy-le-Château voor 3,3 miljoen euro. Maar net voor de definitieve verkoopakte moest worden getekend, ziet Delvoye af van de koop. Volgens de Waalse kranten Vers l'Avenir en La Libre Belgique zou Delvoye tot een akkoord zijn gekomen met markies Olivier de Trazegnies die samen met zijn bejaarde moeder in het kasteel woont. De Trazegnies zag zich ten gevolge van een familieruzie genoodzaakt het kasteel van de hand te doen, maar de markies verstopte nooit dat hij de verkoop als vernederend ervoer. De markies zocht Delvoye trouwens al meteen na de openbare verkoping op met een tegenbod. Met de hulp van de Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden en Tuinen van België heeft De Trazegnies zijn kasteel nu gerecupereerd.
Volgens Delvoye heeft de media-aandacht die de verkoop van het kasteel van Corroy kreeg, meteen ook de problemen rond zijn andere kasteel in Kwatrecht opgelost. De kunstenaar wou daar een centrum voor hedendaagse kunst openen, maar daarvoor kreeg hij aanvankelijk niet de nodige vergunningen. Wellicht heeft Delvoyes beslissing af te zien van de koop van het kasteel in Corroy evenzeer te maken met de beperkte mogelijkheden om er een museum voor hedendaagse kunst van te maken. Het middeleeuwse kasteel is een beschermd monument waaraan noch van binnen, noch van buiten iets gewijzigd mag worden.
Dat alles wil niet zeggen dat Delvoye afziet van zijn plannen een tentoonstelling te bouwen op het domein van Corroy-le-Château. Hij zou in de tuin van het kasteel nog altijd een expositie plannen van nestkastjes gebouwd door befaamde architecten. (bron: Het Volk)
(21.11.2008) De London Tower, een nieuw vastgoedproject met 119 appartementen aan het Eilandje in Antwerpen, moet de noordelijke toegangspoort tot de stad worden. Dat is de doelstelling van architecte Cristine Conix die de woontoren vorige vrijdag officieel voorstelde.
Hoogste appartementsblok
Reliëf en kleurenschakeringen
Het architectenbureau van Cristine Conix ontwikkelde voor de London Tower een concept waarbij reliëf en kleurenschakeringen centraal staan. Als inspiratie voor het gebouw gebruikte Conix het beeld van opspattend water. Het prestigeproject zal volgens de projectontwikkelaars de skyline van de Scheldestad ingrijpend veranderen. De toren moet het noordelijke equivalent worden van wat het nieuwe justitiepaleis aan de zuidkant van Antwerpen is.
Prijs
De prijs van de appartementen is relatief betaalbaar. Een éénslaapkamer studio kost zonder btw 109 500 euro, voor een versie met twee slaapkamers betaal je minimum 149 500 euro. De penthouses met panoramisch terras kosten wel een stuk meer. Het doel van Immpact, die de commerciële kant voor haar rekening neemt, is om luxe aan te bieden aan een haalbare kost.
Park
Opmerkelijk is de link tussen London Tower en het nieuwe park Spoor Noord, dat aan de andere kant van de straat ligt. Er komt een publieke doorgang met een brug over de Italiëlei waardoor voetgangers en fietsers veilig van de woontoren naar het park kunnen geraken. Vlaams minister Dirk Van Mechelen sprak op de voorstelling zijn steun uit voor het project. Hij verklaarde dat de London Tower volgens hem een echte "landmark" wordt die een gunstige invloed zal uitoefenen op de noordelijk gelegen wijken van Antwerpen. (belga/tdb)
Nieuwbouwwonigen moeten voldoen aan de E100-energienorm. In 2010 wordt die norm E80. Kandidaat-bouwers willen soms nog een stapje verder gaan. Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur Hilde Crevits heeft een opleiding voor 500 energiebewuste architecten financieel ondersteund.
De specifieke cursus moet architecten opleiden om lage-energie-woningen (E60-woningen) te ontwerpen. Tijdens de recente beurs Concept & Build reikte de minister de diploma’s uit aan de architecten die de opleiding met succes hebben afgerond. Met een label “Energiebewuste Architecten” zijn ze goed herkenbaar voor de kandidaat-bouwers.
Minister Hilde Crevits lanceerde het project “Energiebewuste Architecten” samen met de twee grootste architecten-organisaties: de Vlaamse architecten-organisatie (NAV) en de Bond Vlaamse Architecten (BVA).
De erkenning van energiebewuste architecten laat toe om het label gedurende twee jaar te gebruiken. Dit label maakt het voor kandidaat- (ver)bouwers van lage-energiewoningen gemakkelijker om een geschikt architect te vinden.

« Convergence » is de kunstzinnige installatie van de Franse plastisch kunstenaar Yann Kersalé op de Brusselse Grote Markt. Hij beschouwt het plein als een immense balzaal in openlucht en vult de open hemel dan ook met duizenden lichtpuntjes
De Grote Markt van Brussel is een prachtig, indrukwekkend plein, en dat vindt ook de beroemde Franse plastische kunstenaar Yann Kersalé. De kunstenaar krijgt weinig ruimte voor zijn artistieke interventie tegenover de pracht en praal van het marktplein. Yann Kersalé ziet de Grote Markt als een grote balzaal in openlucht. Toch legt hij niet de focus op de gebouwen en gevels, maar nodigt hij uit de hemel te herontdekken. Tegenover de beslotenheid van het plein voelt de kunstenaar zich aangetrokken tot de verstilling van de open lucht. De openheid van de hemel, die er overal en altijd, voor iedereen is, wordt het verbindend element.
Hij stelt zich voor een grote uitdaging: een netwerk weven van lichtlijnen vanuit de vier hoeken van het plein met ontelbare lichtpuntjes van verschillende grootte. “Lichtarchitectuur Convergence. De Grote Markt met zijn vier toegangen in de vier hoeken. Een groot vierkantig stuk hemel, bevrijd van de geschiedenis maar tegelijk getuige ervan. Van welke kant je ook de Grote Markt op stapt, je treedt binnen in een afgesloten geheel van kasseien, historische gevels en de hemel. Hoe ingesloten je ook kan zijn op deze plek, toch ademt het plein rust en kalmte uit. Door zijn omvang? Door de plek zelf? Het maakt niet uit, het plein geeft je een goed gevoel. Het lijkt op een grote balzaal van een onwaarschijnlijk kasteel, met de hemel als plafond en omkaderd door rijkelijk versierde gevels. Het is juist de blote hemel die het decor wordt van “Convergence”, vertrekpunt van vier lijnen met lichtpuntjes die elkaar kruisen tegen de achtergrond van de Europese hemel. Zoveel lichtpuntjes als er zijn, zo veel ideeën, passies en gedachten die uit de vier windrichtingen komen en die elkaar in het midden ontmoeten, verenigen en met elkaar communiceren.”
“Convergence” zichtbaar elke avond tot 19 november. In het kader van het Europese culturele seizoen, georganiseerd ter gelegenheid van het Franse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. In samenwerking met de Stad Brussel en met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Electrabel GDF Suez, GDF Suez.
“De Stichting voor Architectuur Philippe Rotthier heeft de Europese Prijs voor architectuur Philippe Rotthier in het leven geroepen, die al meer dan veertig architecten gelauwerd heeft. Deze driejaarlijkse prijs kiest hedendaagse werken, die meestal in Europa werden gebouwd en die in de lijn liggen van de architecturale en stedelijke principes waarop de mooiste steden van Europa gebaseerd zijn.
De geselecteerde werken zijn nieuwe bouwwerken die rekening houden met de context waarin ze liggen. Ze beantwoorden aan de comforteisen van vandaag en hebben aandacht voor ecologie. De architectuurvormen passen in de stad en het landschap zonder die te vernielen. Ze tonen respect voor het verleden en de geschiedenis.
De prijs wil het isolement en de stilte doorbreken van en rond een aanzienlijk aandeel in de architectuur, dat zijn weg niet vindt naar magazines en architectuurtentoonstellingen. De editie 2008 zet nieuwe stadswijken in de schijnwerper die gebouwd zijn volgens de stedelijke principes en volgens het principe van duurzaam bouwen.”
88 projecten werden ingediend. Een internationale jury kwam op 13 en 14 juni 2008 samen in de Stichting voor Architectuur in Brussel. Ze kende de Europese Architectuurprijs Philippe Rotthier 2008 voor « de mooiste Europese stadswijk » toe aan :
- Plessis-Robinson, Frankrijk, voor de beste oplossing voor de heropleving van een voorstad
- Val d'Europe, Ile-de-France, Frankrijk voor de beste nieuwe stad
- Neumarkt, Dresden, Duitsland voor de beste reconstructie van een historisch stadscentrum
- Palermo, Italië voor de beste reconstructie van een stadscentrum
- Poundbury, Dorchester, Groot-Brittannië, voor het beste nieuwe dorp
- Rathaus Viertel, Gladbeck, Duitsland voor de beste openbare interventie
- Borgo Città Nuova, Alessandria, Italië voor de beste stadswijk
- Erromes Plaza, Irun, Spanje voor het beste stadsplein
- Heulebrug, Knokke-Heist, België voor de beste tuinwijk
- Campus d'Akroken, Sundsval, Zweden voor het beste stedelijke zone
“ … De architectuur en stedenbouw zijn – nog voor ze gerealiseerd worden – in eerste instantie ideeën die voor iedereen toegankelijk zijn, verzameld en geordend in programma’s. Als professionals zich geroepen voelen om die ideeën naar drie dimensies om te zetten, dan is het niet aan hen om de publieke opinie over architectuur en stad te claimen, noch is het hun recht om zomaar te beslissen hoe mensen moeten leven. En ze moeten ook de vormgeving van een stad niet aan de grillen van hun fantasie onderwerpen. Alle liefhebbers van nostalgische schoonheid hebben het legitieme recht, zelfs de plicht, om professionals in vraag te stellen die het zich verwaardigen om onder het mom van profestische futuristische visies hun standpunten op de dringen.” (Maurice Culot)
Tentoonstelling van 19 oktober tot 30 november 2008 – Civa-Fondation pour l’Architecture – Kluisstraat 55, 1050 Brussel.
(20.10.2008) De Vlaamse architectenfederaties en de Orde van Architecten vroegen, net voor het bouwverlof, aan 300 architecten naar hun ervaringen bij het aanvragen van stedenbouwkundige vergunningen.
De architecten geven een gemiddelde tevredenheidsscore van 5,3 op 10 voor de Vlaamse bouwaanvraagprocedures… Waar loopt het dan mis? De architecten vragen alvast meer duidelijkheid op vlak van stedenbouwkundige voorschriften. Ze stellen zich bovendien vragen bij veel van de ‘ongeschreven’ regels waarmee ze geconfronteerd worden.
Hoewel de gemeentelijke diensten vooroverleg niet uit de weg gaan, is er meestal geen formele procedure voorzien. In bijna 70% van de gevallen wordt er van het vooroverleg geen schriftelijk verslag afgeleverd. De architectenorganisaties zijn er nochtans van overtuigd dat gestructureerd vooroverleg, afgerond met een schriftelijke verslag, een effectief middel zou zijn om heel wat wrevel, administratieve rompslomp en vertragingen weg te werken.
Op het vlak van de termijnen waarbinnen vergunningen worden afgeleverd ondervinden de architecten, afhankelijk van de regio, tegenstrijdige tendensen: 28% van de architecten ervaart een snellere aflevering, maar tegelijkertijd ondervindt 40% een vertraging ten opzichte van de vorige twee jaar.
Tenslotte zijn de architecten tevreden over de informatie die zij van de stedelijke en gemeentelijke diensten krijgen over het verloop van hun aanvraag. De provinciale afdelingen van het Agentschap Ruimtelijke Ordening scoren opvallend minder goed. Slechts 32% van de architecten kunnen bij deze afdelingen informeren naar de stand van hun dossier. Werk aan de winkel dus.
Met het onderzoek, uitgevoerd door het bureau AIDA LINK, wilden de architectenorganisaties een duidelijk beeld krijgen van de ervaringen van de architecten in hun relatie met het lokale en Vlaamse overheidsdiensten bij het voorbereiden en aanvragen van stedenbouwkundige vergunningen. De bevraging gebeurde telefonisch en behandelde zes onderwerpen: de algemene tevredenheid, het informatiebeleid, vooroverleg, dossierbehandeling, weigering/beroep en het as built attest.
Op basis van de resultaten van het onderzoek willen de architectenorganisaties een nieuwe dialoog met de betrokken administraties starten. Ondanks de sterke betrokkenheid van de architecten op het gebied van Ruimtelijke Ordening is er tot nu toe met de administratie nauwelijks overleg geweest.

(10.10.2008) De hoge energieprijzen en het groeiend milieubewustzijn motiveren meer dan 95% van de bouwers en verbouwers om te investeren in energiebesparende materialen en verwarming.
Dit blijkt uit de resultaten van marktonderzoek dat Reynaers Aluminium in januari en september van dit jaar uitvoerde bij 1.570 Belgische gezinnen met concrete bouw- en verbouwplannen. Het rapport werd gepresenteerd naar aanleiding van de 20ste editie van het Bouw- en Immosalon (BIS Beurs, 11-19 oktober 2008).
Gevraagd naar het percentage dat deze 95% van de bouwers en verbouwers meer wil betalen voor energiezuinige materialen, antwoordt 47% tot 10% meer te willen uitgeven, bijna 46% tussen de 10% en 30% en 7% wil zelfs meer dan 30% meer betalen.
Ondanks de stijgende kost van bouwen en verbouwen is de meerderheid van de bouwers en verbouwers (85%) bereid om te investeren in beter isolerende ramen en deuren om zo op lange termijn te besparen op de energiekost. 77% plaatst een energiezuinige verwarmingsinstallatie en toch bijna 1 op 2 bouwers (41%) overweegt zonne-energie aan te wenden.
Eco Systeem
Op de vraag welke materiaalsoort als meest energiebesparend of milieuvriendelijk beschouwd wordt, ziet 55% van de respondenten deze rol weggelegd voor aluminium, 30% kiest PVC en een minderheid van 14% voor hout.
Om de stijgende vraag naar energiezuinige aluminiumoplossingen voor ramen en deuren te beantwoorden ontwikkelde Reynaers Aluminium het Eco Systeem. Dit is een hoogwaardig aluminiumsysteem dat een esthetisch ontwerp koppelt aan energiezuinigheid.
Info: www.nieuweramen.be
De gemeente Sint-Joost-ten-Node is één van de vier laureaten van de tweejaarlijkse actie van de BFS (Brusselse Federatie voor Stedenbouw) omwille van haar bijdrage aan een kwalitatieve stedenbouw.
In Sint-Joost-ten-Node worden drie initiatieven in het licht gesteld: het “Jazz Station”,de “Brabantbrug” en de “Molentuin”. Ontwerpers zijn Paul Delaby & Michel Moers Architects, Patrick Rimou & AEDES architects en Anne Guillaume (Bureau Archi Nord-Sud Architects).
Het cultureel centrum Jazz Station bevindt zich in een voormalig station. De buitenkant werd volledig gerestaureerd in de originele rode baksteen. Aan de achterkant van het gebouw heeft ook de metalenstructuur van de galerij haar authentieke glans teruggevonden.
De Brabantbrug – een spoorwegbrug – werd een opgemerkt kenteken in de stad, door de installatie van een kleurrijke verlichting. Daarmee is een fysieke en commerciële link gelegd tussen de handelspolen Brabantstraat en Nieuwstraat en zijn de bewoners van de zogenaamde Sint-Franciscuswijk bevrijd uit hun isolement, ontstaan door het voormalige afschrikwekkende karakter van de donkere en drukke verkeersader.
De Molentuin is een heraangelegd park in een binnengebied,bereikbaar via een portaal aan het einde van een geplaveide weg. Verschillende functies werden hier samengebracht: spelen, ontspanning, broed- en eetplaatsen voor vogels.
Andere laureaten werden het Wijnpaleis in Brussel (door Christophe Gillis, OZON architecture), de tuinen van de Bloemist in Brussel (door landschapsarchitect Axel Demonty) en Wolubilis, een multifunctioneel complex in Sint-Lambrechts-Woluwe (door A2RC Architects).

(15/09/2008) Een week na Vlaanderen heeft het Brussels Gewest besloten om een bouwvergunning voor de plaatsing van zonnepanelen niet langer te verplichten. Brussels minister van Leefmilieu Evelyne Huytebroeck (Ecolo) wil zo het gebruik van zonne-energie nog meer stimuleren.
De Brusselse regering oordeelde dat de regeling over de bouwaanvraag vaak te onduidelijk en stroef is. Het gevolg is veel administratieve rompslomp. Daarom werd besloten om de plaatsing drastisch te vereenvoudigen. Door de procedure van het plaatsen van zonnepanelen te versnellen, wil Brussel meer mensen stimuleren om over te stappen op groene stroom.
In Wallonië is de bouwvergunning al een tijdje geleden afgeschaft op voorwaarde dat de panelen op het dak geplaatst worden en niet uitsteken uit het gebouw.
(22/09/2008) De Antwerpse Ruien is de winnaar van de Vlaamse Monumentenprijs 2008. Dat maakte minister Dirk Van Mechelen, bevoegd voor het onroerend erfgoed, bekend op 21 september jl tijdens het slotfeest van de Open Monumentendag. De Antwerpse Ruien zijn het ondergrondse historische riolen- en grachtenstelsel van de stad Antwerpen, waarvan een traject van 1600 meter werd opengesteld voor het publiek.

“Met de openstelling van de ruien sluit Antwerpen aan bij andere Europese cultuursteden die ook hun ondergronds patrimonium koesteren,” aldus Vlaams minister Dirk Van Mechelen (Open Vld). De winnaar krijgt een bedrag van 12 500 euro, bovenop de 2 500 euro die elk van de vijf laureaten sowieso won. Die andere (provinciale) laureaten waren de Sint-Trudokerk in Peer, zaal Gillade in Aalst, de sacramentstoren in de Sint-Leonarduskerk van Zoutleeuw en Villa l' Escale in De Panne.
De ontsluiting omvatte het creëren van een in- en uitgang en de inrichting van het daartussen gelegen traject. Daardoor kunnen grote aantallen bezoekers de ruien letterlijk ‘beleven’. De rondleidingen willen bezoekers informeren over de actuele rol van het ruienstelsel in het afvalwaterbeleid. De Ruien zijn een haast onaangetast stuk eeuwenoud ondergronds erfgoed die de geschiedenis van Antwerpen tot leven brengt.
De ontsluiting van de Ruien zelf werd gecombineerd met de verbouwing van twee aanpalende bovengrondse panden en kelders, een reeks kleine chirurgische ingrepen zoals een kijkperiscoop, minimale verlichting, een waterbassin en observatiepunten en het opzetten van een permanente gidsen- en bezoekerswerking. In een tweede fase werd de mogelijkheid ontwikkeld om (naast groepen) korte, individuele en onaangekondigde bezoekers te ontvangen. Hiervoor werden speciale informatieve voorzieningen ontwikkeld.
De verdienste van dit project situeert zich volgens de jury op verschillende terreinen. Het eeuwenoude Antwerpse ruienstelsel werd nooit eerder toegankelijk gemaakt voor het grote publiek. De ruien zijn een quasi onaangetaste historische infrastructuur die letterlijk de onderkant van de stad laat zien. De ruien herbergen bovendien een schat aan eeuwenoude bouwkundige elementen zoals gewelven, oude muren, houten schotten… De nieuwe toegang en uitgang, het Ruihuis en de Ruitgang, zijn uitgevoerd in een hedendaagse architectuur die uitdrukking geeft aan de nieuwe bestemming door een frisse combinatie van kleur, licht en speelse vormen. De architectuur geeft als het ware uitdrukking aan het ‘ondergronds gaan’ en de aanwezigheid van water, grachten, duisternis en afval, en is tevens robuust en infrastructureel. De materiaalkeuze is aangepast aan de erg vochtige en vretende biotoop.
Nog steeds blijft het ruienstelsel een deel van het afvalwater via nieuw geïntegreerde buizeninstallaties verwerken en brengt de ontsluiting ook een ruimer verhaal over ecologie en klimaat.

(24/09/2008) Het dertiende-eeuwse kasteel in Corroy-le-Château in de buurt van Gembloux in de provincie Namen is openbaar verkocht. Nieuwe eigenaar is kunstenaar Wim Delvoye, die het kasteel en het domein voor 3,3 miljoen euro op zijn naam mag schrijven. Daarmee wordt hij de eerste niet-adellijke eigenaar in acht eeuwen. Delvoye maakte furore met zijn Cloaca. Hij wil van het beschermde monument een museum voor hedendaagse kunst maken waar hij eigen werk en dat van bevriende artiesten wil tentoonstellen. Ook al mag hij in principe niets aan de architectuur of aan het interieur veranderen, toch wil hij doorzetten. Met de Walen valt er tenminste te praten, is zijn eenvoudige stelling. Hij kocht een paar maanden eerder al een kasteel in het Oost-Vlaamse Kwatrecht met de zelfde bedoelingen, maar daar stuitte hij met zijn museumplan op een njet omwille van het beschermde karakter van het kasteel. In Wallonië hoopt hij op “een ruimere opvatting dan in Vlaanderen”, aldus de kunstenaar-kasteelheer.
In 2010 wil hij de deuren openen. Tot die tijd zal hij het verhuren aan de vorige mede-eigenaar en huidige bewoner markies Olivier de Trazegnies.
Françoise Dupuis, Staatssecretaris voor het Brussels Hoofdstedelijk gewest, bevoegd voor Stedenbouw en Huisvesting, heeft akte genomen van de afbraak van illegaal gebouwde uitbreidingen gerealiseerd door Notaris Cornelis.
De heer Cornelis verwierf in 1990 een hoeve in de Scherdemaalstraat 228 in Anderlecht. De uitbreiding die hij aan het huis voorzag, was drie keer groter (of 600m² meer) dan wettelijk toegestaan.
Ter herinnering, deze afbraak is het gevolg van een beslissing van de Rechtbank van Eerste Aanleg van 16 mei jl. De rechtbank heeft dhr. Cornelis veroordeeld tot betaling van een som van 5 000 euro aan het Brussels Gewest als schadevergoeding wegens tergend of roekeloos geding.
“De sloop sluit dit dossier definitief af. Ik had mijn administratie aangezet om onmiddellijk alle nodige middelen in te zetten om de beslissing toe te passen. Bovendien worden alle sloopkosten verhaald op dhr. Cornelis zelf,” besluit Françoise Dupuis.
Op zaterdag 27 en zondag 28 september zet 'Mijn Huis Mijn Architect' opnieuw zijn deuren open. Dat weekend kan de kandidaat (ver)bouwer bij maar liefst 225 projecten inspiratie opdoen voor zijn eigen woning. En dit in het gezelschap van de architect. Deze editie staat in het teken van energie en levenslang wonen.
De Orde van Architecten laat graag het resultaat zien van een vruchtbare samenwerking tussen de architect en zijn bouwheer. Daarom organiseren zij jaarlijks het openhuizenweekend 'Mijn Huis Mijn Architect'. Dit jaar is extra aandacht voor energiezuinige woningen en het thema levenslang wonen.
Er is steeds meer vraag naar energiezuinige maatregelen om zijn woning zo energiezuinig mogelijk te maken. Daarom staat dit jaar 'Mijn Huis Mijn Architect' dan ook in het teken van energie. Naast interessante artikels in de catalogus kunnen we ook heel wat energiezuinige woningen voorstellen. Met als klap op de vuurpijl : 8 projecten ontstaan onder invloed van het programma 'Construire avec l’énergie' in Wallonië en 12 projecten die in Vlaanderen kunnen uitpakken met het nieuwe label van de Vlaamse Overheid 'Groene energie is geen sciencefiction'.
Daarnaast heeft 'Mijn Huis Mijn Architect' dit jaar ook aandacht voor levenslang wonen. Bij het ontwerp van een woning heeft de architect immers steeds meer aandacht voor de veiligheid van kleine kinderen en voor de toegankelijkheid van de woning ook wanneer men minder mobiel wordt. Zo kan de woning echt meegroeien met het gezin.
De vele te bezichtigen woningen werden gebundeld in een praktische catalogus. Dit unieke naslagwerk is vanaf begin september aan 7,5 EUR verkrijgbaar in de betere krantenwinkel. Een overzicht van de dagbladhandels waar de catalogus te koop is, alsook een lijst van magazines met een kortingsbon hiervoor, zijn terug te vinden op de website. Meer informatie over het opendeurweekend en een eerste indruk van de vele projecten kan men nu reeds bekijken op www.mijnhuismijnarchitect.com.
(04/09/08) Bij het begin van het nieuwe cultureel seizoen lanceert het Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) een nieuwe website. Deze website is, nog meer dan vroeger, hét virtuele documentatiecentrum over architectuurarchieven en -geschiedenis in Vlaanderen. U vindt er aankondigingen van congressen, boeken, workshops en tentoonstellingen. In samenwerking met Archiefbank Vlaanderen is een databank online raadpleegbaar van private architectuurarchieven met gegevens over bewaarplaats, datering, inhoud, toegankelijkheid enz. Daarnaast vindt u er resultaten van projecten en activiteiten die het CVAa onderneemt in functie van een duurzame bewaring van architectuurarchieven. De antwoorden op veelvuldig gestelde vragen over architectuurarchieven vindt u er mooi opgelijst. Het resultaat is een fraai vormgegeven website met een heldere structuur, die dagelijks wordt geactualiseerd.
De activiteiten van het CVAa
Het CVAa is actief op vele fronten: het onderneemt acties om waardevolle en bedreigde archieven van architecten beter te bewaren en te ontsluiten, geeft publicaties uit over de archieven van belangrijke architecten of bepaalde types architectuurarchieven, publiceert de archivalisch-technische expertise die de duurzame bewaring van architectuurarchieven bevordert, verleent advies aan architecten en geïnteresseerden, organiseert workshops, tentoonstellingen, … Gedetailleerde informatie over al deze activiteiten zijn terug te vinden op de webstek.
www.cvaa.be
(04/09/08) Viceminister-president Dirk Van Mechelen, tevens bevoegd voor het Onroerend Erfgoed, heeft de vijf provinciale laureaten bekendgemaakt van de Vlaamse Monumentenprijs 2008. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een privé-persoon, een privé- of openbare instelling voor een recente verwezenlijking met belangrijke verdiensten op het vlak van de onroerend-erfgoedzorg. De eindlaureaat wacht eind september een extra prijs van 12.500 euro.