architectenkrant

Eigen vennootschapsvorm voor startende ondernemers

(23.11.2009) Het wetsvoorstel van Sabine Laruelle, minister van KMO’s en Zelfstandigen, Stefaan De Clerck, minister van Justitie, en Vincent Van Quickenborne, minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, om de modaliteiten van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid starter (BVBA Starter) vast te stellen, werd unaniem goedgekeurd in de plenumvergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers
Dankzij de goedkeuring van deze hervorming moeten startende ondernemers makkelijker gebruik kunnen maken van de voordelen die het rechtsstelsel van besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid biedt. Namelijk afscherming van privébezit en familiebezit tegen ondernemingsrisico’s.

De oprichting van deze vennootschapsvorm is aan bepaalde voorwaarden onderworpen:

In crisistijd heeft onze economie meer dan ooit nood aan nieuwe activiteit. Maar we stellen vast dat geen enkele Belgische vennootschapsvorm inspeelt op de behoeften van jonge starters die met hun eerste onderneming beginnen.

Met dit wetsontwerp komt er in het Belgische recht een vennootschapsvorm voor jonge ondernemers die een onderneming willen starten. Aan de garanties voor Belgische schuldeisers en consumenten wordt met deze vennootschapsvorm niet geraakt.

Deze nieuwe vennootschapsvorm zal begin 2010 van kracht worden.

De BVBA Starter is een maatregel uit het federale KMO-plan. Dit plan is bedoeld om de oprichting van ondernemingen aan te moedigen en om de werkgelegenheid aan te wakkeren.

Confederatie Bouw ijvert voor een coherent beleidskader rond energie-efficiënt (ver)bouwen

(16.11.20029) De Confederatie Bouw wil de aandacht vestigen op de grote energiebesparingen die mogelijk zijn door de bestaande gebouwen en woningen energie-efficiënt te renoveren. De beroepsorganisatie maakt de analyse van de beleidsmaatregelen rond duurzame renovatie die nog meer aangemoedigd moet worden binnen een globaal en coherent beleidskader.

Confederatie Bouw: “Studies tonen immers aan dat als de minst efficiënte en meest verouderde helft van het huidige Belgische woningenbestand een elementaire energiebehandeling krijgt (geïsoleerd dak, hoogrendementsbeglazing en verwarmingsketel), de CO2-uitstoot tegen 2020 met 15% zal dalen.”

Dat is het signaal voor de Confederatie Bouw om op het Energy Forum de regering te vragen het voortouw nemen inzake energie-efficiënt (ver)bouwen. “De denkpistes situeren zich in de eerste plaats rond regelgeving en de communicatie van deze beleidsmaatregelen. Zo pleit de Confederatie voor versterking van de impact van de regelgeving door strengere regels inzake energie-efficiëntie voor nieuwbouw.”

“Wat renovatie betreft, ligt het moeilijker, gezien de technische moeilijkheden en de economische haalbaarheid”, erkent Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw. “Maar dat doet niets af aan het feit dat de wetgeving hieromtrent transparant moet zijn en de verschillende gewesten dezelfde berekeningsparameters en hetzelfde communicatieplan moeten gebruiken. Nu ontbreekt dat en dat werkt nogal verwarrend voor de consument, die uiteindelijk wel degene is die de investeringen moet doen.”

Verder vraagt de Confederatie Bouw de uitbouw van een financiële ondersteuning voor duurzame investeringen. “In die optiek pleiten wij voor een systeem van renteloze leningen of een derdebetalerssysteem voor energievriendelijke investeringen”, stelt de Mûelenaere. ”En ook over de financiële ondersteuning van energiebesparende investeringen in huurwoningen moet er nagedacht worden.”

Robert de Mûelenaere wil ook dat de regering meer investeert in innovatie en research naar duurzame renovatietechnieken en –procédés en in opleiding.“ Want nieuwe producten en procédés hebben vele positieve gevolgen voor het milieu, voor nieuwe innoverende producten en voor de werkgelegenheid”, stelt de Mûelenaere.

De Confederatie Bouw hoopt op basis van deze argumenten een debat op gang te brengen om nieuwe ideeën uit te werken voor een nieuw globaal beleidskader voor energie-efficiënt (ver)bouwen.

Tennishal Lanaken krijgt renovatie met groen dak

(9.11.2009) ATAB nv, de referentie voor dakbedekkingen, isolatiematerialen en oplossingen voor waterdichtingen, renoveert de tennishal van Lanaken met een nieuw, groen energiedak. In amper 14 dagen werd om en bij de 600m² van het huidige platte dak met 310 zelfklevende IKO solar zonnemodules bekleed. Deze renovatie wordt verwacht 31.750 kWh per jaar of twee uur gratis stroom per dag te leveren.

Het ATAB energiedak is opgebouwd is uit drie componenten: PIR hoogrendement isolatie, de witte hittereflecterende dakbanen en de lichtgewicht PV-zonnemodules, en heeft zowel energiebesparende als energiecreërende eigenschappen. De doorgedreven isolatie creëert een airco-effect binnenshuis en de PV-cellen wekken energie op. Zodoende is dit dakconcept niet enkel duurzaam waterdicht maar eveneens optimaal geïsoleerd. Het energiedak komt op een milieuvriendelijke manier tegemoet aan de stijgende energiekost.

Groene stroom
Het vernieuwde dak van de tennishal in Lanaken werd gerenoveerd met de hittereflecterende witte dakbaan IKO reflect. De hittestralingen worden weerkaatst waardoor thermische schommelingen op het dak verminderen en de binnentemperatuur van het gebouw comfortabeler aanvoelt. Bovenop de dakbaan werden 310 van de nieuwste generatie flexibele, lichtgewicht zonnemodules gekleefd. Deze IKO solar modules wegen amper 3,5kg/m² en bieden aldus een economische en probleemloze oplossing zonder dat hiervoor fundamentele wijzigingen aan de dakconstructie nodig zijn. De plaatsing gebeurt uiterst efficiënt, in amper twee weken, zonder de activiteiten binnen het gebouw te beïnvloeden. Elke module levert 128Wp stroom, wat neerkomt op een totaal rendement van 39.680 Wp.

Het nieuwe energiedak in Lanaken is aangesloten op het net en wordt verwacht 31.750 kWh per jaar op te brengen. Concreet betekent dit dat elke tennisbaan van de hal 365 dagen per jaar kan genieten van twee uur gratis verlichting, elke dag. Het nieuwe energiedak van de tennishal van Lanaken is het derde in zijn soort in België.

www.atab.be

Duco investeert in grootste zonnedak van de Westhoek

(2.11.2009) Duco zal vanaf 01 januari 2010 jaarlijks voor 550.000 kWh aan “groene” stroom produceren. Tegen eind december worden op de daken van Duco’s bedrijfsgebouwen in totaal 2.600 zonnepanelen geplaatst, goed voor een oppervlakte van 35.000 m². Met deze fotovoltaïsche dakinstallaties zal het Veurnse bedrijf voor 100% in haar eigen energiebehoefte voorzien.

Duco is actief op het gebied van de ontwikkeling en de productie van ventilatie- en zonweringsystemen die garant staan voor een gezond en comfortabel binnenklimaat in woningen en kantoren. Het bedrijf opende in mei jl. een tweede pand aan de Bedrijvenlaan waarin de eigen “natuurlijke”, energiezuinige systemen zijn toegepast.

”De beslissing om te investeren in zonnepanelen past perfect in de “Green Building” visie van Duco”, zegt Lieven Pieters, Marketing Manager. “Het is een uitdaging om als bedrijf te werken aan een efficiënt en duurzaam energiebeleid dat bijdraagt tot het realiseren van de doelstellingen van het Kyoto protocol, dat op de klimaattop in Kopenhagen een vervolg krijgt.”

De productie van 550.000 kWh groene stroom komt overeen met het jaarverbruik van 160 gezinnen. Een traditionele elektriciteitscentrale van dezelfde omvang zou jaarlijks 256.327 ton CO2 uitstoten. De zonnepanelen dekken de volledige energiebehoefte van beide gebouwen. De extra productie, bijvoorbeeld tijdens weekend- en verlofdagen, zal in een traditioneel elektriciteitsnet geïnjecteerd worden. De terugverdientijd van het project is berekend op 7 jaar.

In 2006 werd het bedrijf reeds nationaal bekroond als “meest energieke onderneming” in de prestigieuze “Laureaat KMO-ondernemer 2006”, een organisatie van Unizo. Duco kreeg de award omdat het zowel in de eigen bedrijfsgebouwen als in de productontwikkeling grote aandacht besteed aan milieuvriendelijke en energiebesparende oplossingen. Sensorgestuurde ventilatie en verlichting, waterzuivering en selectieve afvalverwerking zijn daar enkele voorbeelden van.

www.duco.eu

Verlenging 6% btw-maatregel

(12.10.2009) De Confederatie Bouw is zeer tevreden met de verlenging van de verlaagde 6% btw-maatregel. Daardoor zal het ook in 2010 mogelijk blijven om een woning te bouwen of te kopen en slechts 6% btw te betalen op een bedrag van maximum € 50 000. “Dit is uitstekend nieuws voor de bouwer die nu zekerheid krijgt, maar ook goed nieuws voor de aannemers die hierdoor opnieuw vraag krijgen naar nieuwbouwwerken en dus hun mensen aan het werk kunnen houden,” zo stelt Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder, in een eerste reactie op de aangekondigde regeringsmaatregelen.

Zoals de Confederatie altijd heeft aangehaald, is ondertussen duidelijk bewezen dat een Btw-verlaging bij de bouwer enorm aanslaat en ook meteen resulteert in nieuwe bouwinvesteringen. Daardoor kon de terugval van de bouwactiviteiten beperkt blijven in 2009, en kan een nog sterkere daling van de bouwactiviteit in 2010 wellicht vermeden worden.

De verlenging van de Btw-verlaging was dringend nodig. Dit geeft zekerheid aan alle bouwers en kopers en aan alle aannemers die momenteel twijfels hadden over welk Btw-tarief moet worden toegepast voor bouwprojecten die pas volgend jaar zouden uitgevoerd en dus gefactureerd worden. De beslissing van de regering neemt nu die twijfels weg door alle nieuwbouwactiviteiten in aanmerking te laten komen van de 6% BTW voor zover de bouwvergunning is ingediend voor 31 maart 2010.

De Confederatie hoopt dan ook dat deze verlenging van het verlaagd 6% btw-tarief eveneens en onder dezelfde voorwaarden van kracht blijft voor het slopen en heropbouw van een woning. Deze belangrijke maar niet goed gekende maatregel stimuleert het slopen van krotwoningen en heropbouw tot energiezuinige woningen aan een tarief van 6%. Hierdoor kan pas echt aan duurzame hernieuwing van oude stadskernen worden gedaan.

De Confederatie hoopt dan ook dat deze positieve Btw-maatregelen die de bouwactiviteiten ondersteunen en de bouwers aanmoedigen niet teniet gedaan worden door nieuwe en andere broekzak-vestzakmaatregelen die de bouwkosten zouden doen stijgen. Wonen moet voor iedereen betaalbaar en haalbaar blijven, besluit Robert de Mûelenaere.

www.confederatiebouw.be

“Als beperkingen tot resultaten zouden leiden,
dan zou je ze zien!”

(12.5.2009) Het doet plezier om dergelijke bevestigingen te horen uit de mond van voogdijminister Sabine Laruelle. Ze beklemtoont vooral het label “zelfstandige” als het over het beroep van architect gaat. De minister weet wat ze wil en dat bewijst ze met de antwoorden op onze vragen…

Waar situeert u het beroep van architect in onze maatschappij vanuit uw standpunt als minister van Zelfstandigen.
“Je kan moeilijk een vergelijking maken tussen verschillende vrije beroepen onderling, elk beroep is duidelijk gedefinieerd en gereglementeerd door de wetgever. De architect is één van de actoren in een bouw- of renovatieproces en werkt heel interdisciplinair. Ik ben erg gehecht aan het monopoliestatuut, want dat geeft de architect een verantwoordelijkheid tegenover het openbaar bestuur, maar vooral tegenover zijn klanten. Hij heeft dus een belangrijke en specifieke opdracht, met zijn rechten en plichten. Hij heeft zeker een leidende rol in het bouwproces en daarin is zijn zelfstandigheid niet alleen belangrijk, maar zelfs noodzakelijk, vooral omdat hij de “zwakkere” actoren vertegenwoordigt.”

Beantwoordt de term “zelfstandig” nog aan de realiteit als je rekening houdt met de voorschriften in verband met de bouwaanvraag?
“Hola, ‘zelfstandig’ wil natuurlijk niet zeggen dat je mag doen wat je wil. Ik kom terug op het voorbeeld van Wallonië, waar ik hamer op een groter vertrouwen naar de bouwers en de lokale politieke verantwoordelijken. A la limite heeft de gemeente niets te zeggen en de gedeputeerde ambtenaar alles. Als deze optiek van voorwaarden en beperkingen tot iets had geleid, dan hadden we dat wel gezien!
De openbare besturen en de administratie moeten zich baseren op objectieve en meetbare criteria en niet op wat mooi is en wat niet. Op sommige plaatsen herken je in een plan eerder de hand van de ambtenaar dan de tekenpen van de architect.”

Lees het volledige interview in de Architectenkrant 227 (mei 2009)

Verre van goed, maar niet rampzalig

(31.3.2009) Dat het aantal uit te voeren bouwprojecten in 2009 in vergelijking met 2008 fors zal dalen is een feit. Het marketingbureau Extra Muros volgt de ontwikkeling voor de bouwsector op en brengt een eerste bilan en vooruitblik wat betreft de uitgifte van bouwvergunningen. “De conjunctuur is danig verslechterd en de impact op het vertrouwen en de productie met daaraan gekoppeld de toenemende werkloosheid, laat zijn sporen na in het veranderd koopgedrag van de consument en de investeringspolitiek van de bedrijven. De bouwsector ontsnapt niet aan deze gevolgen.”

Woningbouw
“De gegevens betreffende vergunningen en begonnen woongebouwen, verzameld door het NIS, zijn beschikbaar tot oktober, respectievelijk september 2008. Er is dus momenteel nog geen duidelijk zicht op de invloed die de kredietcrisis heeft gehad op de bouwvergunningen. Voortschrijdend (tot oktober) bekomen we voor 2008 51.154 vergunningen. Dit komt neer op een daling van 4% ten opzichte van 2007. Maar het eindresultaat zal nog lager liggen. November en december zijn traditioneel al zwakke maanden voor vergunningen. Denken we daarbij terug aan de ‘zwarte periode’ van eind 2008, dan lijkt het dat we het afgelopen jaar gaan afsluiten op om en bij de 48.000 à 49.000 vergunningen voor nieuwe woningen. Een daling dus van 6 à 7%.

Deze cijfers zijn verre van goed, maar niet rampzalig. Gezien de doorlooptijd zal de ruwbouw van een groot deel van de woningen, pas in de eerste helft van 2009 of later gebouwd zijn. In de Bouwbarometer van Bouwunie van half maart geeft de meerderheid van de aannemers aan dat hun orderboekje voor minder dan 6 maanden gevuld is. Het blijft afwachten naar de impact van de veel besproken maatregel van de overheid namelijk: de verlaging van de BTW tot 6% op een schijf van € 50 000. Hoewel de gevolgen hiervan soms geminimaliseerd worden, zal dit zeker zijn impact hebben op lopende projecten. Of deze maatregel in een periode van gebrek aan vertrouwen een bouwheer kan overtuigen om toch te starten met zijn project is nog onduidelijk.

De uitval van projecten (het verschil tussen vergunde en begonnen woningen) is inmiddels vrij normaal is te noemen. Van de projecten die vandaag vergund worden is een lage uitval te verwachten. Bouwheren die in crisistijd een vergunningsaanvraag indienen, hebben weinig twijfels over de haalbaarheid van hun project en de meeste projecten zullen dan ook opgestart worden. Een deel van de uitgestelde projecten zullen zodra er tekenen zijn van een heropleving van de economie en een verbeterd vertrouwen terug geactiveerd worden. Daar zijn tot op heden nog geen tekenen van te merken.

Utiliteitsbouw
Ook voor utiliteitsbouwvergunningen zijn er slechts gegevens beschikbaar tot en met oktober 2008. Hoewel de vergunningen voortschrijdend een totaal geven van meer dan 3.100 vergunningen is er niet echt reden tot vreugde in dit segment. De volumes zijn het laatste jaar duidelijk teruggelopen. Ten opzichte van januari 2008 kenden we in oktober met 38,4 miljoen m³ een daling van 13,7% aan vergund volume. Er is een verhoogd uitvalspercentage te verwachten voor het laatste kwartaal van 2008. Maar gezien de korte doorlooptijd van dit soort gebouwen zal dit eerder van korte duur zijn. Een aantal projecten is ondertussen afgevoerd of on hold geplaatst, maar toekomstige vergunningsaanvragen zullen meestal wel uitgevoerd worden, mits de economische omstandigheden op dat moment bekend zijn. Voor de laatste maanden van 2008, maar ook voor 2009 is nog een gevoelige terugval van het aantal en het volume aan projecten te verwachten.

Lichtpuntje: licht herstel ondernemersvertrouwen in maart.
Spijtig genoeg zijn er voor de investerende bedrijven geen specifieke maatregelen van de overheid aan te halen. Een recent lichtpunt is de stijging van het producentenvertrouwen van maart, waarbij vooral de bouwnijverheid het ‘minder zwart’ ziet dan de vorige maand.”

Btw-verlaging bouw in 2009 is een feit

(16.2.2009) Met de publicatie van de Koninklijke Besluiten in het Staatsblad van vrijdag 13 februari 2009 wordt de reeds door vorig premier Leterme aangekondigde tijdelijke btw-verlaging voor de bouwsector van kracht.

De verlaging geldt voor de afbraak en heropbouw van woningen in het kader van de sociale huisvesting, de oprichting en levering van private woningen bestemd voor de unieke of hoofdzakelijke domicilie van de eigenaar (dus nieuwbouw) of voor de publieke sociale huisvesting. De btw-verlaging voor nieuwbouw geldt voor een willekeurige schijf van 50.000 euro van de bouwfactuur. Daardoor komt ook een bouwproject reeds gestart in 2008 en waarvoor reeds facturen opgemaakt werden, in aanmerking voor de verlaging in 2009. Let wel: de maatregel is enkel van kracht voor facturen opgemaakt in 2009.

Huizen en appartementen worden 11 procent goedkoper

(22.1.2009) In december 2008 werd een enquête uitgevoerd bij 200 vastgoedkantoren in Vlaanderen. Een nipte meerderheid vastgoedmakelaars vindt dat verplichte attesten een kwaliteitsgarantie bieden aan kopers.
Energieprestatiecertificaat, elektriciteitsattest, bodemattest… Het aantal administratieve verplichtingen bij de verkoop van een woning wordt steeds talrijker. Van de Vlaamse vastgoedmakelaars oordeelt 54 % dat kopers hierdoor meer zekerheid krijgen over de staat van een pand. Dat blijkt uit een enquête bij 200 Vlaamse vastgoedkantoren die Kluwer, onderdeel van Wolters Kluwer, in samenwerking met Hebbes.be uitvoerde naar aanleiding van het seminarie ‘Vastgoed 2009: heaven or hell?’ De bevraging polste naar de verwachtingen van de sector voor 2009.

De economische crisis zal zich ook in de vastgoedsector laten voelen. Zestig procent van de bevraagde makelaars verwacht een minder goed jaar voor het vastgoed.

Een overzicht van de belangrijkste bevindingen:

Twijfelende kopers, dalende prijzen

· Bijna 9 op de 10 (87 %) van de vastgoedmakelaars zijn ervan overtuigd dat de consument dit jaar langer zal aarzelen om een woning te kopen. Die twijfelende kopers en de economische onzekerheid hebben dan weer positieve gevolgen op de huurmarkt: 60 % van de makelaars besluit dat de huurmarkt dit jaar zal aantrekken.

· Wat de gevolgen zullen zijn van de consumententwijfel op de verkopers is minder duidelijk: 55 % van de makelaars meent dat panden zullen worden ingehouden, terwijl 32 % er net van overtuigd is dat verkopers hun panden sneller van de hand willen doen.

· De geafficheerde prijs van zowel appartementen als huizen zal volgens een meerderheid van de respondenten dalen (respectievelijk 63 % en 56 %), met een gemiddelde van 11 %. Ook voor de reële verkoopprijzen verwacht een meerderheid een daling (58 % voor appartementen, 53,5 % voor huizen). De verwachte, reële prijsdaling bedraagt eveneens 11 %.

· De panden zullen de komende maanden langer te koop blijven staan. De makelaars verwachten dat het gemiddeld 131 dagen zal duren voor een appartement wordt verkocht, terwijl een huis gemiddeld 128 dagen te koop zal staan.

· Goed nieuws is er dan weer voor kooplustigen die een lening willen afsluiten: de makelaars verwachten dat die goedkoper zullen worden. De variabele intrestvoet zal volgens hen terugzakken tot 3,79 %, de vaste intrestvoet met een looptijd van 20 jaar tot 3,94 %.

Administratieve verplichtingen: last of zegen?

· De toenemende informatie- en administratieve verplichtingen tijdens het verkoopproces zijn volgens een kleine meerderheid van de makelaars positief voor de kopers en bieden hen meer kwaliteitsgaranties inzake de staat van het pand waarin ze geïnteresseerd zijn. Vierenvijftig procent is het met deze stelling eens, 28 % vindt dat dit geen extra garantie biedt, 17 % spreekt zich niet uit over de materie.

· De makelaars blijken de regelgeving op de voet te volgen. Het energieprestatiecertificaat of epc*, dat sinds november vorig jaar verplicht is bij verkoop en sinds 1 januari 2009 ook voor verhuring van panden, is bij alle bevraagde makelaars bekend. 56 % onder hen overweegt het certificaat zelf af te leveren aan zijn klanten.

Ook van het grond- en pandendecreet, dat pas op 5 december 2008 werd goedgekeurd door de Vlaamse regering, is meer dan de helft van de respondenten op de hoogte (52,5 %).

· Zes op de tien makelaars menen wel dat de toegenomen administratieve last ervoor zal zorgen dat meer mensen een beroep doen op een makelaar voor de verkoop van hun woning.

* Het epc geeft de energiescore weer van een woning en suggereert maatregelen om ze energiezuiniger te maken.

Herstelplan geeft zuurstof aan de bouwsector

(21.1.2009) Enkele weken voor Batibouw maakt de Confederatie Bouw de balans op van de conjunctuur in het afgelopen jaar. “Vijf jaar lang was de bouwsector de locomotief van de economie, maar nu is hij buiten adem.”

In 2008 ging een recordaantal bouwbedrijven failliet en sinds het einde van vorig jaar is er een recessie, een afname van de bouwactiviteit. In deze context, die samenhangt met de economische crisis, is het herstelplan van de regering een welkome steun in de rug, meent de Confederatie Bouw. Volgens de schattingen van de Confederatie kan het herstelplan de bouwactiviteiten met ongeveer 3% verhogen. Daardoor kan het activiteitenniveau, als alles meezit, op het niveau van vorig jaar blijven.

De financiële crisis is niet de enige oorzaak dat de bouw in 2008 niet meer groeide. De sector had al in de eerste helft van 2008 de limieten van zijn groeipotentieel bereikt en de economische situatie was al voor het uitbreken van de crisis niet meer veelbelovend voor de bouw.

Het aantal afgeleverde bouwvergunningen suggereert nochtans dat de vraag in de woningbouw goed stand hield, vooral in het geval van de eengezinswoningen. Maar daar staat tegenover dat de vraag naar nieuwbouwappartementen is afgenomen. "Globaal bekeken zal de woningmarkt niet instorten in België, in tegenstelling tot een aantal andere Europese landen, op voorwaarde dat de vergunde nieuwbouwprojecten zonder uitstel uitgevoerd worden," stelt Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw.

Wellicht zal de crisis vooral een invloed hebben op de start van nieuwe bouwprojecten. De ongunstige economische toestand legt een hypotheek op nieuwe projecten, inbegrepen een aantal projecten die al een bouwvergunning gekregen hebben. Dat is vooral merkbaar aan de niet-woningbouw. Het volume van de niet-woongebouwen die vergund werden, lag bijzonder hoog in 2007. In het eerste trimester van 2008 was er dan een zware correctie naar beneden (min 15%). De cijfers hebben zich in het tweede trimester van 2008 min of meer gestabiliseerd, maar op een niveau dat merkelijk lager ligt dan in 2007. Hoe 2009 zal evolueren, hangt af van het aantal bouwvergunningen dat effectief wordt omgezet in een bouwproject. Robert de Mûelenaere: "Dit laatste is de voornaamste bron van onzekerheid in de komende maanden. Het ongunstige economische klimaat zal zeer waarschijnlijk wegen op de investeringsplannen van bedrijven en openbare besturen. Dat zal des te zichtbaarder zijn op het niveau van de lokale besturen, die niet meer kunnen rekenen op de dividenden van Dexia."

EPB in Brusselse Regio

(13.1.2009) AriB is een nieuwe architectenorganisatie in de Brusselse regio, een beroepsorganisatie die de architecten in en rond Brussel ondersteunt en vertegenwoordigt. De eerste activiteit is een seminarie omtrent EPB in de Brusselse Regio.

Deze activiteit vindt plaats bij Living Tomorrow in Vilvoorde. De Nederlandstalige voordracht vindt plaats op 12 februari 2009 vanaf 14u. Architect Georges Brutsaert, stichtend lid van het AriB stelt de nieuwe organisatie voor. Nadien volgt een inleiding door een adviseur bij minister Evelyne Huytebroeck van Milieu in de Regering van het Brusselse Gewest en een projectsamenvatting door het CERAA, een Brusselse vzw die onderzoek, studie en acties doet rond architectuur en nauwe contacten heeft met het Sint-Lucas architectuurinstituut. Inhoud van de uiteenzetting is een analyse van een concrete situatie en praktische oplossingen die eigen zijn aan de voorschriften van het Brussels Gewest. De analyse van het gebouw en de thermische oplossingen worden toegelicht aan de hand van een bestaande woning die volledig wordt gerenoveerd. De diverse oplossingen worden uiteengezet door verschillende bedrijven die elk specialist zijn op hun vakgebied :

De namiddag wordt afgesloten met een aperitiefcocktail, maaltijd en een geleid bezoek aan Living Tomorrow (mogelijks ingeleid door de ontwerper van het gebouw). Dit seminarie wordt georganiseerd in samenwerking met het BIM en bedrijven Deceuninck, Saint-Gobain Glas, Renson en Foamglas-isolatie.

Inschrijven kan nog op de valreep door 10€ te storten per persoon op het rekeningnummer 000-0330774-04 en dit ten laatste vóór 23 januari 2009 met vermelding « AriB-EPB » met uw naam en voornaam en e-mail adres. Uw inschrijving wordt per e-mail bevestigd.

Confederatie Bouw vraagt snelle en concrete invulling van aangekondigde maatregelen

(11.12.2008) De Confederatie Bouw (CB) is verheugd omwille van het feit dat de bouwsector is aangeduid als hét instrument voor het herstel van de economie. Ze wil wel zo snel mogelijk duidelijkheid over de maatregelen die in de praktijk toegepast zullen worden. Dat vermijdt uitstel van investeringen in bouwactiviteiten. Deze publieke en private investeringen zijn immers nodig in deze periode van recessie.

De bouw werd in het verleden geregeld aangeduid als sector die het herstel kan bevorderen in tijden van economische en financiële crisis. “Het aantal banen in de bouwsector steeg met 25.000 in 4 jaar! Want als de bouw het goed doet, gaat alles goed! Het omgekeerde blijkt helaas ook waar! Wanneer de economie in het slop zit, krijgt de bouw de klappen. De kredietcrisis die nauwelijks een kwartaal geleden plots haar intrede deed, zal heel onze economie in een recessie doen belanden. Dus ook de bouwsector. Die sector maakt zich klaar om, vanaf 2009, een negatieve groei door te maken van 0.8% tot misschien wel 1%”, zegt Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw.

De gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw beklemtoont dat de consumptie en het vertrouwen van de gezinnen hersteld moet worden. “De Confederatie Bouw ijverde daarom voor de verlaging van de BTW op nieuwbouw en de veralgemening van de 6% BTW-regel voor afbraak gevolgd door heropbouw als woning. Deze maatregelen zijn nu door de regering aangekondigd maar ze moeten zo snel mogelijk, liefst op 1 januari 2009, concreet worden. De gezinnen moeten weten wanneer de maatregelen van kracht zullen worden,voor wie en in welke omstandigheden. Zo worden ze aangezet om te investeren en onze economie aan te zwengelen.”

De Confederatie Bouw is tevreden met de maatregelen uit het herstelplan die voor de bouwsector aangekondigd zijn, en waarvoor de Confederatie al jaren vragende partij is:

“Het is niet de bedoeling om zich onbesuisd te storten in een nieuw ambitieus en duur beleid van investeringen in werken. Wel moeten nu impulsen gegeven worden die noodzakelijk zijn voor het economisch herstel door de lopende of ter studie voorliggende projecten te versnellen en door de al goedgekeurde projecten snel uit te voeren, zegt Robert de Mûelenaere. « De regering moet dus nu het goede voorbeeld geven door snel beslissingen te nemen over de werken die moeten worden uitgevoerd om deze gebouwen aan te passen aan de normen op het gebied van energieprestatie.”

De Confederatie Bouw is tevreden dat het herstelplan niet alleen stimulerende maatregelen neemt op vlak van publieke investeringen en gezinnen, maar ook elementen opgenomen heeft om de ondernemingen te steunen: een terugbetaling van de BTW op maandelijkse basis en een waarborg voor snellere terugbetaling van de bedrijfsfacturen.

Al deze maatregelen zijn zeer belangrijk. De Confederatie Bouw feliciteert de regering omdat ze de bouwsector als belangrijke peiler voor herstel van de economie heeft aangeduid. De Confederatie vraagt echter wel dat de maatregelen zo snel mogelijk van toepassing worden en dat de concrete toepassingsmodaliteiten zo snel mogelijk gekend zijn. Dat is nodig om de investeringen die nodig zijn voor het economisch herstel, aan te moedigen en verwarring bij de bouwer/verbouwer te vermijden

Subsidies voor woningen sociale verhuurkantoren

(8.12.2008) Op voorstel van minister van Energie Hilde Crevits en van minister van Wonen Keulen, keurde de Vlaamse Regering het besluit goed voor de 100% subsidiëring van energiebesparende investeringen in woningen van sociale verhuurkantoren (SVK). Hiervoor trekt minister Hilde Crevits 10 miljoen euro uit. Het energiebesparingspotentieel in deze woningen is groot.

De maatregel is beperkt tot de sector van de sociale verhuurkantoren. Sociale verhuurkantoren verhuren bijna 4.000 woningen van private eigenaars aan sociaal kwetsbare gezinnen tegen lage huurprijzen. Het aantal energetisch te renoveren woningen wordt geraamd op 2.000. De kosten om deze woningen te voorzien van dakisolatie, superisolerende beglazing of een condensatieketel worden geraamd op 5.000 euro per woning. Deze investeringen, gedaan door sociale verhuurkantoren die door de Vlaamse minister van Wonen Keulen erkend zijn, worden voor 100% gesubsidieerd. Hiervoor maakt minister van Energie Hilde Crevits 10 miljoen euro, gespreid over vier jaar, vrij uit het Energiefonds.

De eigenaar van de woning en het SVK dienen in te stemmen met de energie-renovatiewerken en zich er toe te verbinden de huurprijs gedurende negen jaar niet te verhogen. Uiteraard valt de subsidie niet te combineren met andere subsidies. Het Vlaams Energieagentschap (VEA) staat in voor de afhandeling van de aanvragen, de toekenning en de uitbetaling, het toezicht op de naleving en de handhaving van de regelgeving.

Minister Hilde Crevits: “Indien we het energieverbruik bij gezinnen tegen 2020 willen verminderen met 30%, mogen we zeker niet de meest kwetsbare groepen uit het oog verliezen. Door de woningen van de sociale verhuurkantoren te voorzien van dakisolatie, superisolerende beglazing en een condensatieketel zal de energiefactuur voor sociaal kwetsbare gezinnen sterk ingeperkt kunnen worden. Door de afspraken met de eigenaars van de woning om de huurprijs niet te verhogen gedurende 9 jaar, zijn de gezinnen ook beschermd.”

“Deze maatregel bevordert het verhuren via SVK’s en verbetert de kwaliteit en de energiezuinigheid op de huurmarkt gevoelig. Op de private huurmarkt bevinden zich vandaag nog steeds de minst goede woningen”, besluit minister Keulen.

Slopen en heropbouw van woningen aan verlaagd BTW-tarief behouden

(21.11.2008) Particulieren die een gebouw slopen en als woning heropbouwen kunnen blijven rekenen op het 6%- tarief als het gebouw gelegen is in één van de 32 steden die door de overheid als toepassingsgebied werden vastgelegd.

Enkele steden die niet op de lijst stonden en hun inwoners niet van het verlaagd btw-tarief konden laten genieten voor slopen en heropbouw, dienden klacht in wegens discriminatie. Maar het Grondwettelijk Hof heeft dat beroep afgewezen. De Confederatie Bouw is tevreden met de duidelijkheid die deze beslissing geeft, maar zet de steden eveneens aan om alle mogelijke stappen te ondernemen om aan de huidige lijst van 32 steden toegevoegd te worden.

In 32 stedelijke centra genieten particulieren sinds 2007 voor de afbraak en heropbouw als woning van een btw-tarief van 6% in plaats van de normale 21%. De 32 steden zijn in Vlaanderen: Aalst, Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Anderlecht, Brussel, Elsene, Etterbeek, Schaarbeek, Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Ukkel, Vorst en in Wallonië: Bergen, Charleroi, Doornik, La Louvière, Luik, Moeskroen, Namen, Seraing en Verviers.

Deze maatregel werd ingevoerd om de leegstand in oude stadswijken te bestrijden. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief volstaat het dat het te slopen gebouw dat als woning heropgebouwd wordt, gelegen is op het grondgebied van één van de 32 steden. Het was dan ook niet meer vereist dat het af te breken en her op te bouwen gebouw een krot was of dat het gelegen was in een verloederde buurt, een zogeheten “stadskanker”.

Dat vonden enkele steden en gemeenten die niet op de lijst staan (o.a. Poperinge, Nieuwpoort en Houthulst) discriminerend en een inbreuk op het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel. Ze dienden daarop een klacht in bij het Grondwettelijk Hof. Het Hof verwierp gisteren de klacht en argumenteerde dat er kan aangenomen worden dat er meer verkrotting heerst in grote steden dan in kleinere steden. Het Hof stelde ook dat het aan de regering is om de toepassingsgebieden te beperken of uit te breiden.

De Confederatie Bouw is tevreden dat door deze uitspraak het principe van een verlaagd 6%-btw-tarief voor slopen en heropbouw als woning blijft bestaan. Ze juicht toe dat er nu duidelijkheid bestaat omtrent de geldigheid van deze maatregel. De Confederatie benadrukt het belang van zulke maatregelen om tot een herleving te komen van verloederde wijken. Ze vraagt aan de steden die nog niet op de lijst voorkomen, om stappen te ondernemen om ook voor dit verlaagd btw-tarief in aanmerking te komen.

Graffitikunstenaar schept 300m² kleur in de betongrijze wereld van Echo

(13.11.2008) De jonge Belgische graffitikunstenaar Marco Scarpato, met de artiestennaam RESM one, liet zijn creativiteit de vrije loop in een van de productiehallen van Echo Engineering in Houthalen.

Door de samenwerking met Echo Engineering heeft RESM art zijn grootste creatie tot nu toe verwezenlijkt: een muurschildering van 300 m². De creatie is ontwikkeld in samenspraak met Echo en zet het machinebouwkundige karakter van het bedrijf letterlijk in de verf.

RESM art: van illegale graffitispuiter tot artistiek ondernemer
RESM art heeft de wereld van de illegale graffiti al lang achter zich gelaten. “Tags” en “letterpieces” op afgelegen muurtjes, bruggen en treinen hebben plaats gemaakt voor gedetailleerd uitgewerkte artistieke producties op overheidsgebouwen, bedrijfshallen en andere locaties.

Marco Scarpato (°1978, Maasmechelen) is de zoon van Italiaanse ouders. In 1994 startte zijn artistieke carrière als graffitiartiest. Onder zijn eerste artiestennaam ZEEC begon hij graffitischilderingen te maken die beïnvloed werden door traditionele tweedimensionale graffitischilderingen en “characters”. Als RESMONE begon hij te experimenteren met meer vernieuwende graffiticoncepten zoals 3D en fotorealisme. Hij ging steeds meer werken in opdracht en kwam in contact met gelijkgestemde artiesten in binnen- en buitenland. Dit laatste heeft geleid tot creatieve projecten en producties in heel Europa en Amerika. Met een exclusieve combinatie van graffiti-, airbrush- en schildertechnieken realiseert RESM art fascinerende en creatieve projecten. De oprichting van de onderneming RESM art in 2001 bevestigt het unieke professionele karakter van zijn graffiti, die wereldwijd wordt erkend. Dat bleek vorig jaar toen RESM one te gast was op het Mural Fest 2K7 in Winnipeg, Canada. Tijdens dit prestigieuze muurschilderingenfestival creëerde hij een zelfportret van 95m² .

Echo Group: wereldwijde betonspecialist
Echo Engineering maakt deel uit van Echo Group, een internationale onderneming die gespecialiseerd is in het vervaardigen van betonnen vloeroplossingen voor woning- en utiliteitsbouw. Met als uitvalsbasis Houthalen is het betonbedrijf in de afgelopen vijftig jaar uitgegroeid tot marktleider in België en nummer twee in Europa. Ervaring in het ontwikkelen van eigen productietechnieken en het bouwen van productiemachines leidde in het begin van de jaren negentig tot de oprichting van de volledig zelfstandige dochteronderneming Echo Engineering.

Locatie: Industrieterrein Centrum Zuid 1533, 3530 Houthalen. Info RESM art: Marco Scarpato, resmone@hotmail.com, 0477 72 09 11.

Energiezuinig Europa

(10.11.2008) De Europese Commissie wil dat er in Europa nog veel energiezuiniger gebouwd gaat worden. EU-Commissaris Andris Piebalgs (Energie) presenteert daarover donderdag 13 november een pakket voorstellen, aldus zijn woordvoerder.

De strengere energie-eisen zouden gelden voor alle nieuwe gebouwen. Nu gelden ze alleen voor panden met een vloeroppervlak van meer dan duizend vierkante meter. Daardoor valt ongeveer 72 procent van de gebouwen in Europa nu buiten de regels.

EU-Commissaris Piebalgs wil die ondergrens schrappen, voor zowel nieuwe als bestaande panden. Bij renovatie gelden de strengere eisen als de kosten ervan neerkomen op minimaal een kwart van de waarde van het pand of meer dan een kwart van de buitenkant van het gebouw beslaan.

Piebalgs presenteert donderdag nieuwe energieplannen voor Europa en de mogelijkheden energiezuiniger te zijn. De nieuwe eisen aan gebouwen zijn daar onderdeel van. De EU heeft zich ten doel gesteld om in 2020 20 procent minder energie te gebruiken, 20 procent van zijn energie te halen uit duurzame energiebronnen als wind, water en biomassa, en 20 procent minder CO² uit te stoten.

Volgens de Commissie kan de EU bij het afschaffen van de ondergrens van duizend vierkante meter in 2020 5 tot 6 procent meer energie besparen in gebouwen. Volgens Brussel gaan de extra investeringen 8 miljard euro per jaar kosten. Daar staat in 2020 een energiebesparing van 25 miljard tegenover. De aanscherping van de regels zou bovendien 280.000 tot 450.000 nieuwe banen opleveren.

Bron: ANP

“Te zwakke link tussen de opleiding en nuchtere bouwrealiteit”

(22.10.2008) Een NAV bevraging begin september 2008 bij pas afgestudeerde architecten, geeft aan dat slechts 26% vindt dat hun gevolgde opleiding beantwoordt aan de toekomstige bouwrealiteit. “De algemene basis binnen de opleiding voldoet wel, de bouwrealiteit is een ander paar mouwen,” hoort men uit de mond van de afgestudeerden. NAV roept het onderwijs op tot dialoog.

Enkele opmerkelijke cijfers zijn het resultaat die bij NAV een aantal vragen oproepen. Na het afstuderen van de opleiding architectuur dient de afgestudeerde architect een twee jaar durende wettelijk verplichte stage te volgen. Dat de stage geen overbodig gegeven is, blijkt uit het gegeven dat 92% van de pas afgestudeerde architecten aangeeft niet klaar te zijn om zelfstandig een bouwproject op te volgen en tot een goed einde te brengen.
97% van de Vlaamse pas afgestudeerde architecten vindt dan ook dat de stage noodzakelijk is. Wel vindt 59% dat de stage, of minstens een deel er van, geïntegreerd moet worden tijdens de opleiding.

Van de geïnterviewden vindt slechts 26% dat de gevolgde opleiding beantwoordt aan de toekomstige beroepspraktijk en dat de link tussen de opleiding en de bouwrealiteit zoek is.

Vaak krijgen de architectuurstudenten voor en tijdens de opleiding een eng beeld van architectuur voorgeschoteld. Met de voeten in de praktijk komen jonge architecten in contact met tal van ongekende facetten van het beroep. Men moet optreden als zelfstandig ondernemer en wordt geconfronteerd met een steeds complexer bouwgebeuren dat onderhevig is aan een lawine van nieuwe wetgevingen en normen.

Een eerdere analyse van de gegevens van de Orde van Architecten geeft aan dat er een grote uitval genoteerd wordt bij jonge architecten in de eerste 10 jaar na de stage. Bij velen ontbreekt het hier aan kennis om efficiënt een ontwerpbureau bedrijfseconomisch te runnen.
NAV pleit er voor dat er meer aandacht gaat naar bedrijfseconomische aspecten, de bouwmarkt en ondernemingszin tijdens de opleiding en de stage.

Intussen wacht NAV niet af en heeft het met de steun van de Vlaamse overheid en de Orde van Architecten een Peterschapsproject “Architects for Tomorrow” opgestart. Hiermee wil het jonge en ervaren architecten met elkaar in contact brengen. Zo krijgen debutanten een duw in de rug met informatie en tips uit een puur praktische invalshoek.

E-peil van woningen van E100 naar E80 vanaf 2010

(27.10.2008) Op voorstel van Vlaams minister van openbare werken, energie, leefmilieu en natuur Hilde Crevits heeft de Vlaamse Regering vandaag de aanzet gegeven voor een verstrenging van de energieprestatie-eis voor woongebouwen. Voorgesteld wordt om de sinds 1 januari 2006 geldende E100 met ingang van 1 januari 2010 te vervangen door E80. Het goedgekeurde ontwerpbesluit wordt voor advies aan de SERV en de MiNa-Raad voorgelegd.

Op basis van een tweejaarlijkse evaluatie van de E-100 heeft Vlaams minister Hilde Crevits aan de Vlaamse Regering voorgesteld om het E-peil te verstrengen.
Het wijzigingsbesluit van het besluit van 11 maart 2005 werd principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering, maar het wijzigingsbesluit kan pas in werking treden na definitieve goedkeuring. Er moeten dus nog enkele regelgevende stappen worden doorlopen. Na definitieve goedkeuring betekent dat concreet dat er voor de woongebouwen, waarvoor een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend vanaf 1 januari 2010, een strenger E-peil E80 zal gelden en dat alle buitenmuren en daken van alle types gebouwen beter geïsoleerd moeten worden. De andere EPB-eisen, bijvoorbeeld het maximale E-peil E100 voor kantoren en scholen, blijven behouden.
Voor alle aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning tot en met 31 december 2009 blijft het huidige eisenpakket gelden.

Vlaanderen volgt…
De uitgevoerde studies gaven duidelijk aan dat het economisch haalbaar en wenselijk is om het E-peil voor woongebouwen te verlagen naar E80 vanaf 2010. Bovendien tonen de statistische gegevens uit de ingediende EPB-aangiften aan dat sinds de inwerkingtreding van de energieprestatieregelgeving voor nieuwbouw vanaf 1 januari 2006, de bouwers duidelijk meer aandacht besteden aan isolatie en efficiënte verwarmingsinstallaties om de energiefactuur van hun nieuwe woning te beperken. Woningen waarvoor de stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd in 2006 realiseren gemiddeld E89. Woningen waarvoor de stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd in 2007 realiseren gemiddeld E85.

…en Limburg loopt voorop
Sinds de inwerkingtreding van de energieprestatieregelgeving worden de woningen met gemiddeld de beste energieprestaties in Limburg gebouwd. Daar wordt gemiddeld E84 gehaald.

De andere provincies volgen op enige afstand, met Antwerpen en Oost-Vlaanderen op E87, Vlaams-Brabant op E88 en West-Vlaanderen op E89.

Gezocht: ruimte voor wonen

(2.10.2008) De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) vraagt in zijn meest recente jaar- en studierapport bescherming van bouwleningen en meer ruimte voor wonen.

Volgens de recentste bevolkingsprognoses zal het aantal Vlamingen tot 2020 met nog eens 469.000 toenemen. Dit betekent dat er extra woningen moeten komen voor minstens 200.000 bijkomende gezinnen. Of de Vlamingen deze woningen ook kunnen betalen, hangt af van twee factoren, meent de VCB: de zekerheid over de afbetaling van de lening en de beschikbare ruimte. Op beide vlakken wordt de situatie problematischer: enerzijds dreigt de kredietcrisis uit te monden in een algemene economische crisis en anderzijds reserveert de overheid volgens de VCB te weinig ruimte voor woningen, vooral dan in de steden. De VCB dringt er bij de huidige Vlaamse regering op aan kandidaat-bouwers die een hypothecaire lening aangaan, tegen inkomensverlies te beschermen. “De volgende regering moet onmiddellijk meer ruimte voor wonen vrijmaken. Zoniet dreigen voor Vlaanderen Hollandse toestanden met voor modale tweeverdieners onbetaalbare woningen en onoplosbare woningtekorten.”

Confederatie pleit voor meer gerichte controles

De arbeidsinspectie maakte onlangs bekend dat het aantal illegale arbeiders op Brusselse bouwplaatsen gestegen is. Zij stelt ook onregelmatigheden vast bij de detachering van buitenlandse arbeidskrachten. De Confederatie Bouw pleit voor meer gerichte controles om de sociale fraude tegen te gaan. Zij wil dat er een einde komt aan de oneerlijke concurrentie die de sector ondermijnt.

De Confederatie Bouw bindt al vele jaren de strijd aan tegen sociale fraude, illegale arbeid en koppelbazen. Zij kunnen de mededinging in de sector ernstig aantasten. Iedereen die zich onrechtmatig gedraagt of bedrieglijke handelingen stelt bij een bouwproject, tast het concurrentievermogen aan van bouwbedrijven die zich aan de regels houden en schaadt hun ontwikkeling.

Nieuw wapen tegen sociale fraude
Omdat de sociale fraude lijkt toe te nemen heeft de Confederatie contact  met de RSZl nieuwe maatregelen afgesproken. Eén hiervan is een versterking van de preventieve controle door de verschillende sociale databanken intensiever te gebruiken en door de gegevens op elkaar af te stemmen.

Maak artikel 30bis effectiever
Bovendien vraagt de Confederatie om van artikel 30bis uit de wet op de sociale zekerheid een effectiever wapen tegen illegale arbeid en sociale fraude te maken. Dit artikel regelt wie hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden van een aannemer bij de sociale zekerheid.

Artikel 30bis zegt dat de medecontractant niet de volledige facturen van een aannemer met sociale schulden mag betalen. De medecontractant moet zelf een inhouding verrichten voor de sociale zekerheid. Doet hij dit niet, dan wordt ook hij hoofdelijk aansprakelijk voor de sociale schulden van de aannemer.

Maar welke ondernemingen (bijvoorbeeld) hun verplichte maandelijkse voorschotten aan de RSZ niet betaald hebben, wordt pas maanden later bekendgemaakt. Deze termijn moet veel korter zijn. De Confederatie vraagt dat de sociale zekerheid sneller en frequenter nagaat of een onderneming sociale schulden heeft. Dankzij die maatregel zouden de RSZ-diensten veel sneller dan nu een koppelbaas kunnen opsporen en vervolgen.

Doelgerichte aanpak vraagt concrete acties:

De Confederatie is verheugd over de versterking van de controles. Zonder controles kan een werkgeversorganisatie een gezonde concurrentie tussen reguliere ondernemingen niet ondersteunen en stimuleren. Daarom werkt de Confederatie nauw samen met de overheid. Zij staat achter de toename van gerichte controles en vraagt de toepassing van de nieuwe maatregelen in haar actieplan.

Hoge energieprijzen en premies stuwen energiebesparende investeringen omhoog

(20/06/08) Vlaams minister Hilde Crevits en het Vlaams Energieagentschap hebben de vernieuwde website www.energiesparen.be gelanceerd. Zij maakten van deze gelegenheid gebruik om enkele opvallende cijfers bekend te maken die aantonen dat energiebesparende investeringen de laatste jaren spectaculair stijgen.

Ruim 6 op de 10 aardgasverwarmingsketels die momenteel worden verkocht, zijn energiezuinige condensatieketels. Hoogrendementsglas heeft het gewoon dubbel glas quasi volledig van de markt verdrongen. Ook isolatiematerialen kennen een forse meerverkoop.

De stijgende trend is een gevolg van de alsmaar stijgende energieprijzen en het steeds ruimere aanbod aan energiepremies en de belastingvermindering voor energiebesparende investeringen.

De Vlaamse overheid investeert ook meer en meer in informatieverstrekking over de mogelijkheden en voordelen van energiebesparende investeringen. Op de website www.energiesparen.be kunnen gezinnen en bedrijven heel wat informatie vinden over de prioritaire energiebesparende investeringen en de financiële ondersteuningsmaatregelen die ze daarvoor kunnen bekomen. Maandelijks vinden gemiddeld al meer dan 50.000 Vlamingen de weg naar deze website, maar de ambities liggen nog hoger. De website werd door het Vlaams Energieagentschap in een nieuw kleedje gestoken om de informatie op een overzichtelijkere manier naar de doelgroepen te brengen.

Hoogrendementsglas is quasi standaard geworden.
Sinds de invoering van de premies is het aandeel hoogrendementsbeglazing (productie) in het aandeel dubbele beglazing snel gestegen.

Van gemiddeld 39% hoogrendementsglas in 2002 steeg dit aandeel naar 62% in 2005. De premies hebben dus duidelijk een belangrijke invloed op het aankoopgedrag van de particulier. Hoogrendementsglas heeft momenteel een marktaandeel van naar schatting ongeveer 85%. Hoogrendementsglas is dus zo goed als de standaard geworden. Omwille van de massaproductie van dit glas is de meerprijs bovendien te verwaarlozen ten opzichte van gewoon dubbel glas.

Binnen enkele jaren valt te verwachten dat driedubbele beglazing meer en meer marktaandeel zal verwerven (bvb voor het gebruik in lage energiewoningen). Op het vlak van energiebesparing kan met hoogrendementsglas (dubbel glas), met een U-waarde van 1,1 W/m²K nauwelijks nog technologische winst geboekt worden. Driedubbele beglazing haalt een U-waarde van 0,6 tot 0,8 W/m²K. Momenteel is dit nog een nicheproduct, met een marktaandeel van enkele procenten. De evoluties op dit vlak worden door de sector nauwlettend bestudeerd, teneinde het productieproces hiervoor te optimaliseren.

De dikte van de geplaatste isolatie stijgt met 10% per jaar.

Alle isolatieproducten verkochten in 2006 en 2007 duidelijk beter. Ook in 2008 blijft de verkoop stijgen.

Muurisolatie stijgt gemiddeld van 50 naar 55mm (minerale wol). De gemiddelde isolatiedikte in daken groeit met ongeveer 1 cm per jaar. Die tendens zal zich vermoedelijk nog enkele jaren voortzetten. De gemiddelde dikte van dakisolatie bedraagt nu aan ongeveer 11 cm (minerale wol). Isolatiediktes van 20 en 22 cm zijn zelfs niet langer een uitzondering.

De markt van vloerisolatie groeit ook snel. In 2006 was er een groei van 25%. Momenteel wordt gemiddeld 4 cm vloerisolatie geplaatst.

De doe-het-zelf handel profiteert de laatste jaren mee van de groeiende aandacht voor isolatie. Sommige ketens noteerden in 2007 een groei van 20 tot 30%. Ook in het begin van 2008 is de vraag verder gegroeid (1 doe-het-zelf keten spreekt van een groei van 23% t.o.v. 2007).

Niet alleen de verkoop van het aantal m² dakisolatie groeide snel. Op vraag van de klant worden steeds dikkere isolatiematerialen standaard in het assortiment aangeboden (soms op bestelling). In de meeste winkels worden nu ook isolatiematerialen met een dikte van 15 tot 18 cm aangeboden. De tendens is dat sommige dunne isolatiediktes (bvb 6 cm minerale wol) een dalende verkoop kennen. Eén leverancier heeft deze dikte al uit zijn assortiment gehaald.

De vakantiemaanden juli en augustus zijn traditioneel de maanden waarin de verkoop van isolatie via de doe-het-zelfzaken piekt. De plaatsing van isolatie via geregistreerde aannemers is meer geconcentreerd op de periode van het stookseizoen (september -april). Gezien de grotere vraag naar de plaatsing van isolatie via een geregistreerde aannemer, dient de particulier het best nog voor het zomerverlof stappen te ondernemen om een geregistreerde aannemer te vinden om de werken voor het volgende stookseizoen te laten uitvoeren.
Oude stookketels worden massaal vervangen door energiezuinigere condensatieketels.

In 2002 werden in België 106.000 nieuwe aardgasketels geplaatst, waarvan het grootste deel voor vervanging. Hiervan waren zo'n 14.500 condensatieketels (aandeel van 13%). In 2005 werden zo'n 147.500 nieuwe aardgasketels (nieuwbouw + vervanging) verkocht (+39% t.o.v. 2002), waarvan bijna 42.000 condensatieketels (aandeel van 28%). Vooral de vervangingsmarkt van aardgasketels is dankzij de aanzienlijke premies flink gestegen. In 2006 werden bijna 39% condensatieketels op aardgas geplaatst (62.801 condensatieketels op een totaal van 162.325 ketels). Vanaf 2007 kwamen enkel nog condensatieketels (zowel stookolie als aardgas) in aanmerking voor fiscale voordelen en premies van de netbeheerder. In 2007 bleef de verkoop van cv-ketels op aardgas stabiel t.o.v. 2006 op ongeveer 163.000 ketels. Over de eerste vijf maanden van 2008 bedroeg het marktaandeel van de condensatieketel al 62,9 % (tegenover 52,7% over dezelfde periode van 2007). In 2008 zal het marktaandeel van de condensatieketel op aardgas verder stijgen tot 65 à 70%. Bovendien werden over de eerste 5 maanden van 2008 zo'n 25% meer ketels verkocht op aardgas dan over dezelfde periode in 2007.
Ook de condensatieketel op stookolie maakt sinds een tweetal jaar snel opgang. Het marktaandeel over 2007 bedroeg zo'n 10% (t.o.v. minder dan 1% in 2005). Verwacht wordt dat de condensatieketel op stookolie de volgende jaren nog verder zal doorgroeien.
Zonder de fiscale voordelen zouden wellicht veel minder verwarmingsketels al vervangen zijn. De Vlaming beseft dat het preventief vervangen van zijn oude ketel op aardgas of stookolie flink wat voordelen heeft. Wachten tot de ketel effectief niet meer te herstellen is, gebeurt steeds minder.
Ook het aantal uitbetaalde premies steeg spectaculair

De Vlaamse elektriciteitsdistributienetbeheerders hebben al een aantal jaren de verplichting om energiebesparende investeringen te promoten bij hun klanten. In 2007 is het aantal toegekende huishoudelijke premies meer dan verdubbeld ten opzichte van 2006. Vooral de aanvraag van een premie voor dakisolatie, hoogrendementsglas en de plaatsing van een condensatieketel zijn heel populair. Daarnaast zit ook de premie voor de plaatsing van een zonneboiler in de lift. Ook voor 2008 wordt nog een aanzienlijke groei verwacht. De netbeheerders melden dat de particulier massaal energiebesparende investeringen uitvoert en de bijhorende premie aanvraagt.
Meer info over premies
Wie meer wenst te weten over alle premies om energie te besparen, raadpleegt het best de website www.energiesparen.be. Via enkele muisklikken krijgt u snel een overzicht van alle premies die in een bepaalde gemeente van toepassing zijn, met duidelijke informatie over de aanvraagprocedure. Wie geen toegang tot het internet heeft, kan ook elke werkdag het gratis nummer 1700 bellen. De brochure 'Energie besparen bij u thuis: premies voor energiebesparing in 2008', met een beknopt overzicht van alle premies, kan zowel via de website als via het gratis nummer 1700 besteld worden.
Vanaf 18 juni 2008 zit de website www.energiesparen.be (ruim 630.000 bezoekers in 2007) in een volledig nieuw jasje. Dank zij een vereenvoudigde zoekstructuur werd de website nog toegankelijker gemaakt. Met de handige energiewinstcalculatoren voor dakisolatie, hoogrendementsglas of de vervanging van oude cv-ketel, berekent u bovendien snel hoe u uw woning energiezuiniger kan maken. U krijgt er meteen te zien hoe snel u de investering terugverdiend hebt bij de huidige hoge energieprijzen. Met de hulp van heel wat premies en een fiscaal voordeel worden deze investeringen meer dan ooit een aanrader.

www.energiesparen.be

Bouwkost stijgt dubbel zo snel als inflatie

(21/05/08) De laatste acht jaar zijn de bouwkosten ongeveer dubbel zo snel gestegen als de consumptieprijzen. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) stelt vast dat aan deze uiteenlopende prijsevolutie voorlopig geen einde komt.

Ook tijdens de laatste zes maanden zijn de bouwkosten en de consumptieprijzen uit elkaar blijven lopen. Enerzijds zijn de hogere bouwkosten te wijten aan de nieuwe normen voor isolatie, ventilatie en verwarmingsinstallaties. Maar deze kosten verdienen zichzelf terug door lagere energiekosten achteraf. Anderzijds zijn zij het onvermijdelijke gevolg van de wereldwijde prijsstijging van grondstoffen en bouwmaterialen. Het heeft volgens de VCB dus geen zin om bouwplannen uit te stellen in afwachting van een prijsdaling.

Van 1990 tot 2000 steeg zowel de consumptie- als de bouwkostenindex met ongeveer 20%. Voor eenzelfde woning en eenzelfde comfortniveau bedroeg de kostprijs in 2000, de inflatie buiten beschouwing gelaten, dus evenveel als tien jaar voorheen. Daarin is sedert 2000 verandering gekomen. Van 2000 tot en met 2008 nam de consumptie-index met 19% toe. Maar de bouwkostenindex (de zogenaamde ‘Abex-index’) steeg gedurende deze acht jaar met 37%, dus ongeveer dubbel zo snel. Deze uiteenlopende evolutie heeft zich tijdens de laatste zes maanden doorgezet. Van oktober 2007 tot mei 2008 zijn de consumptieprijzen met 2,4% toegenomen terwijl de bouwkostenindex met 4,1% toenam.

Petroleum
Een belangrijke verklarende factor voor de blijvende stijging van de bouwkosten is de toename van de petroleumprijzen. Zij veroorzaakt in de bouwsector hogere transportkosten terwijl in het bouwbedrijf het vervoer van materieel en materiaal nu eenmaal een belangrijke kostenpost vormt. Daarnaast leiden de sterk verhoogde petroleumprijzen tot hogere prijzen voor het bitumen dat wordt gebruikt voor wegen en platte daken. Op die manier is de prijs van het bitumen tijdens de laatste drie jaar meer dan verdubbeld. Enkel tijdens de eerste maanden van 2008 blijkt de bitumenprijs zich te stabiliseren, weliswaar op een hoog niveau.

Staal en non-ferro
Op het vlak van staal en betonijzer stellen wij juist vanaf het begin van dit jaar opnieuw een forse stijging van de prijzen vast. Vorig jaar schommelde de staalprijs nog tussen 30 en 50 cent per kilo. Maar vanaf het begin van dit jaar is de staalprijs plots opgelopen tot 90 cent per kilo. Dit is vooral van belang voor gebouwen waarin veel ijzervlechtwerk te pas komt. Daarnaast zijn ook non-ferroproducten de laatste jaren sterk in prijs gestegen. Van 2005 tot nu steeg de prijs van gewalst zink met 83%, van koper met 114% – meer dan een verdubbeling – en van gewalst lood met 167% – met meer dan een factor 2,5. Voor de non-ferromaterialen zette de prijsstijging zich door tijdens het eerste trimester van 2008.

Timmerhout
De prijs van het timmerhout blijkt zich de laatste maanden te stabiliseren maar kende de laatste jaren eveneens een forse stijging. De prijs voor inlands timmerhout is van 2005 tot nu met 42% gestegen, de prijs van Noords timmerhout zelfs met 110%.

Energieprestaties
Een bijkomende verklaring voor de gestegen bouwkosten is de gestegen aandacht van de consumenten voor energiezuinig bouwen. De eisen die opdrachtgevers stellen op het vlak van isolatie, het rendement van het verwarmingstoestel, de ventilatie, enz. zijn de voorbije maanden toegenomen, in belangrijke mate maar niet uitsluitend ten gevolge van de wettelijke voorschriften hierover. Gezien de huidige evolutie van de brandstofprijzen beseffen kandidaat-bouwers meer en meer dat het loont om op dit moment extra te investeren in een woning die de latere woonkost minimaliseert. Met name door daken beter te isoleren, door het juiste verwarmingstoestel te kiezen en door te opteren voor hoogrendementsglas kan de particuliere bouwer zijn toekomstige energiefactuur enorm beperken. Nu meer investeren in een woning met betere energieprestaties is de beste manier om in de toekomst zijn koopkracht niet te laten aantasten door de verder stijgende energieprijzen

7% meer beroepsmatige bezoekers op Batibouw in 2008

(22/04/08) Een paar weken geleden heeft Batibouw haar deuren gesloten. Er werd een enquête gevoerd onder de bezoekers, particulieren en professionals, maar ook bij de exposanten. Hier de resultaten van de gevoerde enquêtes bij de verschillende groepen.

Meer professionele bezoekers
Dit jaar heeft Batibouw 332.906 bezoekers gedurende de 11 beursdagen over de vloer gekregen. Van deze bezoekers waren er 76.862 professionals en 256.044 particulieren. Zowel de exposanten als de organisator zijn tevreden over de resultaten, want het streefgetal lag tussen 300.000 en 350.000 bezoekers. Dat is niet het enige succes dat in 2008 werd behaald. Batibouw slaagde er namelijk met succes in om de (ver)bouwende Belg attent te maken voor het thema Duurzaam Bouwen. Dit wordt bevestigd door het groot aantal exposanten dat heel wat (ver)bouwers wegwijs heeft gemaakt in de vele duurzame materialen en oplossingen die de beurs rijk was. Uit deze enquête komt in het bijzonder het stijgend aantal professionele bezoekers naar voor : + 7% in vergelijking met 2007 ! Meer dan 60% van hen heeft Batibouw gedurende de 2 dagen die voor hen waren voorzien bezocht.

Batibouw 2008 vertegenwoordigde alle sectoren van de bouw. De meest vertegenwoordigde beroepen waren : aannemers (19,7%), de verwarmingssector (10,2%), de elektriciteits- en verlichtingssector (7,4%), groothandelaars (6,5%) en sanitair (5,7%). Volgens de enquête uitgevoerd bij de professionele bezoekers is meer dan 70% onder hen betrokken bij het beslissingsproces van de aankoop. 37% is eindbeslisser, 19% is medebeslisser, 14% geeft zijn mening over de te nemen beslissing terwijl 28% niet betrokken is bij de beslissingen. Deze cijfers staan voor de hoge kwaliteit van de professionals die de beurs bezoeken en van het marktpotentieel dat ze vertegenwoordigen.

Meer dan 76.000 professionals hebben dit jaar Batibouw bezocht. Hun bezoek werd door diverse redenen ingegeven. 42% van hen is gekomen om op de hoogte te blijven van de evolutie in de sector, 25% wilde de nieuwigheden van het jaar komen ontdekken, 13% was op zoek naar concrete oplossingen voor specifieke problemen, 9% bezocht zijn leveranciers en 5% was op zoek naar nieuwe leveranciers. 4% van deze professionals kwam uit het buitenland. Het lijdt geen twijfel dat deze editie een waar succes was voor de professionals. Deze waardering werd bijgetreden door meer dan 57% van de professionele bezoekers die de beurs een cijfer van 8 op 10 of meer gegeven hebben.

Batibouw 2008 was eveneens een mooie editie voor de exposanten. Voor 32% onder hen was 2008 zelfs beter dan 2007. Begrijpelijk dus dat 73% van de exposanten een 7 op 10 of meer aan Batibouw 2008 geven. De exposanten zijn eveneens erg tevreden over het aantal en de kwaliteit van de professionele bezoekers die ze op de beurs ontmoet hebben. Wat de particuliere bezoekers betreft, heeft 58% van de exposanten hun kwaliteit goed tot uitstekend bevonden. Niet te verwonderen dat 77% van de exposanten de intentie heeft om deel te nemen aan Batibouw 2009.

Particulieren met een concreet (ver)bouwproject
85% van de particuliere bezoekers is naar de beurs gekomen met een specifiek project voor ogen. Voor 40% van hen ging het om een renovatieproject, voor 26% om een bouwproject, terwijl 19% zijn woning opnieuw inrichtte. Onder hen was 77% reeds bezig met het project of gingen ze er dit jaar mee beginnen. De meerderheid van de personen die een bezoekje brachten aan Batibouw komt met het gezin (74%). Bovendien wordt hun bezoek in de meeste gevallen (71%) op voorhand voorbereid, vooral door een beroep te doen op de website van Batibouw (50%). 81% van de ondervraagde personen verklaart dat hun bezoek grotendeels beantwoordt aan hun verwachtingen en dat naar aanleiding ervan ze zeker een bestelling zullen plaatsen bij een exposant die ze op Batibouw ontmoet hebben.

Woningprijzen stijgen minder sterk

(15/04/08) De gemiddelde prijzen van woningen zijn het afgelopen jaar minder sterk gestegen dan het jaar voordien. Bouwgrondprijzen blijven net zoals in 2006 stijgen met 7% en kosten gemiddeld 81 euro per vierkante meter.

Een opsplitsing naar type woning geeft het volgende beeld:

In het Vlaams Gewest kan men in de provincies West-Vlaanderen en Limburg nog relatief goedkoop een woonhuis kopen. Vlaams-Brabant is de duurste provincie. De goedkoopste gemeente is Menen, waar men voor gemiddeld 99.944 euro een woonhuis kan kopen. In Kraainem telt men gemiddeld het meeste geld neer: 333.325 euro. In het Waals Gewest zijn Henegouwen en Luik de goedkoopste provincies en Waals-Brabant de duurste. Colfontaine is de goedkoopste gemeente met gemiddeld 78.176 euro per woonhuis. Lasne is de duurste gemeente. Men betaalt er gemiddeld 336.122 euro. De gemiddelde prijzen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest liggen een pak hoger. Het hoogst is de gemiddelde prijs in Sint-Pieters-Woluwe: hier telt men gemiddeld 423.293 euro voor een woonhuis. In Sint-Jans-Molenbeek betaalt men het minst: 209.403 euro.

Meer info http://www.statbel.fgov.be

Vlaamse standaardwoning tot 21.000 euro duurder

(20/03/08) De nieuwe federale regering wil bij de verkoop van een nieuw gebouw met BTW de bijbehorende grond eveneens aan BTW onderwerpen in plaats van aan registratierechten. In Vlaanderen werden de registratierechten fors verlaagd. De federale maatregel maakt hier bruusk een einde aan. Volgens een berekening van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) zal de verkoop van een standaardwoning met grond in Vlaanderen tot 21.000 euro duurder worden.

Kandidaat-kopers kunnen niet meer lenen dan ze nu al doen. Zij gaan massaal afhaken. De Vlaamse woningbouwers zullen hun activiteiten moeten afbouwen. Voor meer dan 10.000 arbeiders dreigen collectieve ontslagen. Nu reeds vloeit 50% van de kostprijs van een woning terug naar de staat. De VCB vraagt dat de federale regering, in plaats van woningen nog meer te belasten, de BTW op de bouw van woningen tot 6% verlaagt.

De maatregel om in de plaats van registratierechten een BTW-tarief van 21% te heffen, maakt deel uit van het federale begrotingsontwerp voor 2008. Zij benadeelt Vlaanderen sterker dan Wallonië omdat het Vlaamse Gewest de laatste jaren de registratierechten fors heeft verlaagd. Er kwam het zogenaamde ‘abattement’ waardoor op de eerste schijf van 15.000 euro geen registratierechten moeten worden betaald. Tevens heeft de Vlaamse overheid een systeem uitgewerkt waardoor men eerder betaalde registratierechten kan meenemen bij een nieuwe aankoop. Door de nieuwe federale begrotingsmaatregel komen deze verminderingen bij een verkoop van grond en woning te vervallen.

Fors dalende woningbouw en verkopingen
De maatregel zal van toepassing zijn voor een zeer groot deel van de actuele huizenbouw en voor bijna alle appartementsprojecten. Zij zal de Vlaamse appartementsbouw die er vorig jaar al met 15% op achteruit ging, helemaal de das omdoen. Met een BTW-tarief van 21% zal de nieuwe begrotingsmaatregel een standaard woning in Vlaanderen tot 21.000 euro duurder maken. Dat blijkt uit de berekening in bijlage.

De maatregel zal ook het aantal transacties op de vastgoedmarkt verminderen. Gezinnen werden de laatste jaren op steeds jongere leeftijd eigenaar van een eerste woning die ze op latere leeftijd verkochten en inruilden voor een grotere woning. De lagere Vlaamse registratierechten hebben daarbij een belangrijke rol gespeeld. De federale begrotingsmaatregel zal het gezinnen weer moeilijker maken om woningeigenaar te worden.

Bovendien moet de Vlaamse wetgever een verkoop met BTW uitdrukkelijk van registratierechten vrijstellen. Zoniet worden de kopers met een dubbele belasting geconfronteerd. De federale wetgever van zijn kant moet een overgangsregeling treffen om te voorkomen dat lopende projecten onder de maatregel vallen en kopers die bijvoorbeeld al een aankoopbelofte hebben ondertekend, plots met fors hogere kosten worden geconfronteerd.

Overheid belast woning nu reeds voor 50%
Nu reeds vloeit 50% van de kostprijs van een woning terug naar de overheid in de vorm van parafiscale (RSZ-) en fiscale bijdragen. Door de nieuwe maatregel neemt het overheidsbeslag nog eens met 7% toe. De VCB stelt integendeel een vermindering van het overheidsbeslag voor. De federale regering zou het wonen als een basisbehoefte moeten definiëren en voor de bouw van een woning een verlaagd BTW-tarief van 6% moeten invoeren. De Europese Unie staat dit uitdrukkelijk toe. Deze maatregel zal een standaardwoning 9.000 euro goedkoper maken dan nu. De berekening bevindt zich in bijlage. Een BTW-tarief van 6% op de uitvoering van bouwwerken is trouwens een veel efficiëntere manier om woningen voor minder bemiddelde gezinnen betaalbaar te maken dan de formules die de Vlaamse regering momenteel uitdoktert.

De Vlaamse regering is van plan aan private verkavelaars ‘sociale verplichtingen’ op te leggen. De beslissing hierover valt nu vrijdag. Private verkavelaars zouden worden verplicht 20% van hun project af te staan voor de bouw van sociale woningen tegen een prijs die ver onder de marktprijs ligt. Daar bovenop wil de Vlaamse overheid in bepaalde zones aan private projecten nog eens een aandeel van 20% voor zogenaamde ‘bescheiden’ woningen opleggen waarvoor streefprijzen zullen gelden. Nog slechts 60% van de woningen zullen dan markconform kunnen worden verkocht. De 60% niet-gesubsidieerde kopers zullen daarvoor een meerprijs moeten betalen die voor een standaardwoning op 15.000 euro kan worden geraamd.

Deze Vlaamse maatregel vormt een tweede belangrijke bedreiging voor de bouwers van huizen en flats, bovenop de federale maatregel. De bouw van huizen en flats is er de laatste paar jaar al op achteruitgegaan in Vlaanderen. Uit een recente bevraging van de VCB bij de Vlaamse woningbouwers is gebleken dat zij de toekomst nog negatiever tegemoet zien. Voor de komende maanden verwachten zij een verdere daling van het aantal contracten. Daarbij werd nog geen rekening gehouden met de nieuwe maatregelen die zowel op federaal als op Vlaams niveau op de woningbouwers afkomen.

De VCB vreest dat al deze nieuwe maatregelen de sector de doodsteek zullen geven. De woningbouwactiviteit zal daardoor pijlsnel dalen. Er staat een nieuwe bouwcrisis voor de deur. Collectieve ontslagen worden onvermijdelijk. De VCB roept de federale en de Vlaamse regering ertoe op te stoppen met hun opbod aan maatregelen die het wonen onbetaalbaar dreigen te maken en meer dan 10.000 jobs op het spel zetten.

www.vcb.be

Website ‘Energiesparen’ in de prijzen

(12/03/08) In de bouwsector worden heel wat prijzen uitgereikt, maar bij geen enkele daarvan heeft de (ver)bouwer zelf iets in de pap te brokken. Daarom lanceerde het bouwmagazine Beter bouwen en verbouwen de Eerste Prijs. Lezers konden kiezen wie volgens hen in de loop van het voorbije jaar het meest gedaan heeft voor de (ver)bouwers van dit land op gebied van duurzaam bouwen, betaalbaar bouwen en de bescherming van de bouwheer.

De trofee, een cijfer 1 gemaakt van foamglas, werd op 3 maart tijdens Batibouw uitgereikt aan de website www.energiesparen.be, de website van het Vlaams Energieagentschap. Die won met ruime voorsprong (42 % van alle uitgebrachte stemmen) op ex-staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie Els Van Weert (25 % van de stemmen), VIBE (17 % van de stemmen) en VLABO, Passiefhuis-Platform en Woodforum (elk ongeveer 4 % van het totale aantal stemmen).

Het Vlaams Energieagentschap (VEA) geeft uitvoering aan een duurzaam energiebeleid voor Vlaanderen. Stimuleren van rationeel energiegebruik en milieuvriendelijke energieproductie vormen de hoofdtaken.

De meest geconsulteerde items op www.energiesparen.be zijn het opzoeken van alle energiepremies op basis van postnummer, het berekenen van de terugverdientijd bij de plaatsing van dakisolatie in een bestaande woning en het adviesonderdeel ‘Eerste Hulp Bij Energiebesparing - EHBE’. Daarnaast kan de bezoeker heel wat gratis informatiebrochures bestellen of downloaden. In 2007 werd de website 630.000 keer bezocht – een stijging met bijna 50% ten opzichte van 2006 (430.000 bezoekers).

Uiteraard is de trofee geen eindpunt voor de website www.energiesparen.be. De continue verbetering van het informatieaanbod op maat van de bezoeker vormt de belangrijkste uitdaging voor de toekomst.

Duurzaam bouwen...Geen hype maar pure noodzaak!

(03/03/08) Dat was de conclusie van het Bouwforum dat de Confederatie Bouw organiseerde op de openingsdag van Batibouw. Op dit druk bijgewoond Forum (bijna 1.800 aannemers en andere bouwprofessionals) namen verschillende deskundigen het woord om samen met de Confederatie Bouw te pleiten voor dringend en resultaatgericht duurzaam bouwen.

Klimatoloog Jean-Pascal van Ypersele (UCL), geografe Isabelle Thomas (UCL) en socioloog Luc Goossens (UAntwerpen) schetsten duidelijk de enorme uitdagingen waarvoor België, en in het bijzonder de bouwsector, staat. Deze uitspraken hebben uiteraard te maken met hun wetenschappelijk onderzoek dat duidelijk maakt dat voortgaan met het huidig beleid en mentaliteit, een achteruitgang in plaats van vooruitgang betekent. Met een ongewijzigd beleid zal België de vooropgestelde doelstelling van een verdere vermindering van de CO2-uitstoot niet halen!

Dit heeft uiteraard alles te maken met de typische kenmerken van het Belgisch woningbestand: verouderd, niet geïsoleerd, niet aangepast aan de vergrijzing van de bevolking, keuzes van bouwmaterialen, brandstof, bouwstijlen … die verankerd zijn in sterke culturele voorkeuren die het Belgische vastgoed typeren en ook onderscheiden van het buitenland. Duurzaam bouwen is kwalitatief bouwen en vereist duidelijke keuzes: een totaalaanpak, strenge regelgeving, een aanmoedigingsbeleid om de noodzakelijke keuzes betaalbaar en haalbaar te maken voor iedereen.

Anderzijds blijkt ook duidelijk uit een zeer recente enquête die de Confederatie Bouw bij haar leden uitvoerde dat de vraag naar duurzamer bouwen en de aandacht voor energiezuinig bouwen vooral de jongste drie à vier jaar is toegenomen en zelfs sterk is toegenomen voor 44% van de ondervraagde aannemers. Zeven op tien aannemers menen ook dat er in de toekomst niet meer kan of zal gebouwd worden zonder rekening te houden met duurzame activiteiten, producten en technieken. De trein van het duurzaam bouwen heeft ineens de snelheid van een HST.

Op de vraag hoe de mentaliteit dan wel kan worden veranderd om iedereen, en niet een beperkt deel van overtuigden en kapitaalkrachtigen te stimuleren om duurzamer te bouwen en verbouwen, antwoordt 78% van de aannemers dat de hefboom hiervoor een strenge maar aanmoedigende regelgeving is met hogere premies, aftrekbaarheid die niet jaarlijks beperkt wordt om zo de versnippering van de investeringen te vermijden, en voor de nieuwbouw de ambities hoger bepalen. De openbare opdrachtgever moet volgens de aannemer veel meer dan nu het voorbeeld geven en bij alle overheidsopdrachten en bouwprojecten resoluut kiezen voor een duurzame aanpak, hetgeen nu totaal niet het geval is. Ook is volgens 78% van de aannemers het beleid te weinig stimulerend (premies, fiscale aftrek, laag BTW-tarief) voor de sloop en nieuwbouw. Toch wijst het wetenschappelijk onderzoek van de professoren Thomas en Goossens overduidelijk op het enorm verouderd woningbestand dat nooit op een aanvaardbaar en betaalbaar niveau qua energetische duurzaamheid kan worden gebracht.

Naast de overheid die gepaste maatregelen moet nemen, wil ook de aannemer zelf zijn verantwoordelijkheid nemen om duurzaam aan de toekomst, zijn toekomst te bouwen. 70% van de aannemers zegt nu al actief te zijn maar wenst dit ook te blijven en zich hierop meer te willen toeleggen. De overgrote meerderheid van de aannemers wenst meer informatie om te kunnen bijblijven, zowel over de regelgeving maar ook en vooral over  plaatsingstechnieken. Unaniem stellen zij dat vakmanschap en vakkennis het rendement van de investeringen in duurzaam bouwen zullen bepalen. Zij pleiten onomwonden voor een grotere betrokkenheid bij het bouwproces om ontwerp en uitvoering beter op elkaar te kunnen afstemmen in het belang van het kwalitatief eindproduct.

Dat duurzaam bouwen voor de aannemers een groeimarkt is, is duidelijk. Een groeimarkt die bovendien een enorme maatschappelijke en economische bijdrage kan leveren. De isolatie van 200.000 woningen (eengezinswoningen en appartementen) per jaar betekent immers een vermindering van 15% van de huidige CO2-uitstoot. Maar dit betekent ook bijkomende tewerkstelling van 20.000 bouwvakkers. Met een gemiddelde investering van 10.000 € per jaar voor die renovatiewerken betekent dit ook een omzet van  2 miljard € per jaar! Duurzaam bouwen is dus niet alleen een noodzaak, maar ook een hefboom voor economische groei, een investering in het behoud van ons woningbestand, en een verbetering van de leef- en woonomstandigheden. "Duurzaam bouwen aan de toekomst is dus investeren in die toekomst” stelt Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw als besluit van het Bouwforum.

Duurzaam bouwen… is véél meer dan een hype of een product van goede marketing en massamediacommunicatie. Iedereen praat erover, iedereen schrijft erover, iedereen wil het, maar…. nu nog die ene definitieve stap: iedereen duurzaam doen bouwen en verbouwen. Iedereen, dat is de particulier en de overheidsopdrachtgever, de bouwer en verbouwer, maar dat is ook de ontwerper, de architect, dat zijn de materialenproducenten, maar nog meer de verschillende beleidsverantwoordelijken die samen met een totaalvisie en aanpak resultaten moeten boeken.

Gesterkt door de besluiten van het Bouwforum en de resultaten van de enquête bij haar leden neemt de Confederatie Bouw alvast de handschoen op en neemt haar verantwoordelijkheid om voluit en proactief de kaart van het duurzaam bouwen te trekken. Als wij onze toekomst veilig willen stellen moet er verandering komen en meer echte inzet.

En daarom roept de Confederatie Bouw op tot een echt KLIMAATVERBOND om zo alle kansen aan te wenden om echte en concrete resultaten te bereiken. Haar voorstellen van actieplan liggen al klaar. Voor de vernieuwbouw: een aanmoedigingsbeleid met hogere fiscale stimuli en premies, derdebetalerssystemen en uitbreiding van de BTW-regeling voor  sloop en heropbouw. Voor de nieuwbouw strengere regelgeving die de lat toekomstgerichter en hoger legt. Voor de aannemers meer opleiding en toegang tot kennis en informatie en een veel grotere en vroegere betrokkenheid van de uitvoerende bouwpartner bij het bouwproces.

Bouwbarometer: 1,5% groei in 2008

Op de vooravond van Batibouw blikt de Confederatie Bouw traditioneel terug op de prestaties van de bouwsector in het afgelopen jaar en presenteert ze een vooruitblik op 2008. De Confederatie vraagt dat de nieuwe regering in een aantal dringende dossier snel de gepaste maatregelen neemt.

Groei vertraagt
De afgelopen vijf jaar is de bouw sneller gegroeid dan de hele Belgische economie. Sinds eind 2006 verliest de bouw echter aan kracht. Van een periode met een bloeiende hoogconjunctuur gaat de bouw naar een periode met een zwakkere groei. De beschikbare cijfers geven voor 2007 toch nog een groei aan van 3,5% (tegenover 9,1% in 2006). Dit groeicijfer is nog steeds hoger dan dat van de hele Belgische economie, die voor 2007 slechts 2,7% liet optekenen.

De prognose van de Confederatie Bouw voor groei in de bouwsector in 2008 bedraagt zowat 1,5%. De groei van de bouwactiviteit zal dus zeker niet stilvallen. “De bouw evolueert in 2008 wellicht in de richting van een stabilisatie, of zelfs van een herstel van de prestaties van de sector”, zo vat Robert de Mûelenaere, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie de analyse van de conjunctuurgegevens samen. “Want, ondanks een terugval in 2007 van 10% van het aantal vergunningen voor nieuwbouwwoningen (appartementen en eengezinswoningen) kijken de aannemers hoopvol naar de toekomst en zien ze groeipotentieel met mogelijkheden van bijkomende aanwervingen.”

Als op deze algemene conclusies wordt ingezoomd dan komen toch opmerkelijke verschillen aan het licht tussen de deelsectoren in de bouw:

Krachtige impulsen van de niet-woningbouw
De Confederatie Bouw ziet een verschuiving van de woningbouw naar de niet-woningbouw. De sector van de niet-woningbouw kan vandaag immers de mooiste cijfers voorleggen. Zowel het aantal als het volume van de vergunde nieuwe gebouwen nam toe in de eerste 9 maanden van 2007. Dit is in de eerste plaats het gevolg van de vraag uit de industrie, die enorme investeringen deed (7%). De Confederatie voorspelt dat het vraagpeil in deze sector hoog blijft, tenminste op korte termijn. Het aantal nieuwe vergunde bedrijfsgebouwen nam met 4% toe en worden ook steeds groter (+20% gemiddeld) . Dit is ook zo voor de gebouwen voor de dienstensector (inclusief handelszaken). De vergunning voor renovatie van niet-woongebouwen stabiliseert zich (lichte afname -0,4% in 2007).

Dalende woningbouwmarkt
Deze positieve evolutie is er niet meteen te verwachten voor de nieuwbouwwoningen (eengezinswoningen en appartementen). Het aantal vergunning voor nieuwbouw van woongebouwen viel met 10% terug vorig jaar, tot een weliswaar hoog niveau van 54.000 afgeleverde vergunningen. Ook het aantal vergunningen voor renovaties van eengezinswoningen en appartementen daalde in 2007 met zowat 6%. Dit is mede te verklaren door de daling van 3% van het aantal verkochte bestaande woongebouwen, die meestal voor de verbouwing een stedenbouwkundige vergunning vereisen.

De Confederatie stelt ook vast dat de bouwprijzen in 2007 met slechts 2,6% stegen, hetgeen lager is dan de inflatie van 3%. Vanuit die invalshoek blijven de vooruitzichten voor de evolutie van de bouwprijzen voor 2008 goed. Ten opzichte van 2005 zijn de bouwprijzen gestegen met 8% tegenover een stijging van de verkoopprijzen van de bestaande woningen die in diezelfde periode met 15% stegen. De Confederatie verwacht dan ook dat de bouw en de nieuwbouw zullen standhouden en terrein zullen winnen.

Onverwachte resultaten voor burgelijke bouwkunde
Tegen alle verwachtingen bij het prille begin van de nieuwe gemeentelijke regeerperiode in, blijft het orderboekje van de ondernemingen die werken in de burgerlijke bouwkunde eind 2007 relatief goed gevuld, nauwelijks minder dan het peil van 12 maanden eerder. De daling van de lokale bestellingen –die traditioneel optreedt na gemeenteraadsverkiezingen- werd deels gecompenseerd door enkele werken met grote omvang. Tocht stelt de Confederatie Bouw vrij opvallende gewestelijke verschillen vast : “In Vlaanderen bleven de investeringen en werken stabiel, terwijl er in Wallonië een daling van niet minder dan 10% vast te stellen is, en een groei van zelfs 20% voor het Brussels gewest. Het GEN (Gewestelijk ExpresNet)is hieraan niet vreemd”.

Historisch hoge tewerkstellingcijfers in de bouw
Het aantal werknemers in de bouw (arbeiders + bedienden), nam in de loop van het jaar wat af, maar heeft zich gestabiliseerd op 205.000 in het derde kwartaal van 2007. Dit is het hoogste niveau dat de sector heeft gehaald sinds de laatste 30 jaar. Daarbij komen nog de 52.000 zelfstandigen en ongeveer 5.000 interim-krachten in de bouw.

De Confederatie Bouw formuleert ook een aantal verzoeken aan de nieuwe regering. Daarbij vraagt zij maatregelen die het concurrentievermogen van de bedrijven vrijwaren (door o.a. de invoering van een systeem van forfaitarisering van de sociale bijdragen). Ook vraagt de sector dringend de afschaffing van de CO2-taks op voertuigen voor collectief vervoer van werknemers. Het collectief vervoer zou eerder moeten worden aangemoedigd dan bestraft. Tenslotte wenst de Confederatie nauw betrokken te worden bij de uitvoering van het Klimaatplan en het realiseren van de nieuwe bijkomende doelstellingen die Europa oplegt inzake de vermindering van CO2-uitstoot in de gebouwensector.

De analyse van de prestaties van de bouwsector in 2007 bevestigt dat er hoopvol mag worden uitgekeken naar 2008 en dat de bouwsector een vaste en onmiskenbare waarde en hefboom kan blijven spelen in de economie, ook in onzekere tijden.

Vlaamse Regering helpt gemeenten

(05/02/08) Op 1 februari keurde de Vlaamse Regering op voorstel van Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen twee besluiten goed die de gemeenten moeten helpen om in de toekomst zelf in te kunnen staan voor de stedenbouwkundige vergunningen.

Door de krapte op de arbeidsmarkt is er een tekort aan afgestudeerden van de opleiding ruimtelijke ordening. Dat diploma is echter een vereiste voor de taak van gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar. Daarom verlengt minister Van Mechelen nu de overgangsregel tot 2012 waarbij de gemeenten al gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren kunnen aanduiden in afwachting dat ze het vereiste diploma behalen.

Het blijkt verder een arbeidsintensieve opdracht voor de meeste gemeenten om een vergunningenregister aan te maken. Vooral de opname van de oudere vergunningen is een hele karwei. Daarom biedt de Vlaamse Regering de gemeenten de mogelijkheid om het vergunningenregister in twee fasen voor goedkeuring aan de administratie voor te leggen.

Minister Van Mechelen voorziet in een subsidie voor de opmaak van het eerste vergunningenregister. Indien de gemeente haar vergunningenregister vóór 1 januari 2009 overmaakt aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar en mits goedkeuring van dit register, kan zij voor alle aanvullende vergunningen, attesten of processen-verbaal die uiterlijk op 15 januari 2012 werden toegevoegd, eveneens een subsidie krijgen. Anderzijds vervalt de volledige subsidieregeling voor de vergunningenregisters die pas na 1 januari 2010 aan de administratie zullen worden voorgelegd.

VCB: bouwgrond drie keer zo duur binnen tien jaar

(21/11/07) Bouwgronden worden steeds schaarser. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) voorspelt dat een vierkante meter bouwgrond in 2017 gemiddeld 590 euro zal kosten – dat is meer dan drie keer zo duur als vandaag. Hoog tijd dat de overheden ingrijpen, vindt de VCB.

De volgende tien zal het aantal gezinnen (meer dan de totale bevolking) nog verder toenemen door verdunning en vergrijzing. De VCB verwacht voor de komende tien jaar een bijkomende behoefte aan 160.000 nieuwe huizen. Het probleem is echter dat, zo blijkt uit een recent parlementair antwoord van minister Van Mechelen, in de woongebieden nog slechts 148.857 percelen bouwgrond beschikbaar zijn.

De bouwgrondenschaarste is te verklaren door het feit dat grondeigenaars liever speculeren op een hogere prijs later dan nu te verkopen. "En omdat de overheden 18.000 hectare voorziene woonuitbreidingsgebieden niet aansnijden", zegt Marc Dillen van de Vlaamse Confederatie Bouw. "Bovendien bakenen ze te langzaam de stedelijke gebieden en de woongebieden daarbinnen af."

De overheden kunnen de situatie verhelpen volgens de VCB. De organisatie dringt aan op de vrijgave van 30.000 bijkomende percelen. Zo zou de overheid een steile prijsstijging kunnen tegengaan. Maatregelen zoals heffingen op onbebouwde percelen en sociale verplichtingen op private verkavelingen, zijn volgens de VCB slechts druppels op een hete plaat.

De VCB dringt er bij overheid ook op aan werk te maken van de afbakening van stedelijke gebieden. Elke afbakening van een stedelijk gebied levert extra hectares voor woongelegenheden op en staat toe in de nieuw aangeduide stedelijke woongebieden dichtheden van 25 woningen en meer per hectare te bereiken, wat een efficiënter ruimtegebruik mogelijk maakt. Voor negen steden kon het afbakeningsproces worden afgerond. Het heeft 2.716 ha stedelijk bijkomend woongebied opgeleverd – goed voor 68.000 bouwpercelen. De Vlaamse Rand en de centrumsteden Leuven, Hasselt en Genk konden echter nog niet worden afgebakend, vooral omdat nogal wat lokale besturen niet tot het stedelijke gebied willen behoren. Tegelijk staat ook de afbakening van de kleinere steden vaak nog maar in een pril beginstadium.

Vlaanderen heeft nog 410.857 onbebouwde percelen

(17/10/07) Vlaanderen telt nog 410.857 onbebouwde percelen in woongebieden. Dat blijkt uit een parlementaire vraag die Vlaams parlementslid Joke Schauvliege (CD&V) stelde aan minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen. Bouwunie nuanceert de cijfers.

De provincie Oost-Vlaanderen is samen met Antwerpen koploper als het om onbebouwde percelen in woongebied gaat. Dat zijn percelen die in principe bouwrijp zijn maar toch niet op de markt komen. Uit het antwoord blijkt dat er nog heel wat reserve is om te bouwen in woongebied. Deze gronden komen niet op de markt om diverse redenen (van stuk bouwgrond voor de kinderen tot echte grondspeculatie).

Vorig jaar nog werd via diverse kanalen bericht dat de meeste onbebouwde percelen (41%) in bezit zouden zijn van de lokale besturen (gebaseerd op een steekproef). Die gegevens blijken uit het antwoord nu niet correct te zijn. 75% van de bouwgronden is in handen is van particulieren, 10% in handen van vennootschappen en 12% in handen van overheden.

Op basis van die gegevens Vlaams volksvertegenwoordiger Joke Schauvliege voor de activering van de 410.857 percelen, zodat de open ruimte niet verder moet worden aangesneden. Eigenaars moeten met stimulansen (onroerende voorheffing, registratierechten, …) worden aangemoedigd om de bouwgronden op de markt te brengen. Een perceel bouwgrond voor de kinderen aanschaffen moet wel kunnen. Om iedereen de kans te geven op betaalbaar wonen wil Schauvliege dat iedere gemeente een provinciaal te bepalen percentage sociale woningen oplegt voor nieuwe projecten (te differentiëren per gemeente).Voor gronden die eigendom zijn van de overheid moet minimum 25% voor sociale woningen voorzien worden.

Nuancering

Bouwunie reageert enigszins verbaasd op de cijfers. In 2004 hield Bouwunie een infosessie over het onderzoek naar het aanbod in woonzones en woonuitbreidingsgebieden met de toenmalige afdeling AROHM van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Hieruit kunnen andere conclusies getrokken worden. Namelijk dat het grondbezit voor meer dan de helft in handen is van overheidsinstellingen (OCMW’s, gemeenten) en slechts voor 20% in handen van particulieren. Deze cijfers vertrekken vanuit een zogenaamd ‘groot grondbezit’ en betreffen enkel de eigenaars met meer dan 10 percelen bouwgrond in eigendom. Vlaams parlementslid Schauvliege maakte die abstractie niet. Haar cijfers doelen ook op eigenaars met slechts één bouwgrond en dat geeft uiteraard andere cijfers.

Bouwunie ondersteunt wel de vraag van Schauvliege om gronden op de markt te brengen. Maar het zijn vooral de overheden die dat moeten doen. Het zijn niet de bouwfirma’ s of bouwpromotoren die gronden laten liggen. De meestal erg zware investering moeten immers zo snel mogelijk renderen. Bouwfirma’s hebben geen baat bij het opsparen van gronden, hetgeen bijkomende kosten met zich meebrengt, zoals bv. de belastingen op onbebouwde grond. Deze kosten moet het bouwbedrijf doorrekenen aan de koper, verhogen de aanbiedingsprijs en zijn dus te mijden.

Minister kiest Energieambassadeurs 2007

Tijdens de Maand van de Energie zet Vlaams minister Hilde Crevits vijftien steden en gemeenten in de bloemetjes die zich het afgelopen jaar bijzonder hebben ingespannen om het Vlaamse energiebeleid te versterken. Ze krijgen de titel van ‘Energieambassadeur van Vlaanderen 2007’. Minister Crevits wil hiermee ook andere Vlaamse gemeenten extra stimuleren om zich nog meer in te zetten voor een ondersteunend lokaal energiebeleid.

Deze bekroning kadert in het Vlaamse Energierenovatieprogramma 2020. Tegen 2020 wil minister Crevits het energieverbruik van de gezinnen met 30% verminderen. Niet alleen gezinnen, verenigingen en bedrijven moeten een bijdrage leveren om het energieGEbruik te rationaliseren en het energieVERbruik te reduceren. Ook de overheden, zowel federale en regionale als lokale, moeten zich inspannen om de energie- en klimaatdoelstellingen te halen.

De lokale besturen hebben een dubbele rol te spelen. Enerzijds zorgen zij zelf voor verplaatsingen, verlichting, verwarming en koeling. Anderzijds spelen zij een voorbeeldrol en een rol van initiator, stimulator, facilitator en communicator ten aanzien van de eigen burgers, buurten, bedrijven en verenigingen.

De gemeenten die een bijzondere inspanningen hebben geleverd worden door minister Hilde Crevits in de spotlights gezet. Ze wil de meest verdienstelijke gemeenten als voorbeeld voor de andere gemeenten in the picture zetten en de andere gemeenten aansporen om ook werk te maken van een energiezuinig en klimaatvriendelijk beleid.

Minister Crevits wijst op de belangrijke rol van de gemeenten: “Iedereen moet de ambitie nastreven om tegen 2020 ervoor te zorgen dat elk bestaand huis een geïsoleerd dak, isolerend glas en een verwarmingsketel met een hoog rendement heeft. De gemeenten spelen daarbij een grote ondersteunende rol. Hun actieve betrokkenheid is onmisbaar om de bevolking aan de slag te krijgen.”

Per provincie werd een top drie samengesteld van best-scorende gemeenten. De volgende gemeenten zijn de nieuwe Vlaamse Energieambassadeurs voor 2007:

Antwerpen: Boom, Rumst, Wommelgem
Limburg: Bilzen, Borgloon, Peer
Oost-Vlaanderen: Gent, Beveren, Sint-Niklaas
Vlaams-Brabant: Zoutleeuw, Lubbeek, Rotselaar
West-Vlaanderen: De Panne, Kortrijk, Lo-Reninge

Om na te gaan in welke mate de gemeenten het Vlaamse energiebeleid wisten te vertalen naar het lokale niveau, heeft het Vlaams Energieagentschap verschillende criteria afgetoetst:

Vlaams minister Hilde Crevits wil met dit initiatief een extra impuls geven aan alle Vlaamse gemeenten om zich nog meer in te zetten voor een ondersteunend lokaal energiebeleid. “Energiebesparing is een taak van iedereen. Hoe meer gemeenten energie hoog op de agenda plaatsen en hoe meer eigenaars de kwaliteit van de woningen verbeteren, hoe beter we onze uitstoot van broeikasgassen en onze afhankelijkheid van het buitenland kunnen beperken. Deze twaalf ‘Energieambassadeurs’ doen een mooie duit in het zakje. Door hun inspanningen worden ook andere gemeenten aangespoord om zelf werk te maken van een energiezuinig en klimaatvriendelijk beleid ”, aldus minister Crevits.

Bouwsector tevreden met afschaffing BTW-vrijstelling voor zelfstandigen in bijberoep

(02/10/2007) Sinds 1 oktober genieten zelfstandigen in bijberoep in de bouwsector niet langer van een BTW-vrijstelling. Bouwunie en de Confederatie Bouw zijn tevreden met die maatregel die volgens hen zwartwerk en oneerlijke concurrentie zal tegengaan.

Door de maatregel die de BTW-vrijstelling afschaft voor kleine ondernemingen met een jaaromzet van maximum 5.580 EUR, moeten sinds maandag 1 oktober alle belastingplichtigen BTW aanrekenen voor alle werken in onroerende staat. Voortaan moeten dus alle bouwers/verbouwers facturen met BTW krijgen voor "het bouwen, verbouwen, afwerken, inrichten, herstellen,-bijvoorbeeld plaatsing van een badkamer/keuken". De Confederatie Bouw is erg tevreden met deze afschaffing waarvoor zij al meer dan 10 jaar pleit. Deze maatregel bewijst dat een concrete strijd tegen oneerlijke concurrentie en zwartwerk echt kan.

De vrijstellingsregeling die ingevoerd werd in 1993, liet bouwbedrijven met een jaaromzet van maximum 5.580 euro toe geen BTW aan te rekenen aan hun klanten. Een goede maatregel die snel tot enorme misbruiken leidde in de bouwsector.

Zelfstandige aannemers in bijberoep voeren soms oneerlijke concurrentie tegen de gevestigde aannemers. Het kwam volgens de Bouwunie steeds vaker voor dat gepensioneerden, invaliden, loopbaanonderbrekers, ambtenaren en werknemers uit allerhande sectoren bijklusten in de bouw als zelfstandige in bijberoep. Volgens de statistieken van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) neemt het aantal zelfstandigen die hun bouwactiviteiten als bijberoep uitoefenen jaar na jaar toe. Het aandeel van de bijberoepers ten opzichte van het totaal aantal zelfstandigen in hoofd- en bijberoep is in de bouwsector in 2006 (de meest recente statistieken) gestegen tot 25%. In 2000 bedroeg hun aandeel nog maar 22%.

Het succes van het ‘bijberoep’ is te verklaren door de voordelen zoals lagere sociale zekerheidsbijdragen, minder zware fiscale lasten, minder administratieve verplichtingen tot nu toe ook een BTW-vrijstelling. Bovendien kan iemand in bijberoep ook steeds terugvallen op de inkomsten uit zijn hoofdactiviteit waardoor hij niet enkel met zijn bouwklussen uit de kosten moet geraken. Het is perfect verdedigbaar dat iemand als zelfstandige in bijberoep start met de bedoeling zich, na een inloopperiode, te vestigen als volwaardige zelfstandige. Maar de ervaring leert dat de bijberoepers hun statuut vaak gebruiken als dekmantel om ijverig in het zwart bij te klussen. Ze stellen een minimum aan facturen op, bovendien op basis van lagere prijzen.

Bouwunie stelt voor om het statuut van zelfstandige in bijberoep voor de bouwsector te beperken tot drie jaar. Als een opstart voor beginnende zelfstandigen. Drie jaar is voldoende tijd om uit te maken of het aannemersberoep je ligt. Hiertoe wil Bouwunie de lagere sociale zekerheidsbijdragen voor zelfstandigen in bijberoep in de bouw beperken tot maximum drie jaar. Nadien betaalt de betrokkene de volledige bijdragen maar opent hij bij vb. ook pensioenrechten. Invaliden, loopbaanonderbrekers en gepensioneerden zouden in de bouwsector nooit als bijberoeper aan de slag mogen gaan.

De Confederatie dringt er verder op aan dat andere noodzakelijke maatregelen genomen worden en dat haar voorstel tot een globaal actieplan tegen het zwartwerk in de bouwsector uiteindelijk wordt omgezet in concrete en structurele maatregelen. Zo moet er onverwijld gesleuteld worden aan het statuut van zelfstandige in bijberoep (wie, wat en maximum periode van drie jaar). Ook zou de overheid geen premies of fiscale voordelen mogen toekennen zonder dat facturen van een geregistreerd aannemer worden voorgelegd.

Zonne-energie is een succesverhaal

Vlaanderen is aardig op weg om uit te groeien tot een toonaangevende zonneregio. Dat stelt Vlaams minister van Openbare Werken, Energie en Leefmilieu Hilde Crevits. Zij maakte de balans op na tien jaar Vlaamse steun voor zonne-energie, en anderhalf jaar na de overgang van investeringssteun naar productiesteun.

Zonne-energie zit in de lift. Enkele opmerkelijke cijfers: Op 3 jaar tijd is het opgesteld vermogen voor zonne-energie vertienvoudigd, zowel bij gezinnen als bedrijven. In diezelfde periode is de aankoopprijs van zonnepanelen gedaald met 18%.

Minister Hilde Crevits: “De impact van de nieuwe subsidieregeling in 2006 overtreft alle verwachtingen. Sindsdien stijgt het aantal aanvragen van gezinnen en bedrijven voor de plaatsing van zonnepanelen spectaculair. De combinatie van de ondersteuning door de overheid, de sterke daling van de aankoopprijs van zonnepanelen en de mooie besparing op de elektriciteitsfactuur zorgt ervoor dat investering gegarandeerd wordt terugverdiend. En dit helpt om gezinnen en bedrijven over de streep te trekken. Bovendien is er nog een groot potentieel voor de plaatsing van zonnepanelen bij bedrijven en gezinnen.”

Het succes van zonne-energie is vaak lokaal. Een aantal gemeenten prijkt bovenaan het overzicht van de subsidiedossiers van de afgelopen 10 jaar. Horebeke in Oost-Vlaanderen, Diepenbeek in Limburg en Lo-Reninge in West-Vlaanderen vormen de top drie. In deze ‘zonnedorpen’ halen verhoudingsgewijs het meest gezinnen hun stroom uit de zon, namelijk 1 op 200 tegenover gemiddeld 1 op 800 in Vlaanderen. Al dan niet op initiatief van de gemeente stappen inwoners soms samen naar een leverancier voor een groepsaankoop van zonnepanelen. Want naast de verschillende premies en de belastingvermindering is natuurlijk ook een korting op de aankoopprijs mooi meegenomen. Fiere eigenaars van een zonne-installatie steken dikwijls buren en familie aan. Uit de subsidieaanvragen blijkt dat sommige straten ook beter scoren dan gemiddeld.

Het vernieuwd subsidiebeleid werpt haar vruchten af
Op 1 januari 2006 voerde de Vlaamse Regering een nieuw ondersteuningsmechanisme in voor zonne-energie. De Vlaamse overheid ging in op de vraag van de zonne-energiesector en schoof de oude maatregel, die voor particulieren een investeringsvergoeding voorzag, opzij. Het nieuwe systeem met zogenaamde ‘groene stroomcertificaten’ richt zich op de productie van zonne-energie. Particuliere en professionele investeerders ontvangen gedurende 20 jaar een interessante vaste vergoeding voor de elektriciteit die ze opwekken uit zonlicht. Per schijf van 1000 kWh geproduceerde groene stroom wordt 450 euro toegekend. Het nieuwe ondersteuningssysteem garandeert continuïteit, waardoor de markt stabieler kan groeien. Er ontstaat niet langer een jaarlijkse terugval op de markt, zoals telkens gebeurde wanneer de voorziene subsidiepot was uitgeput.

Een positieve vaststelling van de laatste jaren is ook dat de overgang van investeringssteun naar productiesteun geen nadelig effect heeft gehad op de aankoopprijs van fotovoltaische zonnepanelen. De gemiddelde offerteprijs (zonder BTW) is gedaald met bijna 13% van 7.587 euro/kWp in 2005 tot 6.634 euro/kWp. Ondertussen is de gemiddelde offerteprijs (zonder BTW) nog verder gedaald, met 6% tot ongeveer 6.200 euro/kWp, of een kwart minder dan amper vier jaar geleden. Ook de leveranciers volgen de dynamiek. Het aantal bedrijven die zonnepanelen installeren neemt toe met de vraag.

Informatie over het nieuwe stimuleringsbeleid, de energiepremies (met zoek-module aan de hand van uw postcode) en de terugverdientijd voor een zonne-installatie vindt u op www.energiesparen.be

Bouwconjunctuur verzwakt: overheid moet dip overbruggen

(17/09/07) De bouwconjunctuur verzwakt. Daarom roept de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) de overheden op om werk te maken van de plannen met alternatieve financiering, waardoor de bouw- en vastgoedsector ten volle haar stimulerende rol kan spelen Vooral de PPS-projecten voor infrastructuur zijn volgens de VCB uiterst urgent.

De welvaart hangt steeds meer af van de bouwsector, stelt de VCB vast naar aanleiding van de voorstelling van een nieuw jaarrapport. Alleen al een lichte verbetering van de energieprestaties van woningen kan de invoer van brandstoffen met 8 à 10% verminderen. De bouw van shoppingcentra is cruciaal om te voorkomen dat Vlamingen steeds meer buiten de grenzen winkelen. Een versnelde uitbouw van de ontbrekende schakels in onze infrastructuur is cruciaal voor het behoud van de logistieke toppositie van Vlaanderen.

De Vlaamse bouwconjunctuur is momenteel minder gunstig. Vooral voor infrastructuurwerken verwachten de bedrijven een terugval. Dat is normaal in de eerste jaren na de gemeenteraadsverkiezingen, maar de internationale concurrentie in handel en logistiek is zo intensief dat de overheden juist nu niet mogen aarzelen met hun investeringsplannen.

Nadat de huizenbouw in 2006 er met 8% op achteruitging, stevent zij in 2007 af op een nieuwe achteruitgang met 8%. Intussen blijkt ook de appartementsbouw over haar hoogtepunt. Enkel de sector van de niet-woongebouwen (de sector van de handels-, industrie- en kantoorgebouwen) gaat er verder op vooruit, met ongeveer 10% in 2007.

Toenemende investeringen in energiebesparing
Nu reeds merken wij dat woningbouwers een E80-peil aanbieden voor nieuwe woningen. Dat is 20 punten beter dan wordt voorgeschreven door de EPB-normen. Daarnaast beschikt Vlaanderen over een uitgebreid bestaand woningpatrimonium. De uitvoering van energiebesparende renovatiewerken in deze woningen zijn voor onze economie van cruciaal belang. Alleen al door het E-peil in de bestaande woningen met 10 punten te laten dalen, kan de import van aardgas met bijna 10% en de import van aardolie met 8% dalen. Dat zou de economische positie van Vlaanderen fors versterken.

Het aantal vergunningsplichtige renovatiewerken blijft de laatste jaren relatief stabiel en is in 2007 zelfs licht achteruitgegaan. Maar daarnaast bestaat een belangrijke markt van kleinere, niet renovatiewerken zonder vergunningsplicht. De perspectieven voor deze werken zijn onder invloed van de nieuwe eisen op het vlak van energieprestaties, ventilatie en akoestiek nooit zo gunstig geweest. De VCB heeft recent haar leden bevraagd hieromtrent. Uit haar enquête blijkt dat renovatiewerken zonder vergunningsplicht de dalende trend van de vergunningsplichtige renovatiewerken niet volgen en eerder toenemen. De betrokken bouwbedrijven klagen wel dat zij een groot deel van deze markt aan zich zien voorbij gaan omwille van de hoge mate aan zwartwerk in de deelsector. Meer dan andere bouwactiviteiten leidt deze deelsector onder de concurrentie van doe-het-zelvers en zwartwerkers.

Voor kleinere energiebesparende renovatiewerken bestaat een belangrijke overheidssteun in de vorm van premies, subsidies en fiscale voordelen. Dergelijke steunmaatregelen zetten gezinnen er toe aan om met reguliere bouwbedrijven te werken. Maar hun effect zou nog groter zijn als de verbouwers ze beter zouden kennen. Bovendien stelt de VCB vast dat de diverse premiestelsels ook omwille van hun complexiteit grotendeels hun effect missen.

Shoppen over de grens
Steeds meer Vlamingen gaan winkelen over de grens winkelen. Op amper vier jaar tijd zijn hun aankopen in het buitenland met 48% toegenomen, toeristische uitstappen buiten beschouwing gelaten. Bestemmingen zijn onder meer Eindhoven, Maastricht, Rijsel, Aken enz. Nu al verdwijnt 500 miljoen euro per jaar van onze koopkracht in de buurregio’s.

De reistijden met de buurregio’s zijn fors ingekort dankzij de verdere uitbouw van het Europese netwerk van supersnelle treinen. Bovendien hanteren onze buurregio’s lagere BTW-tarieven en leggen zij geen ecotaksen op. Een zware bijkomende handicap is de rem die in ons land jarenlang op de bouw van nieuwe shoppingcentra werd gezet. Vlak buiten de landsgrenzen worden volop nieuwe en ruime shoppingcentra opgericht en gepland. Het valt bovendien op dat in het kader van de nieuwe IKEA-wet op de vestiging van winkelcentra in het Waalse Gewest nu heel wat meer nieuwe winkels (91 per jaar) worden goedgekeurd dan in Vlaanderen (amper 55 per jaar). Ook de jaarlijks goedgekeurde oppervlakte (nieuwbouw en vernieuwbouw samen) ligt in Wallonië hoger dan in Vlaanderen.

Volgens de VCB moeten de Vlaamse steden nu zo snel mogelijk aan de uitbouw van aantrekkelijke shoppingcentra werken. Op dit ogenblik bestaat er nog ruimte voor grootschalige shoppingcentra. Maar als Vlaanderen deze vraag tijdens de eerstkomende jaren door de buurregio’s laat invullen, verliezen de Vlaamse steden een belangrijk instrument om zich te vernieuwen. Voor de herwaardering van hun stadskern zullen zij zich dan met andere functies moeten behelpen, zoals kantoren, recreatie en toerisme.

Als nieuwe shoppingcentra nauw met de stadskern worden verweven, zullen zij geen negatieve weerslag hebben op bestaande winkelstraten. Dan zullen zij de aanwezige winkels en horeca zelfs versterken en vermijden dat een stad door anderen wordt voorbijgestoken in haar ontwikkeling. Stadsontwikkelingsprojecten, verweven met handelscentra, vormen een essentiële ondersteuning voor de concurrentiekracht van steden en bij uitbreiding van de ganse stedelijke metropool die Vlaanderen uiteindelijk vormt.

Weg uit neerwaartse spiraal
Multifunctionele stadsvernieuwingsprojecten zijn ook het middel bij uitstek om de negatieve spiraal te doorbreken die erin bestaat dat beter bemiddelde gezinnen met kinderen de stad verlaten, enkel gezinnen met lagere inkomens in de stadskern overblijven en deze almaar hogere belastingen moeten betalen, terwijl de almaar rijkere bevolking in de stadsrand steeds minder wordt belast. Multifunctionele stadsontwikkelingsprojecten bezorgen de besturen van grotere centrumsteden alternatieve inkomstenbronnen dankzij de bijkomende werkgelegenheid en consumptie die daardoor mogelijk worden. Op die manier kunnen zij er eindelijk toe komen de gemeentelijke fiscale druk te verlagen.

Van 2004 tot nu zijn in ongeveer 30 Vlaamse steden grootschalige stadsvernieuwingsprojecten van start gegaan. De projecten zijn over gans Vlaanderen verspreid, zowel in grotere als in kleinere steden. Het gaat om een totale investering van 2,53 miljard euro. De Vlaamse overheid zorgde daarbij voor een financiële hefboom van 110 miljoen euro. De lokale overheden voegden daar 660 miljoen euro aan toe. Maar het zijn vooral de 1,76 miljard euro investeringen vanuit de private sector die het financiële plaatje compleet maakten. Al deze stadsontwikkelingsprojecten worden dus grotendeels gefinancierd met private middelen. De overheid is niet langer opdrachtgever maar regisseur. De bouw is niet langer een sector die louter uitvoert wat anderen voorschrijven. Meer en meer is het de bouw- en vastgoedsector die andere activiteiten op gang trekt.

Logistieke toppositie in gevaar
Binnen de sector van de niet-woongebouwen staat Vlaanderen staat in voor ongeveer 75% van het totaal volume aan niet-woongebouwen in België, tegenover 22% voor Wallonië en amper 3% voor het Brusselse gewest. Het overwicht van Vlaanderen is nog sterker in de subsector van de industriële en logistieke gebouwen. Van deze gebouwen komt momenteel maar liefst 90% in het Vlaamse gewest tot stand. Dat binnen deze sector de vraag in toenemende mate verschuift van productie-eenheden naar logistieke gebouwen is voor de Vlaamse bouw dan ook van cruciaal belang.

Een andere opvallende vaststelling is dat van de 33 miljoen m³ niet-woongebouwen die in 2006 in Vlaanderen werden vergund, ongeveer 12 miljoen m³ of 35% in het buitengebied werd vergund. Vooral de gemeenten in het Economisch Netwerk Albertkanaaal zijn grote afnemers. Ook deze tendens heeft te maken met de verschuiving van de bedrijfsinvesteringen naar logistieke activiteiten, waarbij vooral gekozen wordt voor locaties langs de verkeersassen en buiten de stedelijke agglomeraties.

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) dat nog geldt tot 2007, stelt dat bijkomende industrieterreinen in principe vlak bij de stedelijke gebieden moesten komen. Het maakte hierop slechts één uitzondering: de zone langs het Albertkanaal. Bij de herziening van het RSV moet de overheid volgens de VCB de koppeling tussen stadsgebieden en bedrijfsterreinen loslaten. Het geactualiseerde RSV moet ook langs andere belangrijke verkeersassen in het buitengebied meer ruimte voor logistieke activiteiten vrijmaken. Minister van ruimtelijke ordening Dirk Van Mechelen denkt er trouwens zelf aan om na de afbakening van de stedelijke gebieden bijkomende bedrijventerreinen af te bakenen langs de E17 en de E19.

België dankt zijn logistieke toppositie aan zijn centrale ligging en de aanwezigheid van zee- en luchthavens van wereldformaat. Ons land bezit binnen de totale Europese logistieke markt nog steeds een marktaandeel van 6%. Voorlopig kunnen wij onze concurrentiepositie tegenover Centraal-Europa handhaven door de veel hogere koopkracht en in de omliggende landen en door onze multimodale transportnetwerken. Maar naar de toekomst toe dreigen deze twee troeven weg te vallen. Centraal-Europa kent immers een versnelde toename van de koopkracht en voert op het vlak van infrastructuurwerken een inhaaloperatie uit.

Missing links
Uiteindelijk zal het van onze infrastructuur afhangen of Vlaanderen een logistieke toppositie zal kunnen blijven bekleden. Momenteel is slechts een beperkt aantal missing links voor weg-, water- en spoorvervoer reeds in uitvoering, onder meer het autowegenkruispunt te Lummen en de tweede brug te Temse. Heel wat spoorwerken komen bijvoorbeeld pas tegen 10 jaar klaar als zij via reguliere de begrotingsmiddelen worden gefinancierd.

Het is dus belangrijk via alternatieve financiering de realisatie van missing links te versnellen. De op stapel staande structuren voor publiek-private samenwerking moeten zo snel mogelijk op kruissnelheid komen. Het gaat onder meer over de noord-zuidverbindingen in Limburg en de Kempen, de afwerking van de ringwegen rond Antwerpen en Gent, spoor- en wegontsluitingen voor de havens van Antwerpen en Zeebrugge en voor de belangrijke vrachtluchthaven van Zaventem. In heel wat gevallen gaat het om verbindingen die voor de logistieke positie van Vlaanderen cruciaal zijn.

Confederatie blij met nieuwe reglementering

(04/09/07) De Confederatie Bouw is zeer te spreken over de nieuwe vestigingsreglementering. Die zou de kwaliteit van vaklui moeten garanderen en het imago van de bouw moeten verbeteren.

© Open Architectes
De nieuwe regelgeving over de toegang tot het aannemersberoep, trad op zaterdag 1 september 2007 in werking. De Confederatie Bouw ijverde al jaren voor een aanpassing van deze meer dan 40 jaar oude wet. Samen met de bevoegde minister voor Middenstand Sabine Laruelle werd de nieuwe wetgeving vereenvoudigd en eigentijds gemaakt. De klemtoon ligt voortaan op kwaliteitseisen en ondernemersvaardigheden.

De Confederatie is verheugd met deze stap in de goede richting. Het imago van de sector wordt immers negatief beïnvloed door gebrek aan vakkennis, slechte prijzen en slecht uitgevoerde werken. Bovendien evolueert de bouwsector enorm en worden steeds nieuwe technieken, materialen en procédés toegepast waarmee rekening gehouden moest worden.

Wie zich nu wil vestigen als aannemer of zijn bouwactiviteiten wil uitbreiden tot een gereglementeerde activiteit moet bewijzen zijn bedrijf te kunnen beheren, correcte prijzen te kunnen berekenen en de kwaliteitsnormen te beheersen. De activiteiten zijn voortaan ook in 9 ‘clusters’ gereglementeerd waardoor het voor de aannemer veel eenvoudiger wordt om diverse bouwactiviteiten uit te oefenen. Hiervoor moet hij de vereiste vakbekwaamheid en specifieke technische kennis hebben en aantonen . Ook het onderwijs en de opleidingen worden vanaf nu hierop afgestemd en kunnen zo voortaan eigentijds en zeer doelgericht inspelen op de nieuwe behoeften van de bouwsector en van de consument.

De nieuwe regeling biedt dus waarborgen voor de bouwer/verbouwer en garandeert dat de aannemer zijn vak onder de knie heeft, de essentie van de vereiste kennis beheerst en vakmanschap en kwaliteit kan bieden.

Fiscale aftrek
De Confederatie Bouw is ook tevreden dat de beveiliging van bouwwerven sinds kort fiscaal aftrekbaar is.

De Confederatie Bouw trok al jaren aan de alarmbel en vroeg maatregelen van de overheid het stijgende aantal diefstallen op bouwwerven een halt toe te roepen. De Confederatie doet ook aan sensibilisering van haar 14.000 leden voor een betere beveiliging van bouwplaatsen. Dat vergt echter bijkomende investeringen vanwege de bedrijven. Daarom vroeg de Confederatie een fiscale aftrekbaarheid hiervan. Die is nu een feit zodat alle bouwbedrijven van een verhoogde belastingsvermindering van 20,5% kunnen genieten voor hun veiligheidsinvesteringen.

Het fenomeen van diefstallen op en rond de bouwplaatsen neemt toe. Recent onderzoek wees uit dat er bijna 4000 diefstallen of pogingen tot diefstallen geregistreerd werden in een jaar tijd. Dat betekent een stijging van 16% t.o.v. het vorige jaar. Ook wordt de omvang van diefstallen en de schade als gevolg van vandalisme steeds groter: er werd voor meer dan 50 miljoen euro materieel en materiaal gestolen en nog eens voor 25 miljoen euro beschadigd (een verdubbeling ten opzichte van 2000). Deze cijfers houden dan nog geen rekening met de economische schade, met name door het niet kunnen inzetten van de arbeiders en het zoeken naar vervangend materiaal.

De Confederatie is tevreden met de groeiende bewustwording van overheid en politie. De nieuwe fiscale aftrekmogelijkheid voor veiligheidsinvesteringen is een stap in de goede richting, net als de nieuwe initiatieven van betere en nauwere samenwerking met politie. Helaas is dat nog ontoereikend gebleken om het probleem van diefstallen en vandalisme op en rond bouwplaatsen terug te dringen.

Bouwunie pleit ook voor versoepeling arbeidswet

(29/08/07) Bouwunie is al langer vragende partij om de arbeidswet soepeler en werkbaar te maken, rekening houdend met de huidige tijdsgeest. Bouwwerkzaamheden uitvoeren volgens een strak stramien – werken in een vast uurrooster – is in de praktijk quasi onmogelijk, volgens de Bouwunie.

De gebruikte en verwerkte materialen in een gebouw zijn niet zomaar in een vast tijdstramien te drukken. Afwijkingen, punctuele uitzonderingen, onvoorziene of uitzonderlijke situaties vereisen in het huidig kader van de arbeidswetgeving een zware administratieve last en bieden zelden de juiste oplossing voor werkgevers en werknemers. Zo moet men voorafgaandelijk afwijkingen vragen, inspecties verwittigen, invoeringsprocedures doorlopen en dergelijke meer.

In de praktijk stellen bouwbedrijven zelfs vast dat ook de administratie, zijnde de inspectiediensten, niet steeds gewonnen zijn om zware administratieve afwijkingsprocedures toe te passen of toe te staan. Hierdoor worden de bouwbedrijven beknot in hun uitvoeringsmogelijkheden en worden ze bij wijze van spreken verplicht om de arbeidswet te overtreden. In andere gevallen staan bepaalde inspecteurs, met een zekere zin voor de nieuwe realiteit, oogluikend afwijkingen toe, maar bij het minste probleem of bij controle door een collega inspecteur uit een andere regio kijkt iedereen naar de letter van de tekst van de arbeidswet, waardoor opnieuw het bouwbedrijf de klos is. Alle rechtzekerheid is zoek voor een werkgever.

Zelfs indien werknemers vragende partij zijn voor meer soepelheid in hun uren of om tijdelijk meer te verdienen door meer overuren te presteren, kan hierop niet of uiterst beperkt ingegaan worden door de werkgever. Een werknemer heeft de mogelijkheid om 2 voltijdse jobs uit te voeren bij 2 verschillende werkgevers (dus 76 uren per week presteren). Heeft een werknemer slechts één werkgever, dan wordt hij beperkt tot 38 uren per week (40 uren in de bouw, als men rekening houdt met de rustdagen).

Het is volgens Bouwunie hoog tijd dat deze rigide en ondernemingsonvriendelijke wetgeving dringend aangepast wordt aan de moderne noden van onze maatschappij en onze uitvoeringstechnieken. Zo moeten onder andere vlottende uren mogelijk zijn, alsmede beperkte tijdelijke overschrijdingen van de dagelijkse of wekelijkse arbeidsduur, zonder administratieve rompslomp. Het is niet alleen noodzakelijk om werkgevers uit de bouwsector meer rechtzekerheid te geven, maar tevens is het tijd dat de arbeidswet de werknemers de vrijheid geeft om meer te kunnen werken bij hun eigen werkgever, indien zij dit wensen.

Stijging vastgoedprijzen gehalveerd

(27/08/07) De prijsstijging van onroerende goederen is in België tijdens de eerste zes maanden van dit jaar gehalveerd ten opzichte van 2006. Zo blijkt uit de cijfers van de Federale overheidsdienst (FOD) Economie, KMO, Middenstand en Energie.

Bouwgronden werden 4,4 procent duurder ten opzichte van 2006, woningen
5,7 procent en villa's en appartementen elk 4,8 procent. In 2006 bedroegen die stijgingen respectievelijk 8 procent, 11 procent, 7,5 procent en 9,6 procent.

Aantal bouwvergunningen daalde
Tijdens de eerste vier maanden van 2007 daalde ook het aantal bouwvergunningen voor residentiële nieuwbouw met 15 procent. Samen met die dalende trend van het aantal bouwvergunningen zou de halvering van de stijging van de vastgoedprijzen er op kunnen wijzen dat een afkoeling van de vastgoedmarkt in zicht is, meent de FOD Economie.

Een gewoon woonhuis kost in België nu gemiddeld 157.200 euro. Voor een appartement moet gemiddeld 163.861 euro neergeteld worden. Een villa is bijna tweemaal zo duur en kost gemiddeld 298.409 euro, bouwgrond kost gemiddeld 79,6 euro per vierkante meter.
De Vlaamse provincie waar woonhuizen het goedkoopst zijn is West-Vlaanderen (146.069 euro), gevolgd door Limburg (150.462 euro). Woonhuizen zijn in Vlaanderen het duurst in de provincies Vlaams-Brabant (202.823 euro) en Antwerpen (181.945 euro). Appartementen zijn in Vlaanderen het duurst in de provincie West-Vlaanderen, waar de kustgemeenten de prijzen optrekken, en kosten er gemiddeld 192.858 euro. Antwerpen is de goedkoopste Vlaamse provincie met 152.932 euro per appartement.

Drie keer goedkoper
Opvallend is dat bouwgronden in het Waals Gewest meer dan drie keer goedkoper zijn dan in het Vlaams Gewest. De goedkoopste bouwgronden zijn te vinden in de provincie Luxemburg, met gemiddeld 24,9 euro per vierkante meter. Op gemeentelijk vlak blijken de woonhuizen in België het duurst te zijn in Sint-Lambrechts-Woluwe en het goedkoopst in Martelange. Voor Vlaanderen zijn dat respectievelijk Linkebeek en Mespen, voor Wallonië Lasne en Martelange en voor Brussel Sint-Lambrechts-Woluwe en Ganshoren.

Duurzaam bouwen is geitenwollensokken ontgroeid

(13/07/07) Terwijl de vraag naar duurzame materialen en technieken alsmaar toeneemt, vraagt de Bouwunie een meer eenduidige aanpak vanwege de overheid inzake subsidiering en stimulering van duurzaam bouwen.

Om duurzaam (ver)bouwen te stimuleren moet de overheid dringend orde op zaken stellen in de wirwar van initiatieven, beleidsniveaus, overlappingen en tegenstrijdigheden. Bouwunie, de bij Unizo aangesloten Unie van het KMO-bouwbedrijf, pleit voor een duidelijke, realistische wetgeving en een uitbreiding van de financiële steun aan duurzame (ver)bouwers.

Begin dit jaar ging de EPB-regelgeving (EnergiePrestatie en Binnenklimaat) definitief van start, waarmee de eisen die aan de bouw van woningen en gebouwen gesteld worden een stuk strenger werden. Ook bij een steeds breder publiek groeit de belangstelling om nog verder te gaan, naar nog beter geïsoleerde woningen, meer energiezuinige installaties,...

Uit een rondvraag van Bouwunie bij diverse fabrikantengroeperingen en de distributienetbeheerders blijkt dat de vraag naar isolatie, glas met een hoog rendement, condensatieketels voor de verwarming en zonnecollectoren sinds 2002 sterk gestegen is. De vraag naar isolatie is momenteel zo groot dat sommige fabrikanten met een productiecapaciteitstekort kampen. Er wordt niet alleen vaker isolatie geplaatst, ook de gemiddelde isolatiedikte zit duidelijk in stijgende lijn (nu meestal 12 cm in de klassieke materialen). Dergelijke beweging is in België ook noodzakelijk om de achterstand van het gemiddelde isolatieniveau van onze gebouwen en woningen ten opzichte van de andere Europese landen in te halen.

De consument is niet ongevoelig voor de vele impulsen voor duurzaam bouwen en wonen die hij krijgt via diverse beleidsinstrumenten (belastingverminderingen en premies), via de media, die vaak uitpakt met alarmerende berichtgeving, en via zijn (oplopende) energiefactuur. Duurzaam (ver)bouwen is ook een groeimarkt voor de bouwkmo’s (meer werk voor wie isolatie, schrijnwerk, ventilatie, verwarming, ... plaatst). Dat duurzaam bouwen in de lift zit, blijkt alvast uit een enquête van Bouwunie bij haar leden uit de verschillende betrokken beroepsgroepen (ruwbouwaannemers, schrijnwerkers en installateurs cv/sanitair).. Bouwunie streeft er naar om haar leden te laten uitgroeien tot volwaardige energieadviseurs die de klant met raad en daad kunnen bijstaan. Om dit te realiseren zal Bouwunie haar leden verder sensibiliseren en informeren, via opleidingen, infosessies, brochures, ... en via de website www.bouwunie-duurzaambouwen.be

Om het duurzaam (ver)bouwen te stimuleren (wat nodig is om de doelstellingen op het vlak van energiebesparing en Kyoto te behalen), pleit Bouwunie voor een duidelijke en realistische wetgeving. Een eenduidige wetgeving, zonder tegenstrijdigheden tussen diverse domeinen en al te veel mogelijkheid tot uiteenlopende interpretaties, zonder bijkomende administratieve rompslomp, met milieuvoorwaarden die zowel technisch als economisch haalbaar zijn zodat (ver)bouwen betaalbaar blijft, en met een duidelijke afbakening van de verantwoordelijkheden van iedere bouwpartner. Het is heel moeilijk om door de bomen van overheidsinitiatieven, beleidsniveaus en afdelingen nog het bos te zien. Zo wordt er zowel op Vlaams als op federaal niveau gewerkt aan een label voor bouwmaterialen. Werken die in de ene regio in aanmerking komen voor een premie, zijn dat niet noodzakelijk in een andere. Technische eisen voor isolatie zijn soms soepel, dan weer strenger. Ventilatie-eisen zijn niet altijd verenigbaar met de eisen op vlak van geluidsisolatie. Het is hoog tijd dat daar orde op zaken wordt gesteld. Voorts bepleit Bouwunie een uitbreiding van het aantal energiebesparende maatregelen die in aanmerking komen voor financiële steun. Voorbeelden zijn het plaatsen van muur- en vloerisolatie, en zonwering om energieverslindende airco-installaties te vermijden. Alle steun (belastingverminderingen, premies en anderen) mag enkel gaan naar wie met een geregistreerde aannemer werkt. Enkel dan heb je een garantie op vakmanschap en dus op werkelijk energiebesparende werken.

www.bouwunie.be

VCB wil meer woonuitbreidingsgebieden aanspreken

(13/07/07) De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) pleit ervoor om meer woonuitbreidingsgebieden aan te snijden en onbebouwde overheidsgronden te activeren om de bouwgrondprijzen te drukken.

De provincie Vlaams-Brabant spoorde haar gemeenten vorige week aan om meer nieuw beschikbare woonuitbreidingsgebieden aan te snijden. De VCB roept nu de andere provinciebesturen op om hetzelfde te doen. Er zouden zo’n 200.000 extra bouwgronden beschikbaar gemaakt kunnen worden.

Op vraag van minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen heeft de administratie binnen de 28.271 ha die op de gewestplannen als woonuitbreidingsgebied zijn aangeduid, 5.089 ha afgebakend die kunnen worden ontwikkeld zonder afbreuk te doen aan een goede ruimtelijke ordening. Zij versterken bestaande woonkernen, overlappen niet met bij vb. overstromingsgebieden en kunnen dus op een duurzame manier worden ontwikkeld. Op deze 5.089 ha kunnen 86.000 bijkomende bouwpercelen komen.

Die 5.089 ha zijn echter niet allemaal bouwrijp. Op dit ogenblik worden amper 1.271 ha effectief verkaveld. Voor 1.530 ha ligt een algemeen of bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan voor. Voor 2.288 ha zijn de gemeenten er nog niet toe gekomen om enig concreet plan op papier te zetten. De provincie Vlaams-Brabant heeft er volgens de VCB dus goed aan gedaan om de gemeenten aan te sporen tot meer initiatieven. Niet alleen bij de ontwikkeling van de woonuitbreidingsgebieden maar ook bij de activering van de talrijke overheidsgronden stelt de VCB bij de gemeentebesturen nog te weinig initiatieven vast.

www.vcb.be

Werken aan gezond bouwen en groen wonen

(22-06-07) Vooruitstrevende professionelen uit de bouwsector leren bio-ecologische principes kennen met de Eco-Bouwpools. Een dubbelinterview met Peter Thoelen, bestuurder van VIBE en Sarah Grimonprez, projectmedewerker voor de Eco-Bouwpools.

Met een zeventigtal deelnemers was de introductiedag van de Eco-Bouwpools, die op 25 mei plaatsvond in het Boudewijngebouw te Brussel, een succes. Dat geeft VIBE vzw (het Vlaams Instituut voor Bio-Ecologisch bouwen en wonen) een extra stimulans om voort te gaan op de ingeslagen weg. Er werd alvast een Limburgse stuurgroep opgericht om de provinciale uitbouw in gang te steken.

Alles wijst erop dat mensen zich steeds bewuster worden van hun verantwoordelijkheden. U beweert zelfs dat velen verder willen gaan dan de wettelijke norm?

Peter Thoelen: “We merken inderdaad dat de vraag naar gezonde en milieuvriendelijke woningen stijgt. Consumenten worden overspoeld met slecht nieuws. En het blijft niet alleen bij de aanhoudende berichten over de verontrustende milieueffecten van ons consumptiemodel. De resultaten van onder meer het FLIES-onderzoek van VITO wezen eveneens op een slechte binnenluchtkwaliteit. De complexiteit van de huidige problematiek begint duidelijk te worden. Dit noopt mensen ertoe zich te engageren voor een integrale aanpak. Dat is nu precies wat de bio-ecologische principes beogen.”

Sarah Grimonprez: “De vraag vanuit de markt neemt inderdaad toe. Dit zet bedrijven ertoe aan hun aanbod in meer of mindere mate op gezonde en milieuvriendelijke wijze in te vullen. In deze nichemarkt zijn de klanten vaak bereid een extra investering te doen voor de meerwaarde die bio-ecologisch bouwen biedt. Een bedrijf zou wel gek zijn om deze kans te laten liggen. Wij bieden hen de mogelijkheid om zich onder te dompelen in de bestaande bio-ecologische knowhow.”

Hoe zit het met de marktsaturatie?

Peter Thoelen: “Regelmatig vragen mensen ons naar adressen van aannemers, architecten en handelaars die met bio-ecologische materialen werken. De informatie die we uitdragen puren we uit onze databank. Hierin zitten alle VIBE-bouwpartners. Deze bedrijven zijn erkend of dragen ons label. Dit duidt erop dat je er van op aan kunt dat ze de nodige vakkundigheid en productkennis bezitten om bio-ecologische projecten tot een goed resultaat te brengen. Hoewel deze lijst continu groeit, is er nog steeds een kloof tussen vraag en aanbod. Dit ‘gat in de markt’ biedt veel mogelijkheden aan klassieke bouwfirma’s die hun klanten iets extra willen bieden.”

Met het Eco-Bouwpoolsproject wil VIBE dus klassiek geschoolde aannemers en architecten inwijden in de bio-ecologische vakkneepjes. Is het dan de bedoeling van die bouwbedrijven groene jongens te maken?

Sarah Grimonprez: “Een beetje ecologisch bewustzijn heeft nog niemand kwaad gedaan (lacht). Het is niet zo dat we willen dat bedrijven zich uitsluitend gaan toespitsen op de bio-ecologische principes. Wij zien even graag professionelen komen die ervoor kiezen het bio-ecologische aspect slechts in een deel van hun gamma te integreren. Daarom ook dat we een nieuw labelsysteem introduceerden. Sinds eind vorig jaar kan er naast een erkenning ook een label behaald worden met één tot drie sterren. Het aantal sterren duidt op het aandeel dat het bio-ecologische uitmaakt van het totaalpakket. Iedereen die er op een juiste manier mee bezig is komt dus in aanmerking.”

Zijn er voorwaarden aan de deelname verbonden? Moeten de bedrijven bijvoorbeeld achteraf bewijzen dat ze de theorie en praktijkgerichte suggesties die jullie hen aanreiken toepassen?

Peter Thoelen: “Er is geen examen aan verbonden als je dat bedoelt (lacht). Nee, wij bieden hen die kennis en gelegenheden tot ervaringsuitwisseling aan. Zo zullen wij de deelnemers duiden op het bestaan en de toepassingen van gezonde materialen. Wat zij daar uiteindelijk mee doen, daar hebben we uiteraard geen vat op. Wij hopen dat er toch een aantal zullen kiezen voor het VIBE-label.”

De eerste inhoudelijke dag die jullie organiseerden in Brussel is alvast op basis van het aantal aanwezigen een succes. Zijn jullie er ook tevreden over?

Peter Thoelen: “Zeker. Aanvankelijk kwamen de inschrijvingen traag op gang. De lijst groeide echter aan en uiteindelijk zaten er een zeventigtal geïnteresseerde luisteraars in de zaal. Eerst legde ik hen het wat en waarom van de bio-ecologische bouw uit. Sarah lichtte kort het project toe. Daarna nam Paul Eykens het roer over. Hij wist de deelnemers te boeien met zijn presentatie over isolatie en luchtdichting. Na de pauze werden de aanwezigen opgedeeld. De aannemers verhuisden om te gaan luisteren naar een begeesterde Gunter Temmerman. Christophe Debrabander voorzag de architecten van tekst en uitleg. Achteraf kwamen we terug samen op de bouwmarkt, waar 17 exposanten hun bio-ecologisch aanbod tentoon stelden. Dat was het moment om wat na te praten met een drankje en een hapje.”

Sarah Grimonprez: “Het project loopt goed. We krijgen langs alle kanten positieve reacties. Het aantal projectpartners is ondertussen nog verder uitgebreid. Onlangs sloot ook de Bond van Vlaamse Architecten zich aan. En uit een enquête die Bouwunie, een andere partner, heeft gehouden onder haar leden, blijkt dat bijna 90% van de ondervraagden interesse had om op een of andere manier bij te leren over bio-ecologisch bouwen. De werkvorm die daarvoor verkozen werd verschilde.”

Wat staat de deelnemers nog te wachten?

Sarah Grimonprez: “Ik zou voor de duidelijkheid even willen toevoegen dat er geen ‘vaste deelnemers’ zijn. De Eco-Bouwpools zijn een open gebeuren. Wij hebben een bestand met contactpersonen die we uitnodigen wanneer er iets te doen is. Iedere geïnteresseerde bouwprofessioneel kan zich op elk moment op de maillijst inschrijven door zijn gegevens door te spelen via ecobouwpools@vibe.be Iedere deelnemer kan zich vervolgens al dan niet inschrijven voor de activiteiten die we organiseren. Binnenkort zal dat zelfs kunnen via de website van het project, www.eco-bouwpools.be

Peter Thoelen: “We starten de uitwerking per provincie in Limburg. Op dinsdag 5 juni zaten we samen met de stuurgroep voor Limburg, waarin het Steunpunt Duurzaam Bouwen Limburg en een aantal regionale partners een belangrijke rol zullen spelen. We plannen nog een aantal inhoudelijke dagen, dit keer toegespitst op de praktijkervaring. Het is de bedoeling dat de deelnemers eerst de basisprincipes leren. Daarna kunnen ze in dialoog gaan met de ervaren architecten en aannemers die we optrommelen. De ideale plaats hiervoor is de werf. De materialen kunnen ze leren kennen tijdens een bezoek aan handelaars of fabrikanten.”

Sarah Grimonprez: “Concreet willen we ons in Limburg concentreren op drie doelgroepen: architecten, schrijn- en dakwerkers en schilders. Dit sluit niet uit dat we ook nog activiteiten inrichten voor een breder professioneel publiek. In september zijn Oost- en West-Vlaanderen aan de beurt. We plannen dan ook daar een busreis. Momenteel zijn we adressen van bio-ecologische projecten aan het verzamelen, die interessant kunnen zijn om samen met de deelnemers te gaan bekijken.”

Wie op de hoogte gehouden wil worden van de projectactiviteiten kan zijn gegevens doormailen naar ecobouwpools@vibe.be Voor meer informatie over het project kunt u terecht op hetzelfde e-mailadres of op 03/218.10.30. Vraag naar de projectverantwoordelijke, Sarah Grimonprez.

Het nummer 208 van de Architectenkrant bevat een groen dossier met informatie over duurzame en ecologische producten en technieken.

Investeringen nodig in duurzaam bouwen en vervoersinfrastructuur

(15-06-07) De Confederatie Bouw stelt dat de hoge tewerkstelling en activiteit in de bouwsector enkel kan gehandhaafd worden met investeringen in duurzaam bouwen en vervoersinfrastructuur. De Confederatie waarschuwt dat de recordprestatie van de bouw in 2006 ons niet blind mag maken voor die noodzakelijke investeringen.

De bouwsector blijft belangrijk voor de Belgische economie. De sector kende in 2006 een groei van 7,6% tegenover 3% voor de rest van de economie. De bouwsector is goed voor meer dan 5% van het BBP en draagt bij tot de ontwikkeling van aanverwante activiteiten in productie, distributie en diensten. De bouw creëerde in 2006 9.000 banen en in totaal 20.000 tijdens de voorbije regeerperiode.

De groei in 2006 was opvallend. Er waren 62.100 nieuwe vergunde woningen (stijging van 3,5%). Er was een toename van 6,5% voor de niet-woningbouw (nieuwbouw) en een groei van de renovatieactiviteiten in zowel woning als niet-woningbouw. Groei ook in de sector burgerlijke bouwkunde en infrastructuurwerken ten gevolge van de gemeenteraadsverkiezingen. Sinds begin 2007 wordt in alle activiteiten een vertraging van de groei vastgesteld. Algemeen wordt aangenomen dat het groeipotentieel voor 2007 is opgeraakt. De terugval of de stagnatie is het gevolg van de hogere hypotheekrente en de stijgende materiaalprijzen, en wat de burgerlijke bouw en infrastructuurwerken betreft, van de daling van de overheidsinvesteringen (- 9%).

Voor de individuele aannemer is de situatie afhankelijk van zijn activiteiten of van de regio waarin hij actief is. Feit is dat het aantal faillissementen in de bouw (980 in april 2007) nog steeds groot is en met 2,5% gestegen is sinds november 2006.

Investeringen nodig
De goede resultaten in 2006 bewijzen het belang van een aangepast investeringsbeleid van de overheden. "Een nieuw investeringsbeleid is vereist om het concurrentievermogen van alle (bouw)ondernemingen op te krikken. Dat is essentieel om de welvaart en de economische groei van onze Belgische economie te kunnen garanderen, en om ons land met haar haveninfrastructuur en haar centrale geografische ligging, uit te kunnen bouwen tot hét logistiek centrum voor Europa", zo stelt  Dirk Cordeel, voorzitter van de Confederatie Bouw, bij de voorstelling van het jaarverslag 2006. Investeren in de ruime zin van het woord. Dat betekent onverwijld de investeringen in infrastructuurwerken verhogen, hetgeen mede mogelijk kan zijn door aanvullende inkomsten o.a. door meer publiek-private samenwerkingsverbanden, maar ook door inkomsten van het gebruik van het wegennet te besteden aan het onderhoud en de uitbreiding ervan.

Ook gelooft de Confederatie dat de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen in België moet worden teruggedrongen. Dat kan met energiebesparende investeringen. Hiervoor zijn meer en hogere fiscale aftrekposten nodig alsook een totaal vernieuwende  aanpak voor, onder andere, passiefhuizen, energiepositieve gebouwen via een systeem van ‘derde betaler’.

De Confederatie pleit voor een beleid dat de hefboomfunctie van de bouwsector gebruikt om het concurrentievermogen van de ondernemingen te verbeteren en de extra troeven van de bouwsector te benutten voor de economische ontwikkeling van ons land. Daarom vraagt de Confederatie een voortzetting van de belastingshervorming en een verlaging van de arbeidskosten door  een algemene en structurele lastenverlaging en een andere, forfaitaire, berekening van de sociale lasten.

Samenwerking voor beter bouwonderwijs

(08-06-07) De bouwsector en het bouwonderwijs slaan de handen in mekaar om de vakopleidingen beter af te stemmen op de arbeidsmarkt. De doorstroming van geschoolde arbeiders naar de sector moet zo verbeterd worden.

Bouwfabrikanten leveren voortaan gratis of aan een voordelige prijs bouwmateriaal en andere benodigdheden aan het onderwijs. De bouwfabrikanten organiseren daarnaast bedrijfsbezoeken en ze verspreiden hun technische publicaties bij de bouwleerlingen. Dat is het resultaat van een samenwerking tussen FeMa (Beroepsvereniging van de Bouwhandelaar), Feproma (Producenten van Bouwmaterialen) en het FVB (Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid). De bouwsector en bouwfabrikanten werken samen om het bouwonderwijs beter af te stemmen op de arbeidsmarkt: up-to-date bouwmateriaal in het bouwonderwijs is immers een van de belangrijkste voorvereisten voor een kwaliteitsvol bouwonderwijs.

Verschillende ondernemingen uit de bouw werkten op eigen initiatief reeds samen met het onderwijs. Die samenwerking wordt nu uitgebreid en veralgemeend. De bouwsector blijft vragende partij voor meer en beter opgeleid vakpersoneel. De tewerkstelling in de bouwsector is omvangrijk en stabiel (rond de 160.000 arbeiders). Niettemin gaat achter deze globale stabiliteit een niet te onderschatten verloop binnen het arbeidersbestand schuil. Ieder jaar verlaten zopwat 20.000 werknemers de sector, om uiteenlopende redenen. Ieder jaar heeft de bouwsector dus nood aan een groot aantal nieuwe arbeidskrachten, waarvan meer dan de helft geschoolde arbeiders.

De belangrijkste leverancier voor die jaarlijkse instroom is uiteraard het bouwonderwijs, naast opleidingen voor werkzoekenden en de mogelijkheden tot alternerend leren. Het FVB werkt samen met het bouwonderwijs onder de vorm van convenants. Momenteel hebben 287 bouwscholen een convenant afgesloten met het FVB, wat neerkomt op 78%. Dit omvat 10.000 convenantleerlingen en 3.000 laatstejaarsleerlingen. Het FVB investeert jaarlijks 2,5 miljoen euro in het bouwonderwijs. Die investering gebeurt via een premie per jongere die effectief doorstroomt naar de bouwsector. De doorstroming naar de bouwsector is momenteel 42%. De nieuwe samenwerking met FeMa en FEPROMA is een extra middel om de doorstroming naar de bouw te verbeteren.

Vlaamse Confederatie Bouw verwacht daling van bouwactiviteit in najaar

(08-06-07) Van 2002 tot nu is de woningbouwactiviteit in Vlaanderen continu toegenomen. Een recente enquête van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) bij de Vlaamse woningbouwers toont echter aan dat het aantal offertes voor nieuwe woningbouwprojecten er fors op achteruitgaat.

Voorlopig hebben de Vlaamse woningbouwers voldoende om handen maar tegen het laatste trimester van dit jaar verwachten zij dat hun orderportefeuille dunner wordt. De statistieken over de stedenbouwkundige vergunningen bevestigen dat de woningbouwhausse van de laatste jaren voorbij is. Weliswaar is het aantal vergunningen voor nieuwe flats in 2006 met 9% toegenomen maar tegelijk is het aantal vergunningen voor nieuwe huizen met 9% gedaald.

Uit de enquête van de VCB blijkt dat bij drie op vijf woningbouwers de huidige orderportefeuille nog altijd op hetzelfde niveau of zelfs hoger ligt dan enkele maanden geleden. Bij twee op vijf woningbouwers echter is de orderportefeuille nu reeds aan het dalen.

Voor de nabije toekomst ziet de situatie er nog minder rooskleurig uit. Op de vraag naar het aantal offertes dat de Vlaamse woningbouwers momenteel voor nieuwe projecten opmaken, antwoorden drie op vijf dat dit aantal lager ligt dan voorheen. Amper een op tien Vlaamse woningbouwers maakt nu meer offertes op dan enkele maanden geleden. De overige 30% schrijven vooralsnog evenveel offertes uit dan vroeger.

Het aantal offertes dat bouwbedrijven opmaken is een belangrijke indicator voor de toekomstige evolutie van de bouwactiviteit. Dat het aantal opgemaakte offertes op dit ogenblik bij ongeveer 60% van de Vlaamse woningbouwers afneemt, wijst op een nakende daling van de woningbouwactiviteit. Uit de antwoorden van de Vlaamse woningbouwers leidt de VCB af dat deze achteruitgang zich zal voordoen vanaf de laatste maanden van dit jaar.

Minder vergunningen

Dat de woningbouwhausse van de laatste vijf jaar voorbij is, blijkt ook uit de recentste statistische gegevens van de overheid. In 2006 is het aantal stedenbouwkundige vergunningen voor flats en huizen samen in Vlaanderen er bijna niet meer op vooruitgegaan. In vergelijking met 2005 daalde het aantal vergunde nieuwe huizen met 1.670 terwijl het aantal vergunde nieuwe flats met 2.115 toenam. Op Vlaams niveau komt men dus uit op een toename met amper 445 stedenbouwkundige vergunningen voor huizen en flats samen.

De stedenbouwkundige vergunningen voor nieuwe huizen gaan er in alle provincies op achteruit, nog het meest in de provincies Vlaams-Brabant (-16%), West-Vlaanderen (-15%) en Oost-Vlaanderen (-10%). In vergelijking met 2005 steeg het aantal vergunningen voor nieuwe flats in 2006 nog fors in de provincies Limburg (+47%) en Vlaams-Brabant (+25%). Maar in de provincies West-Vlaanderen en Antwerpen werd ook bij de vergunningen voor flats een negatieve trend ingezet, met een achteruitgang van respectievelijk 5% en 3%.

Het gevolg is dat het totale aantal vergunningen voor huizen en flats samen in de provincie Antwerpen er in 2006 met 2% op achteruit ging en in West-Vlaanderen zelfs met 9%. Het aantal in 2006 toegekende stedenbouwkundige vergunningen vormt een belangrijke maatstaf voor de bouwactiviteit die de woningbouwbedrijven momenteel kunnen verwachten. Op Vlaams niveau wijzen zij op een stagnatie van de woningbouwactiviteit en in de twee Vlaamse provincies Antwerpen en West-Vlaanderen op een achteruitgang.

De Vlaamse situatie staat in scherp contrast met de Waalse. In het Waalse gewest is het aantal stedenbouwkundige vergunningen voor huizen in 2006 met 7% gestegen en dat voor flats met 5%, wat een gemiddelde stijging voor huizen en flats samen van 6% opleverde.

www.vcb.be

Steeds hogere vastgoedprijzen

(04-05-07) Stadim heeft de vastgoedcijfers bekend gemaakt die jaarlijks in samenwerking met De Tijd en L’Echo de la Bourse berekend worden. De prijzen voor eengezinswoningen (+11%), appartementen (+10%) en bouwgronden (+7%) zijn in 2006 verder gestegen.

In het segment van de eengezinswoningen kende Vlaanderen een prijsstijging van 10% ten opzichte van 2005. De gemiddelde prijs klom naar 225.000 euro. Brussel kende een stijging van 11% (naar een gemiddelde prijs van 380.000 euro) en de prijzen in Wallonië stegen met 13% (tot 170.000 euro gemiddeld). Als we de evolutie van de afgelopen vijf jaar bekijken, vertonen zowel Vlaanderen als Wallonië een prijsstijging van 63% en Brussel van maar liefst 118%. Op nationaal niveau zijn de prijzen gemiddeld verdubbeld sinds 1998, verdrievoudigd sinds 1991, vervijfvoudigd sinds 1984 en vermenigvuldigd met veertien ten opzichte van 1973.

In Vlaanderen noteren de arrondissementen Aalst, Ieper en Leuven de sterkste stijging (+16%). Tongeren (+6%) en Maaseik (+9%) groeiden het minst spectaculair.

Wat appartementen betreft, kende Vlaanderen een prijsstijging van 10% tot een gemiddelde prijs van 185.000 euro. Brussel noteert een stijging van 10% (tot 197.000) en Wallonië 12% (139.000 euro gemiddeld). Kortrijk (+23%) en Oudenaarde (20%) vertonen de sterkste prijsstijging. Sint-Niklaas (+4%) en Brugge (+5%) stijgen het minst sterk.

In Vlaanderen steeg de gemiddelde bouwgrondprijs met 10% tot 175 euro per m². Brussel heeft bijna geen gronden meer te koop en stagneert op 365 euro per m². Wallonië noteert een stijging van 9% tot 61 euro per m².

Vlaamse Confederatie Bouw wil meer ruimte voor huizen

(12-04-07) In Vlaanderen worden steeds minder huizen en steeds meer appartementen gebouwd. Ook buiten de steden. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) roept alle gemeenten op om voldoende ruimte te laten voor huizenbouw.

Jonge koppels en senioren kiezen eerder voor een appartement, maar gezinnen met kinderen verkiezen toch een huis met een tuin, stelt VCB. Die bouwdroom is echter hoe langer hoe moeilijker te realiseren. De huizenbouw gaat achteruit ten voordele van de appartementsbouw. Gemeenten doen er volgens VCB goed aan ruimte te voorzien voor huizen om een gezonde mix van verschillende types van gezinnen aan te trekken.

Volgens de statistieken voor 2006 is de achteruitgang in het aantal toegekende stedenbouwkundige vergunningen voor huizen opgelopen tot 6%. In de provincies West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant ging het aantal vergunde huizen er zelfs met 14% op achteruit. In 2006 werden in Vlaanderen 1.186 huizen minder vergund dan in 2005. Tegelijk is voor heel Vlaanderen het aantal vergunde flats met 1.715 toegenomen. Daardoor blijven de bouwvooruitzichten vooralsnog positief.

Terwijl de huizenbouw erop achteruit gaat, blijft de appartementsbouw verder toenemen. Traditioneel was de huizenbouw dominant in Vlaanderen maar sinds 2002 is het aantal stedenbouwkundige vergunningen voor flats dat voor huizen gaan overstijgen. Het aandeel van de appartementsbouw in de stedenbouwkundige vergunningen is blijven toenemen. Vorig jaar is het aandeel van de flats in het totale aantal vergunde nieuwbouwwoningen tot 59% gestegen. Opvallend is dat die trend zich ook buiten de steden manifesteert. Ongeveer tien jaar geleden had daar amper een kwart van de stedenbouwkundige vergunningen voor nieuwe woningen betrekking op een flat. Intussen is dat percentage opgelopen tot 47%.

www.vcb.be

Toekomstige bouwprojecten bedreigd door tekort aan talent

Gebrek aan geschikte aannemers en toenemende bouwkosten vormen de grootste problemen voor het succes van geplande projecten. Zo blijkt uit een studie van consultancybedrijf KPMG.

Het aantal geschikte aannemers die een bod op projecten kunnen uitbrengen is beperkt. Daarnaast heeft het toenemende tekort aan geschoold personeel onvermijdelijk een invloed op het tijdig en binnen de voorziene budgetten opleveren van projecten. Het probleem dreigt zich bovendien nog scherper te stellen want men verwacht dat de vraag naar bouwdiensten de komende vijf jaar nog zal stijgen.

KPMG peilde voor de studie Global Construction Survey 2007 naar de standpunten van enkele van de grootste en meest actieve kopers van bouwdiensten over de sector, hun graad van tevredenheid en de knelpunten rond het plannen van toekomstige projecten. Uit de studie blijkt dat dijna de helft van de ondervraagden (42 %) bezorgd is over de beschikbaarheid van geschikte aannemers en over de stijgende bouwkosten. 75% van de respondenten voorziet een significante stijging van de vraag voor de komende vijf jaar, terwijl 39 % een wezenlijke verhoging verwacht van de uitgaven voor bouwprojecten.

Positief is dat het vertrouwen van de eigenaars in de door hun gekozen aannemer zeer groot blijft. Bijna 80 % van de eigenaars willen bij een volgend project in zee gaan met dezelfde ondernemer. Bovendien lijkt de levering van de projecten binnen de termijnen de jongste jaren te zijn verbeterd. 84 % van de ondervraagden geeft aan dat hun jongste project op de voorziene datum opgeleverd werd. Daarentegen wordt vastgesteld dat in meer dan een derde van de projecten (35 %), het voorziene budget werd overschreden. Ander probleem is fraude: 20 % van de organisaties beweert slachtoffer van fraude te zijn bij de uitvoering van recente projecten.

Wijziging van de wetgeving op de overheidsopdrachten

De ministerraad keurde medio maart een ontwerp van koninklijk besluit goed dat, in afwachting van een globale hervorming, een aantal dringende wijzigingen aanbrengt in de wetgeving op de overheidsopdrachten. Dit voorstel werd ingediend door eerste minister Guy Verhofstadt.

Het ontwerp vertaalt de Europese richtlijnen 92/13/EEG en 2004/17/EG naar het Belgisch recht. De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de informatie aan de kandidaten en de inschrijvers bij de gunning van overheidsopdrachten en opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten.

Voor opdrachten die de Europese drempels bereiken moet de aanbestedende overheid of entiteit een wachttermijn naleven van minstens tien dagen tussen de gunningsbeslissing en het afsluiten van de opdracht. Die wachttermijn moet de betrokken inschrijvers de mogelijkheid geven om een opschortend beroep in te stellen tegen de beslissing van de aanbestedende overheid of entiteit.

De Commissie voor de overheidsopdrachten keurde het ontwerp goed.

Nieuwe fase in campagne voor veilige dakwerken

(22-03-07). Na een preventiecampagne rond veiligheid bij dakwerken, zal vanaf april opgetreden worden bij onvoldoende voorzorgsmaatregelen op bouwwerven.

Het voorbije jaar heeft het Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en Hygiëne in het Bouwbedrijf (NAVB), het preventie-instituut van de bouwnijverheid, campagne gevoerd om het aantal arbeidsongevallen en beroepsziekten bij dakwerkers drastisch terug te dringen. Dat gebeurde samen met de beroepsorganisaties, externe preventiediensten, de arbeidsongevallenverzekeraars, de overheid, de verenigingen van architecten, ingenieurs en coördinatoren, de leveranciers en anderen. Tijdens die preventieve fase van de campagne hebben heel wat aannemers van dakwerken een actieplan opgesteld voor een beter preventiebeleid in de onderneming.

De preventieve campagnegolf eindigde einde maart 2007 en vanaf april 2007 start het tweede luik van de campagne, een handhavingsgolf onder de exclusieve bevoegdheid van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk (TWW) van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO). Op bouwplaatsen waar dakwerkzaamheden plaatsvinden, zullen de bevoegde ambtenaren van TWW onverbiddelijk ernstige inbreuken op het gebied van collectieve valbescherming, persoonlijke beschermingsmiddelen, beschermingsmiddelen tegen het vallen van voorwerpen, hijstoestellen en heftoebehoren en werforganisatie streng beteugelen. Aannemers die veilig werken, zullen versterkt uit deze campagne komen.

www.navb.be

Winnaars Architecture Awards op Batibouw

Op woensdag 28 februari 2007 werden naar jaarlijkse gewoonte de Belgian Building Awards uitgereikt. Het is de traditionele huldiging van de bouwsector aan verdienstelijke bedrijven uit de sector. De architecten worden daarbij niet vergeten.

Batibouw organiseert de ceremonie van de Belgian Building Awards in samenwerking met Bouwkroniek, de Confederatie Bouw, Immo Trends en Topbouw. Binnen de Architecture Awards zijn er nog eens drie categorieën. De prijzen voor ‘Niet-residentieel gebouw van het jaar’ en ‘Residentieel gebouw van het jaar’ kunnen aan zowel gerenoveerde, alleenstaande als gegroepeerde projecten worden uitgereikt. De Prijs ‘Cultureel Erfgoed’ beloont een project met bijzondere aandacht aan ons architecturaal verleden. Die kan zowel naar een herbestemmingproject gaan als naar iemand die zich inzet om de patrimoniale en stedenbouwkundige rijkdom van ons land te bevorderen. Hoewel er tussen de ingediende dossiers voor de prijs ‘Residentieel gebouw van het jaar’ erg mooie projecten zaten, voldeed er geen enkele aan de vooropgestelde eisen. Dit jaar dus geen winnaar in die categorie.

Architecture Awards 2007: winnaars en genomineerden

Niet-residentieel gebouw van het jaar:
- ‘De basis’ uit Westerlo van de architect Stramien voor de Provincie Antwerpen
- De Tandartspraktijk van Patrick Gheys in Rotheux door de architect Gil Honoré van AIUD
- De residentie William Lennox in Ottignies door de architect Artau (Winnaar)
- Het kantoor- en logistiek gebouw van sierteeltbedrijf Floréac in Lochristi door de evr-Architecten (Winnaar)

Prijs Cultureel Erfgoed:
- De Permekebibliotheek van de architect Stramien voor de stad Antwerpen
- Het Felixarchief van de architecten Robbrecht en Daem voor de stad Antwerpen (Winnaar)

Andere winnaars van de Belgian Building Awards:

Innovation Awards
Technisch
Vloeren Dhondt voor hun nieuwe lijmmachine voor tegels.
Design
De Futura van Gutman, verdeeld door Abel Falisse.
International Award
Besix

Ereteken voor 47 architecten

Ook al op Batibouw kregen op 4 maart 2007 47 architecten een ereteken van het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid. Dat gebeurde op vraag van de Orde van Architecten. Het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid bekroont mensen die zich op een bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt in hun beroepswereld. Het was nog maar de tweede keer dat architecten op deze manier in de bloemen werden gezet. De eerste keer was in 1993. De architecten kregen hun ereteken uitgereikt door minister van Middenstand Sabine Laruelle.

Jongeren (-30 jaar) die minstens 3 jaar effectief werkzaam zijn in de sector en bijzondere verdiensten hebben, konden worden voorgedragen voor de ster van Cadet in de Arbeid. Architecten van minstens 30 jaar die minstens 10 jaar actief zijn in hun beroep en grote verdiensten hebben, komen in aanmerking voor het Bronzen ereteken. Vervolgens komen deze personen bij de volgende promotie, dus na minstens 5 jaar, in aanmerking voor het Zilveren ereteken. Na nog eens 5 jaar, bij een volgende promotie en mits te voldoen aan bijkomende voorwaarden waaronder vooral een grote sociale inzet, komen de dragers van het Zilveren ereteken in aanmerking voor het Gouden ereteken. Naast de bovenvermelde eretekens is er nog het halssnoer van Eredeken van de Arbeid. Dit is een uiterst bijzonder ereteken, waarvan er per beroepscategorie en per promotie doorgaans slechts één wordt toegekend.

De volgende architecten mochten een Zilveren ereteken in ontvangst nemen: Valery De Wilde uit Pepingen, Paul Doms uit Grimbergen, Joseph Draps uit Brussel, Leo Ravestijn uit Beersel, Marcel Reymen uit Keerbergen en Henri Van Mingeroet uit Grimbergen.

Definitieve goedkeuring renovatiepremie

Na het advies van de Raad van State heeft de Vlaamse Regering begin maart een definitieve beslissing genomen rond de tegemoetkoming in de kosten bij een renovatie van een woning.

De renovatiepremie dient voor structurele of bouwfysische werken die de toestand van de woning fundamenteel kunnen verbeteren en verschilt dus van de reeds bestaande tegemoetkoming voor verbeterings- en aanpassingswerken. De premie moet de grondige renovatie en de algemene opwaardering van een woning aanmoedigen. Het subsidiebedrag wordt berekend op 30 % van de totale kostprijs, exclusief btw, met een maximum van 10.000 euro.

Aanvragen voor een renovatiepremie zullen kunnen worden ingediend vanaf 26 maart 2007. Dat kan wel pas nadat de werken zijn uitgevoerd. Meer informatie over de voorwaarden is te vinden op www.bouwenenwonen.be of via de Vlaamse infolijn op het gratis nummer 1700.

Bouwkosten stijgen drie maal sterker dan consumptieprijzen

In 2006 zijn de bouwkosten met ongeveer 5,88% toegenomen en de consumptieprijzen slechts met 1,66%. Het is de bevestiging van een opmerkelijke trendbreuk ingezet in 2000. Voordien volgden de bouwkosten trouw de evolutie van de consumptieprijzen. Daardoor bleven de bouwkosten in reële termen constant.

De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) stelt vast dat sedert 2000 de consumptie- en bouwkostprijzen uit elkaar zijn beginnen lopen. Toch is bouwen nog relatief betaalbaar dankzij de lage rente. De rentetarieven bedragen nu 4,4%, heel wat lager dan de 7% in 2000. Daardoor zijn de leningslasten een derde lichter dan zes jaar geleden. Daarom blijft het bouwen van een woning nog enigszins betaalbaar.

Van 1990 tot 2000 steeg zowel de consumptie- als de bouwkostenindex (de zogenaamde 'Abex'-index) met ongeveer 20%. Voor eenzelfde woning en eenzelfde comfortniveau bedroeg de kostprijs in 2000, de inflatie buiten beschouwing gelaten, dus evenveel als tien jaar voorheen. Daarin is sedert 2000 verandering gekomen. Van 2000 tot en met 2006 nam de consumptie-index met 15% toe. De Abex-index daarentegen steeg gedurende deze zes jaar met maar liefst 32%, meer dan dubbel zo snel. Tijdens de laatste maanden is de kloof tussen beide prijsevoluties nog aanzienlijk verbreed.

De bouwkostenindex omvat zowel de evolutie van lonen en administratieve kosten als die van bouwmaterialen. Op basis van de CAO voor de bouwsector mochten de lonen tijdens de jaren 2005 en 2006 maximaal met 4,7% toenemen. De bovenmatige stijging van de bouwkostenindex is dus uitsluitend toe te schrijven aan de forse stijging van de prijzen van de meest diverse bouwmaterialen. Deze stijging doet zich wereldwijd voor.

www.vcb.be

Een belangrijke stap in de strijd tegen zwartwerk

Vanaf 1 april 2007 geldt een meldingsplicht voor buitenlandse bedrijven en zelfstandigen. De zogenaamde LIMOSA – meldingsplicht voor gedetacheerde werknemers, stagiairs en zelfstandigen uit het buitenland is een belangrijke stap in de strijd tegen zwartwerk en oneerlijke concurrentie. Met name in de bouwsector. Inspectiediensten zullen gerichter kunnen controleren en beter oneerlijke concurrentie kunnen aanpakken.

De buitenlandse werknemers en zelfstandigen die in België komen werken, zullen dit op voorhand moeten melden. Dat kan via de website www.limosa.be die hen onmiddellijk een ontvangstbewijs aflevert. Dat ontvangstbewijs moeten ze in België aan hun klant voorleggen. Wanneer dat niet gebeurt, moet de Belgische klant dat zo snel mogelijk melden via de portaalsite www.socialezekerheid.be of www.limosa.be. Het voldoen aan de meldingsplicht levert de buitenlandse ondernemers een aantal voordelen op. Zij hoeven niet langer een arbeidsreglement, personeelsregister of Belgische loondocumenten op te stellen.

De Confederatie Bouw is blij met deze maatregel. Ze ijvert al langer voor een eerlijke concurrentie in de bouwsector. Kijk maar naar het sectorconvenant dat enkele jaren geleden werd afgesloten met de overheid om het zwartwerk aan te pakken. Om dat voornemen uit te voeren, moet je natuurlijk in kaart brengen wie waar en wanneer actief is in de bouw. De elektronische registratie en de verplichte melding moeten dat mogelijk maken. Zo zal er een duidelijk beeld zijn van welke buitenlandse bedrijven in België in detachering komen werken en welke zelfstandigen hier zijn voor tijdelijke opdrachten. De Confederatie Bouw vraagt verder een gerichte controle en sanctionering van de illegale praktijken van de sociale inspectie. De Confederatie betreurt ook dat de particuliere opdrachtgever niet geviseerd wordt waardoor het zwartwerk in de particuliere woningbouw door illegale bedrijven, schijnzelfstandigen of buitenlandse zelfstandigen verder ongemoeid wordt gelaten.

Werkgevers die vóór 1 april 2007 een “verklaring van terbeschikkingstelling” gedaan hadden bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (cf. wet van 5 maart 2002), blijven vrijgesteld van de LIMOSA-meldingsplicht tot de in die verklaring voorziene einddatum van terbeschikkingstelling, en ten laatste tot 30 september 2007. Indien de werkzaamheden gestart zijn vóór 1 april 2007, krijgt men 6 maanden de tijd om toch aan de verplichtingen te voldoen. Indien deze werkzaamheden eindigen vóór 1 oktober 2007, moet geen melding meer gebeuren.

Energieprestatieregelgeving woningen moet nog kinderziektes overwinnen

Nu de EPB-regelgeving na een overgangsperiode van één jaar volledig in werking is getreden, vroeg Bouwunie aan haar leden-aannemers hoe deze regelgeving in de praktijk werkt. Daaruit blijkt dat de manier waarop de regelgeving haar nobele doel wil bereiken, bij aannemers op minder bijval kan rekenen.  Bouwunie vraagt dat bouwers en architecten van in het begin voldoende nadenken en een beslissing nemen over de te nemen EPB-maatregelen. Ze kunnen dan ook de aannemer tijdig en volledig op de hoogte brengen. Bouwunie wijst op de noodzaak aan duidelijke en voldoende gedetailleerde lastenboeken én aan een betere sensibilisering van de (ver)bouwers. Deze zijn nu duidelijk onvoldoende op de hoogte van de meerwaarde van EPB en de terugverdientijd van de energieprestatiemaatregelen die ze nemen.

Enkel professionelen die met de energieprestatieregelgeving in aanraking komen, hebben de Bouwunie-enquête beantwoord. 28% van de respondenten is ruwbouwaannemer, 20% schrijnwerker, 25% installateur centrale verwarming en 27% is een algemene aannemer of een sleutel-op-de-deur bedrijf. In 73% van de gevallen werkt het bouwbedrijf hoofdzakelijk rechtstreeks voor klanten. 22% doet algemene aanneming of is een sleutel-op-de-deur bedrijf. 5% werkt in onderaanneming. 44% heeft al 1 tot 3 werven waarop de EPB-maatregelen van toepassing zijn. 16% heeft 3 tot 10 werven in uitvoering en 9% zelfs al meer dan 10 werven. De rest heeft nu nog geen “EPB-plichtige” werven.

'In de ontwerpfase niet voldoende nagedacht'

In theorie is EPB enkel een zaak van bouwheer, architect en verslaggever. De overheid heeft gemeend dat “de aannemer enkel maar moet uitvoeren wat hem gevraagd wordt”. Die stelling gaat volgens Bouwunie slechts op onder de dubbele voorwaarde dat de aannemer én tijdig én volledig geïnformeerd wordt. Ten laatste bij het opmaken van de offerte moet de aannemer weten wat de bouwheer verwacht. Die realiteit is vandaag nog ver af. Bouwunie heeft nochtans van bij het ontstaan van de regelgeving herhaaldelijk gewezen op het belang van een tijdige en volledige informatiedoorstroming.

Uit de bevraging blijkt dat 71% van de aannemers meent dat in de ontwerpfase niet voldoende nagedacht wordt over de te nemen EPB-maatregelen. Hierdoor zijn aanpassingen en bijsturingen tijdens de uitvoering van de werken nodig. Maar liefst 3 op 4 aannemers krijgt de informatie over EPB té laat van de architect en/of bouwheer. Hierdoor kan hij geen offerte maken of moet hij een offerte maken onder voorbehoud van prijs.

Volgens Bouwunie moet de overheid ervoor zorgen dat de bouwpartners al heel vroeg in het bouwproces een akkoord bereiken over de EPB-maatregelen. Ten voordele van allen. Het vastleggen van een goed doordachte en uitgewerkte “EPB-planning” biedt volgens Bouwunie voordelen aan alle bouwparticipanten. De overheid wil het decreet wel aanpassen, maar gaat hierbij niet ver genoeg, aldus Bouwunie. In de decreetswijziging staat dat de aannemer de “gekende informatie” moet krijgen. Wat als deze gekende informatie te mager is ?

Nood aan duidelijke lastenboeken

6 op 10 aannemers geeft de lastenboeken inhoudelijk een onvoldoende. Ze zijn onvolledig of te weinig gedetailleerd om een correcte offerte te kunnen maken. De negatieve gevolgen zijn dan ook nooit ver te zoeken. Nu al ondervindt 43% technische uitvoeringsproblemen omdat de EPB-maatregelen niet of onvoldoende werden afgestemd of voorbereid. 71% van de aannemer wenst verdere opleiding en informatie.

Ook terugverdientijden kunnen berekenen

Uit de enquête blijkt dat niet alleen te weinig bouwheren op de hoogte zijn - 69% van de aannemers zegt dat zijn klanten de regelgeving niet kennen. Wat even zeer verontrust, is dat bij 62% van de aannemers de klanten de meerkost van EPB negatief ervaren. Hieruit blijkt dat bouwheren de toegevoegde – financiële – waarde van de reglementering niet zien. Zij zijn dus ook niet spontaan bereid om meer te betalen voor de betere energieprestaties van hun gebouw. Allicht omdat zij geen zicht hebben op de opbrengst van hun investeringen. Bouwunie vraagt daarom een dringende aanpassing van de software die het energieprestatiepeil (E-peil) berekent. Deze software kan vandaag boetes berekenen, maar moet ook terugverdientijden kunnen berekenen, aldus Bouwunie. Op die manier zal een bouwheer onmiddellijk de meerwaarde van EPB inzien.

Bouwunie vindt renovatiepremie een zeer goed initiatief, maar niet om zwartwerk te subsidiëren

Op voorstel van Vlaams minister Marino KEULEN heeft de Vlaamse Regering op 19 januari het ontwerpbesluit betreffende de renovatiepremie principieel goedgekeurd.

Bouwunie vindt dit een zeer goed initiatief, maar heeft zeer zware bedenkingen bij de subsidiëring van de aankoop van bouwmaterialen. Uit een korte enquête die Bouwunie vorig najaar hield blijkt dat dit zeer zwaar op de maag ligt van de KMO-bouwbedrijven. Op een paar dagen kwamen 1.458 antwoorden binnen. 83% van de respondenten is tegen de toekenning van de renovatiepremie aan particulieren voor werken die ze zelf uitvoeren aan de woning.

Bouwunie begrijpt de doelstelling van de Vlaamse regering om de renovatie van oudere woningen te stimuleren. Wanneer men echter toelaat dat ook enkel de aankoop van bouwmaterialen in aanmerking komt, is het gevaar groot dat men de facto het zwartwerk subsidieert. Hoe zal men achterhalen door wie het werk werd uitgevoerd wanneer men enkel facturen van bouwmaterialenhandelaars moet voorleggen?

Dit goede initiatief van de Vlaamse regering dreigt op deze manier te eindigen in subsidiëring van zwartwerk in de bouwsector en dit moet uiteraard vermeden worden. Bouwunie heeft haar bekommernissen overgemaakt aan minister Keulen en heeft volgende week nog overleg met de minister over dit probleem.

Vlaams Minister-president Yves Leterme op werkbezoek bij RENSON

Op 8 januari bracht minister-president Yves Leterme een werkbezoek aan het bedrijf Renson. Naar aanleiding van EPB 2006, het Healthy Building Concept, de uitbreiding en continue groei was er genoeg stof om te bespreken.

Minister-president Leterme toonde veel belangstelling voor het innovatieve ventilatiesysteem C+® dat conform is aan de nieuwe Energieprestatieregelgeving (EPB). Naast de vier basisventilatiesystemen A, B, C en D ontwikkelde RENSON een energiezuinige natuurlijke ventilatieoplossing. Er is hoop om systeem C+® gelijkwaardig te stemmen en op te nemen binnen de EPB-wetgeving.

'Op werkbezoek bij Renson'

Ook de productiestijging en groeiende tewerkstelling trokken de aandacht van Yves Leterme. RENSON is een bedrijf in volle expansie en is dus constant op zoek naar nieuwe krachten. Ook de uitbreiding met 26.000 m” speelt hierbij een rol. In het najaar van 2006 schakelde de firma over naar een ploegenstelsel met nachtploegen. En wordt er regelmatig beroep gedaan op een beschutte werkplaats.

De Vlaams Minister-president toonde ook bijzondere interesse voor de vorming van het personeel. De interne personeelsdienst werkt actief samen met uitzendkantoren. Een goede basis is belangrijk, maar RENSON voorziet telkens in een degelijke technische, commerciële en praktische opleiding. De opleidingen voor interne medewerkers en professionelen vinden plaats in het RHICA.

Het RHICA (Renson Healthy Indoor Climate Academy) is een gloednieuw opleidingscentrum en showroom in één. Het is een sterk staaltje van architectuur en design waar ventilatie- en zonweringproducten op een innovatieve manier zijn toegepast. In het RHICA zijn alle producten van ventilatie en zonwering verzameld en tentoongesteld. Verschillende types aluminium lamellen zijn gebruikt voor de interieurinrichting en bekleding van muren en plafonds. Dit is de ideale plaats om alle producten te leren kennen en in de technische ruimte kunnen ze naar hartenlust staaltjes ineen knutselen.

Eerste bouwbedrijven met VIBE-label beloond

Het Vlaams Instituut voor Bio-Ecologisch (VIBE) bouwen en wonen, reikte op vrijdag 15 december haar eerste 13 labels uit aan een aantal architecten, handelaars, importeurs en fabrikanten van bouwmaterialen en –technieken. Het VIBE-label geeft de garantie dat de betrokken architecten en bedrijven kunnen werken met gezonde en milieuverantwoorde bouwmaterialen en energie- en waterzuinige concepten. Het label is gebaseerd op de strenge VIBE-criteria en een extern bedrijf (Ecolas) controleert of de betrokken firma’s voldoen aan de vereiste VIBE-criteria.

VIBE-vertegenwoordiger Peter Thoelen stelt: “We merken steeds vaker dat bouwers en verbouwers op zoek zijn naar architecten, handelaars en materialen die gezond en milieuverantwoord zijn. Steeds meer mensen willen ook energiezuinig en waterbesparend gaan bouwen. De Vlaamse overheid legt strengere normen op inzake isolatie en beperking van het energieverbruik van gebouwen. In de praktijk vinden de mensen echter nog te weinig architecten en aannemers die dit aankunnen. En erger: veel firma’s en architecten beweren wel dat ze ‘duurzaam’ bouwen, omdat het een modewoord is of omdat ze er iets anders mee bedoelen, maar brengen er in de praktijk niet echt veel van terecht, door gebrek aan ervaring en scholing”. Daar past het VIBE-label een mouw aan: het bekijkt of de betrokken firma kan werken met energie- en waterbesparende concepten én of er ervaring is met het kwaliteitsvol werken met bio-ecologische bouwmaterialen.

Eerste 13 labels, ander volgen

De dertien bouwprofessionelen die nu gelabeld worden, zijn:
• Importeurs en handelaars: Arte Constructo (importeur natuurverven en kalk), Ecomat (handelaar bouwmaterialen), HDCV (handelaar bouwmaterialen, installateur verwarming en zonnesystemen), Spatio (verven).
• Aannemers: H3 (houtskeletbouw), Isolatie Jaenen (isolatie), Spatio (decoratie, schilder- en pleisterwerken), Tintelijn (decoratie, schilder- en pleisterwerken).
• Architecten: Mark Depreeuw, Marij Gabriëls, Lieve Van Hoef, Alexis Versele.
• Fabrikanten: Forbo Flooring (linoleum), Viessmann (verwarming, zonnepanelen)

Voor een hele reeks van de huidige zowat 100 VIBE-bouwpartners loopt de labelingprocedure nog. Daarnaast wil VIBE vzw de sector opentrekken en bio-ecologisch bouwen aantrekkelijk maken voor meer bouwprofessionelen. Daartoe diende VIBE vzw het project ‘Ecobouwpools’ in. Als alles vlot verloopt, gaat dit project van start vanaf begin volgend jaar.

Gratis databank

VIBE noemt de door haar erkende bedrijven ‘VIBE-bouwpartners’. Alle betrokken bouwprofessionelen die voldoen aan het VIBE-label, vindt u in de databank van VIBE vzw. Daarin zitten ook alle door VIBE vzw erkende diensten, producten, technieken en de adressen die u kan vinden in Vlaanderen en Brussel (en een paar in Wallonië). De databank is voor iedereen gratis te consulteren op de website www.vibe.be onder de knop ‘databank’.
Peter Thoelen: “In ons databestand zitten nog een honderdtal andere adressen die ook bio-ecologisch bouwen en verbouwen en die het label zouden kunnen behalen, maar die het label zelf nog niet aanvroegen. Andere vroegen het label wel al aan, maar hun procedure is nog niet afgerond. De nog niet gelabelden hebben wel een toegangscontrole ondergaan, maar zijn nog niet extern gecontroleerd”.

www.vibe.be

Prijzen bouwmaterialenmaterialen stijgen op 1 januari met 7 tot 10 procent

Wie volgend jaar een woning wil bouwen, zal daar zeker 5 procent meer voor moeten betalen. De prijzen voor bouwmaterialen als staal, zink, aluminium, koper, cement en bakstenen zijn de afgelopen weken opnieuw fors gestegen en op 1 januari volgen nieuwe prijsverhogingen. De bouwmaterialenhandelaren kondigen nu al een verhoging van hun prijzen aan met 7 tot 10 procent.
Lees meer...

Na de verhogingen van de prijzen van staal, olie, zink, aluminium, lood en koper, zijn nu de basisproducten van de ruwbouwactiviteiten aan de beurt. Baksteen, zand, grind, cement en beton zijn onlangs 10% duurder geworden en in de komende weken volgen nog prijsverhogingen. De hogere grondstofprijzen, de hoge energieprijzen en de nieuwe betonnorm EN 206 liggen aan de basis van deze verhogingen. Dit komt hard aan bij de aannemers.

Zand, grind, cement en baksteen zijn immers dé basisproducten voor alle ruwbouwactiviteiten. Dus niet enkel ruwbouwaannemers worden getroffen, maar ook de gespecialiseerde bouwondernemingen die hoofdzakelijk de chappe of de in beton gegoten kelders uitvoeren.  Op 1 januari stijgen de prijzen van materialen met nog eens 7 tot 10 procent, zo laten de bouwmaterialenhandelaren weten. Reden: hoge energiekosten waardoor de productiekost van de materialen toeneemt en de transportkosten verhogen.

Aannemers maken nu prijzen voor de ruwbouwwerken die ze zullen uitvoeren na het bouwverlof van 2007. De orderboekjes zitten goed vol en contracten worden lang op voorhand afgesloten. Het probleem van de aannemers is dat zij onmogelijk de langetermijnevolutie van de prijzen kunnen inschatten. In het concrete geval van de jongste betonprijsverhoging werden de aannemers één week op voorhand verwittigd, veel te laat dus.

Voorlopig zit er voor de aannemers niets anders op dan offertes te maken met een kortere geldigheidsduur van bijvoorbeeld twee maanden en een voorbehoud te maken voor de prijsevolutie. Een vervelende zaak voor zowel aannemer als klant. Maar de consument moet beseffen dat de woning die hij vandaag bestelt, volgend jaar onmogelijk tegen diezelfde prijs kan geleverd worden.

Het einde van de prijsstijgingen is nog lang niet in zicht. Volgend jaar worden materialen en lonen duurder. Ook de rente stijgt. Bouwers en verbouwers zijn zich dan ook best bewust van het feit dat bouwen voor de zoveelste keer duurder wordt. Klanten moeten wel beseffen dat dit te wijten is aan de evolutie op de markt en niet aan de aannemers, aldus Bouwunie. Goede afspraken maken, is dus de boodschap.

Voorbeelden Recordprijzen bouwmaterialen – stijging tegenover december 2005
Hout +20% tot 30%
Bitumen +26%
Koper +41%
Zink +59%
Staal +35%
PVC +9%
 
BRON: Bouwunie

Vlaamse Confederatie Bouw: “Vlaanderen wordt voor 60% appartementenmarkt”

De federale overheidsdienst Economie publiceerde zopas de cijfers voor de bouwvergunningen van juni 2006. De cijfers bevestigen eerdere resultaten van een enquête van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) bij haar leden. Het aandeel van de appartementenbouw neemt in Vlaanderen almaar toe (tot maar liefst 60%) en zal de volgende jaren nog verder blijven groeien.

De eerste zes maanden van 2006 waren topmaanden voor de bouwsector. In vergelijking met de eerste zes maanden van 2005 steeg het aantal vergunningen voor woongebouwen in België met bijna 10%. Vooral Vlaanderen met een stijging van 13,8% deed zijn duit in het zakje. In Wallonië steeg het aantal vergunningen met 9,7%. In Brussel werden voor 36,6% minder woongebouwen opgetrokken in vergelijking met zes maand geleden.

Vlaanderen is dan ook verantwoordelijk voor iets meer dan twee derden van de vergunde woongebouwen. Er zijn uiteenlopende oorzaken van de hoogconjunctuur in de bouwsector. Het ging België economisch voor de wind, de rente bleef historisch laag en er was een stevige concurrentiestrijd tussen de banken om woonkredieten binnen te halen.

Binnen de woongebouwen wordt traditioneel een onderscheid gemaakt tussen appartementenbouw enerzijds en ééngezinswoningen anderzijds. Daarbij blijkt Vlaanderen meer en meer naar een appartementenmarkt te evolueren. In 2002 overschreed het aandeel van de appartementenbouw in Vlaanderen voor de eerste maal de drempel van 50%. Vorig jaar was dit aandeel toegenomen tot 54% en dit jaar zijn maar liefst 60% van de nieuw op te richten woongebouwen appartementen.

Een recente enquête van de VCB bij haar leden toont aan dat zij ook voor de nabije toekomst een verdere toename van het aantal appartementen verwachten. Dit impliceert dat in Vlaanderen ook in de dorpskernen meer en meer appartementsgebouwen worden opgetrokken. De appartementbouw blijft niet langer beperkt tot de steden.

In Wallonië bedraagt het aandeel van de flats nog geen 40%. In het Brusselse gewest daarentegen loopt het aandeel van de flats op tot maar liefst 95%. Vlaanderen is nu ook in die richting aan het opschuiven. Vlaanderen is intussen goed voor maar liefst 80% van al de appartementsgebouwen in België.

Het aantal vergunde nieuwe ééngezinswoningen kan in Wallonië nog met 15% stijgen. Dit is niet het geval voor Vlaanderen. In het Vlaamse gewest stagneert het aantal vergunningen voor nieuwe ééngezinswoningen opnieuw, weliswaar op een hoog niveau. Op basis van haar enquête bij de leden gaat de VCB ervan uit dat we voor de komende maanden een lichte daling voor de traditionele ééngezinswoning kunnen verwachten.

Het aantal woningrenovaties neemt in alle gewesten samen met meer dan 9% toe. De hoge grondprijzen en het schaarse aanbod aan bouwgronden voor nieuwbouw kunnen hiervoor als oorzaak worden aangestipt.

Marc Dillen, directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

Nieuwe impulsen voor BREMCON na overname door ARGEX

Op 18 oktober 2006 bereikten de aandeelhouders van BREMCON nv, Groep Van Roey nv uit Rijkevorsel en A&G Milieutechniek bv uit Waalwijk (NL), met ARGEX nv, een akkoord over de overname van BREMCON door ARGEX. BREMCON, met maatschappelijke zetel te Rijkevorsel, is een belangrijke speler op de Belgische aannemingsmarkt van de bodem- en grondwatersanering, en is, op haar locatie in Zwijndrecht, een erkend uitbater van zowel een tussentijdse opslagplaats (TOP) voor uitgegraven gronden als van een centrum voor biologische en nat-extractieve grondreiniging. Naast de activiteiten in dit kennissen productiecentrum treedt BREMCON ook op als ophaler en overbrenger van (gevaarlijke) afvalstoffen.
ARGEX, met haar maatschappelijke en belangrijkste uitbatingszetel te Zwijndrecht, is leider in de markt van lichtgewichtgranulaten die hun toepassin vinden in alle deelsectoren van de bouwmarkt en in de groensector. Sinds haar overname door Hye nv, in 2005, maakt zij deel uit van de holding Condor Construct van Philippe Lemahieu. In de onmiddellijke nabijheid van haar productieapparaat in Zwijndrecht beschikt ARGEX over een kleiontginningsterrein. Hierop bevindt zich een bergingssite voor gronden die niet voor hergebruik in aanmerking komen met een huidige capaciteit van circa 8 miljoen m3.
Deze overname zal voor BREMCON en ARGEX een aanmerkelijke toegevoegde waarde opleveren. Eerst en vooral zal, omwille van het nabuurschap van de productiesites van de beide bedrijven, hun beider productiecapaciteit haast traploos uitgebreid kunnen worden. Voorts zullen de raakpunten tussen het productieproces van de Argexkorrels en dit van de thermische grondreiniging ongetwijfeld voor een kruisbestuiving op vlak van knowhowverwerving zorgen. De complementariteit van ARGEX en BREMCON strekt zich verder ook uit over de markt van de slibverwerking en de stockering van de vervuilde fractie daarvan.
Het ganse BREMCON-team, dat op post blijft, is er zich van bewust dat deze overname perfect past in de strategische opties die door ARGEX en haar aandeelhouder uitgetekend werden, en dat in dit kader bijkomende impulsen op financieel en organisatorisch vlak voor een verder doorgezette groei van de onderneming zullen zorgen.

Woonaccenten in beleidsverklaring Verhofstadt

Op 17 oktober legde premier Verhofstadt de beleidsverklaring van zijn regering af. In de voornemens van onze federale regering liggen enkele belangrijke accenten op wonen.

Verhoging belastingvermindering voor energiebesparende investeringen: Deze belastingvermindering wordt nagenoeg verdubbeld. Het bedrag van 1 000 euro wordt opgetrokken tot 2 000 euro. Na indexatie gaat het om een stijging van de aftrek van 1 300 euro tot 2 600 euro.

Acht investeringen komen hiertoe in aanmerking: de vervanging van oude stookketels door nieuwe exemplaren, het onderhoud van de stookketel, de installatie van systemen van waterverwarming of elektriciteitsproductie op basis van zonne-energie, de plaatsing van dubbele beglazing, het isoleren van daken, het installeren van thermostatische kranen of klokthermostaten en het uitvoeren van een energie-audit.

BTW-verlaging : De btw voor vervangende nieuwbouw in bepaalde achtergestelde wijken wordt verlaagd tot 6%. Ook de btw op de bouw van sociale woningen wordt verlaagd van 12 naar 6 %

Nieuwe regeling huurwaarborg : Er komt een nieuwe regeling voor de huurwaarborg. Deze kan in eenmaal voor twee maanden of in maandelijkse schijven voor drie maanden worden betaald.
Wanneer de huurprijs in het (nieuwe) huurcontract beheerst wordt, krijgt de verhuurder een belastingvermindering (45%) bij de renovatie van zijn bescheiden huurwoning

Bouwsector in jaren niet meer zo optimistisch geweest

De bedrijfsleiders van de kleine en middelgrote bouwondernemingen zijn in jaren niet zo optimistisch geweest over de conjunctuur. Vooral het werkvolume zit goed. De orderboekjes van de bouwbedrijven zijn zeer goed gevuld. In die mate zelfs dat hun klanten lang moeten wachten, wat deze trouwens allerminst leuk vinden.

De Vlaamse bouwbarometer zet zijn positieve trend, die startte in het begin van 2004, voort. De trimestriële Bouwunie-conjunctuurindex sprong met 3,8 punten naar 106,6. Waarden boven index 100 wijzen op een positieve evolutie, waarden onder index 100 op een slecht evoluerende conjunctuur.

Of deze hoogconjunctuur lang gaat duren, is nog maar de vraag. De piek van de woningbouw is voorbij en de traditie wil dat na de gemeenteraadsverkiezingen de investeringsbereidheid van de lokale besturen als een pudding in elkaar zakt. De Vlaamse regering heeft heel wat PPS-projecten op stapel staan die deze terugval kunnen opvangen. Op voorwaarde evenwel dat deze investeringen gelijkmatig in de tijd gespreid worden en de Vlaamse bouwbedrijven een graantje kunnen meepikken. Wat op lange termijn zeker een bedreiging vormt, is het schrijnend tekort aan bouwvakkers.

De Vlaamse bouwbedrijven hebben veel werk. 49% van de kmo's hebben nu meer opdrachten dan in het vorige kwartaal toen het werkvolume al op een zeer hoog niveau lag. Een onverwacht hoge stijging. In de nabije toekomst denken de bedrijfsleiders dit activiteitspeil te handhaven of zelfs nog substantieel te verhogen (26%). De orderboekjes zijn duidelijk goed gevuld en dit al gedurende enkele maanden. De rij met wachtende klanten wordt alsmaar langer, tot groot ongenoegen van deze klanten en van potentiële klanten die tevergeefs snel een offerte voor geplande werken willen.

Deze evolutie vertaalt zich in een hogere vraag naar arbeidskrachten. 23% van de bouwondernemers heeft in de voorbije weken één of meer personeelsleden aangeworven. 19% denkt eraan dit in de komende maanden te doen. Niemand is van plan om personeelsleden te ontslaan. Goede bouwvakkers zijn immers schaars. Wie in de bouw aan de slag wil en bereid is zich om- of bij te scholen, moet niet lang naar een job zoeken. Op langere termijn vormt het tekort aan bouwvakkers een bedreiging voor de sector. Net als voor andere, eerder technische, beroepen daalt de belangstelling voor de verschillende bouwberoepen. Dit tekort dreigt de groeimogelijkheden van de bouwkmo’s te beknotten maar de vrees is reëel dat hierdoor ook de vervanging van het bestaande arbeidersbestand in het gedrang komt.

Dankzij het grotere werkvolume zijn de prijzen die de aannemers voor hun werk kunnen aanrekenen, gestegen. 34% zegt dat deze verbeterd zijn en 20% denkt dat deze in het volgende kwartaal nog zullen stijgen. Hierdoor is ook de rentabiliteit van de bouwondernemingen toegenomen. 40% van de ondervraagde bedrijfsleiders spreekt van een verbetering. Dit is een erg hoog percentage in vergelijking met de voorgaande kwartalen. 25% verwacht nog een verbetering in de nabije toekomst. Dit mag ook wel. De aannemers hebben een hele periode van té lage prijzen achter de rug. De prijzen stonden onder druk door de hoge concurrentie waardoor ze de kostenstijgingen van bouwmaterialen, brandstoffen en arbeid onvoldoende konden volgen. Daarin is nu eindelijk verandering gekomen.

Door deze evoluties scoren zelfs de traditionele pijnpunten in de bouwbarometerenquête veel beter dan anders. De concurrentiedruk is volgens 32% van de aannemers minder groot en het aantal slechte betalers (klanten die hun factuur te laat, slechts gedeeltelijk of niet betalen) is bij 44% gedaald. In de voorgaande kwartalen en jaren lieten steevast zo’n vierde tot een derde van de aannemers voor deze parameters een verslechtering optekenen.

De meeste Vlaamse bouwondernemers zijn dan ook tevreden over de gang van zaken in hun eigen onderneming (98%), en zelfs over de evolutie in de economie (77%).

De conjunctuurverbetering is dus duidelijk. Aan de hemel verschijnen evenwel de eerste donderwolken.

De woningbouw heeft volgens specialisten haar piek bereikt. Verwacht wordt dat de volgende maanden nog heel wat eengezinswoningen en appartementen zullen gebouwd worden maar dat de activiteit in dit marktsegment zal afvlakken op langere termijn. De sector van de niet-woongebouwen bleef de jongste twee jaren wat achter maar zou een belangrijke impuls kunnen krijgen door de investeringsplannen van de Vlaamse regering. Deze heeft heel wat zogenaamde PPS-projecten (publiek-private samenwerking) op stapel staan voor de bouw van nieuwe scholen, zieken- en rusthuizen, sport- en wegeninfrastructuur (d.i. het wegwerken van gevaarlijke verkeerspunten en het oplossen van enkele ontbrekende schakels in de Vlaamse verkeers- en andere infrastructuur). Bouwunie is heel tevreden dat de Vlaamse regering wil investeren maar waarschuwt voor het gevaar op een oververhitting van de markt en de interesse van grote buitenlandse bouwbedrijven. Voor Bouwunie moeten bij deze PPS-projecten de Vlaamse bouw-kmo’s aan bod kunnen komen en op een correcte manier vergoed worden voor hun prestaties. Dit kan alleen indien deze investeringsprojecten voldoende gespreid in de tijd en in geen al te grote pakketten worden aangeboden. Bouwunie vraagt de Vlaamse regering daarmee voldoende rekening te houden.

De aannemers van wegen, kabel- en leidingwerken hebben momenteel veel werk. Na de gemeenteraadsverkiezingen neemt dit werkvolume traditioneel drastisch af. Nog niet tijdens de eerste maanden van 2007, maar vanaf het najaar van volgend jaar verwacht de sector een terugval in het aantal opdrachten. Hopelijk zullen de geplande investeringen door Aquafin en de PPS-projecten in de wegenbouw voldoende soelaas brengen. 

De conclusie luidt dus: momenteel beleeft de bouwsector mooie hoogdagen. De (verre) toekomst is wellicht minder roosleurig, maar voorlopig zijn de Vlaamse bouwkmo’s optimistisch gestemd.

www.bouwununie.be

BouwMeteo: weerberichten voor de bouw

Bouwbedrijven kunnen een beroep doen op een specifieke weersvoorspelling voor hun sector. BouwMeteo is een initiatief van Bouwunie en MeteoOnline. Abonnees hebben onbeperkte internettoegang tot geactualiseerde weersvoorspellingen en kunnen de meteorologen opbellen voor advies op maat. Met een goede weerplanning sparen bouwbedrijven veel nutteloos werk en kosten uit.

Wind, regen, te hoge en te lage temperaturen maken het werken in de bouw vaak moeilijk of onmogelijk. Dat hebben een hete juni en juli en een natte en koude augustus nu wel duidelijk bewezen. Een goede inschatting van het weer is ondertussen broodnodig voor bouwbedrijven om een goede planning te kunnen maken. Zeker nu de uitvoeringstermijnen zeer kort zijn. De bouw heeft steeds meer te maken met totaalprojecten en just-in-time-projecten die tegen een bepaalde datum af moeten zijn. Als je weet dat er morgen een krachtige wind waait, zet je geen torenkranen in en plan je ander werk. Het gieten van een betonvloer kan regen noch vorst verdragen. Dat kan enkel bij stabiel weer. Bouwbedrijfsleiders moeten ’s morgens kunnen beslissen: stuur ik mijn personeel naar de werf of hou ik ze beter thuis ? Betrouwbare weersvoorspellingen op maat zijn onontbeerlijk in het bouwproces en uiteindelijk kostenbesparend.

Bouwunie sloot daarom een overeenkomst voor een eigen bouwweerbericht af met MeteoOnline. Abonnees op BouwMeteo hebben het hele jaar onbeperkt toegang tot de internetsite www.bouwmeteo.be. De weersvoorspellingen worden om de vier uur door MeteoOnline geactualiseerd. Daarnaast krijgen de abonnees op aanvraag ’s avonds een prognose van het weer de volgende dag. De weersvoorspelling omvat de weersverwachting voor de komende 24 uur, onder meer temperatuur, neerslag(kans), windrichting en -snelheid, relatieve vochtigheid. Verder ook het weer voor de komende dagen en de historiek van het weer. Daardoor is dit weerprogramma ook handig bij opvolging van het weerverlet (dit zijn de dagen of uren waarop de bouw stilligt omwille van het weer) en het resterend aantal werkdagen (uitvoeringstermijn min weerverletdagen). Persoonlijk advies van de meteorologen is ook mogelijk.
De voorspellingen gelden voor heel het land. Je tikt gewoon de postcode van de bouwplaats in. Een Limburgse bouwfirma die aan de kust werkt, kan daar met heel ander weer te maken hebben dan thuis.
MeteoOnline heeft regionale weerstations in Koksijde, Gent, Deurne, Leuven en Kleine Brogel. De voorspellingen zijn 85 tot 90 procent accuraat.

Een lid van Bouwunie betaalt het eerste jaar 75 euro voor een abonnement op BouwMeteo, daarna jaarlijks 120 euro. Dat is 25% minder dan niet-leden.
Informatie en inschrijvingen: www.bouwmeteo.be

Dichtingswerken: nieuwe lijst van BEVAD aannemers voor platte daken

BEVAD vzw (de Belgische Vereniging van Aannemers van Dichtingswerken) heeft zopas haar nieuwe ledenlijst 2006-2007 uitgebracht. Deze stelt 190 professionele aannemers van dichtingswerken voor, verspreid over heel België.

De lijst vermeldt niet enkel de coördinaten van de firma's, doch ook inlichtingen omtrent de registratie, erkenning, gebruikte materialen, soort van werken, enz... Er staan ook nuttige adressen in van fabrikanten en leveranciers van producten gebruikt door de aannemers van dichtingswerken.

De ledenlijst is gratis verkrijgbaar voor architecten, publieke en private opdrachtgevers, ingenieurs en aannemers en kan worden aangevraagd op het BEVAD-secretariaat.

BEVAD: Lombardstraat 34-42, 1000 Brussel - Fax: 02/545 58 59
e-mail: greta.horlait@confederatiebouw.be