Op 9 november, tijdens het jaarlijkse benefietconcert voor de renovatie van het
Conservatoriumcomplex aan de Regentschapsstraat in Brussel, nodigt de vzw Conservamus het publiek uit voor een eerste inzage in de haalbaarheidsstudie van de renovatie. Die avond zal ook de première plaatsvinden van een documentaire over de huidige situatie en de toekomstplannen voor het Conservatorium. Deze zal worden gevolgd door een concert (muziek van Berio, Stravinsky, ...) door de studenten van de Brusselse Conservatoria. Het evenement van de vzw Conservamus op 9 november, is een mijlpaal in het proces van de renovatie van de Conservatoriagebouwen.
Dankzij de bijdragen van mecenassen en sponsors, heeft de vzw fondsen kunnen vinden voor een haalbaarheidsstudie. Deze studie, die werd gemaakt door architectenbureau ARES in samenwerking met SumResearch, houdt rekening met de wensen en noden van de Conservatoria en wil de toekomst van deze gebouwen, die essentieel zijn voor het internationaal muziekonderwijs en het Belgisch cultureel erfgoed, veilig stellen.
De documentaire die in première gaat aan het begin van het concert neemt u mee tot in de verste uithoeken van het Conservatorium en zit boordevol interviews met de betrokkenen van het project, maar toont ook getuigenissen van (oud-) studenten en enkele prominente artiesten die een bijzondere band hebben met het Conservatorium. Daarnaast zijn drie kleine tentoonstellingen te zien, waaronder een utopisch project van architectuurstudenten van La Cambre die het Conservatoriumgebouw heruitvonden, of een verslag in beelden van het eerste wapenfeit van de renovatie: de testrestauratie van een venster aan de binnenkoer. Ook worden beelden uit de haalbaarheidsstudie getoond.
De studenten van het Koninklijk Conservatorium en het Conservatoire royal brengen ten slotte het volgende programma: Par la Suite van Bruno Mantovani, o King van Lucianco Berio, Concerto en re van Igor Stravinsky, Concerto doppio voor klavecimbel en piano van Carl Philipp Emanuel Bach en de Finale uit de opera "La Morte di Cesare" van Francesco Bianci, o.l.v. Paul Dombrecht.





