Hangar 58 in Bokrijk: optimale integratie in het landschap
Nederlander leidt bouw kantoor EU-president
MAS wil harten van jongeren veroveren
Cepezed ontwerpt nieuw hoofdkantoor Leefmilieu Brussel
VMM bouwt besturingsgebouw volgens passief-huis principe
Nu ook een massief passief hotel
Vernieuwd Antwerps centraal station ontsluit stadscentrum
New Yorks architectuurbureau wint (BibLLLiotheek) LLLibrary in Kortrijk
Hergé-museum van de Portzamparc opent zijn deuren
Opknapbeurt voor Europese wijk door de Portzamparc
Zaha Hadid ontwerpt nieuw Havenhuis in Antwerpen
Koolhaas renoveert BOZAR-gevel
Art Nouveau-school gerenoveerd
Tweewaters, stadswijk van de toekomst
Natuursteen verlijmd in nieuw appartementencomplex
Ontwerp museum Louvain-La-Neuve onthuld
Eerste twee torens van project Westkaai sieren nu al de skyline van Antwerpen
Ontwerp Premium Tower voorgesteld
Begin van de werkzaamheden op de Bavière-site in Luik
bOb van Reeth ontwerpt Holocaustmuseum
Fotomuseum Charleroi heeft nieuwe hedendaagse vleugel
Calatrava stelt plannen station Bergen voor
B–Architecten ontwerpt eyecatcher langs E313
Definitieve plannen voor nieuw stadion in Gent
Eerste steen voor uitbreiding deSingel
Stéphane Beel actualiseert Afrikamuseum
Eerste steen van Zenith-toren gelegd
Architectenbureau B612 mag Schweitzerplein heraanleggen
Dexia-toren in Brussel voorspelt het weer
Westkaai moet aantrekkingspool worden op ’t Eilandje in Antwerpen
Eerste steen voor Luiks mediadorp
Dubbelganger voor Brusselse kerk
Brussel maakt werk van woonbeleid
Kunstcentrum revitaliseert modernistische architectuur
Robbrecht en Daem leiden restauratie Boekentoren
Internationale topontwerpers hertekenen Scheldekaaien
Kortrijk krijgt woontoren getekend Samyn & Partners
Alweer nieuw project voor Damplein in Antwerpen
Lokaal architectenbureau mag nieuwe sporthal in Antwerpen-Noord realiseren
Gerenoveerd goederenstation geopend
Restauratie in zicht voor Brusselse art-nouveau-parel
Wonen op restanten van oude hoeveburcht in Borgerhout
(19.1.2010) Mediagewijs neemt de Médiacité in Luik een vliegende start, gekruid met een resem argumenten. De architectuur is één van die argumenten waarmee met luide stem de kwaliteit van het nieuwe complex bejubeld wordt. Maar kwaliteit is méér dan enkel media-aandacht…
Twee keer goed nieuws! Het eerste positieve is dat het station Guillemins van Santiago Calatrava werkelijk architectuur promoot. Dankzij deze architecturale ambitie hebben de bouwpromotoren voor de herbestemming van de Longdoz site tot een centrum voor handel en ontspanning, ook op dat vlak menen een tandje te moeten bijsteken. En daarom hebben ze – tweede positieve nieuwsfeit – Ron Arad onder de arm genomen.
Nu het slechte nieuws: deze ‘transplantatie” is niet meer dan een decor en geeft aan het project nauwelijks een echte architecturale dimensie.
Het moet wel gezegd: het transparante plafond – signatuur Ron Arad – springt in het oog. Er zit ritme in en de rijkelijke inval van natuurlijk licht begeleiden de consument op zijn traject doorheen het commerciële centrum. Maar al gauw wordt je aandacht getrokken door de banale uitlijning van de etalages, die niet meer uitdrukken dan het commerciële doel dat ze dienen. Men had veel verder kunnen gaan, door de vormgeving van het dak te laten verderlopen in de gevels. Ron Arad heeft zich in dit project blijkbaar beperkt tot de rol van decorateur. Zijn gebogen lijnen maken geen deel uit van de structuur van het gebouw. De fragiele bogen laten geen twijfel bestaan over hun louter decoratieve functie.
Maar niettemin is de as Station Guillemins – Médiacité gematerialiseerd. Rest ze nog concreet te maken, hopelijk door het goede voorbeeld te volgen, in dit geval het voorbeeld van het station.
Het programma
Médiacité is een privé-initiatief van bouwpromotor Wilhelm & C°. Hun ambitie was van meet af aan om een stuk grond, een erfenis van Liège-l’Industrieuse, tot een nieuw stadsdeel op te waarderen. De hele buurt moet een nieuwe dynamiek krijgen, door er het volgende programma te verwezenlijken:
de inplanting van een commercieel centrum, dat door de Luikenaren al goed gekend is, de oude galerie Longdoz, die volledig herbouwd is. De bruikbare oppervlakte is omzeggens verdrievoudigd voor 58 000 m² GLA (Gross Leasable Area, verkoopsruimte en voorraden), 42 500 m² handelszaken en horeca en 15 500 m² ontspanningsruimte.
een nieuw winkelcentrum voor 126 merken waarvan sommige nieuw in Luik of in België, een grote oppervlakte voor recreatie, waaronder 6 filmzalen, een olympische schaatspiste, talrijke cafés en restaurants en diensten (bank, stomerij, post, politie…) en 2 350 ondergrondse parkeerplaatsen.
nieuwe economische activiteit met de Pôle Image. De “PIL”, de Pôle Image de Liège is een federatie van ondernemingen in de audiovisuele sector die speciaal werd ontwikkeld in het kader van het Médiacité-project.
De architecten
Médiacité werd ontworpen door de wereldvermaarde anglo-israëlische architect Ron Arad. Voor de coördinatie van de studie en de opvolging van de uitvoering van de werken, ging Arad een vennootschap aan met het Belgische bureau M. & J.M. Jaspers/J. Eyers & Partners.
Het situatieplan van de wijk in zijn geheel, werd op punt gesteld door twee architectenbureaus met een internationale reputatie, het Amerikaanse RTKL en het Londense Chapman Taylor.
Performante en innovatie materialen
Het gedurfde glazendak is geconstrueerd op basis van een 3D-structuur waarvan de kromme lijnen, ontworpen door Ron Arad, zich vertalen in een maaswerk van stalen balken van verschillende lengtes.
Enkele van de interessante materialen:
ETFE (Ethyl Tetra Fluor Ethyleen) : de overkappingen van de galerie bestaan uit vier lagen synthetische film (transparant) met luchtlagen ertussen (daarom ook wel luchtkussendak genoemd), met een degelijke isolerende performantie.
Barisol, gebruikt in de verticale panelen.
Flowcrete, een vloerbekleding op basis van een hoogvloeibare en zelfverdichtende betonmortel.
BREEAM certificaat (Building Research Establishment Environmental Assessment Method)
Deze internationale certificering is perfect aangepast aan winkelcentra. Het is het oudste en meest gebruikte referentiesysteem in de wereld in termen van duurzame ontwikkeling. Médiacité is één van de eerste in Europa die het certificaat behaalde tijdens de ontwerpfase, en het allereerste in België.
Charly Cordemans

(19.1.2010) Amper zes maanden na de eerste steenlegging opende het evenementencomplex Hangar 58 in het openluchtmuseum van Bokrijk de deuren. Architectenbureau Helsen Van Com ontwierp een all seasons evenementenlocatie waarin optimaal gebruik gemaakt werd van duurzame materialen en technieken.
Aan bezoekers geen gebrek in domein Bokrijk, maar wel aan een locatie om grote groepen te kunnen ontvangen. Die hiaat is nu opgevuld met Hangar 58 dat bedrijven of organisaties de mogelijkheid biedt om vlakbij de oude stad in Bokrijk personeelsfeesten, ledenbijeenkomsten of andere happenings te organiseren. Daarmee werd in één beweging ook een nieuwe bestemming gegeven aan de oude stad waarvoor al veel plannen de revue passeerden zonder resultaat.
De naam ‘Hangar 58’ verwijst naar het jaar ’58, toen de Expo in Brussel plaats vond, maar ook naar het startjaar van Bokrijk.
Ecologisch
Van bij het eerste ontwerp ijverden opdrachtgever nv Dennehof en architectenbureau Helsen Van Com voor een zo ecologisch mogelijk project. Dat resulteerde bijvoorbeeld in extra inspanningen voor de waterzuivering waarvoor gebruik gemaakt wordt van het nabijgelegen rietveld. Zonnepanelen op het platte dak, goed voor een oppervlakte van 1500 m², zorgen voor een groene stroomvoorziening.
Het is ook een groen gebouw in de letterlijke betekenis van het woord doordat het is ingegraven in een heuvelwand waardoor het als het ware verdwijnt in het landschap. Aan de andere kant bevindt zich een grote glaspartij die uitzicht biedt op het plein van de oude stad. ’s Avonds komt dit decors eens zo goed tot zijn recht doordat het wordt aangelicht met de allernieuwste led-systemen van Philips waarin allerhande licht- en kleureffecten geïntegreerd werden.
Foto's: Marc Scheepers
Luchtfoto's: www.vlaanderenvanuitdelucht.be
bron: www.vlaamsearchitectuur.be
(2.12.2009) De nieuwe EU-president krijgt zijn kantoor in een architectonisch hoogstandje. Sommigen noemen het een doos met een zwangere godin, anderen spreken smalend over een paasei, een lamp of een barbapapa-figuurtje. Het gebouw is ontworpen door het Belgische Philippe Samyn & Partners in combinatie met Studio Valle Progettazioni (Italië).
Het ontwerp en de bouw is al jaren een hele klus voor Nederlander Johan Burgers, directeur van de Europese Raad. Tot het gebouw klaar is eind 2013, heeft hij de president ondergebracht in een verbouwd hoekje van het huidige overvolle hoofdgebouw van de raad.
Architecten: Philippe Samyn & Partners, Studio Valle Progettazioni
Bron: ArchitectenWeb
(2.12.2009) Het nagelnieuwe MAS gebouw wordt op 15 december opgeleverd. Voor de officiële opening is het nog wachten tot 14 mei 2011. Met het MAS kan de stad voor het eerst sinds héél lang een museum opbouwen 'from scratch.' Ondertussen wordt er hard gewerkt aan de binnenkant. Het museum kiest er resoluut voor om een plaats te veroveren in de leefwereld van jongeren.
Omdat jongeren niet onder één noemer te vangen zijn, liet het MAS de voorbije zomer een kwalitatieve bevraging uitvoeren bij vierentwintig Antwerpse jongeren tussen 18 en 25 jaar. Bedoeling: een structurele jongerenwerking realiseren. Lotte De Bruyne van LADDA, een expertisecentrum van jeugdcultuur: "we zochten de jongeren op basis van buurt, leeftijd, achtergrond, opleiding, werksituatie en geslacht maar ook op basis van smaakvoorkeur." Doel was ontdekken wat jongeren van het MAS verwachten. "Het museum moet een eigen stijl en identiteit hebben. De look and feel van de communicatiemiddelen moeten jongeren aanspreken. Organiseer onverwachte en opvallende acties. Maak een profiel aan op de sociale netwerksites en onderhoud het. Zorg dat iedereen zich er thuis en op zijn gemak voelt. Ga ecologisch tewerk en kies voor bio- en fairtrade producten. Ga voor sfeer maar zorg dat alles klopt, zet niet eender welke muziek op. Kom ook van het eiland af en ga in de wijken." Dat zijn enkele van de 70 resultaten uit de bevraging.
Waauw effect

Leen Verbist, schepen van jeugdbeleid, wil met het MAS de hoofdvogel afschieten. "Zoals in Parijs ouders hun kinderen meenemen naar het Centre Pompidou omdat het zo'n toffe locatie is, zo moeten we zorgen dat ouders in Antwerpen hun kinderen meenemen naar het MAS. Het MAS moet een plek zijn waar ook jongeren willen zijn, waardoor ze uiteindelijk hun ouders mee naar het museum sleuren. Jongeren blijven trouwens komen als ze geen jongeren meer zijn. Jong geleerd is oud gedaan dus.
Jongeren-curatoren
Ruth Cluysen, projectcoördinator van MAS ?Musea in Jonge Handen, is achter de schermen heel hard naar 14 mei 2011 aan het toewerken. Ze wil nog niet te veel publiek gaan rond al hun plannen, zo lang op voorhand. Maar na enig aandringen licht ze toch een tip van de sluier. "We gaan starten met een project rond jongeren-curatoren. Jongeren zullen bij ons een opleiding kunnen volgen om curator te worden." Klinkt goed, maar wat wil dat zeggen? "Jongeren kunnen dan meedraaien in de werking, mee een tentoonstelling opbouwen, mee publieksbegeleidende maatregelen bedenken en uitwerken. We willen hen aanspreken op hun verschillende talenten: sommige zijn goed in vormgeven, anderen kunnen goed tekenen en nog anderen zijn goed in communicatie." Jongeren die geïnteresseerd zijn om mee te doen, die kunnen contact opnemen met Ruth Cluysen, haar contactgegevens zijn te vinden op de website van Musea in Jonge Handen.
© 2009 – StampMedia – Koen Stuyck
www.mas.be/mas_injongehanden.html
(23.11.2009) Architectenbureau cepezed ontwerpt het nieuwe hoofdkantoor van Leefmilieu Brussel, het voormalig Brussels Instituut voor Milieubeheer. Het gebouw wordt gerealiseerd in één van de grootste en belangrijkste stadsvernieuwingsgebieden in Brussel, het terrein Tour & Taxis van ontwikkelaar Project T&T aan de Havenlaan.
Het gebouw staat tegenover de grootschalige historische gebouwen van het Koninklijk Pakhuis en de Shed-hallen, die recent zijn gerenoveerd en nu onderkomen bieden aan onder meer kantoren, restaurants, designwinkels en culturele evenementen.
Het voorontwerp kenmerkt zich door een compact volume onder een gebold en goeddeels transparant dak. Een centraal atrium is ontworpen als voortzetting van de openbare ruimte, de onderste twee bouwlagen zijn gemakkelijk toegankelijk voor het grote publiek en de oostelijke kantoorvleugel is voorzien van terugspringende terrasvloeren met geïntegreerd groen en een royaal uitzicht over de directe omgeving.
Naast kantoren bevat het nieuwe Leefmilieu Brussel onder andere een bezoekerscentrum rond ecologische thema's, een auditorium, een mediatheek, een vergadercentrum en een restaurant. Op de begane grond ligt tevens een laboratorium, waarvan de grote transparante wanden bezoekers goed zicht bieden op de proeven en testen die Leefmilieu Brussel uitvoert.
,,Ter onderstreping van het belang dat de gebruiker hecht aan groene mobiliteit, is via een andere glaswand ook de fietsenstalling goed te zien. Een prominent gepositioneerde, doorgaande cascadetrap sluit aan op open galerijen en moedigt aan de trap in plaats van de lift te gebruiken”, zegt cepezed.
U-vormig plan
De kantoren bevinden zich op de verdiepingen boven de publieksruimtes. Een oostelijke en een westelijke kantoorbeuk zijn verbonden door een noordelijke zone met liften, voorzieningen en het verticale installatietransport. Een U-vormig plan omarmt zo het zuidelijk gerichte atrium, waarop alle kantoorzones zicht hebben.
Het atrium fungeert als centrale ontmoetingsplek voor gebruikers en bezoekers, speelt daarnaast een belangrijke rol in het installatieconcept en draagt door het grotendeels glazen dak in hoge mate bij aan de transparantie van het ontwerp.
Het nieuwe Leefmilieu Brussel wordt ontworpen volgens de normen die gelden voor passieve gebouwen. Niet alleen voorziet het ontwerp in een compact gebouw met een relatief klein geveloppervlak, zonwerend glas in combinatie met een buitenzonwering die reageert op de zonbelasting garandeert daarnaast een hoge zonwerendheid van de buitenschil.
Toepassing van een drievoudige beglazing in een thermisch onderbroken gevelsysteem vermindert het warmteverlies via de gevels. Individuele spuivoorzieningen in de gevels voorkomen verder te hoge temperaturen in de zomer.
Activering betonvloeren
Warmtetoevoer en -afvoer middels activering van de betonvloeren en een minimum aan mechanische ventilatie moeten er eveneens aan bijdragen dat het gebouw voldoet aan de passiefcriteria. Aanvullend kan het rendement van de warmteterugwinning nog worden verhoogd en kan men de warmte die het atrium invangt gebruiken en waarderen.
,,De combinatie van een passief gebouwontwerp met een klimaatsysteem dat warmte- en koude opslaat in de grond, maakt van het nieuwe Leefmilieu Brussel een vooraanstaand Belgisch en Europees voorbeeldproject op het gebied van duurzaamheid”, besluit het architectenbureau.
Cepezed
Cepezed is een middelgroot, veelvuldig onderscheiden bureau voor ruimtelijk ontwerp dat ruim dertig jaar bestaat. Opdrachten bestrijken de gebieden stedenbouw, industrie, interieur en vooral architectuur. Voor de uitvoering van diverse eigen projecten heeft het bureau zusterbedrijf Bouwteam General Contractors opgericht.
Cepezed is opgericht door Michiel Cohen, Jan Pesman en Rob Zee. De naam van het bureau is afgeleid van de achternamen van deze drie architecten.
www.cepezed.nl
bron: www.architectenweb.nl
(12.10.2009) Na de inhuldiging van het station Luik Guillemins, dat werd ontworpen door Santiago Calatrava, is het nu de beurt aan de Médiacité. Terwijl het station van Luik Guillemins een initiatief is van de publieke sector (NMBS), werd dat van de Médiacité gestuurd vanuit de privé-sector (Wilhelm & Co).
De Médiacité is een ware stadswijk waarvan het basisplan en de schetsen werden getekend door de architectenbureaus Chapman Taylor (Londen) en RTKL. De ruimtes en gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek werden toevertrouwd aan de bekende architect-designer Ron Arad, begeleid door het architectenbureau Jaspers-Eyers. Deze constructie met futuristische en gedurfde vormen, die de meest moderne technologieën en bouwmaterialen combineert, is zowel gericht op economische, commerciële en culturele activiteiten als op ontspanning. Haar vernieuwend karakter werd beloond met een internationaal milieucertificaat (Breeam). Dit certificaat is een première in België voor een gebouw in deze categorie. Deze nieuwe wijk zal binnenkort een winkelcentrum omvatten, een schaatspiste, de Pole Image de Liège (die nu al ongeveer 20 firma's samenbrengt), het nieuwe productiecentrum van de RTBF… Het moet van Luik een onontkoombare pool maken in de Maas- Rijn EUREGIO.
Het nieuwe station en de Médiacité, die belangrijke instrumenten zijn voor de economische heropleving van Luik, zorgen ook voor een culturele vernieuwing van de stad. Dit nieuwe elan werd in juni ingezet door de opening van het Grand-Curtius, een mega-museum dat de parels uit de collecties van Luiks erfgoed omvat.
Op dinsdag 20 oktober zal Peter Wilhelm, oprichter van Wilhelm & Co en promotor-inrichter van de Médiacité, in aanwezigheid van de hoogste Luikse en Waalse autoriteiten, overgaan tot de officiële opening van de Médiacité.
(28.9.2009) Niet alleen bij particulieren groeit het energiebewustzijn. Vanuit zijn voorbeeldfunctie realiseert de overheid almaar meer energievriendelijke gebouwen. Recent nam de Vlaamse Milieumaatschappij een nieuw besturingsgebouw voor het Dijle- en Zennebekken in gebruik. Het complex werd volgens de passiefhuis-standaard gebouwd en is zo een toonbeeld van energie- en milieuvriendelijk bouwen.
In het centrale besturingsgebouw worden alle data van het Dijle- en Zennebekken (peilen, debieten, klepstanden, sluizen,…) gecentraliseerd en beheerd. Het gebouw herbergt daartoe functies als kantoren, een controlekamer, vergaderruimtes, serverlokalen en een garage met werkplaats. Vanuit de passiefhuis-principes werden al deze functies in een compact, rechthoekig volume ondergebracht.
Naast de compactheid besteedden de ontwerpers doorgedreven aandacht aan de isolatie. Het gebouw heeft een totale K-waarde van ± 15. Voor de wanden werd teruggegrepen naar een houtstructuur opgevuld met een 28 cm dikke laag glaswol aangevuld met een 14 cm dikke Silka-blok. Dit resulteert in een U-waarde van 0,13 W/m2K voor de wanden.
Aan de buitenzijde werd de structuur bekleed met thermisch behandeld hout. Dankzij deze behandeling krijgt het hout een verduurzaming zonder daarbij milieubelastende producten te moeten gebruiken.
Milieuvriendelijk materiaal
Het gebruik van Silka heeft een bijkomend voordeel. Het geeft de wanden ook een duurzamer karakter. De ontwerpers zochten voor de wanden naar de bouwsteen met de beste Nibe-milieuclassificatie (zie kaderstuk). Dit is kalkzandsteen (Silka). De combinatie van een isolerende houtstructuur met een gelijmde dragende kalkzandsteen wordt in Duitsland overigens frequenter toegepast in passiefgebouwen. In dit gebouw werd deze werkwijze voor het eerst concreet toegepast in België. Het gebruik van Silka – samen met de welfsels – biedt het gebouw ook de nodige inertie. Hierdoor verbetert het thermisch comfort aanzienlijk. De ontwerpers zochten voor de wanden naar de bouwsteen met de beste Nibe-milieuclassificatie. Dit is Silkakalkzandsteen.
Nibe-milieuclassificatie
De Nibe-milieuclassificatie is een ranglijst opgesteld door het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (www.nibe.org). De lijst schikt producten op basis van hun milieubelasting, levensduur,… Hierbij wordt rekening gehouden met de volledige levenscyclus van het product, van ontginning tot recyclage.
De twee bouwblokken in het gamma van Xella: Silka (kalkzandsteen) en Ytong (cellenbeton) zijn de best scorende steenachtige materialen in de Nibe-lijst. Dit valt te verklaren doordat er voor de productie weinig of geen vervuilende grondstoffen worden gebruikt, de blokken op lage temperatuur worden verhard (autoclaven) en de materialen volledig recycleerbaar zijn.
Gecombineerde wandopbouw als isolerend wapen
Voor dit besturingsgebouw kozen de ontwerpers voor een houtstructuur in combinatie met Silka-kalkzandsteen, omwille van de openbare rol en de aanwezigheid van de technische functies. (Door de hardheid van Silka is beschadiging van muren in de publieke ruimtes uitgesloten.) De totale wanddikte is ruim 52,6 cm dik, waarvan 28 cm is gereserveerd voor isolatie, aangevuld met een Silkalijmblok light. Deze combinatie biedt een U-waarde van 0,13 W/m2K.
Bouwheer: Vlaamse Milieumaatschappij
Architectuur: evr Architecten - Gent
Technieken: 3E - Brussel
Energiebehoefte: < 15 kwh/m2/J
Aannemer: Van hout - div. Batech - Geel
www.xella.be - www.duurzaamenbouwen.be
(22.9.2009) Verschillende massief passiefhuizen zijn vandaag een feit. Het bouwen van het eerste massief passief hotel toont aan dat het concept ook perfect toepasbaar is voor andere gebouwen. De vele voordelen op tal van vlakken zijn alvast de aanzet voor heel wat mogelijkheden en projecten in de toekomst.
De eerste massief passiefhuizen zijn ondertussen gebouwd en dit concept slaat aan. Heel wat bouwers overwegen om een passiefhuis te bouwen met massieve keramische bouwmaterialen van Wienerberger en harde isolatieplaten in polyurethaan van Recticel Insulation. De combinatie van traditionele keramische bouwmaterialen met de economische en ecologische voordelen van een passiefhuis is hierbij doorslaggevend. Meer informatie over dit concept is te vinden via www.massiefpassief.be.
Dit massief passiefhuis concept wordt ondertussen meer en meer toegepast, en dit ook voor niet-residentiële gebouwen. Het eerste massief passief hotel van Vlaanderen komt in Heusden-Zolder, en wordt volledig opgetrokken volgens dezelfde principes en Belgische bouwtradities. Dit hotel zal alvast zeer energiezuinig zijn en is een modelvoorbeeld voor een duurzaam gebouw.
Motivatie van de bouwheer
Ondernemer André Vandebosch kiest voor dit duurzaam hotel volgens het massief passiefhuis principe. "Ik heb lang sceptisch gestaan tegenover duurzaam bouwen. Toen ik uitgenodigd werd op een informatiesessie bij het Steunpunt Duurzaam Bouwen dacht ik dat ik daar allemaal mensen met lange baarden en geitenwollen sokken zou aantreffen die me kost wat kost zouden overtuigen energiezuinig te zijn. Maar niets bleek minder waar. Na een zeer duidelijke uitleg begreep ik dat goed isoleren zeer belangrijk is om geen energie te verspillen en zo ook geld te besparen", zegt hij. "Door de bouwkost en de energiekost zo laag mogelijk te houden, kunnen we de kamers ook goedkoper aanbieden, want hoge energiekosten worden natuurlijk doorgerekend aan de klanten."
"Het hotel zal iets duurder worden om te bouwen, maar door het uitsparen op mijn energiefactuur zal ik binnen enkele jaren die extrakost terugverdiend hebben."
Gebruikte materialen
Basis is een klassieke geïsoleerde spouwmuuropbouw. Het binnenspouwblad wordt uitgevoerd in keramische binnenmuurstenen van het Porotherm Lijm-systeem. Bakstenen zijn thermisch inert, waardoor de stenen overdag langzamer opwarmen en 's nachts hun warmte trager afgeven. Zo zorgen ze altijd voor een aangename binnentemperatuur zonder grote schommelingen. Bovendien kunnen de keramische wanden gemakkelijk luchtdicht gemaakt worden door de binnenzijde te bepleisteren. In de wanden wordt Eurowall spouwisolatie 82 mm verwerkt van Recticel Insulation, en dit in twee geschrankte lagen. Het buitenspouwblad wordt uitgevoerd in Grijs Gesinterd gevelstenen van Terca.
Het platte dak wordt geïsoleerd met Eurothane Silver 100 mm, eveneens in twee geschrankte lagen. Als vloerisolatie: Eurofloor 100 mm, ook in twee geschrankte lagen. Deze combinatie van duurzame isolatie garandeert een perfecte isolatieschil, waarbij koudebruggen uitgesloten zijn. Een vakkundige plaatsing van de isolatie staat hiervoor garant.
(17.8.2009) De voorbije jaren kreeg het station Antwerpen-Centraal een indrukwekkende facelift. Met dit prestigieus project stoomden Eurostation en NMBS-Holding het eclectische bouwwerk – dat in 1905 in opdracht van Koning Leopold II werd gebouwd – klaar voor de komst van de hogesnelheidstrein.
De restauratie en vernieuwing boden de kans om van de stationsbuurt opnieuw een strategische en dynamische omgeving te maken. Met een tweede ingang aan het Kievitplein en een opengewerkte spoorweginfrastructuur is er nu een doorgang naar de achtergelegen stadswijken. De spoorwegkathedraal fungeert als een multimodale hub die auto, metro, bus, fiets en (hogesnelheids)trein in een aangename omgeving met elkaar moet verbinden.
Baanbrekend – letterlijk – is vooral het twintig meter diepe ondergrondse gedeelte, dat zichtbaar is via het atrium. Het maakt van Antwerpen-Centraal een modern en leefbaar station dat bovendien twee stadsgedeeltes met elkaar verbindt. Het ontwerp maakte indruk, want eerder dit jaar werd het Centraal Station door het Amerikaanse magazine Newsweek uitgeroepen tot vierde mooiste station ter wereld.
Jacques Voncke is een zelfstandig architect die in 1996 in het project Antwerpen -Centraal stapte. Hij leidde er een team van architecten en experten van Eurostation, de initiatiefnemer van het vernieuwingsproject. Na ongeveer tien jaar bouwen is het vernieuwde station klaar, terwijl het al die tijd operationeel bleef. Het is Vonckes eerste opdracht van die aard en die omvang. Hoewel hij kon putten uit een jarenlange ervaring als architect was het station heel andere koek. “Er moesten heel wat nieuwigheden bedacht worden,” zegt de architect. Door constant overleg met de toenmalige NMBS en met een team ingenieurs (onder wie Andrew Watt, Luc De Vylder en Pierre Cieters) werden nieuwe inzichten gecreëerd. “Je mag je als ontwerper niet distantiëren van de technische aspecten. Op de duur ga je denken als ingenieur, maar je mag er ook niet helemaal in mee stappen. Je mag het architecturale niet uit het oog verliezen, ook al hebben de ingenieurs het laatste woord, wat het moet realiseerbaar blijven. De samenwerking bleek vruchtbaar, compromissen werden gesloten waardoor bouwkunde en architectuur in evenwicht kwamen. Ik stond voor heel wat uitdagingen, die ik aanpakte als architect, maar ook als treinreiziger. Sinds het project, neem ik de trein. Een reiziger heeft een aangename omgeving nodig, geen steriele overstapmachine, maar een bruisende ontmoetingsplaats."
Ondertussen is architect Voncke volop bezig met het ontwerp van het nieuwe Sint-Pietersstation in Gent, waar de werken eind 2010 moeten beginnen.
Lees het interview met architect Jacques Voncke over de restauratie en uitbreiding van station Antwerpen-Centraal in de Architectenkrant nr.229 (augustus 2009) (pdf-versie hier).
Ter gelegenheid van de plechtige opening van het nieuwe station, wordt er van 20 tot 26 september een feestweek georganiseerd.
Info: www.stationsroman.be – www.eurostation.be?
(17.8.2009) Het New Yorks architectuurbureau REX mag samen met een Belgisch landschapsarchitectuurbureau Bureau Bas Smets de nieuwe bibliotheek in Kortrijk ontwerpen. Het team werd als laureaat uitgeroepen in de wedstrijd “Library of the Future”. Het nieuwbouwproject komt op een heel cruciale plek in de binnenstad. Daarom kregen de kandidaten de bijkomende opdracht om een masterplan voor de stationsomgeving op te maken. De bouw van de bibLLLiotheek zal ten vroegste in 2011 op gang komen.
Kortrijk zoekt een ontwerp voor een multi-functionele bibliotheek waar kennis vergaren in al zijn vormen en aspecten verenigd wordt. Een traditionele bibliotheek met boeken en andere media moet gecombineerd worden met een centrum voor levenslang leren en met het stedelijke Muziekcentrum als partner. De nieuwe combinatie wordt LLLibrary of BibLLLiotheek genoemd.

Een perceel voor het nieuwe gebouw lag al vast, maar lag wat ongelukkig omdat het volledig afgesneden is van het Casinoplein, één van de belangrijkste openbare ruimtes in de stad. Nota bene het bestaande Muziekcentrum stond letterlijk in de weg. De laureaten van de wedstrijd bieden een oplossing door het nieuwe gebouw simpelweg te verschuiven richting Muziekcentrum en de bestaande bebouwing gedeeltelijk te integreren in het nieuwe project. Dit betekent dat de eerder voorziene bouwsite kan gebruikt worden om er commerciële activiteiten op te ontwikkelen, die op hun beurt de kosten van het grootse LLLibrary / BibLLLiotheek project kunnen drukken.
Het verlangen naar een holistische educatie wordt vaak ondermijnd door “leren” in verschillende instituten onder te brengen. Media-gebaseerde vergaring van kennis wordt gelinkt aan een biblioteek, leren van een leraar behoort tot het klassieke onderwijs en praktijk-onderwijs wordt gemonopoliseerd door de performance-sector. Het ontwerp van REX wil deze drie aspecten verenigen in één nieuwe educatie-pool die menselijke en technische intelligentie van een bibliotheek, het Centrum Levenslang Leren en het Muziekcentrum combineert.
Naar aanleiding van de Dag van de architectuur op 11 oktober 2009 zullen de 5 ontwerpvoorstellen voor de bibLLLiotheek aan het publiek tentoongesteld worden in het Muziekcentrum.
Beelden: REX
Bron: Bustler - Archi-Europe
(2.6.2009) Sinds 2 juni is het Hergé-museum in Louvain-la-Neuve open voor publiek. Het gloednieuwe gebouwencomplex is een privé-initiatief van de weduwe van Hergé, Fanny Rodwell, die meer dan 15 miljoen euro veil had voor het project ter ere van haar overleden echtgenoot. Ze nam al in 1996 zelf contact op met architect Christian de Portzamparc, die het gebouw ontwierp.
Het museum is opgevat als een gebroken schip en ook de loopbruggen verwijzen naar de scheepvaart. Hetzelfde idee komt terug in het spandoek op de buitengevel met een tafereel uit de Krab met de Gulden Scharen.
De Portzamparc wilde een licht en speels gebouw. Hij creëerde 12 asymmetrische zalen die door passerelles met elkaar verbonden zijn. Een lift is gekleurd met de blokjes van de Kuifjesraket (maar dan in het blauw).
De locatie van het museum, Louvain-la-Neuve en niet Brussel, is wat omstreden, vooral omdat de kunstenaar geboren en getogen is in de hoofdstad. Jaren lang werden er mogelijke locaties in Brussel voorgesteld, waaronder het Luxemburgstation, waar sinds kort een fresco van Hergé hangt. Maar toen de burgemeester van Louvain-la-Neuve aan de weduwe van Hergé een lap grond aan de rand van een groen gebied aanbood, hapte ze meteen toe. De 200 000 tot 250 000 bezoekers die het museum jaarlijks verwacht, zouden de weg naar het museum gemakkelijk moeten vinden. De vele buitenlandse toeristen zullen er hun hand niet voor omdraaien om vanuit Brussel de trein de nemen en de 30 kilometer naar Louvain-la-Neuve te overbruggen, aldus de museumdirecteur. Het museum ligt op 300 meter van het treinstation.
Het museum is bewust een museum ter ere van de kunstenaar en niet van Kuifje (alleen), alhoewel de stripfiguur natuurlijk een prominente plaats toebedeeld krijgt.
(6.3.2009) De opdracht voor de opknapbeurt van de Europese wijk in Brussel wordt verstrekt aan een team onder leiding van Christian de Portzamparc. Naast zijn eigen bureau behoren ook het Bureau Wirtz International van Jaques Wirtz, Coteba Belgium en het Britse ingenieursbureau Ove Arup tot het consortium.
Dit maakten de vicevoorzitter van de Europese Commissie Siim Kalla en de burgemeester van Brussel Freddy Thielemans vorige donderdag bekend. Het team heeft nu vier maanden om het stedenbouwkundig ontwerp te verfijnen, zodat duidelijk wordt wat het nieuwe gezicht van de Europese wijk zal zijn.
Op basis hiervan zal een bestemmingspan vastgesteld worden. Voor het ontwerp van de verschillende gebouwen worden prijsvragen uitgeschreven.
De wedstrijd voor het stedenbouwkundig ontwerp is uitgeschreven door het gewest Brussel, in samenwerking met de gemeente Brussel en de Europese Commissie. Van de 35 inzendingen werden er vijf geselecteerd. De uiteindelijke keuze werd gemaakt door een adviescomité. Portzamparc ontving de opdracht ten koste van onder andere Rem Koolhaas.
Het doel van de wedstrijd is het veranderen van het gebied rond de Wetstraat van een administratiegebied tot een gemengde wijk. Er komen woningen en winkels bij. Hiernaast zal een groot deel van de kantoren van de Europese Commissie naar de Wetstraat verhuizen. De kantoren waarin de Commissie nu huist zullen verbouwd worden tot woningen.
Volgens de jury voldoet het voorstel van Portzamparc aan alle voorwaarden en ambities. Zij prijst het ontwerp als origineel en stelt dat het Europa een sterke identiteit geeft. Tegelijkertijd zorgt het voor een goede verbinding met de omliggende wijken.
Doordat in het ontwerp voetgangers fietsers en het openbaar vervoer de ruimte krijgen, kan het ook als een milieuvriendelijk plan worden beschouwd.
De inzendingen van de vijf finalisten zullen in de zomer van dit jaar tentoongesteld worden. In 2011 moet begonnen worden met de eerste werken.
(19.1.2009) De toekomstige hoofdzetel van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen wordt vormgegeven door het architectenbureau Zaha Hadid Architects uit Londen. Dat heeft de raad van bestuur van het Havenbedrijf op 13 januari beslist.
Het Gemeentelijk Havenbedrijf wil met de centralisatie van de administratieve en technische diensten de bedrijfswerking optimaliseren. Naast een betere huisvesting wil het toekomstige Havenhuis ook bijdragen aan de verdere stadsontwikkeling en uitstraling van het Eilandje. Voor de keuze van een ontwerper werd geopteerd voor de procedure van een Open Oproep van de Vlaamse Bouwmeester, die in december 2007 werd gelanceerd en waaraan bijna honderd architectenbureaus hebben deelgenomen. Ze kregen ook een opdracht naar duurzaam bouwen mee. Vijf bureaus werden in een eerste fase geselecteerd:
De jury koos voor het ontwerp van Zaha Hadid Architects omdat dit project het meest het huidige gebouw in zijn waarde laat als monument en er een apart object wordt toegevoegd aan de site.
De geraamde bouwkost bedraagt 31,5 miljoen euro exclusief btw en erelonen. Dit omvat alle werkzaamheden voor een kantoorgebouw met een vloeroppervlakte van ongeveer 12 700 m² voor ca. 500 werkplekken en een ondergrondse parkeergarage voor zowat 300 wagens.
Het ontwerpteam ZHA (Zaha Hadid Architects) stelt een zeer dynamische architectuur voor die de dialoog aangaat met de Oosterweelverbinding: de Lange Wapperbrug wordt als decor gebruikt voor het nieuwe Havenhuis. Door zijn specifieke vormgeving, gevelarchitectuur en een hoogte tot 46 meter is het nieuwe Havenhuis een iconisch gebouw zichtbaar vanuit diverse invalshoeken.
Het concept is een vrije interpretatie van een balkvormig volume dat wordt opgetild boven de bestaande brandweerkazerne en steunt op drie betonnen, sculpturale pijlers waarin de trappen en liften zijn verwerkt. Het nieuwe volume is noord-zuid georiënteerd en ligt evenwijdig aan het Kattendijkdok. De kop van het gebouw langs de zuidzijde is een raam naar de stad toe en geeft duidelijk het begin van het havengebied aan.
De gevels zijn opgebouwd uit glazen driehoeken – al dan niet transparant of spiegelend. Deze zijn niet opgebouwd in één vlakke gevel maar roteren lichtjes ten opzichte van elkaar zodat de lichtinval een mooi reflecterend spel geeft. De facetopbouw verwijst naar de diamantsector van Antwerpen.
De huidige brandweerkazerne wordt gevrijwaard van bebouwing rondom zodat de vier buitengevels volledig gerespecteerd blijven. De binnenplaats wordt ter hoogte van de tweede verdieping overdekt om een geklimatiseerde binnenruimte te creëren. Deze centrale inkomhal wordt beschouwd als een semipublieke ruimte met verschillende loketfuncties. Zo worden de balies (personeelsdienst, havenkapiteindienst, stedenbouwkundige vergunningen en milieu, havenrechten) geïntegreerd in de poorten van de binnengevels.
(1.12.2008) De Nederlandse architect en urbanist Rem Koolhaas werd aangeschreven om een deel van de gevel van de BOZAR aan de kant van de Hortastraat te renoveren. Het Paleis voor Schone Kunsten is het laatste grote architecturale meesterwerk van Victor Horta, gebouwd tussen 1918 en 1927.
Aan die gevelzijde komt ook een nieuw café-restaurant. Er werd nog geen contract getekend, maar het project zou moeten voltooid zijn in de zomer van volgend jaar, aldus BOZAR-woordvoerder Eric Vancoppenolle. Koolhaas zal instaan voor het ontwerp van zowel de gevel als het restaurant. Op dit ogenblik is er enkel een tijdelijke brasserie. De details van de plannen zijn nog niet bekend.
Het Paleis voor Schone Kunsten staat al enkele jaren in de steigers voor een grondige renovatie, die tegen 2012 afgerond zou moeten zijn. Na een periode waarin vooral techniek en veiligheid werden verbeterd, wil BOZAR-directeur Paul Dujardin nu vooral werk maken van de esthetische uitstraling. Net daarvoor heeft Dujardin Koolhaas aangesproken: "Hij levert ideeën om van het gebouw een echte attractiepool te maken. De inkompartij van Bozar heeft een sterkere dynamiek en visibiliteit nodig," vindt de directeur.

(9.10.2008) Henri Jacobs mag met reden dé scholenbouwer van Brussel aan het begin van de 20ste eeuw genoemd worden. De huidige Ecole en Couleurs in Vorst, is het vierde schoolgebouw en beschermd monument van Jacobs dat wordt gerenoveerd.
Tijdens de tweede helft van de 19de eeuw zetten liberale en progressieve politici hun schouders onder de ontwikkeling van het openbaar onderwijs in ons land. Voor dit vrijzinnige onderwijs werden schoolgebouwen ontworpen die een toonbeeld van moderniteit waren en een echt totaalkunstwerk waren met muurschilderingen, meubilair, verlichting, sgraffiti...


Architect Henri Jacobs, niet toevallig de zoon van een inspecteur-generaal in het lager onderwijs, was een van diegenen die brak met de neogotische stijl van de katholieke scholen en met de classicistische stijl die door Karel Buls werd gepromoot. Over heel Brussel ontwierp Jacobs, een tijdgenoot van Victor Horta, scholen in Art Nouveaustijl, vaak in samenwerking met gerenommeerde kunstenaars zoals Privat Livemont, die gespecialiseerd was in de sgraffito-techniek. Jacobs toonde daarmee aan dat de Art Nouveau geen stijl was die moest worden voorbehouden aan de elite, maar waarvan iedereen moest kunnen genieten. Hij besteedde ook de grootste aandacht aan de hygiënische opvattingen die vanaf het eind van de 19de eeuw werden gepromoot.
Brussels staatssecretaris voor Monumenten en Landschappen Emir Kir heeft 374 553,54 euro (of 80% van de totale geraamde kostprijs) veil voor de restauratie van de gevels en de daken van het schoolgebouw (als monument beschermd sinds 1998). Het werd tussen 1905 en 1911 gebouwd om een antwoord te bieden aan het groeiend aantal bewoners (en dus ook kinderen) in de wijk Marconi-Rodenbach. Net zoals zijn andere ontwerpen voor schoolgebouwen, verenigde hij een rationeel én esthetisch concept, een kwalitatieve ruimte-indeling en aandacht voor verlichting. Zijn persoonlijke stijl is duidelijk schatplichtig aan de Art Nouveau met een voorliefde voor moderne materialen en veelkleurige elementen.
(3.10.2008) Binnen 100 weken opent M. M staat voor 'Museum Leuven', de naam voor een nieuw museum (-gebouw en -concept) - een vervolg op het stedelijk museum Vander Kelen-Mertens - ontworpen door architect Stéphane Beel.
Beel tekent voor een ruim en strak museumgebouw dat een nieuw baken moet worden in de binnenstad van Leuven. Het project bestaat uit een uitbreiding en een herinrichting van het bestaande museum.
De architect spreidt zes bouwlagen over twee bestaande (het voormalige academiegebouw en de woning Vander Kelen-Mertens) en twee nieuwe panden. De circulatie wordt geoptimaliseerd, er wordt ondergrondse stockage-ruimte voorzien en ook de tuin wordt aangepakt en getransformeerd tot een ontmoetingsplaats en circulatiezone. Met een totale oppervlakte van 13 500 vierkante meter, wordt M het grootste cultuurhuis en een belangrijk nieuw stadsgezicht van Leuven.
M zal oude en nieuwe kunst presenteren die geïnspireerd is door de veelzijdigheid van Leuven. Het vernieuwde museum opent in het najaar van 2009 met een vernieuwde vaste opstelling en tentoonstellingen met werk van Rogier van der Weyden en Jan Vercruysse.
(2.10.2008) Tweewaters wordt de naam van het nieuwe stadsdeel in het centrum van Leuven, gelegen tussen de Vaartkom en de Dijle.
Vandaag wordt de omgeving gekenmerkt door enorme fabrieksgebouwen, maar daarin komt verandering. De Belgische projectontwikkelaar Ertzberg bouwt op een oppervlakte van 11 hectare de stadswijk van de toekomst die ruimte zal bieden aan 5.000 wonenden en werkenden. Hiermee is “Tweewaters” - dat ontworpen wordt door architecten Stéphane Beel en Xaveer De Geyter - de grootste en meest ambitieuze centrumstedelijke ontwikkeling van België.
Er komen 1.200 nieuwe wooneenheden in een brede waaier aan woonvormen, het bestaande industriële patrimonium (o.a. de Silo’s, Molens van Orshoven) krijgt een herbestemming.
Het gebied Tweewaters wordt volledig autovrij en er blijft ongeveer 70 % van de ruimte onbebouwd. Dit uitzonderlijke cijfer is haalbaar door lagere gebouwen af te wisselen met een aantal torens. De herontwikkeling van de Vaartkom biedt de ideale kans om de Dijle opnieuw in beeld te brengen en de groene oevers te laten aansluiten bij het nieuwe park. Landschapsarchitect Desvigne werkt aan een ecologisch verantwoord ontwerp.
Bedoeling is 82% minder energie te verbruiken dan de Belgische wettelijke norm voorschrijft. Er zal 100% gebruik gemaakt worden van groene stroom en groene verwarming door lokale energieproductie met het stadsverwarmingsnet. Dat betekent een jaarlijkse reductie van 9.240 ton CO². Hierdoor wordt de eerste CO²-negatieve stadswijk gecreëerd. Er komen sociale voorzieningen zoals een intranet voor de wijk en de buurt met gezinsondersteunende dienstverlening.

In het Oost-Vlaamse Eke, bij Gent, leggen bouwvakkers de laatste hand aan Park Ter Eecken. Het project omvat naast vijf appartementsblokken een eigen supermarkt. De gevel wordt bekleed met verlijmde Indische natuursteen.
Indische natuursteen
Verschillende soorten gevelsteen moeten het sobere vormenspel van Park Ter Eecken een karaktervolle uitstraling geven. Vooral de grote stukken (800 m² in totaal) Indische natuursteen in de voor- en achtergevel vormen een onderscheidende factor voor het project. “We hebben de natuursteen verlijmd alsof het gewoon om bakstenen gaat”, licht architect René Bruggeman toe. Een bestaande techniek dus in een nieuwe toepassing. De natuurstenen zijn semi-manueel gekalibreerd, zodat ze vlak genoeg waren om te kunnen verwerken als parament. “Door dat kalibreren zijn er allemaal horizontale lijnen op de stenen achtergebleven, waardoor elke steen uniek wordt en het geheel erg interessant.”
Park Ter Eecken is het resultaat van een intense samenwerking tussen drie projectpartners en tientallen omwonenden. De eigenaars van de grond waarop de gebouwen opgetrokken zijn, besloten samen één totaalproject uit te werken in plaats van drie afzonderlijke projecten.
(20/06/08) Een gezamenlijke inzending van het Amerikaanse architectenbureau Perkins+Will en het Belgische bureau Emile Verhaegen is door een jury van de katholieke universiteit van Louvain-la-Neuve (UCL) gekozen als het winnende ontwerp voor de bouw van een toekomstig stadsmuseum.
Het ontwerp van Perkins+Will et Emile Verhaegen is een harmonie van rondingen. Het gebouw krijgt een centraal atrium waarop de bezoeker zich ten alle tijde kan oriënteren. Zuilen, groendaken, heldere ruimtes met veel glas en stedelijke passages karakteriseren de plek. Bijzondere aandacht gaat naar de verlichting, zowel de natuurlijke als de artificiële, om de tentoongestelde werken optimaal tot hun recht te laten komen. Er komt een grote polyvalente ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen. Twee ingangen, één aan de kant van de Aula Magna en één langs het meer van Louvain-La-Neuve, geven toegang tot het museum. De vele toegangswegen moeten de passage van de ene naar de andere wijk vergemakkelijken.
In november vorig jaar had de UCL een internationale architectuurwedstrijd uitgeschreven met het oog op de realisatie van een museum. De jury sprak haar appreciatie voor de creativiteit van het winnende ontwerp uit. Zodra het gebouwd is, moet het museum volgens de jury een krachtig beeld uitmaken binnen het landschapskader van Louvain-la-Neuve. Het museum zal zichtbaar zijn van op de Grote Markt en de universiteitscampus. Bij de lancering van de wedstrijd was het budget voor dit ambitieuze project vastgelegd op twaalf miljoen euro.
In februari werden vier finalisten geselecteerd. Naast de uiteindelijke winnaars waren ook de projecten van Massimiliano Fuksas, Charles Vandenhove en het Londense bureau Tectonics weerhouden. Tot 28 augustus organiseert de UCL een expo over de projecten van de vier finalisten.
(03/06/08) Met het optrekken van de twee 55 meter hoge torens van Westkaai neemt de opwaardering van het Eilandje nu echt concrete vormen aan. Vandaag zijn al meer dan 60 procent van de appartementen van torens 1 en 2 verkocht en de bestemming van de 4 andere torens ligt ook al in grote lijnen vast.
Na de particuliere interesse hebben ook de investeerders hun weg gevonden naar Westkaai. Zo is er een overeenkomst met Zilver Avenue om in toren 4 een senior livingproject onder te brengen.
Minder dan een jaar na de voorstelling van het project heeft Westkaai zijn plaats al veroverd in de skyline van Antwerpen. Met het bereiken van de totale hoogte van 55 meter kan de afwerking van de eerste twee torens nu beginnen. De oplevering van toren 1 en 2 is voorzien voor eind 2009. Pas dan zal gestart worden met de bouw van fase 2, met eerst de bouw van toren 4 en daarna toren 3. Fase 2 zal trouwens volledig ontworpen worden door de bekende Britse architect David Chipperfield.
De uiteindelijke opleverdatum voor toren 6 is volgens planning voorzien voor 2013. Over de bestemming van de verschillende torens is ook al meer duidelijkheid : torens 1, 2 en 3 hebben een pure residentiële functie, terwijl toren 4 gereserveerd is voor een senior living-project van ‘Zilver Avenue’. Toren 5 en 6 krijgen naar alle waarschijnlijkheid een commerciële invulling, de bestemming ervan wordt later bepaald.
(03/06/08) In Brussel is het ontwerp van de Premium Tower voorgesteld. Dat is een woontoren van 140 meter hoog – meteen de hoogste van het land. Vastgoedpromotor Atenor deed een beroep op architecten Yves Lion en Michel Verliefden voor het ontwerp.
Het project komt langs het kanaal in Brussel, ter hoogte van Tour & Taxi en een gepland openluchtzwembad met park, langs de Willebroekkaai. Er worden 260 woningen in hoogbouw en 115 in laagbouw voorzien. Verder is er ook ruimte voor kantoren (30.000 m²), winkels en horeca (1.600 m²). Er komt ook een binnenzwembad, cinemazaal en wellnesscentrum in het complex. Bij Atenor willen ze echter niet gezegd hebben dat het een luxewoontoren wordt. Het project wil ook duurzaam zijn met co-generatie, regenwaterrecuperatie en een airconditioning die zal functioneren met water uit het kanaal.
Voor de toren moeten oude magazijnen van Delhaize wijken. De afbraak daarvan begint eind dit jaar. De kantoren zouden opgeleverd worden in 2011, de appartementen begin 2013.
(27/05/08) De Antwerpse projectontwikkelaar Himmos kondigt de start aan van de graafwerkzaamheden op de Bavière-site. Meteen ook het startschot van één van de grootste residentiële vastgoedprojecten die de stad Luik ooit heeft gekend: de herinrichting van de site van het oude Bavière-ziekenhuis voor de bouw van een nieuwe residentiële wijk met meer dan 600 woningen, kantoren en winkels.
Een groots project
“Een historische datum. Nadat de site meer dan vijftien jaar aan zijn lot werd overgelaten, kan Bavière nu aan een tweede leven beginnen”, zegt Michel Firket, schepen van Stedenbouw, Milieu, Toerisme en Duurzame Ontwikkeling van de stad Luik. “Deze eerste fase van de werken is niet van de minste (180 woningen) en sluit volgens ons perfect aan op de ambitie die het College voor deze site in gedachten had. Meerbepaald een sterke en innoverende stedenbouwkundige oplossing die past in de continuïteit van de bestaande context; het streven naar levenskwaliteit; een gediversifieerde en interessante architectuur; een duurzaam project en een belangrijk signaal voor de nieuwe ontwikkeling van de Outremeuse-wijk.”
(14/05/08) bOb Van Reeth (awg architecten) is door de Vlaamse regering aangesteld om het nieuwe Holocaustmuseum in Mechelen te ontwerpen.
(15/04/08) Het oude karmelietenklooster waar het Museum in ondergebracht is, werd bedacht met een nieuwe vleugel, getekend door de Belgische architect Olivier Bastin en zijn team (Bureau l'Escaut Architecture). Daardoor wordt de tentoonstellingsoppervlakte van het museum aanzienlijk vergroot ( van 1550 m² naar 2200 m²) en wordt het museum één van de belangrijkste fotografiemusea in Europa (8000 m2), met een verzameling van 80.000 foto's - waarvan meer dan 800 continu worden tentoongesteld - en maar liefst 3 miljoen bewaarde negatieven.
De uitbreiding maakt het voor het fotografiemuseum mogelijk haar uitstraling te vergroten en te beantwoorden aan de nieuwe behoeftes op het gebied van tentoonstellingen, programmering, beheer en educatieve diensten. De eigenzinnige architectuur van het museum brengt een hulde aan het medium van de fotografie. Ontworpen in opeenvolgende dieptewerkingen, rangschikt het nieuwe gebouw de kadrering en het uitzicht op het park en de omgeving die daardoor het focuspunt of achtergrond wordt voor een ruimtelijke scenografie. De museografie grijpt deze externe experimentatie aan en herschikt die in de vorm van veelvuldige doorkijken.
Ondanks de belangrijke inrichtingen die tien jaar geleden plaatsvonden om zich beter aan te passen aan de nieuwe functie, bood het oude klooster van Mont-sur-Marchienne te weinig plaats om het voor het Fotografiemuseum mogelijk te maken haar uitstraling te vergroten en te beantwoorden aan de nieuwe behoeftes op het gebied van tentoonstellingen, programmering, beheer en educatieve diensten. De nieuwe hedendaagse vleugel van het museum, die werd gefinancierd door Europese fondsen en door de Franse Gemeenschap Wallonië- Brussel, is in de maand mei een feit.
Het nieuwe gebouw is de vrucht van een lang rijpingsproces dat begin jaren 1990 werd aangevangen in overleg tussen Olivier Bastin en zijn team van het bureau L’Escaut Architecture, Xavier Canonne, directeur van het museum, en de dienst infrastructuur van de Franse Gemeenschap. De nieuwe vleugel, die is ingepland in het park van het oude karmelietenklooster, herverdeelt de functies zowel langs de binnenkant (programmatie) als de buitenkant van het museum (het park wordt openbaar en verbindt de belendende, publieke uitrusting) in een visie die de buurt omarmt en zich uitstrekt tot aan de naburige publieke ruimte.
Ontworpen in opeenvolgende dieptewerkingen, rangschikt het nieuwe gebouw de kadrering en het uitzicht op het park en de omgeving die daardoor het focuspunt wordt of de achtergrond voor een scène van een ruimtelijke scenografie. De museografie grijpt deze externe experimentatie aan en herschikt die in de vorm van veelvuldige doorkijken. Het specifieke aan deze gedurfde constructie vertaalt zich voornamelijk door twee elementen: haar houten structuur (de gebruikte technieken zijn een première in Europa) en het omhulsel in aluminium, ontworpen door de Belgische kunstenares Jeanine Cohen. Dit omhulsel biedt zowel een diepte als een vibratie die verandert volgens het licht en het moment van de dag. Het gebouw is in een continue «fotocompositie».
Dankzij deze nieuwe middelen voor conservatie, onthaal en ontwikkeling, verstevigt het Fotografiemuseum van Charleroi (centrum voor hedendaagse kunst van de Franse Gemeenschap Wallonië- Brussel) haar verankering en uitstraling zowel op lokaal als nationaal vlak, maar vooral ook op international vlak, aangezien het museum het grootste en één van de belangrijkste musea van Europa wordt dat exclusief gewijd is aan fotografie.
(15/04/08) Terwijl zijn volledig nieuwe station Luik-Guillemins bijna afgewerkt is, heeft Santiago Calatrava zijn definitieve plannen voor het nieuwe station van Bergen voorgesteld. In de plannen is een voetgangersbrug voorzien die het stadscentrum verbindt met een nieuwe commerciële zone aan de andere kant van het station.
In 2006 werd een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor een nieuw station, de heraanleg van de omgeving en een verbinding tussen de stadsdelen aan weerszijden van het station. De Spaanse architect kwam als winnaar uit de bus. Er wordt 100 miljoen uitgetrokken voor de bouw van het nieuwe station. De werken zullen zeven jaar in beslag nemen.
(20/02/08) Langs de E313 in Herentals wordt momenteel gebouwd aan ‘Frame 21’. Dat is een bedrijfsgebouw ontworpen door het Antwerpse bureau B-Architecten voor Drisag, een Belgische fabrikant van kantoormeubilair.
Met een imposante nieuwbouw die momenteel verrijst langs de E313 in Herentals, toont Drisag, specialist in zitmeubilair voor kantoren, dat 2008 een keerpunt wordt. Frame 21 wordt mede dankzij de zichtlocatie en het gedurfd ontwerp hét uithangbord van Drisag dat in 2008 zijn dertigste verjaardag viert. De verhuis kadert in een totaalproject waarbij niet alleen de huisstijl en het logo maar ook het productenassortiment volledig vernieuwd worden. Designed to feel good at work wordt de nieuwe baseline van Drisag en die vertaalt perfect de core business en de ambities van het Herentalse bedrijf dat momenteel in volle groei is.
Drisag ontwikkelt en produceert professioneel zitmeubilair, zowel onder eigen Drisag-label als onder diverse private labels. Hiervoor doet Drisag een beroep op getalenteerde ontwerpers uit binnen- en buitenland. Daarnaast is Drisag ook actief in de kantoorinrichting waarbij eigen binnenhuisarchitecten en projectadviseurs de klanten begeleiden vanaf het werkplekonderzoek tot en met de oplevering en de dienst na verkoop. Voor deze kantoorinrichting zet Drisag niet alleen zijn eigen producten in, maar ook kwaliteitsvol en fraai meubilair van diverse strategische partners.
Zichtlocatie
De frisse en grensverleggende aanpak die Drisag nastreeft, krijgt nu ook zijn verlengstuk in de huisvesting van het bedrijf. Samen met Groep Heylen ontwikkelde Drisag het nu al spraakmakende project Frame 21 dat een oriëntatiepunt zal worden voor iedereen die Herentals passeert. De ontwerpopdracht werd toevertrouwd aan het jonge, getalenteerde bureau B-architecten uit Antwerpen dat op de proppen kwam met een creatief ontwerp dat perfect inspeelt op de zichtlocatie. De ontwerpers laten de grenzen tussen binnen en buiten, tussen werken en ontspannen op intrigerende wijze vervagen. Aannemer van dienst is industriebouwer Willy Naessens.
(30/10/07) Maandag 29 oktober heeft voetbalclub AA Gent de definitieve plannen bekend gemaakt voor het nieuwe Arteveldestadion. Dat zal gebouwd worden op de site van de Groothandelsmarkt. Het is de bedoeling dat er in augustus 2009 in het nieuwe stadion gevoetbald wordt.
"Een historisch moment voor zowel onze club als deze stad”, zo sprak AA Gent-voorzitter Ivan De Witte. “We stellen vandaag een fantastisch project voor. Vandaag dienen we immers de bouwaanvraag in bij de Stad Gent.”
(29/10/07) In Antwerpen werd vorige week de eerste steen gelegd van een grootschalige uitbreiding van het vermaarde kunstencentrum deSingel. Zowel Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V), Vlaams viceminister-president Dirk Van Mechelen (Open Vld) en Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux (Spirit) waren daarbij aanwezig.
Het deSingelcomplex wordt uitgebreid met een nieuwbouw getekend door architect Stéphane Beel, die eerder al enkele aanpassingen deed aan het gebouw. Het gaat om een uitbreiding die aansluit bij het huidige complex. Voor deSingel omvat de nieuwbouw een ruim café-restaurant, een tentoonstellingsruimte, een multimediaruimte en artshop, een theaterwerkplaats, een dansstudio en een repetitieruimte voor muziekensembles.
De aanbouw wordt 12.000 m² groot en moet klaar zijn in 2010. De uitbreiding kadert in de ambitie van deSingel om uit te groeien tot een internationale kunstcampus. De bestaande gebouwen van deSingel dateren uit 1968 en zijn een ontwerp van architect Léon Stynen (1899-1990).
(24/10/07) De federale Regie der Gebouwen heeft de tijdelijke vereniging Stéphane Beel Architecten + Origin Architecture and Engineering + Niek Kortekaas + Michel Devisgne + Arup NL aangesteld voor het opstellen van een masterplan voor de site van het Afrikamuseum in Tervuren en de herinrichting van het museumgebouw zelf.
(09/10/07) Op vrijdag 5 oktober werd symbolisch de eerste steen gelegd voor de Zenith-toren. Deze nieuwe kantoortoren moet het sluitstuk worden van de urbanisatie van de Brusselse Noordwijk die bijna dertig jaar geleden werd ingezet.
(03/09/07) Brussels minister van Openbare Werken Pascal Smet (sp.a) heeft in overleg met Joël Riguelle, burgemeester van Sint-Agatha-Berchem, een ontwerper aangeduid voor de heraanleg van het Schweitzerplein. Op basis van hun wedstrijdontwerp zal een jong ontwerpteam rond B612 Associates en T2 Spatialworks de belangrijkste publieke ruimte van de Brusselse gemeente Sint-Agatha-Berchem een nieuw gezicht geven. De werken starten in de zomer van 2009. Het nieuwe plein zal begin 2010 in gebruik genomen worden. Kostprijs van de heraanleg is 1,3 miljoen euro.
(06/09/07) Op woensdag 5 september werd de poolbasis prinses Elisabeth plechtig geopend in Brussel. Het wetenschappelijk onderzoeksstation werd in een testfase gemonteerd op de site van Tour & Taxis, als algemene repetitie voor de montage op de Zuidpool. Deze eerste ‘zero emission’ basis voorziet volledig in haar eigen energiebehoefte.
(24-08-07) De Dexia-toren aan het Rogierplein in Brussel zal vanaf 15 oktober het weer voorspellen. Afhankelijk van de weersverwachtingen voor de volgende dag, zal de toren elke dag een andere kleur aannemen.
(06-07-07) Het nieuwe gerechtshof in de hoofdstad van Henegouwen werd op 2 juli geopend in aanwezigheid van een rist prominenten, waaronder burgemeester Di Rupo, ministers Reynders en Onkelinx en Prins Filip.
(29-06-07) Het project omvat zes woontorens van zestien verdiepingen (55m) aan het Kattendijkdok. Gerenommeerde architecten als Diener & Diener Architekten, David Chipperfield, Gigon|Guyer en Michel Desvigne staan in voor het ontwerp.
(29-06-07) Enkele dagen geleden werd in de vurige stede de eerste steen gelegd van Mediacité. Dat is een groots project bedacht, door Ron Arad, met oog voor duurzame ontwikkeling en stadsvernieuwing.
Onze hoofdstad bewijst wel degelijk open te staan voor gedurfde projecten.. De nieuwe Brigittinenkerk bijvoorbeeld, die tegen het einde van de zomer zal af zijn. Een creatie van de Italiaanse architect Andrea Bruno.
In 2002 overtuigde Andrea Bruno, naar aanleiding van een internationale ontwerpwedstrijd, de stad Brussel met zijn project voor de Brigittinenkerk. Vijf jaar later bevindt het project zich in de fase van de afwerking. In de loop van augustus zal het nieuwe gebouw ingehuldigd worden. Bruno is in heel Europa bekend om zijn omgang met beschermd erfgoed. Zo restaureerde hij het Palazzo di Rivoli in Turijn en tekende hij voor de reconstructie van de beroemde brug van Mostar in Bosnië – Herzegovina (vernietigd door de oorlogen in ex-Joegoslavië).
De barokke voorgevel van de oude kerk, gebouwd in 1663 en geklasseerd in de jaren 1950, werd ongemoeid gelaten. Ernaast verrees een dubbelganger. Als een hedendaags antwoord op de oude kerk, met eenzelfde vorm, eenzelfde hoogte en een gelijkaardige allure, maar van een grote architecturale kwaliteit. De gevel is bekleed met verroest cortenstaal. De oude en nieuwe ‘kerk’ zijn verbonden met een transparante traphal.
De Brigittinenkerk – vlakbij het station Kapelekerk in de Marollenwijk – was al langer de vaste stek voor het Centrum voor Hedendaagse Bewegings- en Stemkunt, maar was met haar structuur als een grote ruimte, niet altijd geschikt als locatie voor evenementen. De nieuwe dubbelganger voorziet daarom in alle faciliteiten voor een beter invullen van de nieuwe culturele rol van de kerk. Er is een lumineuze hal, een spektakelzaal voor 100 personen, een restaurant, een appartement enz.
(22-06-07) Maandag 18 juni legden Brussels staatssecretaris voor Huisvesting en Stedenbouw Françoise Dupuis (PS) en burgemeester Freddy Thielemans (PS) de eerste steen van de nieuwe tuinwijk Kraatbos, een complex met 58 nieuwe sociale woningen. Het project kadert in het Huisvestingsplan voor de hoofdstad. Dat voorziet de bouw van 5.000 nieuwe woningen tegen 2009. Er zijn al concrete plannen voor 3.700 woningen. De tuinwijk Kraatbos wordt gebouwd aan de Versailleslaan in Neder-Over-Heembeek (Brussel-Stad).
(01-06-07) Afgelopen weekend is het nieuwe Centrum voor Hedendaagse Kunst Wiels geopend voor het publiek. De herwaardering van de industriële site van de voormalige brouwerij Wielemans in Vorst is echter nog niet voltooid.
Het Centrum voor Hedendaagse Kunst, gevestigd in het opmerkelijke hoekgebouw van de voormalige brouwerij Wielemans-Ceuppens in Vorst, opende op 25 mei 2007 gedeeltelijk zijn deuren. Het publiek kon de monumentale brouwzaal en een gedeelte van de tentoonstellingszalen ontdekken. De volledige voltooiing van de restauratiewerken van het kunstcentrum Wiels is voor de zomer van 2008 gepland. De restauratiewerken van dit gebouw, een zeldzame getuige van modernistische industriële architectuur in Brussel, worden door het architectenbureau ART & BUILD met beheerste eenvoud geleid.
Na jarenlang verval gingen de restauratiewerken van het indrukwekkend betonnen gebouw in januari 2005 van start. De werken gebeurden in twee fasen. De eerste fase omvatte de restauratie van de buitenkant van het gebouw (gevel, buitenbepleistering, dak, ramen en smeedwerk). De tweede fase betreft de restauratie van de binnenkant van het gebouw en de inrichting en aanpassing van de bestaande ruimten voor hun herbestemming tot kunstcentrum.
De architecten hebben het beschermde ‘Blomme’-gebouw met uiterste nauwkeurigheid en zorg bestudeerd om de integriteit en homogeniteit van de door architect Adrien Blomme ontworpen volumes te bewaren.
De belangrijke functies - tentoonstellingszalen, brouwerij, documentatiecentrum, onthaalbalie, polyvalente zaal, auditorium - worden in de bestaande ruimten met een minimale inbreng van speciale technieken en meubilair ingericht. De monumentale brouwzaal, in art-decostijl, wordt een prestigieuze zaal die de foyer herbergt. Het café-restaurant dat in september opent, zal via de hoofdingang op de Van Volxemlaan direct voor het publiek toegankelijk zijn. Dat trefpunt moet de wijk nieuw leven inblazen. Van de oorspronkelijke acht brouwkuipen zijn slechts drie van vandalisme gespaard gebleven. Deze drie brouwkuipen worden identiek gerestaureerd.
De organisatie van het verticaal verkeer binnen het gebouw vergt de zwaarste ingrepen. De bewust discrete toren van de goederenlift bevindt zich op de binnenplaats aan de achterkant van het gebouw. De toren komt in het verlengde van de tentoonstellingszalen en wordt met gelakte aluminium golfplaat bekleed. Deze afwerking, met een uitgesproken functioneel en bijna tijdelijk karakter, is een expliciete verwijzing naar de industriële wereld. Het overige verticaal verkeer (lift, brandtrap, hoofdtrap) bevindt zich in de bestaande silo’s, zodat de oorspronkelijke volumes bewaard blijven. Een gedeelte van de oude silo’s wordt tot kunstenaarsateliers herbestemd waarbij met de oorspronkelijke lay-out rekening wordt gehouden.
De grote tentoonstellingsruimten - 1.800 m² verdeeld over drie verdiepingen - worden onafgewerkt gelaten. Dankzij hun ruime natuurlijke verlichting en aanzienlijke hoogte, lenen zij zich uitstekend voor de tentoonstelling van beeldhouwwerken. De afwerking is eenvoudig: een gewaxte bedrijfsvloer op basis van magnesium, geschilderde betonnen muren waarbij de techniek zichtbaar blijft. Een ingericht dakterras biedt een panoramisch uitzicht over de hele site en de stad.
Wiels ligt in de lijn van een Europese logica van de herinrichting van een industrieel erfgoed waarvan de architecturale en ruimtelijke eigenschappen bij de voorstelling van de hedendaagse kunststromingen aansluiten. In dergelijke context uiten de tussenkomst en kwaliteit van de architect zich in eenvoud. De bescherming van het historisch erfgoed van het Blomme-gebouw, zijn restauratie en herbestemming tot kunstcentrum, dragen bij aan de stadsvernieuwing van een hele wijk. De site wordt opnieuw een dynamische stedelijke aantrekkingspool en komt aan een - langverwachte - behoefte tegemoet, namelijk die van een hedendaags Brussels kunstcentrum met internationale uitstraling.
www.artbuild.com
www.wiels.org
(18-05-07). Het Gentse architectenbureau Robbrecht en Daem Architecten krijgt de leiding over de restauratie van de Boekentoren, de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit Gent. Volgens een voorlopige planning zal de studie van de eerste restauratieronde afgerond zijn eind 2009. Ten vroegste in 2010 zullen de werken worden aanbesteed voor de restauratie van het imposante gebouw, dat in 1934 door Henry van de Velde werd ontworpen en nog steeds geldt als één van de beste Belgische voorbeelden van modernistische architectuur.
(06-04-07). De heraanleg van de Scheldekaaien in Antwerpen zal gebeuren door een uitverkoren team van internationale topontwerpers. Dat bestaat uit het Portugese landschapsbureau Proap, het Leuvense architectuurbureau WIT en het Italiaanse ingenieursbureau Idroesse. Arcoveneto, ook uit Italië, staat in voor de coördinatie van het team.
Proap heeft originele en genuanceerde ontwerpen gemaakt voor parken en stadsdelen van uiteenlopende schaal, vooral in Portugal en Italië. WIT is als architectenbureau onder meer verantwoordelijk voor het provinciehuis in Leuven. Idroesse heeft dan weer ervaring opgedaan met waterkeringen in Venetië.
In oktober 2005 heeft Vlaams minister Kris Peeters samen met de stad Antwerpen een intentieverklaring ondertekend om samen de herinrichting van de Scheldekaaien uit te werken. In samenwerking met de Vlaamse Bouwmeester werd een Open Oproep gelanceerd voor ontwerpers. Vijf kandidaten werden geselecteerd om hun visie op de kaaien te formuleren en een voorstel uit te werken. Daaruit kwam Proap/ WIT / Idroesse/ Arcoveneto als laureaat naar voor.
Proap / WIT / Idroesse / Arcoveneto toonden aan dat ze de betekenis en de historische geladenheid van de kaaien het best aanvoelden. Een poëtische benadering van de leegte en openheid van de kaaien wordt gecombineerd met een reeks gesofisticeerde en innovatieve oplossingen voor de verhoogde waterkering. Een gevarieerd profiel van deze kering zorgt voor interessante relaties met de rivier. Het team ziet de Scheldekaaien als een wandelpad in het zuiden, een decompressieruimte in het centraal deel en een natuurlijke oever in het noorden.
Tegen oktober 2008 moet het Masterplan Scheldekaaien gefinaliseerd zijn. Tegelijk wordt gestart met een aantal belangrijke voorbereidende studies. De uitgaven voor deze studies zijn begroot op 1 miljoen euro, waarvoor Vlaams minister Kris Peeters en de stad Antwerpen de nodige kredieten voorzien. Als alles volgens de geplande timing verloopt, zullen de eerste werken ten vroegste in 2009 van start kunnen gaan. Volgens een voorlopige raming bedragen de kosten van de infrastructuurwerken ongeveer 200 miljoen euro.
(06-04-07). Het herbestemmingsplan voor de site van de collegetoren in Kortrijk is bekend gemaakt. Volgens het verkozen project wordt de collegetoren teruggebracht tot vier verdiepingen. Tegelijk komt er een nieuwe woontoren naar een ontwerp van Samyn & Partners.
Het torengebouw van het Sint-Amandscollege en omgeving zal worden onder handen genomen door de groep Van Roey. Hun project werd gekozen door een jury met de Vlaamse Bouwmeester Marcel Smets en vertegenwoordigers van de stad Kortrijk, de vzw Sint-Amandscollege en het Stadsontwikkelingsbedrijf Kortijk. De toren zal nog slechts vier verdiepingen hoog zijn. Nu zijn er dat achttien.
Het gekozen project Van Roey is een samenwerking met Koramic Real Estate, Samyn & Partners, A&J Demeyere, Paul Deroose en Monument Vandekerckhove. Het voorziet het behoud van schoolse functies en het internaat in de toren, die tot slechts vier verdiepingen wordt teruggebracht. Daarnaast komt er een luxewoontoren met 48 appartementen naar een ontwerp van Samyn & Partners. De komende zes maanden wordt het project verder uitgewerkt door de betrokken partijen. Het Sint-Amandscollege komt in aanmerking komt voor een alternatieve financiering van schoolgebouwen, zoals uitgewerkt door minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke.
De herbestemming van de toren is een symbooldossier voor de Kortrijkzanen. De toren is met 58m het hoogste gebouw van de stad en ligt bovendien aan de heraangelegde Leie-oevers, waar een nieuwe fietsers- en voetgangersbrug moet komen. De collegetoren is eigendom van de vzw Sint-Amandscollege en bevindt zich op de campus van de basis- en secundaire school waar momenteel zo’n 1.200 leerlingen school lopen. De toren, in oorsprong ontworpen als internaat voor een 350-tal personen, werd gebouwd eind jaren zestig en telt achttien verdiepingen. De terugval van het aantal internen en de strenge brandweervoorschriften zorgden er voor dat momenteel vier vijfde van het torengebouw leeg staat.
(22-03-07). Op het Damplein in Antwerpen is zaterdag 17 maart de eerste steen gelegd voor het nieuwbouwproject Dampark. De schepen van Stadsontwikkeling, Ludo Van Campenhout (Open Vld), metselde de symbolische eerste steen en zei dat dit project het zoveelste bewijs is dat de wijk Dam aan een opmars bezig is.
Het nieuwbouwproject 'Dampark' bestaat uit een commerciële ruimte, zes appartementen en een penthouse, die uitzicht biedt over het Damplein en omgeving. Projectontwikkelaar Fairview speelt met de nieuwbouw in op de ontwikkeling van de wijk, die de volgende jaren met onder meer een park op Spoor Noord in een stroomversnelling moet komen.
"In heel Antwerpen is de stadsvlucht aan het veranderen in een terugkeer naar de stad en dat zie je ook op de Dam. Het imago van de wijk is aan het veranderen en steeds meer mensen investeren door een huis te kopen of een nieuwbouwproject neer te zetten", zegt Ludo Van Campenhout.
Park klaar in 2009
Volgens de schepen speelt vooral het toekomstige park op Spoor Noord een belangrijke rol als trekker voor deze buurt. "Er komt hier een landschapspark van maar liefst achttien hectare, wat voor jongen gezinnen met kinderen een belangrijke troef is om zich in de wijk te vestigen. Verder is er nog een aantal andere kleinere projecten die de buurt een nieuw elan moeten geven", besluit de schepen. Het park Spoor Noord moet in 2009 klaar zijn, al is er de hoop dat een eerste deel volgend jaar al kan opgeleverd worden.
Bron: Gazet van Antwerpen
Een overzicht van de projecten in het noorden van Antwerpen

Al gerealiseerd: Damplein en Damstation (2), Buurtsportloods Perrier (3), Belvedèreplatform
Nog te realiseren: Park Spoor Noord (1), Zwembad en Stoombadencomplex Veldstraat (4), Lobroekdok (5), Slachthuissite (6), Topsporthal (7), Kanaalzone (9).
Meer informatie: http://www2.antwerpen.be/stadsvernieuwing/spoornoord/
In het kader van de stadsvernieuwing in Antwerpen-Noord krijgt de vervallen NMBS loods een nieuwe bestemming als sport- en evenementenhal. Een jury en de Stad Antwerpen kozen voor het ontwerp van architectenbureau Verdickt & Verdickt.
Maandag 12 februari 2007 heeft minister-president Yves Leterme de nieuwe hoofdzetel van de Bank J. Van Breda geopend. Het gaat om het voormalige goederenstation Antwerpen Zuid langs de Ledegankkaai, een ontwerp van architect Franz Seulen uit 1903. In het voorjaar van 2005 was begonnen met de renovatie van het beschermde gebouw. Sinds 1988 was het door de spoorwegen verlaten en dus in verval.
Eindelijk is er duidelijkheid over de bestemming van het huis Saint-Cyr aan de Ambiorixsquare in Brussel. Architect Paul Lievevrouw stelt momenteel een gespecialiseerde equipe samen om de broodnodige maar delicate restauratie van de gevel aan te vatten.
Het huis Saint-Cyr, genoemd naar eerste bewoner kunstschilder Georges de Saint-Cyr, werd in 1900 ontworpen door architect Gustave Strauven en geldt als een icoon van de art nouveau in Brussel. Sinds 1988 is het beschermd, maar al die tijd bleef de toekomst onzeker. De vorige eigenaars hadden de renovatiekosten zwaar onderschat. Zelfs met steun van het Brussels Gewest konden zij die kosten niet dragen. De gevel alleen vergt anderhalf miljoen euro.
In maart 2006 werd het pand gekocht door de Antwerpse vastgoedmaatschappij Movast, die wel meer uitzonderlijke panden bezit. Ondertussen is de nodige research achter de rug en kan de restauratie weldra beginnen. Het Brussels Gewest voorziet een bedrag van 500.000 euro in 2007. Hoeveel de renovatie uiteindelijk zal kosten en wanneer die voltooid zal zijn, is voorlopig onduidelijk.
Paul Lievevrouw is voorzitter van Sum (voorheen Groep Planning en Mens & Ruimte).
Aan het Laar in Borgerhout was in de 16de eeuw een versterkte hoeveburcht gesitueerd, Hof Canterbeke genaamd. Op deze locatie én met authentieke elementen van de oorspronkelijke bebouwing realiseerde Movast een loftproject. Het omvat elf lofts in het historische gedeelte, aangevuld met negen nieuwbouwappartementen. Architect Boud Rombouts tekende de plannen. Van bij de aanvang werd gekozen voor een degelijke technische aanpak en voor het gebruik van zeer hoogwaardige materialen. De lofts worden semi-casco afgeleverd. Dit wil zeggen dat ze technisch klaar zijn. Er zijn overal stopcontacten voorzien en ook sanitaire ruimten. De badkamer dient nog wel ingericht te worden met toestellen. Het gaat hier wel degelijk om echte lofts en geen neptoestanden. Zo werden authentieke elementen (o.a. ruwe muren) behouden. De vloeren bestaan uit leefbeton waarop nadien vrij eenvoudig parket of tegelvloeren aangebracht kunnen worden.
De oppervlakte van de lofts varieert van 145 m² tot 251 m².
Een nieuw seizoen, nieuwe perspectieven voor Argos, een centrum voor kunst en media te Brussel. Momenteel wordt druk gewerkt aan een uitbreiding van de publieke ruimtes van Argos, in samenwerking met het gerenomeerde Nederlandse architectenbureau MVRDV. Dit wordt hun eerste opdracht in België.
MVRDV heeft sinds haar oprichting in 1991 wereldwijd gebouwd, onderwezen, gepubliceerd en tentoongesteld. en maakte eerder naam met een aantal opmerkelijke projecten zoals Villa VPRO, het Mirador in Barcelona, Omotesando in Tokyo en het Nederlandse paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Hannover Hun werk beweegt zich over alle schaalgebieden en wordt gekenmerkt door een grote variatie en experimenteerdrang. De architectuur van MVRDV ontstaat niet zozeer uit vormgeving, maar uit onderzoek en analyse van de opdracht. Als dusdanig voert MVRDV een consistente exploratie naar kwesties zoals de implicaties van stedelijke data op architecturale omgevingen en de ecologische impact van de bouwdrift.
Het gelijkvloers van argos wordt uitgebreid met een ruimte van 500m2, zodat het totale volume aan publieke ruimte 800m2 wordt. De benedenverdieping wordt omgebouwd tot een onthaal- en presentatieruimte die, complementair met de bestaande ruimte op de eerste verdieping, ruimte zal bieden voor tentoonstellingen, talks, performances, screenings en concerten. De nieuwe ruimtes worden in een eerste fase publiek gemaakt op 25 november, met de opening van twee tentoonstellingen.
Argos – centrum voor kunst en media
Werfstraat 13 B-1000 Brussel
www.argosarts.org
In de Jaurèsstraat 50 te Schaerbeek, waar de bouwonderneming Cit Blaton zijn hoofdzetel heeft, zal in de herfst 2007 één van de eerste passieve kantoorgebouwen staan van Brussel. Er zijn grote werken van start gegaan onder toezicht van het BIM (Brussels Instituut voor Milieubeheer) om deze 1.000 m² klassieke burelen om te bouwen tot een passief gebouw. Een project van het architectenbureau A2M.
Een passief gebouw wordt gekenmerkt door een aangenaam thermisch comfort, zowel in de winter als in de zomer, zonder gebruik te maken van klassieke verwarmings- en afkoelingsinstallaties. Het energieverbruik voor verwarming bedraagt minder dan 15 kWh/m² per jaar, wat minder is dan 1,5 liter stookolie per m² per jaar. Het verbruik van een ruimte van ….. m² komt dus overeen met 25 tot 30 € per jaar!
“De wereld van vandaag staat voor nieuwe uitdagingen: klimaatwijzigingen, uitputting van energiebronnen, aantasting van fauna en flora, … Om het milieu te beschermen kan en moet de bouwsector een vooraanstaande rol spelen. Bouwen met duurzame ontwikkeling is van primordiaal belang met het oog op een veilige toekomst. Eén van de belangrijkste doelstellingen van Cit Blaton is om op proactieve wijze mee te werken aan die duurzame ontwikkeling. Met de realisatie van het eerste passieve kantoorgebouw wil Cit BLATON aan de sector laten zien dat het mogelijk is om de reeds beproefde technieken aan te passen aan kantoren.” verklaart Sophie Le Clercq, Voorzitster van de Raad van Bestuur van Cit BLATON.
De belangrijkste kenmerken van het project zijn:
• De luchtdichtheid van de gevel (10 keer hogere waarde dan bij een klassiek bouwwerk) en de thermische prestaties van alle bestanddelen van de mantel voor een maximale isolatie (driedubbele beglazing, 34 cm rotswol in de dakbedekking,…).
• De afwezigheid van een mechanische afkoelingsinstallatie. Om een ideaal comfort te kunnen garanderen in elk seizoen, worden twee afkoelingstypes voorzien: de afkoeling met adiabatische groep (dubbele luchtstroom van binnenkomende en buitengaande lucht, bevochtiging van de vervuilde lucht, dalende temperatuur om de binnenkomende buitenlucht af te koelen) en de natuurlijke afkoeling ‘s nachts.
• De aanwezigheid van zonwering, noodzakelijk om ’s zomers een aangenaam comfort te kunnen garanderen zonder mechanische afkoeling.
Deze verschillende aspecten brengen een extra bouwkost mee van 10%. Een haalbaarheidsstudie van het studiebureau speciale technieken ARCADIS Belgium heeft aangetoond dat de investering in 10 jaar kan worden afgeschreven. Het project werd ontworpen door het architectenbureau A2M.