architectenkrant

Het decor van Médiacité Luik

© foto JP Vanrillaer

(19.1.2010) Mediagewijs neemt de Médiacité in Luik een vliegende start, gekruid met een resem argumenten. De architectuur is één van die argumenten waarmee met luide stem de kwaliteit van het nieuwe complex bejubeld wordt. Maar kwaliteit is méér dan enkel media-aandacht…

Twee keer goed nieuws! Het eerste positieve is dat het station Guillemins van Santiago Calatrava werkelijk architectuur promoot. Dankzij deze architecturale ambitie hebben de bouwpromotoren voor de herbestemming van de Longdoz site tot een centrum voor handel en ontspanning, ook op dat vlak menen een tandje te moeten bijsteken. En daarom hebben ze – tweede positieve nieuwsfeit – Ron Arad onder de arm genomen.
Nu het slechte nieuws: deze ‘transplantatie” is niet meer dan een decor en geeft aan het project nauwelijks een echte architecturale dimensie.

Het moet wel gezegd: het transparante plafond – signatuur Ron Arad – springt in het oog. Er zit ritme in en de rijkelijke inval van natuurlijk licht begeleiden de consument op zijn traject doorheen het commerciële centrum. Maar al gauw wordt je aandacht getrokken door de banale uitlijning van de etalages, die niet meer uitdrukken dan het commerciële doel dat ze dienen. Men had veel verder kunnen gaan, door de vormgeving van het dak te laten verderlopen in de gevels. Ron Arad heeft zich in dit project blijkbaar beperkt tot de rol van decorateur. Zijn gebogen lijnen maken geen deel uit van de structuur van het gebouw. De fragiele bogen laten geen twijfel bestaan over hun louter decoratieve functie.
Maar niettemin is de as Station Guillemins – Médiacité gematerialiseerd. Rest ze nog concreet te maken, hopelijk door het goede voorbeeld te volgen, in dit geval het voorbeeld van het station.

Het programma
Médiacité is een privé-initiatief van bouwpromotor Wilhelm & C°. Hun ambitie was van meet af aan om een stuk grond, een erfenis van Liège-l’Industrieuse, tot een nieuw stadsdeel op te waarderen. De hele buurt moet een nieuwe dynamiek krijgen, door er het volgende programma te verwezenlijken:
de inplanting van een commercieel centrum, dat door de Luikenaren al goed gekend is, de oude galerie Longdoz, die volledig herbouwd is. De bruikbare oppervlakte is omzeggens verdrievoudigd voor 58 000 m² GLA (Gross Leasable Area, verkoopsruimte en voorraden), 42 500 m² handelszaken en horeca en 15 500 m² ontspanningsruimte.
een nieuw winkelcentrum voor 126 merken waarvan sommige nieuw in Luik of in België, een grote oppervlakte voor recreatie, waaronder 6 filmzalen, een olympische schaatspiste, talrijke cafés en restaurants en diensten (bank, stomerij, post, politie…) en 2 350 ondergrondse parkeerplaatsen.
nieuwe economische activiteit met de Pôle Image. De “PIL”, de Pôle Image de Liège is een federatie van ondernemingen in de audiovisuele sector die speciaal werd ontwikkeld in het kader van het Médiacité-project.

De architecten
Médiacité werd ontworpen door de wereldvermaarde anglo-israëlische architect Ron Arad. Voor de coördinatie van de studie en de opvolging van de uitvoering van de werken, ging Arad een vennootschap aan met het Belgische bureau M. & J.M. Jaspers/J. Eyers & Partners.

Het situatieplan van de wijk in zijn geheel, werd op punt gesteld door twee architectenbureaus met een internationale reputatie, het Amerikaanse RTKL en het Londense Chapman Taylor.

Performante en innovatie materialen
Het gedurfde glazendak is geconstrueerd op basis van een 3D-structuur waarvan de kromme lijnen, ontworpen door Ron Arad, zich vertalen in een maaswerk van stalen balken van verschillende lengtes.

Enkele van de interessante materialen:
ETFE (Ethyl Tetra Fluor Ethyleen) : de overkappingen van de galerie bestaan uit vier lagen synthetische film (transparant) met luchtlagen ertussen (daarom ook wel luchtkussendak genoemd), met een degelijke isolerende performantie.
Barisol, gebruikt in de verticale panelen.
Flowcrete, een vloerbekleding op basis van een hoogvloeibare en zelfverdichtende betonmortel.

BREEAM certificaat (Building Research Establishment Environmental Assessment Method)
Deze internationale certificering is perfect aangepast aan winkelcentra. Het is het oudste en meest gebruikte referentiesysteem in de wereld in termen van duurzame ontwikkeling. Médiacité is één van de eerste in Europa die het certificaat behaalde tijdens de ontwerpfase, en het allereerste in België.

Charly Cordemans

Hangar 58 in Bokrijk: optimale integratie in het landschap

(19.1.2010) Amper zes maanden na de eerste steenlegging opende het evenementencomplex Hangar 58 in het openluchtmuseum van Bokrijk de deuren. Architectenbureau Helsen Van Com ontwierp een all seasons evenementenlocatie waarin optimaal gebruik gemaakt werd van duurzame materialen en technieken.

Aan bezoekers geen gebrek in domein Bokrijk, maar wel aan een locatie om grote groepen te kunnen ontvangen. Die hiaat is nu opgevuld met Hangar 58 dat bedrijven of organisaties de mogelijkheid biedt om vlakbij de oude stad in Bokrijk personeelsfeesten, ledenbijeenkomsten of andere happenings te organiseren. Daarmee werd in één beweging ook een nieuwe bestemming gegeven aan de oude stad waarvoor al veel plannen de revue passeerden zonder resultaat.

De naam ‘Hangar 58’ verwijst naar het jaar ’58, toen de Expo in Brussel plaats vond, maar ook naar het startjaar van Bokrijk.

Ecologisch
Van bij het eerste ontwerp ijverden opdrachtgever nv Dennehof en architectenbureau Helsen Van Com voor een zo ecologisch mogelijk project. Dat resulteerde bijvoorbeeld in extra inspanningen voor de waterzuivering waarvoor gebruik gemaakt wordt van het nabijgelegen rietveld. Zonnepanelen op het platte dak, goed voor een oppervlakte van 1500 m², zorgen voor een groene stroomvoorziening.

Het is ook een groen gebouw in de letterlijke betekenis van het woord doordat het is ingegraven in een heuvelwand waardoor het als het ware verdwijnt in het landschap. Aan de andere kant bevindt zich een grote glaspartij die uitzicht biedt op het plein van de oude stad. ’s Avonds komt dit decors eens zo goed tot zijn recht doordat het wordt aangelicht met de allernieuwste led-systemen van Philips waarin allerhande licht- en kleureffecten geïntegreerd werden.

Foto's: Marc Scheepers
Luchtfoto's: www.vlaanderenvanuitdelucht.be

bron: www.vlaamsearchitectuur.be

Nederlander leidt bouw kantoor EU-president

Architecten: Philippe Samyn & Partners, Studio Valle Progettazioni

(2.12.2009) De nieuwe EU-president krijgt zijn kantoor in een architectonisch hoogstandje. Sommigen noemen het een doos met een zwangere godin, anderen spreken smalend over een paasei, een lamp of een barbapapa-figuurtje. Het gebouw is ontworpen door het Belgische Philippe Samyn & Partners in combinatie met Studio Valle Progettazioni (Italië).

Het ontwerp en de bouw is al jaren een hele klus voor Nederlander Johan Burgers, directeur van de Europese Raad. Tot het gebouw klaar is eind 2013, heeft hij de president ondergebracht in een verbouwd hoekje van het huidige overvolle hoofdgebouw van de raad.

Het nieuwe pand is gebouwd met een façade van eiken ramen uit alle EU-landen. Binnen is een soort bol waar, naast de president, ook regeringsleiders van de EU-landen kunnen samenkomen. Ook EU-buitenlandchef Catherine Ashton en een groep topambtenaren krijgen daar hun kamers.

Hun vergaderzaal wordt enorm. Architectenschetsen tonen een grote ronde tafel met 37 hokjes voor vertalers, zodat er evenzoveel talen gesproken kunnen worden tijdens de vergaderingen. Op de vloer komen losse kleden uit Nepal, waarvan de architect verwacht dat ze na historische vergaderingen geveild kunnen worden.

De bouw is dringend nodig, omdat de huidige panden veel te klein zijn geworden. De ambtenaren puilen al uit het gebouw, dat toch pas in 1995 is opgeleverd. “Met dat pand hebben we ons fors vergist'', zegt Burgers. “We zijn toen uitgegaan van twaalf EU-landen en negen talen. Maar dat zijn er inmiddels flink meer.''

Architecten: Philippe Samyn & Partners, Studio Valle Progettazioni
Als oplossing schonk de Belgische overheid een naastliggend gebouw. Echt bruikbaar was het echter niet. ,”Maar een gegeven paard mag je niet in de bek kijken'', zegt Burgers. Snel liet hij een wedstrijd uitschrijven voor architecten en rolde er een winnend ontwerp uit de bus.

In de zomer 2008 begonnen de slopers. Die zijn voorlopig nog bezig. December 2010 begint pas de bouw zelf, die minstens duurt tot juli 2013.

En dat terwijl een formele opdracht voor de bouw nog niet is gegeven. “In praktijk kunnen we uiteraard niet meer terug. Maar zo houden we tot eind dit jaar een slag om de arm richting aannemer''.

Directeur Burgers zelf maakt de oplevering niet meer mee als directeur. In december dit jaar gaat hij met pensioen. Sterker nog: zelfs huidig EU-president Herman Van Rompuy kan er hooguit kort werken van eind 2013 tot het einde van zijn ambtstermijn eind 2014.

Hij is namelijk benoemd voor een periode van 2,5 jaar met de mogelijkheid van een verlenging voor eenzelfde periode.

Architecten: Philippe Samyn & Partners, Studio Valle Progettazioni

Bron: ArchitectenWeb

MAS wil harten van jongeren veroveren

(2.12.2009) Het nagelnieuwe MAS gebouw wordt op 15 december opgeleverd. Voor de officiële opening is het nog wachten tot 14 mei 2011. Met het MAS kan de stad voor het eerst sinds héél lang een museum opbouwen 'from scratch.' Ondertussen wordt er hard gewerkt aan de binnenkant. Het museum kiest er resoluut voor om een plaats te veroveren in de leefwereld van jongeren.

Omdat jongeren niet onder één noemer te vangen zijn, liet het MAS de voorbije zomer een kwalitatieve bevraging uitvoeren bij vierentwintig Antwerpse jongeren tussen 18 en 25 jaar. Bedoeling: een structurele jongerenwerking realiseren. Lotte De Bruyne van LADDA, een expertisecentrum van jeugdcultuur: "we zochten de jongeren op basis van buurt, leeftijd, achtergrond, opleiding, werksituatie en geslacht maar ook op basis van smaakvoorkeur." Doel was ontdekken wat jongeren van het MAS verwachten. "Het museum moet een eigen stijl en identiteit hebben. De look and feel van de communicatiemiddelen moeten jongeren aanspreken. Organiseer onverwachte en opvallende acties. Maak een profiel aan op de sociale netwerksites en onderhoud het. Zorg dat iedereen zich er thuis en op zijn gemak voelt. Ga ecologisch tewerk en kies voor bio- en fairtrade producten. Ga voor sfeer maar zorg dat alles klopt, zet niet eender welke muziek op. Kom ook van het eiland af en ga in de wijken." Dat zijn enkele van de 70 resultaten uit de bevraging.

Waauw effect

Musea en jongeren: het is geen evidente combinatie. Volgens schepen van cultuur Heylen begint het al bij de plek zelf van het museum, die is vaak niet aantrekkelijk voor jongeren. "We willen met het MAS een ongelooflijk toffe plek creëren waar iedereen maar ook jongeren graag komen, als is het maar om op het dakterras van de zonsondergang te genieten." Maar natuurlijk is inrichting en infrastructuur niet voldoende. "Er moet ook een mentaliteitswijziging komen. Iedereen van het personeel moet ervan doordrongen zijn dat jongeren ook thuis zijn in het MAS." En hoe gaan ze dat aan boord leggen? "Via het brengen van sterke en boeiende verhalen. Elke étage in het museum moet een eigen waauw effect geven. Als we daar niet in slagen, dan hebben we gefaald."

Leen Verbist, schepen van jeugdbeleid, wil met het MAS de hoofdvogel afschieten. "Zoals in Parijs ouders hun kinderen meenemen naar het Centre Pompidou omdat het zo'n toffe locatie is, zo moeten we zorgen dat ouders in Antwerpen hun kinderen meenemen naar het MAS. Het MAS moet een plek zijn waar ook jongeren willen zijn, waardoor ze uiteindelijk hun ouders mee naar het museum sleuren. Jongeren blijven trouwens komen als ze geen jongeren meer zijn. Jong geleerd is oud gedaan dus.

Jongeren-curatoren
Ruth Cluysen, projectcoördinator van MAS ?Musea in Jonge Handen, is achter de schermen heel hard naar 14 mei 2011 aan het toewerken. Ze wil nog niet te veel publiek gaan rond al hun plannen, zo lang op voorhand. Maar na enig aandringen licht ze toch een tip van de sluier. "We gaan starten met een project rond jongeren-curatoren. Jongeren zullen bij ons een opleiding kunnen volgen om curator te worden." Klinkt goed, maar wat wil dat zeggen? "Jongeren kunnen dan meedraaien in de werking, mee een tentoonstelling opbouwen, mee publieksbegeleidende maatregelen bedenken en uitwerken. We willen hen aanspreken op hun verschillende talenten: sommige zijn goed in vormgeven, anderen kunnen goed tekenen en nog anderen zijn goed in communicatie." Jongeren die geïnteresseerd zijn om mee te doen, die kunnen contact opnemen met Ruth Cluysen, haar contactgegevens zijn te vinden op de website van Musea in Jonge Handen.

© 2009 – StampMedia – Koen Stuyck

www.mas.be/mas_injongehanden.html

Cepezed ontwerpt nieuw hoofdkantoor Leefmilieu Brussel

(23.11.2009) Architectenbureau cepezed ontwerpt het nieuwe hoofdkantoor van Leefmilieu Brussel, het voormalig Brussels Instituut voor Milieubeheer. Het gebouw wordt gerealiseerd in één van de grootste en belangrijkste stadsvernieuwingsgebieden in Brussel, het terrein Tour & Taxis van ontwikkelaar Project T&T aan de Havenlaan.

Het gebouw staat tegenover de grootschalige historische gebouwen van het Koninklijk Pakhuis en de Shed-hallen, die recent zijn gerenoveerd en nu onderkomen bieden aan onder meer kantoren, restaurants, designwinkels en culturele evenementen.

Het voorontwerp kenmerkt zich door een compact volume onder een gebold en goeddeels transparant dak. Een centraal atrium is ontworpen als voortzetting van de openbare ruimte, de onderste twee bouwlagen zijn gemakkelijk toegankelijk voor het grote publiek en de oostelijke kantoorvleugel is voorzien van terugspringende terrasvloeren met geïntegreerd groen en een royaal uitzicht over de directe omgeving.

Naast kantoren bevat het nieuwe Leefmilieu Brussel onder andere een bezoekerscentrum rond ecologische thema's, een auditorium, een mediatheek, een vergadercentrum en een restaurant. Op de begane grond ligt tevens een laboratorium, waarvan de grote transparante wanden bezoekers goed zicht bieden op de proeven en testen die Leefmilieu Brussel uitvoert.

,,Ter onderstreping van het belang dat de gebruiker hecht aan groene mobiliteit, is via een andere glaswand ook de fietsenstalling goed te zien. Een prominent gepositioneerde, doorgaande cascadetrap sluit aan op open galerijen en moedigt aan de trap in plaats van de lift te gebruiken”, zegt cepezed.

U-vormig plan
De kantoren bevinden zich op de verdiepingen boven de publieksruimtes. Een oostelijke en een westelijke kantoorbeuk zijn verbonden door een noordelijke zone met liften, voorzieningen en het verticale installatietransport. Een U-vormig plan omarmt zo het zuidelijk gerichte atrium, waarop alle kantoorzones zicht hebben.

Het atrium fungeert als centrale ontmoetingsplek voor gebruikers en bezoekers, speelt daarnaast een belangrijke rol in het installatieconcept en draagt door het grotendeels glazen dak in hoge mate bij aan de transparantie van het ontwerp.

Het nieuwe Leefmilieu Brussel wordt ontworpen volgens de normen die gelden voor passieve gebouwen. Niet alleen voorziet het ontwerp in een compact gebouw met een relatief klein geveloppervlak, zonwerend glas in combinatie met een buitenzonwering die reageert op de zonbelasting garandeert daarnaast een hoge zonwerendheid van de buitenschil.

Toepassing van een drievoudige beglazing in een thermisch onderbroken gevelsysteem vermindert het warmteverlies via de gevels. Individuele spuivoorzieningen in de gevels voorkomen verder te hoge temperaturen in de zomer.

Activering betonvloeren
Warmtetoevoer en -afvoer middels activering van de betonvloeren en een minimum aan mechanische ventilatie moeten er eveneens aan bijdragen dat het gebouw voldoet aan de passiefcriteria. Aanvullend kan het rendement van de warmteterugwinning nog worden verhoogd en kan men de warmte die het atrium invangt gebruiken en waarderen.

,,De combinatie van een passief gebouwontwerp met een klimaatsysteem dat warmte- en koude opslaat in de grond, maakt van het nieuwe Leefmilieu Brussel een vooraanstaand Belgisch en Europees voorbeeldproject op het gebied van duurzaamheid”, besluit het architectenbureau.

Cepezed
Cepezed is een middelgroot, veelvuldig onderscheiden bureau voor ruimtelijk ontwerp dat ruim dertig jaar bestaat. Opdrachten bestrijken de gebieden stedenbouw, industrie, interieur en vooral architectuur. Voor de uitvoering van diverse eigen projecten heeft het bureau zusterbedrijf Bouwteam General Contractors opgericht.

Cepezed is opgericht door Michiel Cohen, Jan Pesman en Rob Zee. De naam van het bureau is afgeleid van de achternamen van deze drie architecten.

www.cepezed.nl
bron: www.architectenweb.nl

Médiacité ingehuldigd in Luik

©Wilhelm & Co

(12.10.2009) Na de inhuldiging van het station Luik Guillemins, dat werd ontworpen door Santiago Calatrava, is het nu de beurt aan de Médiacité. Terwijl het station van Luik Guillemins een initiatief is van de publieke sector (NMBS), werd dat van de Médiacité gestuurd vanuit de privé-sector (Wilhelm & Co).

De Médiacité is een ware stadswijk waarvan het basisplan en de schetsen werden getekend door de architectenbureaus Chapman Taylor (Londen) en RTKL. De ruimtes en gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek werden toevertrouwd aan de bekende architect-designer Ron Arad, begeleid door het architectenbureau Jaspers-Eyers. Deze constructie met futuristische en gedurfde vormen, die de meest moderne technologieën en bouwmaterialen combineert, is zowel gericht op economische, commerciële en culturele activiteiten als op ontspanning. Haar vernieuwend karakter werd beloond met een internationaal milieucertificaat (Breeam). Dit certificaat is een première in België voor een gebouw in deze categorie. Deze nieuwe wijk zal binnenkort een winkelcentrum omvatten, een schaatspiste, de Pole Image de Liège (die nu al ongeveer 20 firma's samenbrengt), het nieuwe productiecentrum van de RTBF… Het moet van Luik een onontkoombare pool maken in de Maas- Rijn EUREGIO.

Het nieuwe station en de Médiacité, die belangrijke instrumenten zijn voor de economische heropleving van Luik, zorgen ook voor een culturele vernieuwing van de stad. Dit nieuwe elan werd in juni ingezet door de opening van het Grand-Curtius, een mega-museum dat de parels uit de collecties van Luiks erfgoed omvat.

Op dinsdag 20 oktober zal Peter Wilhelm, oprichter van Wilhelm & Co en promotor-inrichter van de Médiacité, in aanwezigheid van de hoogste Luikse en Waalse autoriteiten, overgaan tot de officiële opening van de Médiacité.

www.mediacite.be

VMM bouwt besturingsgebouw volgens passief-huis principe

(28.9.2009) Niet alleen bij particulieren groeit het energiebewustzijn. Vanuit zijn voorbeeldfunctie realiseert de overheid almaar meer energievriendelijke gebouwen. Recent nam de Vlaamse Milieumaatschappij een nieuw besturingsgebouw voor het Dijle- en Zennebekken in gebruik. Het complex werd volgens de passiefhuis-standaard gebouwd en is zo een toonbeeld van energie- en milieuvriendelijk bouwen.

In het centrale besturingsgebouw worden alle data van het Dijle- en Zennebekken (peilen, debieten, klepstanden, sluizen,…) gecentraliseerd en beheerd. Het gebouw herbergt daartoe functies als kantoren, een controlekamer, vergaderruimtes, serverlokalen en een garage met werkplaats. Vanuit de passiefhuis-principes werden al deze functies in een compact, rechthoekig volume ondergebracht.

Naast de compactheid besteedden de ontwerpers doorgedreven aandacht aan de isolatie. Het gebouw heeft een totale K-waarde van ± 15. Voor de wanden werd teruggegrepen naar een houtstructuur opgevuld met een 28 cm dikke laag glaswol aangevuld met een 14 cm dikke Silka-blok. Dit resulteert in een U-waarde van 0,13 W/m2K voor de wanden.

Aan de buitenzijde werd de structuur bekleed met thermisch behandeld hout. Dankzij deze behandeling krijgt het hout een verduurzaming zonder daarbij milieubelastende producten te moeten gebruiken.

Milieuvriendelijk materiaal
Het gebruik van Silka heeft een bijkomend voordeel. Het geeft de wanden ook een duurzamer karakter. De ontwerpers zochten voor de wanden naar de bouwsteen met de beste Nibe-milieuclassificatie (zie kaderstuk). Dit is kalkzandsteen (Silka). De combinatie van een isolerende houtstructuur met een gelijmde dragende kalkzandsteen wordt in Duitsland overigens frequenter toegepast in passiefgebouwen. In dit gebouw werd deze werkwijze voor het eerst concreet toegepast in België. Het gebruik van Silka – samen met de welfsels – biedt het gebouw ook de nodige inertie. Hierdoor verbetert het thermisch comfort aanzienlijk. De ontwerpers zochten voor de wanden naar de bouwsteen met de beste Nibe-milieuclassificatie. Dit is Silkakalkzandsteen.

Nibe-milieuclassificatie
De Nibe-milieuclassificatie is een ranglijst opgesteld door het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (www.nibe.org). De lijst schikt producten op basis van hun milieubelasting, levensduur,… Hierbij wordt rekening gehouden met de volledige levenscyclus van het product, van ontginning tot recyclage.

De twee bouwblokken in het gamma van Xella: Silka (kalkzandsteen) en Ytong (cellenbeton) zijn de best scorende steenachtige materialen in de Nibe-lijst. Dit valt te verklaren doordat er voor de productie weinig of geen vervuilende grondstoffen worden gebruikt, de blokken op lage temperatuur worden verhard (autoclaven) en de materialen volledig recycleerbaar zijn.

Gecombineerde wandopbouw als isolerend wapen
Voor dit besturingsgebouw kozen de ontwerpers voor een houtstructuur in combinatie met Silka-kalkzandsteen, omwille van de openbare rol en de aanwezigheid van de technische functies. (Door de hardheid van Silka is beschadiging van muren in de publieke ruimtes uitgesloten.) De totale wanddikte is ruim 52,6 cm dik, waarvan 28 cm is gereserveerd voor isolatie, aangevuld met een Silkalijmblok light. Deze combinatie biedt een U-waarde van 0,13 W/m2K.

Bouwheer: Vlaamse Milieumaatschappij
Architectuur: evr Architecten - Gent
Technieken: 3E - Brussel
Energiebehoefte: < 15 kwh/m2/J
Aannemer: Van hout - div. Batech - Geel

www.xella.be - www.duurzaamenbouwen.be

Nu ook een massief passief hotel

(22.9.2009) Verschillende massief passiefhuizen zijn vandaag een feit. Het bouwen van het eerste massief passief hotel toont aan dat het concept ook perfect toepasbaar is voor andere gebouwen. De vele voordelen op tal van vlakken zijn alvast de aanzet voor heel wat mogelijkheden en projecten in de toekomst.

De eerste massief passiefhuizen zijn ondertussen gebouwd en dit concept slaat aan. Heel wat bouwers overwegen om een passiefhuis te bouwen met massieve keramische bouwmaterialen van Wienerberger en harde isolatieplaten in polyurethaan van Recticel Insulation. De combinatie van traditionele keramische bouwmaterialen met de economische en ecologische voordelen van een passiefhuis is hierbij doorslaggevend. Meer informatie over dit concept is te vinden via www.massiefpassief.be.

Dit massief passiefhuis concept wordt ondertussen meer en meer toegepast, en dit ook voor niet-residentiële gebouwen. Het eerste massief passief hotel van Vlaanderen komt in Heusden-Zolder, en wordt volledig opgetrokken volgens dezelfde principes en Belgische bouwtradities. Dit hotel zal alvast zeer energiezuinig zijn en is een modelvoorbeeld voor een duurzaam gebouw.

Motivatie van de bouwheer
Ondernemer André Vandebosch kiest voor dit duurzaam hotel volgens het massief passiefhuis principe. "Ik heb lang sceptisch gestaan tegenover duurzaam bouwen. Toen ik uitgenodigd werd op een informatiesessie bij het Steunpunt Duurzaam Bouwen dacht ik dat ik daar allemaal mensen met lange baarden en geitenwollen sokken zou aantreffen die me kost wat kost zouden overtuigen energiezuinig te zijn. Maar niets bleek minder waar. Na een zeer duidelijke uitleg begreep ik dat goed isoleren zeer belangrijk is om geen energie te verspillen en zo ook geld te besparen", zegt hij. "Door de bouwkost en de energiekost zo laag mogelijk te houden, kunnen we de kamers ook goedkoper aanbieden, want hoge energiekosten worden natuurlijk doorgerekend aan de klanten."

"Het hotel zal iets duurder worden om te bouwen, maar door het uitsparen op mijn energiefactuur zal ik binnen enkele jaren die extrakost terugverdiend hebben."

Gebruikte materialen
Basis is een klassieke geïsoleerde spouwmuuropbouw. Het binnenspouwblad wordt uitgevoerd in keramische binnenmuurstenen van het Porotherm Lijm-systeem. Bakstenen zijn thermisch inert, waardoor de stenen overdag langzamer opwarmen en 's nachts hun warmte trager afgeven. Zo zorgen ze altijd voor een aangename binnentemperatuur zonder grote schommelingen. Bovendien kunnen de keramische wanden gemakkelijk luchtdicht gemaakt worden door de binnenzijde te bepleisteren. In de wanden wordt Eurowall spouwisolatie 82 mm verwerkt van Recticel Insulation, en dit in twee geschrankte lagen. Het buitenspouwblad wordt uitgevoerd in Grijs Gesinterd gevelstenen van Terca.

Het platte dak wordt geïsoleerd met Eurothane Silver 100 mm, eveneens in twee geschrankte lagen. Als vloerisolatie: Eurofloor 100 mm, ook in twee geschrankte lagen. Deze combinatie van duurzame isolatie garandeert een perfecte isolatieschil, waarbij koudebruggen uitgesloten zijn. Een vakkundige plaatsing van de isolatie staat hiervoor garant.

www.massiefpassief.be

Vernieuwd Antwerps centraal station ontsluit stadscentrum

© Filip Dujardin

(17.8.2009) De voorbije jaren kreeg het station Antwerpen-Centraal een indrukwekkende facelift. Met dit prestigieus project stoomden Eurostation en NMBS-Holding het eclectische bouwwerk – dat in 1905 in opdracht van Koning Leopold II werd gebouwd – klaar voor de komst van de hogesnelheidstrein.

De restauratie en vernieuwing boden de kans om van de stationsbuurt opnieuw een strategische en dynamische omgeving te maken. Met een tweede ingang aan het Kievitplein en een opengewerkte spoorweginfrastructuur is er nu een doorgang naar de achtergelegen stadswijken. De spoorwegkathedraal fungeert als een multimodale hub die auto, metro, bus, fiets en (hogesnelheids)trein in een aangename omgeving met elkaar moet verbinden.

Baanbrekend – letterlijk – is vooral het twintig meter diepe ondergrondse gedeelte, dat zichtbaar is via het atrium. Het maakt van Antwerpen-Centraal een modern en leefbaar station dat bovendien twee stadsgedeeltes met elkaar verbindt. Het ontwerp maakte indruk, want eerder dit jaar werd het Centraal Station door het Amerikaanse magazine Newsweek uitgeroepen tot vierde mooiste station ter wereld.

Jacques Voncke is een zelfstandig architect die in 1996 in het project Antwerpen -Centraal stapte. Hij leidde er een team van architecten en experten van Eurostation, de initiatiefnemer van het vernieuwingsproject. Na ongeveer tien jaar bouwen is het vernieuwde station klaar, terwijl het al die tijd operationeel bleef. Het is Vonckes eerste opdracht van die aard en die omvang. Hoewel hij kon putten uit een jarenlange ervaring als architect was het station heel andere koek. “Er moesten heel wat nieuwigheden bedacht worden,” zegt de architect. Door constant overleg met de toenmalige NMBS en met een team ingenieurs (onder wie Andrew Watt, Luc De Vylder en Pierre Cieters) werden nieuwe inzichten gecreëerd. “Je mag je als ontwerper niet distantiëren van de technische aspecten. Op de duur ga je denken als ingenieur, maar je mag er ook niet helemaal in mee stappen. Je mag het architecturale niet uit het oog verliezen, ook al hebben de ingenieurs het laatste woord, wat het moet realiseerbaar blijven. De samenwerking bleek vruchtbaar, compromissen werden gesloten waardoor bouwkunde en architectuur in evenwicht kwamen. Ik stond voor heel wat uitdagingen, die ik aanpakte als architect, maar ook als treinreiziger. Sinds het project, neem ik de trein. Een reiziger heeft een aangename omgeving nodig, geen steriele overstapmachine, maar een bruisende ontmoetingsplaats."
Ondertussen is architect Voncke volop bezig met het ontwerp van het nieuwe Sint-Pietersstation in Gent, waar de werken eind 2010 moeten beginnen.

© Filip Dujardin

Lees het interview met architect Jacques Voncke over de restauratie en uitbreiding van station Antwerpen-Centraal in de Architectenkrant nr.229 (augustus 2009) (pdf-versie hier).

Ter gelegenheid van de plechtige opening van het nieuwe station, wordt er van 20 tot 26 september een feestweek georganiseerd.

Info: www.stationsroman.be www.eurostation.be?

New Yorks architectuurbureau wint (BibLLLiotheek) LLLibrary in Kortrijk

(17.8.2009) Het New Yorks architectuurbureau REX mag samen met een Belgisch landschapsarchitectuurbureau Bureau Bas Smets de nieuwe bibliotheek in Kortrijk ontwerpen. Het team werd als laureaat uitgeroepen in de wedstrijd “Library of the Future”. Het nieuwbouwproject komt op een heel cruciale plek in de binnenstad. Daarom kregen de kandidaten de bijkomende opdracht om een masterplan voor de stationsomgeving op te maken. De bouw van de bibLLLiotheek zal ten vroegste in 2011 op gang komen.

Kortrijk zoekt een ontwerp voor een multi-functionele bibliotheek waar kennis vergaren in al zijn vormen en aspecten verenigd wordt. Een traditionele bibliotheek met boeken en andere media moet gecombineerd worden met een centrum voor levenslang leren en met het stedelijke Muziekcentrum als partner. De nieuwe combinatie wordt LLLibrary of BibLLLiotheek genoemd.

Een perceel voor het nieuwe gebouw lag al vast, maar lag wat ongelukkig omdat het volledig afgesneden is van het Casinoplein, één van de belangrijkste openbare ruimtes in de stad. Nota bene het bestaande Muziekcentrum stond letterlijk in de weg. De laureaten van de wedstrijd bieden een oplossing door het nieuwe gebouw simpelweg te verschuiven richting Muziekcentrum en de bestaande bebouwing gedeeltelijk te integreren in het nieuwe project. Dit betekent dat de eerder voorziene bouwsite kan gebruikt worden om er commerciële activiteiten op te ontwikkelen, die op hun beurt de kosten van het grootse LLLibrary / BibLLLiotheek project kunnen drukken.

Het verlangen naar een holistische educatie wordt vaak ondermijnd door “leren” in verschillende instituten onder te brengen. Media-gebaseerde vergaring van kennis wordt gelinkt aan een biblioteek, leren van een leraar behoort tot het klassieke onderwijs en praktijk-onderwijs wordt gemonopoliseerd door de performance-sector. Het ontwerp van REX wil deze drie aspecten verenigen in één nieuwe educatie-pool die menselijke en technische intelligentie van een bibliotheek, het Centrum Levenslang Leren en het Muziekcentrum combineert.

Naar aanleiding van de Dag van de architectuur op 11 oktober 2009 zullen de 5 ontwerpvoorstellen voor de bibLLLiotheek aan het publiek tentoongesteld worden in het Muziekcentrum.

Beelden: REX
Bron: Bustler - Archi-Europe

Hergé-museum van de Portzamparc opent zijn deuren

Christian de Portzamparc

(2.6.2009) Sinds 2 juni is het Hergé-museum in Louvain-la-Neuve open voor publiek. Het gloednieuwe gebouwencomplex is een privé-initiatief van de weduwe van Hergé, Fanny Rodwell, die meer dan 15 miljoen euro veil had voor het project ter ere van haar overleden echtgenoot. Ze nam al in 1996 zelf contact op met architect Christian de Portzamparc, die het gebouw ontwierp.

Het museum is opgevat als een gebroken schip en ook de loopbruggen verwijzen naar de scheepvaart. Hetzelfde idee komt terug in het spandoek op de buitengevel met een tafereel uit de Krab met de Gulden Scharen.
De Portzamparc wilde een licht en speels gebouw. Hij creëerde 12 asymmetrische zalen die door passerelles met elkaar verbonden zijn. Een lift is gekleurd met de blokjes van de Kuifjesraket (maar dan in het blauw).

De locatie van het museum, Louvain-la-Neuve en niet Brussel, is wat omstreden, vooral omdat de kunstenaar geboren en getogen is in de hoofdstad. Jaren lang werden er mogelijke locaties in Brussel voorgesteld, waaronder het Luxemburgstation, waar sinds kort een fresco van Hergé hangt. Maar toen de burgemeester van Louvain-la-Neuve aan de weduwe van Hergé een lap grond aan de rand van een groen gebied aanbood, hapte ze meteen toe. De 200 000 tot 250 000 bezoekers die het museum jaarlijks verwacht, zouden de weg naar het museum gemakkelijk moeten vinden. De vele buitenlandse toeristen zullen er hun hand niet voor omdraaien om vanuit Brussel de trein de nemen en de 30 kilometer naar Louvain-la-Neuve te overbruggen, aldus de museumdirecteur. Het museum ligt op 300 meter van het treinstation.
Het museum is bewust een museum ter ere van de kunstenaar en niet van Kuifje (alleen), alhoewel de stripfiguur natuurlijk een prominente plaats toebedeeld krijgt.

www.museeherge.com

Opknapbeurt voor Europese wijk door de Portzamparc

De Wetstraat zoals ze er volgens het winnende architectenbureau er in de toekomst zou moeten uitzien. © Atelier Christian de Portzamparc

(6.3.2009) De opdracht voor de opknapbeurt van de Europese wijk in Brussel wordt verstrekt aan een team onder leiding van Christian de Portzamparc. Naast zijn eigen bureau behoren ook het Bureau Wirtz International van Jaques Wirtz, Coteba Belgium en het Britse ingenieursbureau Ove Arup tot het consortium.

Dit maakten de vicevoorzitter van de Europese Commissie Siim Kalla en de burgemeester van Brussel Freddy Thielemans vorige donderdag bekend. Het team heeft nu vier maanden om het stedenbouwkundig ontwerp te verfijnen, zodat duidelijk wordt wat het nieuwe gezicht van de Europese wijk zal zijn.

Op basis hiervan zal een bestemmingspan vastgesteld worden. Voor het ontwerp van de verschillende gebouwen worden prijsvragen uitgeschreven.

De wedstrijd voor het stedenbouwkundig ontwerp is uitgeschreven door het gewest Brussel, in samenwerking met de gemeente Brussel en de Europese Commissie. Van de 35 inzendingen werden er vijf geselecteerd. De uiteindelijke keuze werd gemaakt door een adviescomité. Portzamparc ontving de opdracht ten koste van onder andere Rem Koolhaas.

Het doel van de wedstrijd is het veranderen van het gebied rond de Wetstraat van een administratiegebied tot een gemengde wijk. Er komen woningen en winkels bij. Hiernaast zal een groot deel van de kantoren van de Europese Commissie naar de Wetstraat verhuizen. De kantoren waarin de Commissie nu huist zullen verbouwd worden tot woningen.

Volgens de jury voldoet het voorstel van Portzamparc aan alle voorwaarden en ambities. Zij prijst het ontwerp als origineel en stelt dat het Europa een sterke identiteit geeft. Tegelijkertijd zorgt het voor een goede verbinding met de omliggende wijken.

Doordat in het ontwerp voetgangers fietsers en het openbaar vervoer de ruimte krijgen, kan het ook als een milieuvriendelijk plan worden beschouwd.

De inzendingen van de vijf finalisten zullen in de zomer van dit jaar tentoongesteld worden. In 2011 moet begonnen worden met de eerste werken.

Zaha Hadid ontwerpt nieuw Havenhuis in Antwerpen

(19.1.2009) De toekomstige hoofdzetel van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen wordt vormgegeven door het architectenbureau Zaha Hadid Architects uit Londen. Dat heeft de raad van bestuur van het Havenbedrijf op 13 januari beslist.

Het Gemeentelijk Havenbedrijf wil met de centralisatie van de administratieve en technische diensten de bedrijfswerking optimaliseren. Naast een betere huisvesting wil het toekomstige Havenhuis ook bijdragen aan de verdere stadsontwikkeling en uitstraling van het Eilandje. Voor de keuze van een ontwerper werd geopteerd voor de procedure van een Open Oproep van de Vlaamse Bouwmeester, die in december 2007 werd gelanceerd en waaraan bijna honderd architectenbureaus hebben deelgenomen. Ze kregen ook een opdracht naar duurzaam bouwen mee. Vijf bureaus werden in een eerste fase geselecteerd:

De jury koos voor het ontwerp van Zaha Hadid Architects omdat dit project het meest het huidige gebouw in zijn waarde laat als monument en er een apart object wordt toegevoegd aan de site.

De geraamde bouwkost bedraagt 31,5 miljoen euro exclusief btw en erelonen. Dit omvat alle werkzaamheden voor een kantoorgebouw met een vloeroppervlakte van ongeveer 12 700 m² voor ca. 500 werkplekken en een ondergrondse parkeergarage voor zowat 300 wagens.

Het ontwerpteam ZHA (Zaha Hadid Architects) stelt een zeer dynamische architectuur voor die de dialoog aangaat met de Oosterweelverbinding: de Lange Wapperbrug wordt als decor gebruikt voor het nieuwe Havenhuis. Door zijn specifieke vormgeving, gevelarchitectuur en een hoogte tot 46 meter is het nieuwe Havenhuis een iconisch gebouw zichtbaar vanuit diverse invalshoeken.

Het concept is een vrije interpretatie van een balkvormig volume dat wordt opgetild boven de bestaande brandweerkazerne en steunt op drie betonnen, sculpturale pijlers waarin de trappen en liften zijn verwerkt. Het nieuwe volume is noord-zuid georiënteerd en ligt evenwijdig aan het Kattendijkdok. De kop van het gebouw langs de zuidzijde is een raam naar de stad toe en geeft duidelijk het begin van het havengebied aan.
De gevels zijn opgebouwd uit glazen driehoeken – al dan niet transparant of spiegelend. Deze zijn niet opgebouwd in één vlakke gevel maar roteren lichtjes ten opzichte van elkaar zodat de lichtinval een mooi reflecterend spel geeft. De facetopbouw verwijst naar de diamantsector van Antwerpen.

De huidige brandweerkazerne wordt gevrijwaard van bebouwing rondom zodat de vier buitengevels volledig gerespecteerd blijven. De binnenplaats wordt ter hoogte van de tweede verdieping overdekt om een geklimatiseerde binnenruimte te creëren. Deze centrale inkomhal wordt beschouwd als een semipublieke ruimte met verschillende loketfuncties. Zo worden de balies (personeelsdienst, havenkapiteindienst, stedenbouwkundige vergunningen en milieu, havenrechten) geïntegreerd in de poorten van de binnengevels.

Koolhaas renoveert BOZAR-gevel

(1.12.2008) De Nederlandse architect en urbanist Rem Koolhaas werd aangeschreven om een deel van de gevel van de BOZAR aan de kant van de Hortastraat te renoveren. Het Paleis voor Schone Kunsten is het laatste grote architecturale meesterwerk van Victor Horta, gebouwd tussen 1918 en 1927.

Aan die gevelzijde komt ook een nieuw café-restaurant. Er werd nog geen contract getekend, maar het project zou moeten voltooid zijn in de zomer van volgend jaar, aldus BOZAR-woordvoerder Eric Vancoppenolle. Koolhaas zal instaan voor het ontwerp van zowel de gevel als het restaurant. Op dit ogenblik is er enkel een tijdelijke brasserie. De details van de plannen zijn nog niet bekend.

Het Paleis voor Schone Kunsten staat al enkele jaren in de steigers voor een grondige renovatie, die tegen 2012 afgerond zou moeten zijn. Na een periode waarin vooral techniek en veiligheid werden verbeterd, wil BOZAR-directeur Paul Dujardin nu vooral werk maken van de esthetische uitstraling. Net daarvoor heeft Dujardin Koolhaas aangesproken: "Hij levert ideeën om van het gebouw een echte attractiepool te maken. De inkompartij van Bozar heeft een sterkere dynamiek en visibiliteit nodig," vindt de directeur.

Art Nouveau-school gerenoveerd

(9.10.2008) Henri Jacobs mag met reden dé scholenbouwer van Brussel aan het begin van de 20ste eeuw genoemd worden. De huidige Ecole en Couleurs in Vorst, is het vierde schoolgebouw en beschermd monument van Jacobs dat wordt gerenoveerd.

Tijdens de tweede helft van de 19de eeuw zetten liberale en progressieve politici hun schouders onder de ontwikkeling van het openbaar onderwijs in ons land. Voor dit vrijzinnige onderwijs werden schoolgebouwen ontworpen die een toonbeeld van moderniteit waren en een echt totaalkunstwerk waren met muurschilderingen, meubilair, verlichting, sgraffiti...

Architect Henri Jacobs, niet toevallig de zoon van een inspecteur-generaal in het lager onderwijs, was een van diegenen die brak met de neogotische stijl van de katholieke scholen en met de classicistische stijl die door Karel Buls werd gepromoot. Over heel Brussel ontwierp Jacobs, een tijdgenoot van Victor Horta, scholen in Art Nouveaustijl, vaak in samenwerking met gerenommeerde kunstenaars zoals Privat Livemont, die gespecialiseerd was in de sgraffito-techniek. Jacobs toonde daarmee aan dat de Art Nouveau geen stijl was die moest worden voorbehouden aan de elite, maar waarvan iedereen moest kunnen genieten. Hij besteedde ook de grootste aandacht aan de hygiënische opvattingen die vanaf het eind van de 19de eeuw werden gepromoot.

Brussels staatssecretaris voor Monumenten en Landschappen Emir Kir heeft 374 553,54 euro (of 80% van de totale geraamde kostprijs) veil voor de restauratie van de gevels en de daken van het schoolgebouw (als monument beschermd sinds 1998). Het werd tussen 1905 en 1911 gebouwd om een antwoord te bieden aan het groeiend aantal bewoners (en dus ook kinderen) in de wijk Marconi-Rodenbach. Net zoals zijn andere ontwerpen voor schoolgebouwen, verenigde hij een rationeel én esthetisch concept, een kwalitatieve ruimte-indeling en aandacht voor verlichting. Zijn persoonlijke stijl is duidelijk schatplichtig aan de Art Nouveau met een voorliefde voor moderne materialen en veelkleurige elementen.

M (in) Leuven

(3.10.2008) Binnen 100 weken opent M. M staat voor 'Museum Leuven', de naam voor een nieuw museum (-gebouw en -concept) - een vervolg op het stedelijk museum Vander Kelen-Mertens - ontworpen door architect Stéphane Beel.

Beel tekent voor een ruim en strak museumgebouw dat een nieuw baken moet worden in de binnenstad van Leuven. Het project bestaat uit een uitbreiding en een herinrichting van het bestaande museum.

De architect spreidt zes bouwlagen over twee bestaande (het voormalige academiegebouw en de woning Vander Kelen-Mertens) en twee nieuwe panden. De circulatie wordt geoptimaliseerd, er wordt ondergrondse stockage-ruimte voorzien en ook de tuin wordt aangepakt en getransformeerd tot een ontmoetingsplaats en circulatiezone. Met een totale oppervlakte van 13 500 vierkante meter, wordt M het grootste cultuurhuis en een belangrijk nieuw stadsgezicht van Leuven.
M zal oude en nieuwe kunst presenteren die geïnspireerd is door de veelzijdigheid van Leuven. Het vernieuwde museum opent in het najaar van 2009 met een vernieuwde vaste opstelling en tentoonstellingen met werk van Rogier van der Weyden en Jan Vercruysse.

Tweewaters, stadswijk van de toekomst

(2.10.2008) Tweewaters wordt de naam van het nieuwe stadsdeel in het centrum van Leuven, gelegen tussen de Vaartkom en de Dijle.

Vandaag wordt de omgeving gekenmerkt door enorme fabrieksgebouwen, maar daarin komt verandering. De Belgische projectontwikkelaar Ertzberg bouwt op een oppervlakte van 11 hectare de stadswijk van de toekomst die ruimte zal bieden aan 5.000 wonenden en werkenden. Hiermee is “Tweewaters” - dat ontworpen wordt door architecten Stéphane Beel en Xaveer De Geyter - de grootste en meest ambitieuze centrumstedelijke ontwikkeling van België.

Er komen 1.200 nieuwe wooneenheden in een brede waaier aan woonvormen, het bestaande industriële patrimonium (o.a. de Silo’s, Molens van Orshoven) krijgt een herbestemming.

Het gebied Tweewaters wordt volledig autovrij en er blijft ongeveer 70 % van de ruimte onbebouwd. Dit uitzonderlijke cijfer is haalbaar door lagere gebouwen af te wisselen met een aantal torens. De herontwikkeling van de Vaartkom biedt de ideale kans om de Dijle opnieuw in beeld te brengen en de groene oevers te laten aansluiten bij het nieuwe park. Landschapsarchitect Desvigne werkt aan een ecologisch verantwoord ontwerp.

Bedoeling is 82% minder energie te verbruiken dan de Belgische wettelijke norm voorschrijft. Er zal 100% gebruik gemaakt worden van groene stroom en groene verwarming door lokale energieproductie met het stadsverwarmingsnet. Dat betekent een jaarlijkse reductie van 9.240 ton CO². Hierdoor wordt de eerste CO²-negatieve stadswijk gecreëerd. Er komen sociale voorzieningen zoals een intranet voor de wijk en de buurt met gezinsondersteunende dienstverlening.

Natuursteen verlijmd in nieuw appartementencomplex

In het Oost-Vlaamse Eke, bij Gent, leggen bouwvakkers de laatste hand aan Park Ter Eecken. Het project omvat naast vijf appartementsblokken een eigen supermarkt. De gevel wordt bekleed met verlijmde Indische natuursteen.

Indische natuursteen
Verschillende soorten gevelsteen moeten het sobere vormenspel van Park Ter Eecken een karaktervolle uitstraling geven. Vooral de grote stukken (800 m² in totaal) Indische natuursteen in de voor- en achtergevel vormen een onderscheidende factor voor het project. “We hebben de natuursteen verlijmd alsof het gewoon om bakstenen gaat”, licht architect René Bruggeman toe. Een bestaande techniek dus in een nieuwe toepassing. De natuurstenen zijn semi-manueel gekalibreerd, zodat ze vlak genoeg waren om te kunnen verwerken als parament. “Door dat kalibreren zijn er allemaal horizontale lijnen op de stenen achtergebleven, waardoor elke steen uniek wordt en het geheel erg interessant.”
Park Ter Eecken is het resultaat van een intense samenwerking tussen drie projectpartners en tientallen omwonenden. De eigenaars van de grond waarop de gebouwen opgetrokken zijn, besloten samen één totaalproject uit te werken in plaats van drie afzonderlijke projecten.

Ontwerp museum Louvain-La-Neuve onthuld

(20/06/08) Een gezamenlijke inzending van het Amerikaanse architectenbureau Perkins+Will en het Belgische bureau Emile Verhaegen is door een jury van de katholieke universiteit van Louvain-la-Neuve (UCL) gekozen als het winnende ontwerp voor de bouw van een toekomstig stadsmuseum.

Het ontwerp van Perkins+Will et Emile Verhaegen is een harmonie van rondingen. Het gebouw krijgt een centraal atrium waarop de bezoeker zich ten alle tijde kan oriënteren. Zuilen, groendaken, heldere ruimtes met veel glas en stedelijke passages karakteriseren de plek. Bijzondere aandacht gaat naar de verlichting, zowel de natuurlijke als de artificiële, om de tentoongestelde werken optimaal tot hun recht te laten komen. Er komt een grote polyvalente ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen. Twee ingangen, één aan de kant van de Aula Magna en één langs het meer van Louvain-La-Neuve, geven toegang tot het museum. De vele toegangswegen moeten de passage van de ene naar de andere wijk vergemakkelijken.

In november vorig jaar had de UCL een internationale architectuurwedstrijd uitgeschreven met het oog op de realisatie van een museum. De jury sprak haar appreciatie voor de creativiteit van het winnende ontwerp uit. Zodra het gebouwd is, moet het museum volgens de jury een krachtig beeld uitmaken binnen het landschapskader van Louvain-la-Neuve. Het museum zal zichtbaar zijn van op de Grote Markt en de universiteitscampus. Bij de lancering van de wedstrijd was het budget voor dit ambitieuze project vastgelegd op twaalf miljoen euro.

In februari werden vier finalisten geselecteerd. Naast de uiteindelijke winnaars waren ook de projecten van Massimiliano Fuksas, Charles Vandenhove en het Londense bureau Tectonics weerhouden. Tot 28 augustus organiseert de UCL een expo over de projecten van de vier finalisten.

Eerste twee torens van project Westkaai sieren nu al de skyline van Antwerpen

(03/06/08) Met het optrekken van de twee 55 meter hoge torens van Westkaai neemt de opwaardering van het Eilandje nu echt concrete vormen aan. Vandaag zijn al meer dan 60 procent van de appartementen van torens 1 en 2 verkocht en de bestemming van de 4 andere torens ligt ook al in grote lijnen vast.

Na de particuliere interesse hebben ook de investeerders hun weg gevonden naar Westkaai. Zo is er een overeenkomst met Zilver Avenue om in toren 4 een senior livingproject onder te brengen.

Minder dan een jaar na de voorstelling van het project heeft Westkaai zijn plaats al veroverd in de skyline van Antwerpen. Met het bereiken van de totale hoogte van 55 meter kan de afwerking van de eerste twee torens nu beginnen. De oplevering van toren 1 en 2 is voorzien voor eind 2009. Pas dan zal gestart worden met de bouw van fase 2, met eerst de bouw van toren 4 en daarna toren 3. Fase 2 zal trouwens volledig ontworpen worden door de bekende Britse architect David Chipperfield.

De uiteindelijke opleverdatum voor toren 6 is volgens planning voorzien voor 2013. Over de bestemming van de verschillende torens is ook al meer duidelijkheid : torens 1, 2 en 3 hebben een pure residentiële functie, terwijl toren 4 gereserveerd is voor een senior living-project van ‘Zilver Avenue’. Toren 5 en 6 krijgen naar alle waarschijnlijkheid een commerciële invulling, de bestemming ervan wordt later bepaald.

Project Westkaai is de eerste concrete realisatie op weg naar de herwaardering en ontwikkeling van het Eilandje in Antwerpen. Met een bovengrondse bebouwbare oppervlakte van 44.800m² is Westkaai het grootste Antwerpse ontwikkelingsproject in jaren. Door de combinatie van de prachtige ligging en de uitzonderlijke architectuur belooft het de nieuwe aantrekkingspool van Antwerpen te worden. Het is de creatie van een woon-, werk- en ontspanningsoord op een boogscheut van het stadscentrum met de ziel van een voormalig havengebied.

Project Westkaai zorgt voor extra impuls op het Eilandje

“Met betere toegang tot het openbaar vervoer, meer winkels en meer veiligheid zal Westkaai de buurt op een fundamentele wijze opwaarderen, waardoor de leefkwaliteit op het Eilandje aanzienlijk zal verbeteren” zegt Alon Amar, CEO van Project². “Dankzij het project zal de buurt aantrekkelijker worden met onder meer extra groenruimte in de vorm van een park en een mooie promenade langs het Kattendijkdok. We willen met de 6 torens van dit project een extra dimensie creëren op het Eilandje.”

Kristiaan Borret, de stadsbouwmeester van Antwerpen, volgt deze visie volledig. “Het Eilandje kent inderdaad zijn langverwachte doorbraak. Met de komst van het MAS, het project Westkaai en de verbetering van de openbare voorzieningen neemt het stadsinbreidingsplan nu echt concrete vormen aan. Dit had het Eilandje nodig. We merken nu ook dat bepaalde winkelketens en bedrijven de weg hebben gevonden naar het Eilandje. En dat is eigenlijk het grote bewijs dat de inspanningen van de afgelopen jaren zijn vruchten afwerpen. Dat een internationaal gerenommeerde architect zoals David Chipperfield zijn creatieve schouders onder dit project zet, maakt de uitstraling van dit project duidelijk.”

Investeerders volgen particuliere interesse

“De verkoop van de appartementen loopt als een trein”, gaat Alon Amar verder. “Van de 87 appartementen in toren 1 en 2 zijn er nu al 53 verkocht. Hoewel de verkoop van toren 3 pas in het voorjaar van 2009 zal starten, lopen er nu al aanvragen binnen!”

Naast bewoners kunnen ook bedrijven zich vestigen in de torens. Het kan hier dan gaan om bedrijven die gericht zijn op de scheepvaart of op andere sectoren.

De gelijkvloerse verdieping van elke toren krijgt een commerciële bestemming. Deze zijn ondertussen al allemaal verkocht en er lopen nu concrete onderhandelingen met verschillende organisaties en bedrijven. De bedoeling is dat deze ruimtes kunnen ingevuld worden door stijlvolle horeca, kleinhandel en functies die de behoeften van de nieuwe bewoners zullen invullen (krantenkiosk, bakker, koffiehuis,…)

Ontwerp Premium Tower voorgesteld

(03/06/08) In Brussel is het ontwerp van de Premium Tower voorgesteld. Dat is een woontoren van 140 meter hoog – meteen de hoogste van het land. Vastgoedpromotor Atenor deed een beroep op architecten Yves Lion en Michel Verliefden voor het ontwerp.

Het project komt langs het kanaal in Brussel, ter hoogte van Tour & Taxi en een gepland openluchtzwembad met park, langs de Willebroekkaai. Er worden 260 woningen in hoogbouw en 115 in laagbouw voorzien. Verder is er ook ruimte voor kantoren (30.000 m²), winkels en horeca (1.600 m²). Er komt ook een binnenzwembad, cinemazaal en wellnesscentrum in het complex. Bij Atenor willen ze echter niet gezegd hebben dat het een luxewoontoren wordt. Het project wil ook duurzaam zijn met co-generatie, regenwaterrecuperatie en een airconditioning die zal functioneren met water uit het kanaal.

Voor de toren moeten oude magazijnen van Delhaize wijken. De afbraak daarvan begint eind dit jaar. De kantoren zouden opgeleverd worden in 2011, de appartementen begin 2013.

Begin van de werkzaamheden op de Bavière-site in Luik

(27/05/08) De Antwerpse projectontwikkelaar Himmos kondigt de start aan van de graafwerkzaamheden op de Bavière-site. Meteen ook het startschot van één van de grootste residentiële vastgoedprojecten die de stad Luik ooit heeft gekend: de herinrichting van de site van het oude Bavière-ziekenhuis voor de bouw van een nieuwe residentiële wijk met meer dan 600 woningen, kantoren en winkels.

Een groots project
“Een historische datum. Nadat de site meer dan vijftien jaar aan zijn lot werd overgelaten, kan Bavière nu aan een tweede leven beginnen”, zegt Michel Firket, schepen van Stedenbouw, Milieu, Toerisme en Duurzame Ontwikkeling van de stad Luik. “Deze eerste fase van de werken is niet van de minste (180 woningen) en sluit volgens ons perfect aan op de ambitie die het College voor deze site in gedachten had. Meerbepaald een sterke en innoverende stedenbouwkundige oplossing die past in de continuïteit van de bestaande context; het streven naar levenskwaliteit; een gediversifieerde en interessante architectuur; een duurzaam project en een belangrijk signaal voor de nieuwe ontwikkeling van de Outremeuse-wijk.”

“Het project wordt gedragen door een formidabel en sterk team (promotor en architect), ontwikkelt een echte identiteit, draagt bij tot de aantrekkelijkheid van de Stad en is een onmiskenbare verrijking voor de levenskwaliteit en het milieu”, zo gaat schepen Michel Firket verder. “We zijn heel blij dat de concrete uitwerking er al is gekomen na slechts twee jaar van studie en overleg.”

Weer zin geven om in de stad te wonen
Nadat de sloop van de oude vervallen gebouwen was afgerond en er meer dan 500 bomen werden aangeplant, startte Himmos met de graafwerken. “We stonden te popelen om aan de slag te gaan”, zegt Serge Hannecart, afgevaardigd bestuurder van Himmos. “De toekomst van de Bavière-site was al langer een zorgenkind van de Luikenaars en we zijn dan ook heel blij dat we ons steentje kunnen bijdragen tot de renovatie van de site. We voelen dat er een heel nieuwe dynamiek merkbaar is in Luik en ons doel is dan ook de Outremeuse-wijk nieuw leven in te blazen door de mensen weer zin te geven om in de stad te komen wonen.”

Verkoop op plan
“De woningen die worden gebouwd, zijn van verschillende types: studio’s, appartementen, gezinswoningen of luxelofts”, vervolgt Serge Hannecart. “Allemaal zullen ze van topklasse zijn én betaalbaar blijven. We beginnen binnenkort met de verkoop op plan van de appartementen en we hopen dat de potentiële kopers evenveel enthousiasme aan de dag zullen leggen als we hebben ondervonden bij de voorstelling van ons project.”

Het Bavière-project
Al verschillende jaren lag het terrein van de Bavière-site (quai de la Dérivation, rue des Bonnes Villes en boulevard de la Constitution) er verlaten bij. Het nieuwe Bavière-project, dat vooral mikt op huisvesting, voorziet in de bouw van 600 woningen (voor ongeveer 1500 mensen), buurtwinkels, kantoren, 700 ondergrondse parkeerplaatsen, een kinderopvang met 40 plaatsen en meer dan 10.000 vierkante meter openbare ruimte (waaronder tal van pleintjes en een esplanade). Het project zal worden geïntegreerd in de omliggende stedenbouwkundige ruimte en voorziet in de herinrichting van 2 bestaande symbolische gebouwen (inkomgebouw en “Institut de la Stomatologie”).

Voor de realisatie van dit groots opgezette project, werkt Himmos samen met 3 architectenbureaus (Anorak, Poponcini & Lootens en Driesen-Meersman-Thomaes) en met de Parijse landschapsarchitect Michel Devisgne. Dit team zal in de loop van het project worden versterkt met plaatselijke architecten en/of architecten met internationale faam. Voor de eerste fase van de werkzaamheden hebben Georges-Eric Lantair en Artau & Partenaires (twee bureaus uit het Luikse) zich aangesloten bij het project. De bankpartner is Fortis Bank. Het architecturaal zeer innoverende project zal eveneens veel aandacht besteden aan het groene aspect, met een isolatie van de gebouwen volgens de norm K40, de installatie van een warmtenetwerk en groendaken.

bOb Van Reeth ontwerpt Holocaustmuseum

(14/05/08) bOb Van Reeth (awg architecten) is door de Vlaamse regering aangesteld om het nieuwe Holocaustmuseum in Mechelen te ontwerpen.

© awg architecten
Vlaams minister-president Kris Peeters heeft de start aangekondigd van de concrete realisatie en uitvoering van het project Kazerne Dossin, dat begint met de aanduiding van een ontwerper. ”De Vlaamse regering vindt de realisatie van dit project in het kader van de herinneringseducatie van groot belang en heeft voor de bouw van dit verruimde museum dan ook 25 miljoen euro uitgetrokken”, aldus de minister-president.

Voor de kazerne is een vrij unieke beheersformule uitgewerkt, nl. een samenwerking van drie betrokken overheden: de Vlaamse Gemeenschap, de Provincie Antwerpen, de Stad Mechelen en de Joodse Gemeenschap via de bestaande vzw van het Joods Museum. Vanaf deze kazerne werden in de Tweede Wereldoorlog meer dan 25.000 joden en zigeuners gedeporteerd naar concentratiekampen.

De beslissing van de Vlaamse regering om het bestaande Joods Museum van Deportatie en Verzet (JMDV) uit te breiden tot "Kazerne Dossin: memoriaal, museum en documentatiecentrum over Holocaust en mensenrechten" impliceerde ook een substantiële uitbreiding van het programma en van de bijbehorende oppervlakten. Daarom kocht de Vlaamse regering de beschermde voorbouw van de Kazerne Dossin en de tegenoverliggende IKA-school (een voormalig arresthuis uit de 19de eeuw). De nieuwbouw komt op de plaats van dit voormalig arresthuis.

De uitbreiding bracht een aantal complexe ruimtelijke vraagstukken met zich mee, en de Vlaamse regering rekende hiervoor op de expertise van Vlaamse Bouwmeester Marcel Smets. Ook voor het aanstellen van een ontwerper voor de realisatie van het project deed zij beroep op de selectieprocedure 'Open Oproep' van de Vlaamse Bouwmeester.

Uit het eerste overleg, in 2006, tussen opdrachtgever en Bouwmeester bleek al gauw de noodzaak van een grondige voorstudie, waarbij de ruimtelijke mogelijkheden zouden worden getoetst aan de financiële haalbaarheid. Niet alleen de draagkracht van de historische panden werd onder de loep genomen, maar ook de impact van het project op de herbestemming van het nabijgelegen klooster, op de ontwikkeling van de omliggende wijk, op de open ruimte en op de mobiliteit. Dit gebeurde in nauw overleg met de Stad Mechelen. De studie werd uitgevoerd door een multidisciplinair team onder leiding van Rob Cuyvers. Tegelijkertijd werd het inhoudelijke programma verfijnd en het projectdossier op punt gesteld.

Dit project moet niet alleen een sterk architecturale bouwwerk opleveren, maar dient ook gekaderd te zijn in een kwalitatieve en integrale ruimtelijke aanpak, als hefboom voor de ontwikkeling van de omgeving.

© awg architecten
In januari 2007 werd de kandidatuurstelling voor ontwerpers gepubliceerd in Open Oproep 13, nationaal en Europees. De Bouwmeester ontving 118 geldige kandidaturen, waarvan 42 uit het buitenland. Uit een beperkte en kwalitatieve voorselectie van de Bouwmeester koos de opdrachtgever op 16 mei zes kandidaten. In juni werden de ontwerpteams uitgenodigd voor een briefing van het projectdossier en een rondleiding op de site te Mechelen. Eén kandidaat nam de beslissing, omwille van de werkdruk in het ontwerpbureau, om niet deel te nemen aan de procedure en bracht in september de opdrachtgever hiervan op de hoogte.

In een eerste fase “de prijsvraag voor ontwerpen” dienden de kandidaten een anoniem projectvoorstel met bijbehorende offerte in, tegen eind november 2007. De anonieme voorstellen werden grondig bestudeerd door een jury, samengesteld uit: als externe deskundigen namen deel André Loeckx (hoogleraar K.U.Leuven) en Adrian Sheppard (professor McGill Universiteit Montreal, Canada); het Agentschap Kunsten en Erfgoed; de Stad Mechelen; het JMDV; de Vlaamse Bouwmeester; het Kabinet van de de minister van Cultuur en van de Minister-president.

De vijf kandidaten werden aangeduid als laureaten en uitgenodigd voor de onderhandelingsprocedure. Na een eerste presentatie met vragenronde weerhield de opdrachtgever, bijgestaan door de jury en haar raadgevers, nog twee kandidaten voor verdere besprekingen omwille van de opmerkelijke kwaliteit van beide conceptvoorstellen.

Deze twee teams kregen eind januari 2008 bijkomend de gelegenheid om de opdrachtgever te overtuigen van de kwaliteiten van hun project, zowel op het vlak van architectuur, duurzaamheid, aanpak als financiën.

Op basis hiervan werd finaal gezamenlijk beslist om een contract af te sluiten met AWG Architecten uit Antwerpen. "De Vlaamse overheid kiest aldus voor een ontwerper die het beste aansluit bij de hoge ambities en voor een bijzonder kwalitatief architecturaal project”, verduidelijkt minister-president Kris Peeters.

Uit het gunningsverslag:
"Het gebouw is tegelijkertijd een statement en een monument, door de kracht en de aanwezigheid van de architectuur... Maar raakt dit niet aan de essentie van het project: blijven herinneren aan de gebeurtenissen om het niet opnieuw te laten gebeuren."

"Het plein is een eenvoudige stedelijke ruimte voor iedereen, een plek voor herdenking en een centrum voor het project."

"Een sterk punt van dit project is de haalbaarheid, omdat het op de eigen terreinen van de overheid gerealiseerd wordt, omdat de ondergrondse ruimten tot een minimum beperkt blijven en omdat het gebouw eenvoudig is op te bouwen."

"De ontwerper en het project laten een sterke indruk achter. Dit is architectuur met een boodschap. Het verhaal is consequent en het gebouw staat er als een spraakmakend museum voor de bezoeker, een sterk gebouw voor de stad, en een monument voor de slachtoffers."

Fragmenten van het bestaande gebouw zullen bewaard blijven in de muren van de nieuwbouw. De ommuring van het sobere bouwwerk volgt de contouren van het terrein en sluit aan op de oude stadsmuur van Mechelen. De gedeelten van het gebouw die niet op deze muur rusten, worden ondersteund door gietijzeren kolommen, die zijn bewerkt met teksten over mensenrechten en verdraagzaamheid.

De monoliet is opgebouwd uit drie lagen plus een dakverdieping. De zalen, die onderling worden verbonden via twee trappen, zijn verduisterd. Via de open trapzones sijpelt licht door naar binnen. De bovenste etage baadt daarentegen in het daglicht. Hier bevinden zich het auditorium, een bezoekersruimte en een rustplaats in open lucht.

Het nieuwe museumgebouw, waarin naast de huidige tentoonstelling ook exposities met onderwerpen als genocide en burgeroorlog te zien zullen zijn, wordt met via een plein met het andere kazernegebouw verbonden. Dit plein blijft, evenals in de huidige situatie, in gebruik als verkeersknooppunt. Het nieuwe museum zal worden voorzien van een parkeergarage.

De bouw van het museum begint in 2009. ‘Kazerne Dossin: memoriaal, museum en documentatiecentrum over Holocaust en mensenrechten’ moet in 2011 worden geopend.

Fotomuseum Charleroi heeft nieuwe hedendaagse vleugel

(15/04/08) Het oude karmelietenklooster waar het Museum in ondergebracht is, werd bedacht met een nieuwe vleugel, getekend door de Belgische architect Olivier Bastin en zijn team (Bureau l'Escaut Architecture). Daardoor wordt de tentoonstellingsoppervlakte van het museum aanzienlijk vergroot ( van 1550 m² naar 2200 m²) en wordt het museum één van de belangrijkste fotografiemusea in Europa (8000 m2), met een verzameling van 80.000 foto's - waarvan meer dan 800 continu worden tentoongesteld - en maar liefst 3 miljoen bewaarde negatieven.

De uitbreiding maakt het voor het fotografiemuseum mogelijk haar uitstraling te vergroten en te beantwoorden aan de nieuwe behoeftes op het gebied van tentoonstellingen, programmering, beheer en educatieve diensten. De eigenzinnige architectuur van het museum brengt een hulde aan het medium van de fotografie. Ontworpen in opeenvolgende dieptewerkingen, rangschikt het nieuwe gebouw de kadrering en het uitzicht op het park en de omgeving die daardoor het focuspunt of  achtergrond wordt voor een ruimtelijke scenografie. De museografie grijpt deze externe experimentatie aan en herschikt die in de vorm van veelvuldige doorkijken.

Ondanks de belangrijke inrichtingen die tien jaar geleden plaatsvonden om zich beter aan te passen aan de nieuwe functie, bood het oude klooster van Mont-sur-Marchienne te weinig plaats om het voor het Fotografiemuseum mogelijk te maken haar uitstraling te vergroten en te beantwoorden aan de nieuwe behoeftes op het gebied van tentoonstellingen, programmering, beheer en educatieve diensten. De nieuwe hedendaagse vleugel van het museum, die werd gefinancierd door Europese fondsen en door de Franse Gemeenschap Wallonië- Brussel, is in de maand mei een feit.

Het nieuwe gebouw is de vrucht van een lang rijpingsproces dat begin jaren 1990 werd aangevangen in overleg tussen Olivier Bastin en zijn team van het bureau L’Escaut Architecture, Xavier Canonne, directeur van het museum, en de dienst infrastructuur van de Franse Gemeenschap. De nieuwe vleugel, die is ingepland in het park van het oude karmelietenklooster, herverdeelt de functies zowel langs de binnenkant (programmatie) als de buitenkant van het museum (het park wordt openbaar en verbindt de belendende, publieke uitrusting) in een visie die de buurt omarmt en zich uitstrekt tot aan de naburige publieke ruimte.

Ontworpen in opeenvolgende dieptewerkingen, rangschikt het nieuwe gebouw de kadrering en het uitzicht op het park en de omgeving die daardoor het focuspunt wordt of de achtergrond voor een scène van een ruimtelijke scenografie. De museografie grijpt deze externe experimentatie aan en herschikt die in de vorm van veelvuldige doorkijken. Het specifieke aan deze gedurfde constructie vertaalt zich voornamelijk door twee elementen: haar houten structuur (de gebruikte technieken zijn een première in Europa) en het omhulsel in aluminium, ontworpen door de Belgische kunstenares Jeanine Cohen. Dit omhulsel biedt zowel een diepte als een vibratie die verandert volgens het licht en het moment van de dag. Het gebouw is in een continue «fotocompositie».

Dankzij deze nieuwe middelen voor conservatie, onthaal en ontwikkeling, verstevigt het Fotografiemuseum van Charleroi (centrum voor hedendaagse kunst van de Franse Gemeenschap Wallonië- Brussel) haar verankering en uitstraling zowel op lokaal als nationaal vlak, maar vooral ook op international vlak, aangezien het museum het grootste en één van de belangrijkste musea van Europa wordt dat exclusief gewijd is aan fotografie.

Calatrava stelt plannen station Bergen voor

© Calatrava

(15/04/08) Terwijl zijn volledig nieuwe station Luik-Guillemins bijna afgewerkt is, heeft Santiago Calatrava zijn definitieve plannen voor het nieuwe station van Bergen voorgesteld. In de plannen is een voetgangersbrug voorzien die het stadscentrum verbindt met een nieuwe commerciële zone aan de andere kant van het station.

In 2006 werd een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor een nieuw station, de heraanleg van de omgeving en een verbinding tussen de stadsdelen aan weerszijden van het station. De Spaanse architect kwam als winnaar uit de bus. Er wordt 100 miljoen uitgetrokken voor de bouw van het nieuwe station. De werken zullen zeven jaar in beslag nemen.

B–Architecten ontwerpt eyecatcher langs E313

© B-Architecten

(20/02/08) Langs de E313 in Herentals wordt momenteel gebouwd aan ‘Frame 21’. Dat is een bedrijfsgebouw ontworpen door het Antwerpse bureau B-Architecten voor Drisag, een Belgische fabrikant van kantoormeubilair.

Met een imposante nieuwbouw die momenteel verrijst langs de E313 in Herentals, toont Drisag, specialist in zitmeubilair voor kantoren, dat 2008 een keerpunt wordt. Frame 21 wordt mede dankzij de zichtlocatie en het gedurfd ontwerp hét uithangbord van Drisag dat in 2008 zijn dertigste verjaardag viert. De verhuis kadert in een totaalproject waarbij niet alleen de huisstijl en het logo maar ook het productenassortiment volledig vernieuwd worden. Designed to feel good at work wordt de nieuwe baseline van Drisag en die vertaalt perfect de core business en de ambities van het Herentalse bedrijf dat momenteel in volle groei is.

Drisag ontwikkelt en produceert professioneel zitmeubilair, zowel onder eigen Drisag-label als onder diverse private labels. Hiervoor doet Drisag een beroep op getalenteerde ontwerpers uit binnen- en buitenland. Daarnaast is Drisag ook actief in de kantoorinrichting waarbij eigen binnenhuisarchitecten en projectadviseurs de klanten begeleiden vanaf het werkplekonderzoek tot en met de oplevering en de dienst na verkoop. Voor deze kantoorinrichting zet Drisag niet alleen zijn eigen producten in, maar ook kwaliteitsvol en fraai meubilair van diverse strategische partners.

Zichtlocatie
De frisse en grensverleggende aanpak die Drisag nastreeft, krijgt nu ook zijn verlengstuk in de huisvesting van het bedrijf. Samen met Groep Heylen ontwikkelde Drisag het nu al spraakmakende project Frame 21 dat een oriëntatiepunt zal worden voor iedereen die Herentals passeert. De ontwerpopdracht werd toevertrouwd aan het jonge, getalenteerde bureau B-architecten uit Antwerpen dat op de proppen kwam met een creatief ontwerp dat perfect inspeelt op de zichtlocatie. De ontwerpers laten de grenzen tussen binnen en buiten, tussen werken en ontspannen op intrigerende wijze vervagen. Aannemer van dienst is industriebouwer Willy Naessens.

Het project wordt 104 meter lang, 21 meter hoog en 31 meter breed. Het zal bestaan uit drie bouwlagen van telkens zeven meter die elk hun eigen functie hebben, maar dankzij patio’s en buitentrappen toch sterk met elkaar verbonden worden en zo samen één entiteit vormen. De onderste laag in beton zal de productie en de cash & carry-afdeling huisvesten. De middelste bouwlaag, bereikbaar via monumentale trappen, is volledig transparant en zal fungeren als showroom. Hier zal het zitmeubilair van Drisag perfect tot zijn recht komen en dat zal ook het voorbijrijdend verkeer langs de E313 niet ontgaan. De bovenste laag, uitgevoerd in een warme baksteen, biedt aan weerszijden plaats aan kantoren met daartussen een buitensportcomplex en een daktuin met zelfs een tennisterrein. De ideale setting voor teambuilding en ontspanning.

De werken schieten goed op. Wellicht zal de productieafdeling einde maart al verhuizen naar Frame 21. De showrooms en de kantoren zullen nog voor de zomervakantie hun intrek nemen in het nieuwe complex. 

Drisag wordt de grootste gebruiker van Frame 21, maar zal ook enkele andere bedrijven uit de regio huisvesten. Voor de verdere invulling ontwikkelden Drisag en Groep Heylen het flexikantoren-concept. Bedrijven met een acute nood aan kantoorruimte kunnen hier voor korte of middellange termijn een plek huren met alle mogelijke faciliteiten. Mede daardoor zal Frame 21 net als Link 21 een uitvalsbasis én een ontmoetingsplek worden voor bedrijven uit de hele economische regio.

Definitieve plannen voor nieuw stadion in Gent

(30/10/07) Maandag 29 oktober heeft voetbalclub AA Gent de definitieve plannen bekend gemaakt voor het nieuwe Arteveldestadion. Dat zal gebouwd worden op de site van de Groothandelsmarkt. Het is de bedoeling dat er in augustus 2009 in het nieuwe stadion gevoetbald wordt.

"Een historisch moment voor zowel onze club als deze stad”, zo sprak AA Gent-voorzitter Ivan De Witte. “We stellen vandaag een fantastisch project voor. Vandaag dienen we immers de bouwaanvraag in bij de Stad Gent.”

De plannen voor het Artelveldestadion werden getekend door het bureau Bontinck. Het resultaat is een compacte en transparante glasarchitectuur. Het nieuwe stadion moet plaats bieden aan 20.000 toeschouwers. Verwacht wordt dat de bouw in maart 2008 kan beginnen. Iets meer dan een jaar nadien moet het af zijn.

Multifunctioneel
Op het vroegere terrein Groothandelsmarkt aan de Ottergemsesteenweg wordt de beschikbare 13 ha uitgebouwd zoals voorzien in het eerder goedgekeurde RUP & MER voor het nieuwe voetbalstadion van AA Gent in combinatie met logistiek, retail, kantoorachtigen, hotel e.d.
In een eerste fase wordt het stadion gebouwd waarin samen naast het voetbalprogramma ook de kantoren en ca. 14.000 m² distributie en logistiek ondergebracht worden.

Het stadion krijgt een geïsoleerde buitengevel van glas en beton en wordt ook nog eens ingepakt in een metalen gaas en bekroond met een alles overkoepelende luifel.

Deze oplossing biedt verschillende voordelen:
- het stadion krijgt zo een eigen herkenbare expressie als baken voor de stad en zijn sportbeleid, zowel overdag als 's nachts.
- flexibiliteit: gevelelementen kunnen worden toegevoegd of weggenomen zonder te raken aan de expressie van het gebouw
- door het gebruik van de tweede gevel wordt een groot deel van de zonnewarmte afgeschermd wat in het kader van de huidige EPB-normen positief is

De golvende luifel maakt een opwaartse beweging boven de tribunes aan de lange zijden van het veld, waaronder business seats, skyboxen en controleposten komen. Boven de tribunes van de korte zijden maakt de luifel een neerwaartse beweging, wat meer geborgenheid geeft aan de toeschouwers. In zijn geheel geeft de luifel een dynamiek aan het gebouw. 

Eco-gebouw
Door het voorzien van de reeds eerder besproken tweede gevel zal er duidelijk op energie bespaard worden, maar tevens kunnen op het dak van de luifel fotovoltaïsche panelen worden voorzien om groene stroom te produceren. Ook wordt aan waterrecuperatie gedaan door het gebruik van het dakwater voor sanitair en besproeien van het speelveld. De speelveldverlichting wordt dan weer voorzien aan de onderzijde van de luifel, teneinde onnodig lichtverlies en - pollutie te vermijden.

Eerste steen voor uitbreiding deSingel

(29/10/07) In Antwerpen werd vorige week de eerste steen gelegd van een grootschalige uitbreiding van het vermaarde kunstencentrum deSingel. Zowel Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V), Vlaams viceminister-president Dirk Van Mechelen (Open Vld) en Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux (Spirit) waren daarbij aanwezig.

Het deSingelcomplex wordt uitgebreid met een nieuwbouw getekend door architect Stéphane Beel, die eerder al enkele aanpassingen deed aan het gebouw. Het gaat om een uitbreiding die aansluit bij het huidige complex. Voor deSingel omvat de nieuwbouw een ruim café-restaurant, een tentoonstellingsruimte, een multimediaruimte en artshop, een theaterwerkplaats, een dansstudio en een repetitieruimte voor muziekensembles.

De aanbouw wordt 12.000 m² groot en moet klaar zijn in 2010. De uitbreiding kadert in de ambitie van deSingel om uit te groeien tot een internationale kunstcampus. De bestaande gebouwen van deSingel dateren uit 1968 en zijn een ontwerp van architect Léon Stynen (1899-1990).

Stéphane Beel actualiseert Afrikamuseum

(24/10/07) De federale Regie der Gebouwen heeft de tijdelijke vereniging Stéphane Beel Architecten + Origin Architecture and Engineering + Niek Kortekaas + Michel Devisgne + Arup NL aangesteld voor het opstellen van een masterplan voor de site van het Afrikamuseum in Tervuren en de herinrichting van het museumgebouw zelf.

© Stéphane Beel Architecten
Stéphane Beel zal de museumsite actualiseren maar het museumgebouw grotendeels intact houden. “Wij zijn geen beeldenstormers”, zei Stéphane Beel. “Het masterplan wil de eigenheid van dit unieke gebouw juist bewaren en versterken.” Wel komt er een onthaalpaviljoen dat de bezoekers via een ondergronds parcours het museum binnenvoert. “Je kan de huidige museumopstelling bevriezen, als getuige van een tijdperk. Maar je moet daar dan een hedendaags commentaar aan toevoegen: een proloog of epiloog die een bewustwordingsproces op gang kan brengen”, aldus Beel.

In totaal dienden elf studieteams een offerte in waarvan zeven voldeden aan de vooropgestelde criteria. Na onderzoek en evaluatie wees de beoordelingscommissie, samengesteld uit vertegenwoordigers van de Regie der Gebouwen en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, op unanieme wijze de opdracht toe aan de tijdelijke vereniging met Stéphane Beel.

Het weerhouden studieteam zal de komende zes maanden verder werken aan de het opstellen van een masterplan van de ganse museumsite en de komende 24 maanden de geïntegreerde studie opmaken (architectuur, scenografie en technieken) voor de restauratie, renovatie en herinrichting van het museumgebouw.

De eerste werken op het terrein zouden begin 2010 aanvatten. Het honderdjarig bestaan van het Museum in 2010 moet het startschot zijn voor de moderniseringswerken. De werken zullen zo’n drie jaar in beslag nemen. Het renovatieproject werd begroot op 66,5 miljoen euro. Tijdens de werken zal het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika operationeel blijven.

Het museumcomplex bestaat uit zeven gebouwen:

- het museumgebouw (centraal gelegen hoofdgebouw)
- het directiepaviljoen (administratie, aan de rechterzijde van het hoofdgebouw)
- het Stanleypaviljoen (volledige Stanley-archief, aan de linkerzijde van het hoofdgebouw)
- het Koloniënpaleis (wetenschappelijke departementen)
- het CAPA-gebouw (wetenschappelijke departementen)
- de Villa Dewit (gebouw van het voormalige ministerie van Landbouw)
- een gedeelte van het Financiëngebouw.

Het museumgebouw, dat het onderwerp uitmaakt van de opdracht, biedt onderdak aan de permanente tentoonstelling. Momenteel wordt slechts 1% van de totale museumverzameling tentoongesteld. Het gebouw (ontworpen door de Franse architect Charles Girault) en zijn omgeving zijn sinds 16 februari 1978 beschermd als monument en als landschap. Het interieur van de benedenverdieping is eveneens beschermd, met inbegrip van het originele meubilair.

De museumsite wordt voor dit dossier gedefinieerd als de site met de zeven gebouwen alsook de site van de St. Hubertuskapel en de vijver, het park met de Franse tuin en de kanalen (met uitzondering van het park ‘de Warande’ dat werd overgedragen aan het Vlaams Gewest), de gronden gelegen voor het museumgebouw waar zich nu de parking bevindt, de gronden naast het huidige tramstation, de archeologische site, … Deze museumsite maakt het onderwerp uit van het masterplan.

Het restauratie en renovatieproject heeft als doelstelling om het museum aan de noden en behoeften van de 21ste eeuw aan te passen. Dat wil zeggen een vernieuwd museum te creëren voor een nog groter en meer verscheiden publiek met optimale publieksvoorzieningen; kortom een zeer dynamisch, aangepast en aantrekkelijk museum van wereldformaat.

Eerste steen van Zenith-toren gelegd

(09/10/07) Op vrijdag 5 oktober werd symbolisch de eerste steen gelegd voor de Zenith-toren. Deze nieuwe kantoortoren moet het sluitstuk worden van de  urbanisatie van de Brusselse Noordwijk die bijna dertig jaar geleden werd ingezet.

© eurolab
De Zenith-toren zal over een jaar voltooid zijn en moet het orgelpunt worden van de inrichting van de Noordruimte, het zakendistrict ten noorden van de Brusselse vijfhoek, vlakbij het Noordstation. De toren zal 23 verdiepingen tellen, goed voor mee dan 30.000m² kantoorruimte bevatten.

Voor het ontwerp van dit gebouw, dat op een strategische plek ligt en te zien is van op het De Brouckèreplein, trok projectontwikkelaar Codic Group de internationale kaart. De Franse architecten en stedenbouwers Michel Macary en Luc Delamain, van het Parijse bureau SCAU (Société de Conception d’Architecture et d’Urbanisme) namen de ontwikkeling van dit symboolgebouw op zich, in samenwerking met de Belg José Vandevoorde van het bureau Cerau. Samen hebben ze het gebouw ontworpen als een kunstvoorwerp voor de stad.

De ranke toren bestaat uit drie verticale pijlers van verschillende hoogte, terwijl de gevels een spel van dubbele wanden spelen wat tot een visuele dynamiek leidt die het gebouw er telkens anders doet uitzien naargelang de invalshoek. De binnenhuid speelt met volle en lege ruimtes, openingen en afsluitingen. De buitenhuid is volledig beglaasd en doorzichtig en bekleedt het hele gebouw. Het doel was een orgelpunt te creëren zonder een ondoorschijnende en zware blok neer te planten die het uitzicht over de laan zou hinderen.

De sokkel van de toren omvat een indrukwekkende inkomhal, die ook volledig beglaasd is. Die uitnodigende en lichte ruimte wordt bij uitstek een plaats voor uitwisselingen en dienstverlening. Het gebouw wordt betreden langs een breed voorplein dat deels overdekt is door een overkraging. De grote veelzijdigheid van de ruimte op de benedenverdieping maakt de inrichting mogelijk van cafetaria’s, zalen voor tentoonstellingen, studiedagen, recepties, auditoria met tribunes…

Aan de buitenkant zijn het de hangende tuinen, naar een ontwerp van architect Jean-Noël Capart, die in de plannen opvallen. Met dat groen zal de toren aansluiting zoeken bij de tuinen op de middenberm van de Koning Albert II-laan.

De bouw van de Zenith-toren kadert in een groter project, het zogenaamde Gaucheret-programma, dat naast kantoorruimte ook groen, woningen en winkels voorziet in de directe omgeving van de Zenith-toren.

Architectenbureau B612 mag Schweitzerplein heraanleggen

(03/09/07) Brussels minister van Openbare Werken Pascal Smet (sp.a) heeft in overleg met Joël Riguelle, burgemeester van Sint-Agatha-Berchem, een ontwerper aangeduid voor de heraanleg van het Schweitzerplein. Op basis van hun wedstrijdontwerp zal een jong ontwerpteam rond B612 Associates en T2 Spatialworks de belangrijkste publieke ruimte van de Brusselse gemeente Sint-Agatha-Berchem een nieuw gezicht geven. De werken starten in de zomer van 2009. Het nieuwe plein zal begin 2010 in gebruik genomen worden. Kostprijs van de heraanleg is 1,3 miljoen euro.

Een masterplan zal de leidraad vormen voor alle publieke ruimte-ingrepen op en rond het plein. Op het Schweitzerplein zelf zal het verkeer maximaal gebundeld worden, zodat er ruimte ontstaat voor terrassen, groen en zitvoorzieningen. “Meer ruimtelijke kwaliteit en een herkenbaarheid zullen ten goede komen van het imago van de handelskern en de leefkwaliteit op en rond het plein,” zegt Pascal Smet. Het masterplan zal dit jaar verder uitgewerkt worden, gekoppeld aan intensieve participatierondes met bewoners en gebruikers van het plein.

Burgemeester Joël Riguelle en minister Pascal Smet vinden het zeer belangrijk dat burgers inspraak hebben in dit project. Niet alleen de inwoners van Sint-Agatha-Berchem, maar ook de doelgroepen (kinderen, seniorenraad, wijkcomités, handelaars,…) krijgen de kans om advies te geven en suggesties te doen bij de totstandkoming van dit project. Doel is een collectief project: een project «door iedereen en voor iedereen». Het nieuwe Schweitzerplein zal de kers op de taart zijn van de stadsrenovatie die sinds 1995 in Sint-Agatha-Berchem aan de gang is.

Burgemeester Joël Riguelle en minister van Openbare Werken Pascal Smet sloegen vorig jaar de handen in elkaar en lanceerden een Europese ontwerpwedstrijd voor het Schweitzerplein en de omliggende publieke ruimtes zoals het Koning Boudewijnplein en delen van de Kerkstraat en de Gentsesteenweg. De ontwerpopdracht bestaat uit het uitwerken van een masterplan voor alle projecten op korte en lange termijn en de concrete heraanleg van het Schweitzerplein. Bijzondere aandacht zal gaan naar het parkeren dat een belangrijk gegeven is voor de bewoners en de handelaars. Ook zullen er fietspaden aangelegd worden die aansluiten op de recent aangelegde fietsroute langs de Goffinlaan. Pascal Smet koos voor het ontwerpteam B612 associates en T2 Spatialworks. Smet volgde bij zijn keuze het advies van een uitgebreide selectiecommissie, samengesteld uit experten en onder leiding van de burgemeester.

B612 associates is een jong bureau dat vooral ervaring heeft met woningbouwprojecten in het Brusselse. Die ervaring zal zeker van pas komen tijdens de uitwerking van het masterplan, dat juist de relatie tussen toekomstige, bestaande gebouwen en het plein zelf zal moeten bepalen. Hun fris voorstel voor het plein is een garantie dat ze klaar zijn voor nieuwe uitdagingen. De jury loofde ook de originele en ervaren aanpak inzake participatieprocessen, die het ontwerpteam al toepaste in een wijkcontract. De selectiecommissie adviseerde dan ook om dit ontwerpteam als laureaat aan te wijzen. Ook andere ontwerpers dienden sterke voorstellen in. Het team rond Technum leverde bijvoorbeeld een sterk masterplan, waarbij de nieuwe typologie van de stadstuin werd geïntroduceerd.

Bouwmeester in Brussel?
De oproep van Pascal Smet voor de heraanleg van het Schweitzerplein volgt op die van het Rogierplein en het Flageyplein. Elke keer hadden de Europese wedstrijden veel respons en konden de jury's zich buigen over kwaliteitsvolle dossiers. Het hoge kwaliteitsniveau bewijst dat vele ontwerpers geïnteresseerd zijn in Brussel en dat er een vertrouwen is in de inhoud van projectoproepen en de methode hoe de selectie, beoordeling en gunning verloopt. “De resultaten van de ontwerpwedstrijden voor Flagey, Rogier en Schweitzer zijn meer dan eenmalige gebeurtenissen. Het beoogde kwaliteitsniveau van wedstrijden moet structureel opgenomen worden binnen een architectuurbeleid voor het Brussels Gewest.” Op korte termijn zal minister Smet een voorstel indienen voor de opstart van een cel wedstrijden met aan het hoofd een bouwmeester.

Duurzame Zuidpoolbasis

(06/09/07) Op woensdag 5 september werd de poolbasis prinses Elisabeth plechtig geopend in Brussel. Het wetenschappelijk onderzoeksstation werd in een testfase gemonteerd op de site van Tour & Taxis, als algemene repetitie voor de montage op de Zuidpool. Deze eerste ‘zero emission’ basis voorziet volledig in haar eigen energiebehoefte.

De premontage in Brussel dient om mogelijke problemen op te sporen en te vermijden wanneer de poolbasis over enkele maanden op Antarctica opgetrokken wordt. Belgische wetenschappers zullen het station gebruiken voor experimenten op de Zuidpool. Het moet de eerste poolbasis worden die volledig zelfvoorzienend is op het vlak van energie. Daartoe heeft de constructie zonnepanelen en windmolens. Er komt dus geen CO2-uitstoot aan te pas. Daarnaast wordt er ook duurzaam omgesprongen met water. Al het gebruikte water zal gezuiverd en opnieuw gebruikt worden.

Het onderzoeksstation heeft een oppervlakte van 400m² en ziet er futuristisch uit. Qua vorm doet het denken aan een ruimteveer. De reden daarvoor is te zoeken in de aërodynamica. Door de vorm zou de ophoping van sneeuw bij de ingangen beperkt moeten blijven. Onder de basis zal er ruimte zijn voor bouwmaterialen, voertuigen en afval. De basisstructuur van het station is volledig opgetrokken uit dennenhout. De gevel is gemaakt met hout en piepschuim met grafiet.

Het onderzoeksstation zal opnieuw ontmanteld worden en de onderdelen worden per schip naar Antarctica overgebracht. Het plan is om in december de basis te gaan opbouwen op de zuidpool. Dan is het daar zomer. In zes weken moet die klus geklaard zijn.

Het ambitieuze project werd gelanceerd door de International Polar Foundation, een in Brussel gebaseerde stichting die wetenschappelijk onderzoek over de poolgebieden bredere bekendheid wil geven. Van 6 tot 9 september is de gepremonteerde poolbasis open voor het publiek in het kader van de Passive House Happening.

www.polarfoundation.org
www.antarcticstation.org

Dexia-toren in Brussel voorspelt het weer

(24-08-07) De Dexia-toren aan het Rogierplein in Brussel zal vanaf 15 oktober het weer voorspellen. Afhankelijk van de weersverwachtingen voor de volgende dag, zal de toren elke dag een andere kleur aannemen.

Sinds kort toont de toren ’s avonds ook opnieuw een lichtkunstwerk. Dat zal voortaan om de twee maanden veranderd worden. Het project werd ontwikkeld door de Brusselse multimediastudio Lab[au] en kreeg de titel "Who's afraid of Red, Green and Blue". In 2008, op het einde van de cyclus van zes kunstwerken, kan het publiek zijn favoriete werk kiezen.

De 4.200 vensters van de toren hebben telkens vier LED’s. Daarmee ging Lab(au) al eerder aan de slag. Eind vorig jaar ontwierp het bureau een lichtkunstwerk waarbij het publiek via een interactief computerscherm aan de voet van de toren zijn lievelingskleur voor het gebouw kon kiezen.

De Dexia-toren zal voortaan ook de tijd aangeven. Naarmate de zonsopgang nadert en het buiten lichter wordt, zal de lichtintensiteit verlagen. Om middernacht moet de lichtintensiteit het grootst zijn.

Nieuw Gerechtshof van Bergen

(06-07-07) Het nieuwe gerechtshof in de hoofdstad van Henegouwen werd op 2 juli geopend in aanwezigheid van een rist prominenten, waaronder burgemeester Di Rupo, ministers Reynders en Onkelinx en Prins Filip.

© Regie der Gebouwen
In 1996 besliste de Ministerraad tot de herstructurering van de gerechtelijke diensten in Bergen met de bedoeling de bestaande gebouwen te ontlasten. Er werden twee nieuwe gebouwen opgetrokken en drie andere gerenoveerd. De gebouwen zijn geconcentreerd rond de rue de Nimy, op wandelafstand van elkaar en binnen een straal van minder dan 200 meter van het justitiepaleis.

De bouw van het Gerechtshof startte in oktober 2003 en werd voltooid in maart 2007. De gerechtelijke diensten betrokken in mei 2007 de gebouwen. Het nieuwe Gerechthof ligt aan de buitenrand van de binnenstad. De voorgevel geeft uit op de rue des Droits de l’Homme, de voormalige rue Marché au Bétail. De hoofdingang wordt bereikt via een esplanade achter de twee gerenoveerde (en beschermde) voormalige wachthuizen. Aan de overkant, rue des Arbalestriers, geeft een tweede ingang die in verbinding staat met een nieuw pleintje voor de Tour valenciennoise, toegang tot de diensten van de handelsrechtbank.

De Tour valenciennoise is een beschermd monument uit de 14de eeuw en het enige zichtbare overblijfsel van de tweede middeleeuwse stadsomwalling. De idee om het project op te bouwen rond een as die gericht is op die toren, bepaalde mee het architecturale concept. Het restauratieproject van de Toren, aangevat door de Regie der Gebouwen, verdient bijzondere aandacht. De twee fasen van de archeologische opgravingen binnen en buiten, uitgevoerd in samenwerking met het Waalse Gewest, zijn beëindigd midden 2002. De rehabilitatie en de reconversie zijn momenteel aan de gang.

Architectuur
Het lokale architectenbureau Aura stond in voor het ontwerp. Het Gerechtshof is gebouwd rond de ruime Salle des Pas Perdus (ontvangstzaal) die de vorm van een interne wandelgang (85 meter lang) heeft. Het perspectief speelt er een belangrijke rol. De centrale ruimte is een soort ‘ruimtekathedraal’ die geaccentueerd wordt door een continue centrale lichtstreep. Deze hoofdas vormt de ruggengraat van het project. Daar komen de ontmoetingsruimten en gangen op uit. De voornaamste rechtscolleges liggen haaks op die hoofdas en liggen verspreid over meerdere verdiepingen. Loopbruggen verbinden de verschillende ruimtes. De circulatieruimten voor het publiek bevinden zich centraal in het gebouw; die voor de magistraten situeren zich rond die centrale ruimte en lopen van oost naar west.

Aan weerszijden van de binnenstraat bevinden zich kleine zittingzalen. Voor elke zittingzaal bevindt zich een kleine wacht- en gespreksruimte. De zittingzalen beschikken over een goed gedoseerde licht- en geluidssfeer dankzij het gebruik van geluidsabsorberende panelen en een verlichting die gericht is naar het bovenvlak van de muren. De hoofdingang is toegespitst op de beschermde wachthuizen die herinneren aan het verleden van de locatie. Via de buitenesplanade bereikt men het ingangssas en onthaalruimte. Kenmerkend in deze ruimte is de ruime lichtput en de wenteltrap die naar de verdiepingen leidt waar onder meer de bibliotheek zich bevindt. Helemaal bovenaan bereikt men een belvédère met een vergezicht over de stad en die ’s avonds verlicht is. Van buiten gezien, vormt deze toren in de vorm van een cilinder, een tegengewicht voor de Tour valenciennoise.

De voornaamste gebruikte materialen zijn natuurleien voor de daken, kalksteen in de vorm van traditionele breuksteen en grijs-roze pleisterkalk voor het metselwerk. De gevelmuren van de kantoren bestaan uit panelen van afzeliahout, bevestigd op een gegalvaniseerde metaalstructuur waaraan dienst- en onderhoudsloopbruggen opgehangen zijn. De meest recente technieken zijn aangewend voor een economisch energiebeheer.

www.regiedergebouwen.be

Westkaai moet aantrekkingspool worden op ’t Eilandje in Antwerpen

(29-06-07) Het project omvat zes woontorens van zestien verdiepingen (55m) aan het Kattendijkdok. Gerenommeerde architecten als Diener & Diener Architekten, David Chipperfield, Gigon|Guyer en Michel Desvigne staan in voor het ontwerp.

Het Westkaaiproject is het eerste ‘stadsinbreidingsproject’ op het Eilandje dat vorm krijgt. De realisatie betekent een nieuwe stap in de transformatie van een verloederde havenbuurt in een dynamische woonwijk. Met een te bouwen oppervlakte van 44.800 m² is het meteen het grootste stedelijk ontwikkelingsproject in jaren voor de metropool. De oplevering van het geheel wordt voorzien voor 2013. De eerste twee torens zouden tegen 2009 gerealiseerd worden. Hoewel de prioriteit van het project duidelijk bij woningen ligt, komen er mogelijk ook kantoren of een hotel. Het project voorziet tevens in de aanleg van een publiek park en een sfeervolle esplanade langs het Kattendijkdok.

Aan het project werken enkele architecten met wereldfaam mee, zoals Diener & Diener Architekten, David Chipperfield, Gigon | Guyer en landschapsarchitect Michel Desvigne. ELD partnership uit Antwerpen begeleidt het project als uitvoerende architect. “Elke toren zal een ander accent dragen, afhankelijk van de architect,” zegt Alon Amar, CEO van projectontwikkelaar Project². “Toch zullen de zes torens een geheel vormen, waarbij licht en reflectie cruciaal zijn. Het vele glas dat tot aan de begane grond reikt, geeft de torens een verfijnde indruk, terwijl de achterliggende metaalconstructie voor diepte zorgt. Bovendien past het geheel binnen de omgeving van het Eilandje en werd er gerefereerd aan de architectuur van de omliggende gebouwen, waarvan de vormen gestapeld zijn in de torens. Ook de raamopeningen en gevelopbouw zijn een weerspiegeling van de stad er rond”, alus Alon Amar.

Roger Diener tekende voor het masterplan van het geheel, binnen de contouren die het BPA ‘Eilandje’ vooropstelde en in samenspraak met de andere architecten. Hij ontwierp ook de eerste twee torens, die 100% residentieel zijn. In zijn ontwerp nam hij de referenties van de bestaande situatie mee op; de opbouw en de façade van de eerste twee torens vormen een antwoord op de huidige toestand.

Als tweede ontwerper is David Chipperfield aan de beurt. Hij zal met zijn ontwerp een antwoord bieden aan de bestaande situatie en aan de eerste twee torens die Roger Diener ontwierp. Als laatste worden de torens van het architectenduo Mike Guyer en Annette Gigon ontworpen, als sluitsteen van het project.

Het ontwerp van de publieke ruimte tussen de torens is van de hand van de Parijse landschapsarchitect Michel Desvigne, die in opdracht van Stad Antwerpen reeds het Groenplan voor het Eilandje tekende. Het ontwerp wordt een park-tuin op schaal van de voormalige havensite, met materialen en een atmosfeer die refereren naar het karakter van de plek.

www.westkaai.be

Eerste steen voor Luiks mediadorp

(29-06-07) Enkele dagen geleden werd in de vurige stede de eerste steen gelegd van Mediacité. Dat is een groots project bedacht, door Ron Arad, met oog voor duurzame ontwikkeling en stadsvernieuwing.

Mediacité wordt een mediacomplex van meer dan 6,5ha. Er wordt 190.000 m² voorzien voor de ontplooiing van zowel economische en culturele activiteiten als ontspanningsmogelijkheden. Een winkelcentrum, een bioscoopcomplex, een ijspiste, restaurants, fitnesscentrum enz. zijn erin vervat. Er komt een sterke vertegenwoordiging van de media met de pool ‘Image de Liège’ (25.000 m² voorbehouden voor bedrijven uit de sector) en een nieuw productiehuis van de RTBF.

Architect en designer Ron Arad is de bedenker van het project. Om hem bij te staan werd een beroep gedaan op het internationale bureau Happold, bekend van het Sydney Opera House. Ook het Londense bureau Chapman Taylor en het Belgische Jaspers Eyes Partners participeren in het project.

Het complex zal de nieuwste groene technologieën incorporeren. Zo komen er 8.000 m² zonnepanelen op het dak, ventilatie met warmterecuperatie, free-cooling, night-cooling en dergelijke meer. Mediacité moet ook een van de laatste oude industriële wijken in het centrum van Luik opwaarderen. De stad wil een as van sterke architectuur realiseren van het station Guillemins (Calatrava) tot de Mediacité, waarvan de opening wordt voorzien in het najaar van 2009.

Dubbelganger voor Brusselse kerk

foto © Charles Cordemans

Onze hoofdstad bewijst wel degelijk open te staan voor gedurfde projecten.. De nieuwe Brigittinenkerk bijvoorbeeld, die tegen het einde van de zomer zal af zijn. Een creatie van de Italiaanse architect Andrea Bruno.

In 2002 overtuigde Andrea Bruno, naar aanleiding van een internationale ontwerpwedstrijd, de stad Brussel met zijn project voor de Brigittinenkerk. Vijf jaar later bevindt het project zich in de fase van de afwerking. In de loop van augustus zal het nieuwe gebouw ingehuldigd worden. Bruno is in heel Europa bekend om zijn omgang met beschermd erfgoed. Zo restaureerde hij het Palazzo di Rivoli in Turijn en tekende hij voor de reconstructie van de beroemde brug van Mostar in Bosnië – Herzegovina (vernietigd door de oorlogen in ex-Joegoslavië).

De barokke voorgevel van de oude kerk, gebouwd in 1663 en geklasseerd in de jaren 1950, werd ongemoeid gelaten. Ernaast verrees een dubbelganger. Als een hedendaags antwoord op de oude kerk, met eenzelfde vorm, eenzelfde hoogte en een gelijkaardige allure, maar van een grote architecturale kwaliteit. De gevel is bekleed met verroest cortenstaal. De oude en nieuwe ‘kerk’ zijn verbonden met een transparante traphal.

De Brigittinenkerk – vlakbij het station Kapelekerk in de Marollenwijk – was al langer de vaste stek voor het Centrum voor Hedendaagse Bewegings- en Stemkunt, maar was met haar structuur als een grote ruimte, niet altijd geschikt als locatie voor evenementen. De nieuwe dubbelganger voorziet daarom in alle faciliteiten voor een beter invullen van de nieuwe culturele rol van de kerk. Er is een lumineuze hal, een spektakelzaal voor 100 personen, een restaurant, een appartement enz.

Brussel maakt werk van woonbeleid

(22-06-07) Maandag 18 juni legden Brussels staatssecretaris voor Huisvesting en Stedenbouw Françoise Dupuis (PS) en burgemeester Freddy Thielemans (PS) de eerste steen van de nieuwe tuinwijk Kraatbos, een complex met 58 nieuwe sociale woningen. Het project kadert in het Huisvestingsplan voor de hoofdstad. Dat voorziet de bouw van 5.000 nieuwe woningen tegen 2009. Er zijn al concrete plannen voor 3.700 woningen. De tuinwijk Kraatbos wordt gebouwd aan de Versailleslaan in Neder-Over-Heembeek (Brussel-Stad).

Het wooncomplex is geïnspireerd op de klassieke tuinwijk, maar dan aangepast aan de 21ste eeuw. Het kader waarin het project zich situeert, leende zich voor een gedurfde architectuur die het milieu respecteert. Het project strekt zich uit langs een met groen omzoomde straat die toegang geeft tot de woningen. Met de gehanteerde bouwtechnieken zullen de woningen voldoen aan de criteria inzake energiezuinig bouwen. Het project wil tevens de sociale cohesie bevorderen. Zo zal er een gemeenschappelijke ruimte van 85m² zijn. De eerste bewoners kunnen hun intrek nemen in december 2008.

Het is genoegzaam bekend dat Brussel, net als andere grote steden, kampt met een huisvestingscrisis. De cijfers spreken boekdelen. De huurprijzen zijn met meer dan 25% gestegen en de helft van de Brusselse gezinnen spendeert minstens 40% van hun inkomen aan het betalen van de huur. Bovendien is er een wachtlijst van  28.000 gezinnen voor de toekenning van een sociale woning. In 2004 besliste de Brusselse Regering dan ook om van huisvesting een prioriteiten te maken. Het Brussels Huisvestingsplan was het resultaat.

Splitsen aan banden gelegd

Brusselse gemeenten nemen ook meer en meer maatregelen tegen het opdelen van eengezinswoningen in kleine wooneenheden. Zo is te lezen in Brussel Deze Week van 7 juni 2007. De stijging van de vastgoedprijzen zet eigenaars aan om hun woningen op te delen in meerdere kleine flats of studio’s. Die worden dan aan relatief hoge prijzen verhuurd aan Eurocraten, studenten of steuntrekkers.

Sinds 1996 is het verplicht om een bouwvergunning aan te vragen bij het splitsen van een woning. Vaak gebeurt de splitsing echter zonder vergunning. De gemeenten proberen dat na te gaan, en stappen in geval van overtreding naar de strafrechter. Wie wel een vergunning aanvraagt, krijgt beperkingen opgelegd. Zo mogen bij de splitsing van een woning in Etterbeek alleen eenkamerappartementen gemaakt worden als er ook voldoende twee- en driekamerappartementen ingericht worden en moet elke woning minstens 60 m² omvatten. In Schaarbeek wordt de opdeling enkel getolereerd als er een grote woning overblijft van minimum 140 m² met buitenruimte. In Jette weigert men een aanvraag voor splitsing doorgaans als de gevel maar vijf of zes meter breed is. Ook kelder- of zolderappartementen met te weinig lichtinval worden geweerd. Bedoeling is de wildgroei van kleine en oncomfortabele flats in te perken. Er zijn immers al genoeg flats, terwijl er te weinig eengezinswoningen zijn.

Kunstcentrum revitaliseert modernistische architectuur

(01-06-07) Afgelopen weekend is het nieuwe Centrum voor Hedendaagse Kunst Wiels geopend voor het publiek. De herwaardering van de industriële site van de voormalige brouwerij Wielemans in Vorst is echter nog niet voltooid.

© Art&Build Architect

Het Centrum voor Hedendaagse Kunst, gevestigd in het opmerkelijke hoekgebouw van de voormalige brouwerij Wielemans-Ceuppens in Vorst, opende op 25 mei 2007 gedeeltelijk zijn deuren. Het publiek kon de monumentale brouwzaal en een gedeelte van de tentoonstellingszalen ontdekken. De volledige voltooiing van de restauratiewerken van het kunstcentrum Wiels is voor de zomer van 2008 gepland. De restauratiewerken van dit gebouw, een zeldzame getuige van modernistische industriële architectuur in Brussel, worden door het architectenbureau ART & BUILD met beheerste eenvoud geleid.

Na jarenlang verval gingen de restauratiewerken van het indrukwekkend betonnen gebouw in januari 2005 van start. De werken gebeurden in twee fasen. De eerste fase omvatte de restauratie van de buitenkant van het gebouw (gevel, buitenbepleistering, dak, ramen en smeedwerk). De tweede fase betreft de restauratie van de binnenkant van het gebouw en de inrichting en aanpassing van de bestaande ruimten voor hun herbestemming tot kunstcentrum.

De architecten hebben het beschermde ‘Blomme’-gebouw met uiterste nauwkeurigheid en zorg bestudeerd om de integriteit en homogeniteit van de door architect Adrien Blomme ontworpen volumes te bewaren.

De belangrijke functies - tentoonstellingszalen, brouwerij, documentatiecentrum, onthaalbalie, polyvalente zaal, auditorium - worden in de bestaande ruimten met een minimale inbreng van speciale technieken en meubilair ingericht. De monumentale brouwzaal, in art-decostijl, wordt een prestigieuze zaal die de foyer herbergt. Het café-restaurant dat in september opent, zal via de hoofdingang op de Van Volxemlaan direct voor het publiek toegankelijk zijn. Dat trefpunt moet de wijk nieuw leven inblazen. Van de oorspronkelijke acht brouwkuipen zijn slechts drie van vandalisme gespaard gebleven. Deze drie brouwkuipen worden identiek gerestaureerd.

De organisatie van het verticaal verkeer binnen het gebouw vergt de zwaarste ingrepen. De bewust discrete toren van de goederenlift bevindt zich op de binnenplaats aan de achterkant van het gebouw. De toren komt in het verlengde van de tentoonstellingszalen en wordt met gelakte aluminium golfplaat bekleed. Deze afwerking, met een uitgesproken functioneel en bijna tijdelijk karakter, is een expliciete verwijzing naar de industriële wereld. Het overige verticaal verkeer (lift, brandtrap, hoofdtrap) bevindt zich in de bestaande silo’s, zodat de oorspronkelijke volumes bewaard blijven. Een gedeelte van de oude silo’s wordt tot kunstenaarsateliers herbestemd waarbij met de oorspronkelijke lay-out rekening wordt gehouden.

De grote tentoonstellingsruimten - 1.800 m² verdeeld over drie verdiepingen - worden onafgewerkt gelaten. Dankzij hun ruime natuurlijke verlichting en aanzienlijke hoogte, lenen zij zich uitstekend voor de tentoonstelling van beeldhouwwerken. De afwerking is eenvoudig: een gewaxte bedrijfsvloer op basis van magnesium, geschilderde betonnen muren waarbij de techniek zichtbaar blijft. Een ingericht dakterras biedt een panoramisch uitzicht over de hele site en de stad.

Wiels ligt in de lijn van een Europese logica van de herinrichting van een industrieel erfgoed waarvan de architecturale en ruimtelijke eigenschappen bij de voorstelling van de hedendaagse kunststromingen aansluiten. In dergelijke context uiten de tussenkomst en kwaliteit van de architect zich in eenvoud. De bescherming van het historisch erfgoed van het Blomme-gebouw, zijn restauratie en herbestemming tot kunstcentrum, dragen bij aan de stadsvernieuwing van een hele wijk. De site wordt opnieuw een dynamische stedelijke aantrekkingspool en komt aan een - langverwachte - behoefte tegemoet, namelijk die van een hedendaags Brussels kunstcentrum met internationale uitstraling.

www.artbuild.com
www.wiels.org

Robbrecht en Daem leiden restauratie Boekentoren

(18-05-07). Het Gentse architectenbureau Robbrecht en Daem Architecten krijgt de leiding over de restauratie van de Boekentoren, de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit Gent. Volgens een voorlopige planning zal de studie van de eerste restauratieronde afgerond zijn eind 2009. Ten vroegste in 2010 zullen de werken worden aanbesteed voor de restauratie van het imposante gebouw, dat in 1934 door Henry van de Velde werd ontworpen en nog steeds geldt als één van de beste Belgische voorbeelden van modernistische architectuur.

In september 2005 verklaarde de Raad van Bestuur van de Universiteit Gent zich akkoord met het opstarten van het project voor de restauratie van de Universiteitsbibliotheek en het voormalig Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde omwille van de uitzonderlijke cultuurhistorische waarde van de gebouwen. Deze beslissing werd genomen nadat de slechte staat van het complex in de verf was gezet in de preliminaire studie die verscheen op initiatief van André Singer van Project². Deze studie wilde het belang van dit meesterwerk van Henry van de Velde aantonen en de slechte toestand waarin het gebouw zich bevindt aanklagen.

Intussen kaapte de Boekentoren de derde plaats weg in de door Canvas georganiseerde Monumentenstrijd. Conform het wedstrijdreglement van de Monumentenstrijd, zullen er vanaf 2008 al beperkte restauratiewerken aan de belvedère (de hoogste verdieping van het gebouw) uitgevoerd worden.

Selectie van het ontwerpteam

Robbrecht en Daem Architecten krijgt de leiding over het restauratieteam van de Boekentoren, dat verder nog bestaat uit volgende ontwerpers, ingenieurs en architecten: Barbara Van Der Wee (Brussel), SumProject (Brugge), Baro (Gent), Daidalos Peutz (Leuven), Bureau d’Etudes Greisch (Luik) en VK Engineering (Brugge, Merelbeke).

De studieopdracht voor de gehele restauratie, inclusief de opmaak van een bouwhistorisch onderzoek, werd Europees aanbesteed. Hiervoor werd een beroep gedaan op de procedure van de Open Oproep van de Vlaamse Bouwmeester. Een vijftigtal Belgische en internationale ontwerpteams stelde zich kandidaat. Via de procedure van de Open Oproep stelde de Vlaamse Bouwmeester een preselectie voor van de tien meest geschikte kandidaten, vervolgens werden vijf ontwerpteams geselecteerd door de universiteit in samenspraak met de Vlaamse Bouwmeester, na studie van de ingezonden portfolio’s en toetsing hiervan aan de vooropgestelde selectiecriteria De selectie van vijf ontwerpteams aan wie de universiteit vroeg om hun ruimtelijke visie op dit complexe ontwerpvraagstuk uit te werken, bestond uit drie Belgische en twee buitenlandse teams: Stéphane Beel Architecten (Gent), Wessel De Jonge Architecten (Rotterdam), LIN Gesellschaft von Architekten (Berlijn), Robbrecht en Daem Architecten (Gent), Driesen-Meersman-Thomaes Architecten (Antwerpen). De vijf teams hebben een zeer grondige studie gemaakt en een lijvig dossier ingediend, elk met eigen accenten. Een professionele jury heeft alle projecten onderzocht en het team onder leiding van Robbrecht en Daem Architecten voorgedragen als uiteindelijke laureaat. In hun portfolio prijken onder meer het ontwerp van Documenta IX in Kassel (1992), het Concertgebouw in Brugge (1999-2002), de Leopold De Waelplaats voor het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten (1997), de kanaalhuizen in Gent (1997) en het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam (1997-2003). Paul Robbrecht en Hilde Daem hebben tijdens hun werkzaamheden steeds de onderlinge relaties tussen de kunsten en de architectuur onderzocht.

Ruimtelijke Reorganisatie

Voor de restauratie van de Boekentoren is het ontwerpteam onder leiding van Robbrecht en Daem Architecten uitgegaan van een ‘onderzoekend ontwerpen’. “De logica van het gebouw bepaalt de ingrepen zelf”, zegt architect Paul Robbrecht. “Ons ontwerp is gestoeld op een stevige ruimtelijke (her)organisatie en een effectief concept voor de werking van de bibliotheek. De opdracht omvat veel meer dan een restauratie maar omvat een complete actualisatie met een aantal interessante ingrepen zoals de inrichting van de cafetaria op de verdieping, met zicht op de toren, een bijkomende toegang via de Sint-Hubertusstraat, een ondergronds archief onder de binnentuin en het toegankelijk maken van de belvedère voor het publiek. Bijzondere aandacht gaat hierbij naar het bewaren van het originele uitzicht van het gebouwencomplex.
De UGent legde als bouwheer de lat hoog bij de keuze van een ontwerpteam voor haar Boekentoren en ambieerde niet meer of minder dan een hoogstaande totaalrevisie van het gebouw. “Het ontwerp wordt gekenmerkt door een goede balans tussen het respect voor het gebouw en de nieuwe ingrepen en is technisch zeer goed onderbouwd”, zegt vice-rector en tevens voorzitter van de Bouwcommissie Luc Moens. “We appreciëren in het ontwerp vooral de schroom ten opzichte van en de zorg voor het bestaande gebouw”.

Internationale topontwerpers hertekenen Scheldekaaien

(06-04-07). De heraanleg van de Scheldekaaien in Antwerpen zal gebeuren door een uitverkoren team van internationale topontwerpers. Dat bestaat uit het Portugese landschapsbureau Proap, het Leuvense architectuurbureau WIT en het Italiaanse ingenieursbureau Idroesse. Arcoveneto, ook uit Italië, staat in voor de coördinatie van het team.

Proap heeft originele en genuanceerde ontwerpen gemaakt voor parken en stadsdelen van uiteenlopende schaal, vooral in Portugal en Italië. WIT is als architectenbureau onder meer verantwoordelijk voor het provinciehuis in Leuven. Idroesse heeft dan weer ervaring opgedaan met waterkeringen in Venetië.

In oktober 2005 heeft Vlaams minister Kris Peeters samen met de stad Antwerpen een intentieverklaring ondertekend om samen de herinrichting van de Scheldekaaien uit te werken. In samenwerking met de Vlaamse Bouwmeester werd een Open Oproep gelanceerd voor ontwerpers. Vijf kandidaten werden geselecteerd om hun visie op de kaaien te formuleren en een voorstel uit te werken. Daaruit kwam Proap/ WIT / Idroesse/ Arcoveneto als laureaat naar voor.

Proap / WIT / Idroesse / Arcoveneto toonden aan dat ze de betekenis en de historische geladenheid van de kaaien het best aanvoelden. Een poëtische benadering van de leegte en openheid van de kaaien wordt gecombineerd met een reeks gesofisticeerde en innovatieve oplossingen voor de verhoogde waterkering. Een gevarieerd profiel van deze kering zorgt voor interessante relaties met de rivier. Het team ziet de Scheldekaaien als een wandelpad in het zuiden, een decompressieruimte in het centraal deel en een natuurlijke oever in het noorden.

Tegen oktober 2008 moet het Masterplan Scheldekaaien gefinaliseerd zijn. Tegelijk wordt gestart met een aantal belangrijke voorbereidende studies. De uitgaven voor deze studies zijn begroot op 1 miljoen euro, waarvoor Vlaams minister Kris Peeters en de stad Antwerpen de nodige kredieten voorzien. Als alles volgens de geplande timing verloopt, zullen de eerste werken ten vroegste in 2009 van start kunnen gaan. Volgens een voorlopige raming bedragen de kosten van de infrastructuurwerken ongeveer 200 miljoen euro.

www.wit-architecten.be

Kortrijk krijgt woontoren getekend Samyn & Partners

(06-04-07). Het herbestemmingsplan voor de site van de collegetoren in Kortrijk is bekend gemaakt. Volgens het verkozen project wordt de collegetoren teruggebracht tot vier verdiepingen. Tegelijk komt er een nieuwe woontoren naar een ontwerp van Samyn & Partners.

Het torengebouw van het Sint-Amandscollege en omgeving zal worden onder handen genomen door de groep Van Roey. Hun project werd gekozen door een jury met de Vlaamse Bouwmeester Marcel Smets en vertegenwoordigers van de stad Kortrijk, de vzw Sint-Amandscollege en het Stadsontwikkelingsbedrijf Kortijk. De toren zal nog slechts vier verdiepingen hoog zijn. Nu zijn er dat achttien.

Het gekozen project Van Roey is een samenwerking met Koramic Real Estate, Samyn & Partners, A&J Demeyere, Paul Deroose en Monument Vandekerckhove. Het voorziet het behoud van schoolse functies en het internaat in de toren, die tot slechts vier verdiepingen wordt teruggebracht. Daarnaast komt er een luxewoontoren met 48 appartementen naar een ontwerp van Samyn & Partners. De komende zes maanden wordt het project verder uitgewerkt door de betrokken partijen. Het Sint-Amandscollege komt in aanmerking komt voor een alternatieve financiering van schoolgebouwen, zoals uitgewerkt door minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke.

De herbestemming van de toren is een symbooldossier voor de Kortrijkzanen. De toren is met 58m het hoogste gebouw van de stad en ligt bovendien aan de heraangelegde Leie-oevers, waar een nieuwe fietsers- en voetgangersbrug moet komen. De collegetoren is eigendom van de vzw Sint-Amandscollege en bevindt zich op de campus van de basis- en secundaire school waar momenteel zo’n 1.200 leerlingen school lopen. De toren, in oorsprong ontworpen als internaat voor een 350-tal personen, werd gebouwd eind jaren zestig en telt achttien verdiepingen. De terugval van het aantal internen en de strenge brandweervoorschriften zorgden er voor dat momenteel vier vijfde van het torengebouw leeg staat.

www.samynandpartners.be

Alweer nieuw project voor Damplein in Antwerpen

(22-03-07). Op het Damplein in Antwerpen is zaterdag 17 maart de eerste steen gelegd voor het  nieuwbouwproject Dampark. De schepen van Stadsontwikkeling, Ludo Van Campenhout (Open Vld), metselde de symbolische eerste steen en zei dat dit project het zoveelste bewijs is dat de wijk Dam aan een opmars bezig is.

Het nieuwbouwproject 'Dampark' bestaat uit een commerciële ruimte, zes appartementen en een penthouse, die uitzicht biedt over het Damplein en omgeving. Projectontwikkelaar Fairview speelt met de nieuwbouw in op de ontwikkeling van de wijk, die de volgende jaren met onder meer een park op Spoor Noord in een stroomversnelling moet komen.

"In heel Antwerpen is de stadsvlucht aan het veranderen in een terugkeer naar de stad en dat zie je ook op de Dam. Het imago van de wijk is aan het veranderen en steeds meer mensen investeren door een huis te kopen of een nieuwbouwproject neer te zetten", zegt Ludo Van Campenhout.

Park klaar in 2009

Volgens de schepen speelt vooral het toekomstige park op Spoor Noord een belangrijke rol als trekker voor deze buurt. "Er komt hier een landschapspark van maar liefst achttien hectare, wat voor jongen gezinnen met kinderen een belangrijke troef is om zich in de wijk te vestigen. Verder is er nog een aantal andere kleinere projecten die de buurt een nieuw elan moeten geven", besluit de schepen. Het park Spoor Noord moet in 2009 klaar zijn, al is er de hoop dat een eerste deel volgend jaar al kan opgeleverd worden.

Bron: Gazet van Antwerpen

Een overzicht van de projecten in het noorden van Antwerpen

dampoort

Al gerealiseerd: Damplein en Damstation (2), Buurtsportloods Perrier (3), Belvedèreplatform

Nog te realiseren: Park Spoor Noord (1), Zwembad en Stoombadencomplex Veldstraat (4), Lobroekdok (5), Slachthuissite (6), Topsporthal (7), Kanaalzone (9).

Meer informatie: http://www2.antwerpen.be/stadsvernieuwing/spoornoord/

Lokaal architectenbureau mag nieuwe sporthal in Antwerpen-Noord realiseren

In het kader van de stadsvernieuwing in Antwerpen-Noord krijgt de vervallen NMBS loods een nieuwe bestemming als sport- en evenementenhal. Een jury en de Stad Antwerpen kozen voor het ontwerp van architectenbureau Verdickt & Verdickt.

Dat de broers Verdickt hun architectenbureau om de hoek van de site hebben, is in elk geval een voordeel. Ze maakten hun ontwerp naar aanleiding van een open oproep van de Vlaamse bouwmeester. Ze kozen ervoor om de oorspronkelijke puntgevels te behouden. Tussen die gevels komt een constructie in een materiaal dat duurzaam is maar tegelijk licht doorlaat. Dat laat toe overdag binnen te sporten met daglicht, terwijl de sporthal ’s avonds een lichtbaken in de stad wordt.

De vervallen NMBS loods die onder handen wordt genomen, was vroeger een herstelplaats voor locomotieven. Ze ligt vlakbij het toekomstige Spoor Park Noord, dat over twee jaar klaar moet zijn. Dan heeft Antwerpen er een tweede stadspark binnen de grenzen van de Singel en de Ring bij. Samen met dat park is de geplande sporthal van 13.000 m² een belangrijk project voor de stadsvernieuwing in het noorden van de metropool. In de loop van 2009 zouden beide projecten gerealiseerd moeten zijn.

Architectenbureau Verdickt & Verdickt kreeg drie jaar geleden de Monumenten- en Welstandsprijs van de stad Antwerpen.

www.verdicktenverdickt.be

Gerenoveerd goederenstation geopend

Maandag 12 februari 2007 heeft minister-president Yves Leterme de nieuwe hoofdzetel van de Bank J. Van Breda geopend. Het gaat om het voormalige goederenstation Antwerpen Zuid langs de Ledegankkaai, een ontwerp van architect Franz Seulen uit 1903. In het voorjaar van 2005 was begonnen met de renovatie van het beschermde gebouw. Sinds 1988 was het door de spoorwegen verlaten en dus in verval.

© Foto Serge Brison
Met steun van het Vlaams Gewest, de Provincie en de Stad Antwerpen werden alle geklasseerde onderdelen met respect voor de oorspronkelijke plannen gerestaureerd. Pronkstuk is de voormalige lokettenzaal die als ontmoetingsruimte in zijn oude glorie werd hersteld. Naast het gerenoveerde station werd ook een nieuwbouw opgetrokken, een creatie van het Antwerpse architectenbureau Conix. Het oude en nieuwe gebouw zijn met elkaar verbonden via glazen gaanderijen. Om de nieuwe vleugel maximaal te integreren, is gekozen voor materialen die verwijzen naar de industriële omgeving van het vroegere goederenstation, zoals zinken panelen. In totaal biedt het nieuwe complex meer dan 7.000 m² kantoor- en ontvangstruimte.

Behalve de lokettenzaal met ijzeren draagstructuur en elementen van art nouveau werden ook de trap en de neoclassicistische voor- en kopgevels met ‘geknipte voegen’ in hun oorspronkelijke staat hersteld. Dit gebeurde in samenwerking met de gespecialiseerde restauratieaannemers Monument-Goedleven en Verstraete-Vanhecke. De originele metalen draagbalken en plafonds met troggewelven werden behouden. Op basis van oude plannen en metingen gebruikte men volledig via het oude procédé hermaakt Goetheglas en manueel hersteld schrijnwerk. De met zink beklede daken werden ook onder handen genomen. Ook de oorspronkelijke centrale traphal werd volgens de regels van de kunst gerestaureerd.

www.conixarchitects.com

Restauratie in zicht voor Brusselse art-nouveau-parel

Eindelijk is er duidelijkheid over de bestemming van het huis Saint-Cyr aan de Ambiorixsquare in Brussel. Architect Paul Lievevrouw stelt momenteel een gespecialiseerde equipe samen om de broodnodige maar delicate restauratie van de gevel aan te vatten.

Het huis Saint-Cyr, genoemd naar eerste bewoner kunstschilder Georges de Saint-Cyr, werd in 1900 ontworpen door architect Gustave Strauven en geldt als een icoon van de art nouveau in Brussel. Sinds 1988 is het beschermd, maar al die tijd bleef de toekomst onzeker. De vorige eigenaars hadden de renovatiekosten zwaar onderschat. Zelfs met steun van het Brussels Gewest konden zij die kosten niet dragen. De gevel alleen vergt anderhalf miljoen euro.

In maart 2006 werd het pand gekocht door de Antwerpse vastgoedmaatschappij Movast, die wel meer uitzonderlijke panden bezit. Ondertussen is de nodige research achter de rug en kan de restauratie weldra beginnen. Het Brussels Gewest voorziet een bedrag van 500.000 euro in 2007. Hoeveel de renovatie uiteindelijk zal kosten en wanneer die voltooid zal zijn, is voorlopig onduidelijk.

Paul Lievevrouw is voorzitter van Sum (voorheen Groep Planning en Mens & Ruimte).

Wonen op restanten van oude hoeveburcht in Borgerhout

Aan het Laar in Borgerhout was in de 16de eeuw een versterkte hoeveburcht gesitueerd, Hof Canterbeke genaamd. Op deze locatie én met authentieke elementen van de oorspronkelijke bebouwing realiseerde Movast een loftproject. Het omvat elf lofts in het historische gedeelte, aangevuld met negen nieuwbouwappartementen. Architect Boud Rombouts tekende de plannen. Van bij de aanvang werd gekozen voor een degelijke technische aanpak en voor het gebruik van zeer hoogwaardige materialen. De lofts worden semi-casco afgeleverd. Dit wil zeggen dat ze technisch klaar zijn. Er zijn overal stopcontacten voorzien en ook sanitaire ruimten. De badkamer dient nog wel ingericht te worden met toestellen. Het gaat hier wel degelijk om echte lofts en geen neptoestanden. Zo werden authentieke elementen (o.a. ruwe muren) behouden. De vloeren bestaan uit leefbeton waarop nadien vrij eenvoudig parket of tegelvloeren aangebracht kunnen worden.
De oppervlakte van de lofts varieert van 145 m² tot 251 m².

www.canterbeke.be

Eerste project voor MVRDV in België

Een nieuw seizoen, nieuwe perspectieven voor Argos, een centrum voor kunst en media te Brussel. Momenteel wordt druk gewerkt aan een uitbreiding van de publieke ruimtes van Argos, in samenwerking met het gerenomeerde Nederlandse architectenbureau MVRDV. Dit wordt hun eerste opdracht in België.

MVRDV heeft sinds haar oprichting in 1991 wereldwijd gebouwd, onderwezen, gepubliceerd en tentoongesteld. en maakte eerder naam met een aantal opmerkelijke projecten zoals Villa VPRO, het Mirador in Barcelona, Omotesando in Tokyo en het Nederlandse paviljoen voor de wereldtentoonstelling in Hannover Hun werk beweegt zich over alle schaalgebieden en wordt gekenmerkt door een grote variatie en experimenteerdrang. De architectuur van MVRDV ontstaat niet zozeer uit vormgeving, maar uit onderzoek en analyse van de opdracht. Als dusdanig voert MVRDV een consistente exploratie naar kwesties zoals de implicaties van stedelijke data op architecturale omgevingen en de ecologische impact van de bouwdrift.

Het gelijkvloers van argos wordt uitgebreid met een ruimte van 500m2, zodat het totale volume aan publieke ruimte 800m2 wordt. De benedenverdieping wordt omgebouwd tot een onthaal- en presentatieruimte die, complementair met de bestaande ruimte op de eerste verdieping, ruimte zal bieden voor tentoonstellingen, talks, performances, screenings en concerten. De nieuwe ruimtes worden in een eerste fase publiek gemaakt op 25 november, met de opening van twee tentoonstellingen.

Argos – centrum voor kunst en media
Werfstraat 13 B-1000 Brussel
www.argosarts.org

Eerste passieve kantoorgebouw in Brussel

In de Jaurèsstraat 50 te Schaerbeek, waar de bouwonderneming Cit Blaton zijn hoofdzetel heeft, zal in de herfst 2007 één van de eerste passieve kantoorgebouwen staan van Brussel. Er zijn grote werken van start gegaan onder toezicht van het BIM (Brussels Instituut voor Milieubeheer) om deze 1.000 m² klassieke burelen om te bouwen tot een passief gebouw. Een project van het architectenbureau A2M.

Een passief gebouw wordt gekenmerkt door een aangenaam thermisch comfort, zowel in de winter als in de zomer, zonder gebruik te maken van klassieke verwarmings- en afkoelingsinstallaties. Het energieverbruik voor verwarming bedraagt minder dan 15 kWh/m² per jaar, wat minder is dan 1,5 liter stookolie per m² per jaar. Het verbruik van een ruimte van ….. m² komt dus overeen met 25 tot 30 € per jaar!

“De wereld van vandaag staat voor nieuwe uitdagingen: klimaatwijzigingen, uitputting van energiebronnen, aantasting van fauna en flora, … Om het milieu te beschermen kan en moet de bouwsector een vooraanstaande rol spelen. Bouwen met duurzame ontwikkeling is van primordiaal belang met het oog op een veilige toekomst. Eén van de belangrijkste doelstellingen van Cit Blaton is om op proactieve wijze mee te werken aan die duurzame ontwikkeling. Met de realisatie van het eerste passieve kantoorgebouw wil Cit BLATON aan de sector laten zien dat het mogelijk is om de reeds beproefde technieken aan te passen aan kantoren.” verklaart Sophie Le Clercq, Voorzitster van de Raad van Bestuur van Cit BLATON.

De belangrijkste kenmerken van het project zijn:
• De luchtdichtheid van de gevel (10 keer hogere waarde dan bij een klassiek bouwwerk) en de thermische prestaties van alle bestanddelen van de mantel voor een maximale isolatie (driedubbele beglazing, 34 cm rotswol in de dakbedekking,…).
• De afwezigheid van een mechanische afkoelingsinstallatie. Om een ideaal comfort te kunnen garanderen in elk seizoen, worden twee afkoelingstypes voorzien: de afkoeling met adiabatische groep (dubbele luchtstroom van binnenkomende en buitengaande lucht, bevochtiging van de vervuilde lucht, dalende temperatuur om de binnenkomende buitenlucht af te koelen) en de natuurlijke afkoeling ‘s nachts.
• De aanwezigheid van zonwering, noodzakelijk om ’s zomers een aangenaam comfort te kunnen garanderen zonder mechanische afkoeling.

Deze verschillende aspecten brengen een extra bouwkost mee van 10%. Een haalbaarheidsstudie van het studiebureau speciale technieken ARCADIS Belgium heeft aangetoond dat de investering in 10 jaar kan worden afgeschreven. Het project werd ontworpen door het architectenbureau A2M.