Een soort van hedendaags classicisme

  • architecture-
  • architecture-

    Van 21 mei tot 27 augustus 2022 opent het Hotel Torrentius (Luik), geklasseerd als uitzonderlijk Erfgoed van Wallonië, voor het eerst zijn deuren voor het publiek. Dit in het kader van de eerste intramurale tentoonstelling van de Jeanne & Charles Vandenhove Stichting. De tentoonstelling getiteld, Le songe de Torrentius, biedt niet enkel een unieke toegang tot deze uitzonderlijke architecturale omgeving, maar geeft ook een intiem inzicht in het werk van een grote naam uit de Belgische architectuur, Charles Vandenhove.

    Onder het curatorschap van Patrick Corillon, legt Le songe de Torrentius de nadruk op de persoonlijkheid en het artistieke elan van Charles Vandenhove. Dit door middel van zijn notitieboekjes, maquettes, prototypes, plannen, publicaties,... maar ook aan de hand van een film die het gehele Hotel Torrentius laat zien en speciaal voor deze tentoonstelling geproduceerd werd door Patrick Corillon. Deze uitzonderlijke plaats, die nooit eerder voor publiek werd opengesteld, werpt een nieuw licht op de werkwijze van Charles Vandenhove.

    Hotel Torrentius is de ideale locatie voor deze intieme tentoonstelling. Deze belangrijke plaats in het werk van Charles Vandenhove, de huidige zetel van de Stichting, deed ooit dienst als de kantoren van zijn atelier. De geest van zijn werk en zijn passie voor hedendaagse kunst zit nog steeds in de muren: het gezelschap van zijn boeken en natuurlijk ook van werken van talrijke Belgische en internationale kunstenaarts (Sol LeWitt, Daniel Buren,...) met wie hij nauwe samenwerkingsverbanden heeft aangeknoopt, teamwerk in het atelier, maar ook een relatie met het verleden aangezien dit zijn eerste « renovatie » was van een plek met een rijke geschiedenis.

    Parallel met de tentoonstelling is er ook een wandeling door Luik in de voetsporen van Charles Vandenhove, architect en groot verzamelaar, om zijn voltooide en onvoltooide projecten te ontdekken (gratis bezoekersgids verkrijgbaar bij de Stichting).

    De filosofie van Charles Vandenhove

    Charles Vandenhove is een van de belangrijkste naoorlogse figuren in de architectuur in België. Zijn kunstwerken evolueren van gematigd brutalisme naar monumentaal structuralisme en contextueel classisme.

    Vandenhove studeerde aan de Saint-Luc school in Luik (1945-1948) en aan La Cambre (Ensaad) in Brussel (1948-1951), waar hij zijn diploma behaalde bij V. Bourgeois. Tegelijkertijd volgde hij ook les in toegepast urbanisme (Isua). Na zeven jaar opent hij, in samenwerking met L. Kroll, zijn eigen bureau in Luik in 1958. Aanvankelijk richtte Vandenhove zich op details om een brutalistische architectuur te creëren die aansloot bij internationale voorbeelden zoals het werk van Alvar Aalto en Paul Rudolph, hoewel hij tegelijkertijd ook verwees naar de lokale Mosaanse traditie. Hij ontwierp een reeks particuliere huizen en officiële gebouwen waaronder de universitaire residentie Lucien Brull (1962-1967) in Luik en het Instituut voor Lichamelijke Opvoeding van het universitair domein van Sart-Tilman (1963-1974). Zo ontwikkelde hij geleidelijk aan zijn eigen architecturale stijl met steeds terugkerende vormen en types.

    Vanaf het einde van de jaren 1960 begon hij met het ontwerpen van zijn projecten op basis van elementaire geometrische configuraties. Dit in de geest van Louis Kahn en binnen de klassieke traditie zoals Claude Nicolas Ledouw en Andrea Palladio die hebben vastgesteld. Hij streeft er naar de « meest positieve en constante drijfweren » die bij een opdracht ten grondslag liggen te bereiken en deze vast te leggen in een duidelijk geformuleerde basisstructuur. In plaats van aangepast te zijn aan een bepaalde functie, moet deze structuur zich lenen voor « de meest uiteenlopende menselijke handelingen», terwijl zij sterk genoeg moet zijn om niet « vernietigd of aangetast te worden door de spelen die zij mogelijk maakt ». Hij bracht deze visie in verschillende landhuizen (1967-1976) die hij vanuit een archetypisch plan zuivere, soms kristallijne vormen gaf. Hij paste zijn benadering ook toe op het universitair ziekenhuis Sart-Tilman, een grootschalig en langdurig project (1962-1986) waarin hij geleidelijk zijn latere architectonische verworvenheden integreerde.

    Vanaf 1978 probeerde Vandenhove zijn architectuur af te stemmen met de taal van de historische stad. Te beginnen met zijn eigen stad Luik, waar hij twee opmerkelijke projecten realiseerde: de restauratie en de transformatie van een gebouw uit de XVIe eeuw, hotel Torrentius (1978-1981) en de renovatie van de Hors-Château wijk (1978-1985). Het Hors-Château project bestond uit de restauratie en de reconstructie van een rij historische gebouwen aangevuld met de bouw van een nieuwe woonwijk, een publieke binnenplaats verenigt de twee entiteiten. Voor de link tussen oud en nieuw te creëren heeft Vandenhove geen beroep gedaan op stilistische imitatie, maar op structurele gelijkenis. De taal van de nieuwe gebouwen is gebaseerd op raamwerk van betonnen elementen – hedendaagse constructie die op structureel vlak gelijkenissen vertoont met de Mosan-stijl. Dit project is een uitzonderlijk voorbeeld van de geslaagde integratie van hedendaagse architectuur in een historische context. Dit project heeft een grote invloed uitgeoefend op jongere collega’s van Vandenhove, voornamelijk in Wallonië. De architect verwierf internationale bekendheid en aan het eind van de jaren 1980 aarzelde men niet om te spreken van de « Luikse school ». Hij richtte dan ook met zijn collega Prudent De Wispelaere (1950) het bureau Vandenhove & architectes associés op.

    Vandenhove kreeg talrijke opdrachten in het buitenland, voornamelijk in Frankrijk en in de historische centra van Nederland. In Parijs ontwierp hij twee opmerkelijke complexen op de Place des Abbesses in Montmartre: een woonblok met een crèche en een wooncomplex met een theater. Beiden lijken er al eeuwig te zijn. In Nederland realiseerde hij verschillende huisvestingsprojecten: vijf in Den Haag, waaronder het uitgestrekte Het Zieken complex (1988-1998), de wijk Hoogfrankrijk in Maastricht (1989-1993) en het complex De Liefde in Amsterdam (1989-1992). Beetje bij beetje ontwikkelde hij een soort van hedendaags classicisme, waarbij hij een klassieke versie van de geactualiseerde orde opnam. Dit vaak in combinatie met bijdragen van artiesten als Olivier Debré, Daniel Buren, Léon Wuidar, Claude Viallat, Jo Delahaut, Niele Toroni, Sol Lewitt, Guilio Paolini, Jeff Wall, Jan Dibbets en Marlène Dumas. Het justitiepaleis in Bois-le-Duc, dat in 1998 werd voltooid, is echter van koers veranderd. Hoewel het plan gebaseerd is op een axiale compositie met een symmetrische binnenplaats, is de monumentale hal vrij van klassieke vormen: opgevat als een uitdrukking van hedendaagse technologie, suggereert het een terugkeer naar de moderne traditie.

    https://fondationvandenhove.be/

    • Aangemaakt op .

    Adressen

    België
    MediaXel
    Maria van Hongarijelaan 64
    BE - 1083 Brussel
    +32 (0)2 772 40 47
    +32 (0)2 771 98 01 (fax)

    Vertegenwoordiging Italië
    Casiraghi Global Media srl
    Via Cardano 81
    IT - 22100 Como - Italia
    +39 031261407

    Contact

    Secretariaat : Pascale Cloots

    Advertenties :

    Hoofdredacteur : Nicolas Houyoux

    Podcast en webinars : Lylian Kubiak

    Social Media : Vincent de Puydt

    Verantwoordelijke uitgever :
    Philippe Maters

    Social

    MediaXel bvba - © 2022 - 
    Verantwoordelijke uitgever : Philippe Maters, Maria van Hongarijelaan 64, BE - 1083 Brussel